Weeën horen bij de bevalling, tenminste, dat is het eerste wat in je opkomt. Toch is dit niet helemaal waar. Want naast de ontsluitingsweeën en persweeën, die beiden inderdaad tijdens de bevalling plaatsvinden, zijn er ook nog de indalingsweeën. Wat zijn indalingsweeën en vanaf wanneer kun je deze krijgen? En hoe ga je om met deze weeën?

Wat zijn indalingsweeën?

Indalingsweeën noem je de pijn die je voelt als je baby gaat indalen. Hij moet immers ‘klaarliggen’ om geboren te worden. Hij zal, als het goed is, met zijn hoofdje naar beneden onder in je buik gaan liggen. Het hoofdje komt hierbij in je bekken te liggen. Indalingsweeën kun je voelen als een stekende pijn of wat je kunt voelen bij een menstruatie. Ook pijn in je lies of vagina kunnen wijzen op het indalen van je baby. Overigens kan het ook zomaar zo zijn dat je het helemaal niet merkt!

Vanaf wanneer indalingsweeën?

De meeste baby’s dalen in tussen de 30e en 38e week. Terwijl er ook baby’s zijn die pas indalen tijdens de bevalling zelf! Het is op zich natuurlijk wel een gebeurtenis die feitelijk met de bevalling te maken heeft, want dat is toch waarom je kindje indaalt. Alleen zegt het nog helemaal niets over het tijdstip waarop je werkelijk gaat bevallen. Het kan dus zomaar zo zijn dat je kindje al met 30 weken indaalt, maar pas na 41 weken geboren wordt. Terwijl een baby die met 38 weken indaalt misschien al direct geboren wordt.

Wat merk je van het indalen?

Zoals dus duidelijk mag zijn is dit niet bij iedere vrouw zo, maar je kunt het indalen voelen door deze indalingsweeën. Daarnaast kun je andere lichamelijke dingen ervaren. Zo kun je opeens weer meer lucht hebben, omdat je baby lager is gaan liggen en je dus weer meer ruimte in je lijf voor je longen hebt. Ook je maag is er blij mee. Minder last hebben van brandend maagzuur kan dus een bijkomend voordeel zijn. De baby ligt nu alleen meer op je blaas te drukken, dus veel moeten plassen kan nu juist een probleempje zijn. En je kunt het ook aan de buitenkant misschien waarnemen dat je baby anders ligt dan eerst.

Verkeerd indalen

De meeste baby’s zullen vanzelf goed komen te liggen en dus met hun hoofdje naar beneden. Omdat je kindje nu vastligt tussen je bekken, zal het ook niet zo snel meer draaien. Hierdoor kun je er zeker van zijn dat je kind goed ligt voor de bevalling. Omdat een bevalling waarbij het hoofdje eerst komt nu eenmaal soepeler verloopt en dus minder complicaties geeft voor zowel de moeder als het kind.

Is je kindje toch andersom gaan liggen, dan heb je een stuitligging. De verloskundige of gynaecoloog kan proberen om je kindje nog te draaien. Lukt dit niet, dan wordt er in overleg met jou gekozen voor een gewone (vaginale) bevalling of voor een keizersnede. Bij een stuitbevalling zul je wel in het ziekenhuis bevallen.

Voordelen van indalen

Een groot voordeel van al ingedaald zijn, is dat je zeker weet dat je baby in een mooie positie ligt voor de bevalling. Omdat diverse lichamelijke ongemakken hierdoor verdwijnen, kun je dit ook als een voordeel zien. Omdat de baby nu de baarmoedermond afsluit, kan de navelstreng geen kant op mochten je vliezen breken. Ook kan de ontsluiting zo goed op gang komen, als de tijd daar is.

Nadelen van indalen

Een nadeel van indalen kan voor jou zijn dat je minder makkelijk loopt en je meer moet plassen. En dat je last kunt hebben van de indalingsweeën.

Baby daalt niet in

Dat een baby niet indaalt hoeft op zich geen probleem te zijn, want dit kan ook gewoon tijdens de bevalling gebeuren. Toch zal de verloskundige of gynaecoloog rekening houden met een aantal risico’s. Zo zullen ze je adviseren om plat te gaan liggen als je vliezen mochten breken. Omdat jouw baby de baarmoedermond nog niet afsluit, kunnen er lichaamsdelen van het kindje naar buiten komen, zoals een handje. Maar ook de navelstreng. Laatstgenoemde is belangrijk voor je baby en zal buiten de baarmoeder te koud worden of afgekneld kunnen worden. Hierdoor komt je baby dus in gevaar.

Naast dit risico is er ook de vraag waarom je baby niet is ingedaald. Het kan namelijk ook zo zijn dat je baby niet is ingedaald omdat je kindje niet in het baringskanaal past. Helaas is dit niet van tevoren te bepalen en zal dit pas tijdens de bevalling geconstateerd kunnen worden. Overigens hoeft het niet zo te zijn dat je kind bijvoorbeeld heel groot is en daarom niet indaalt. Het kan ook tegengehouden worden doordat de bekkeningang wordt afgesloten door de placenta zelf. Of omdat er een vleesboom zit. Dit zijn oorzaken die natuurlijk wel op een echo te zien zijn.

Andere vroege weeën

Naast indalingsweeën zijn er ook nog de voorweeën waar je al tijdens je zwangerschap last van hebt en welke dus niets zeggen over je bevallingstijdstip. Voorweeën kun je ook omschrijven als oefenweeën. Ze worden ook wel harde buiken genoemd. Het grote verschil tussen voorweeën en echte ontsluitingsweeën is dat ze niet steeds heftiger worden en in sterkte toenemen. Heb je twijfels? Raadpleeg je verloskundige dan! Overigens kunnen harde buiken ook ontstaan door stress. Heb je dus last van deze weeën, zorg dan voor rust!

Wanneer bel je de verloskundige?

Je hoeft haar niet te bellen om door te geven dat je deze indalingsweeën hebt. Je kunt het gewoon de volgende keer op controle met haar bespreken. Als zij je buik controleert zal ze direct kunnen vertellen of je baby inderdaad is ingedaald. Heb je erg last van de indalingsweeën of ben je bang dat het toch echte weeën zijn, bel je verloskundige! Als de weeën langer dan een halve minuut duren, regelmatig komen, in sterkte toenemen en dus pijnlijk zijn: dat zijn allemaal tekenen van een echte wee. Uiteraard neem je dan direct contact op met je verloskundige.

Lees ook

Wil Cats
Volg me via: