Tijdens mijn eerste zwangerschap was ik 21 jaar oud. Hoe volwassen je op die leeftijd bent, verschilt natuurlijk enorm per persoon. Voor mij gold in elk geval dat ik nog middenin de puberale onzekerheid zat en dat ik tegenover een oudere man kwam te zitten, compleet met barse stem en handen als kolenschoppen – niet echt bevorderlijk. Ik vond het een beetje lastig. Misschien ook omdat hij gewoon eerlijk was en ik dat niet wilde horen?

Verloskundigen in allerlei soorten en maten

Hoe dan ook: verloskundigen komen in allerlei soorten en maten. En omdat zo’n eerste bezoek toch behoorlijk spannend is, neem ik je graag virtueel mee in alle afspraken die voorbij zullen komen. Zo ben je in elk geval goed voorbereid en kan je hopelijk met een gerust hart het hele traject gaan vervolgen. Probeer er vooral een beetje van te genieten: uiteindelijk is je verloskundige de persoon met wie je, naast je partner, komende maanden de meest intieme momenten zal gaan delen.

Welke verloskundige?

Woon je in een klein(er) dorp, dan is de keus vaak beperkt tot één praktijk, maar in de stad kan je vaak veel meer kiezen. Het kan praktisch zijn om te kiezen voor de verloskundige gaat die het dichtstbij zit. Niet in de laatste plaats omdat hij of zij in geval van nood zo snel mogelijk bij je kan zijn.

Aan de andere kant is het ook belangrijk dat je jezelf goed voelt bij de keus die je maakt. Uiteindelijk is de ene praktijk de andere niet. Hier kan je aan de hand van je woonplaats en postcodegebied zien welke verloskundigenpraktijken voor jou in aanmerking komen. Bovendien staat op de site ook meteen met hoeveel verloskundigen je te maken kan krijgen, of ze geregistreerd staan bij de Koninklijke Nederlandse Organisatie voor Verloskundigen (KNOV) en of ze een kinderwensspreekuur aanbieden.

Wanneer neem je contact op met de verloskundige?

De eerste afspraak vindt plaats bij 8-10 weken. Daarom adviseert de KNOV om te bellen als je zes weken zwanger bent.

Wat gebeurt er tijdens de eerste afspraak?

Als je voor het eerst kennismaakt met je verloskundige, komen er veel zaken aan bod. De verloskundige wil van alles weten over jullie. Denk aan:

  • Hoe is de gezinssituatie
  • Wie zijn jullie zelf?
  • Zijn er bepaalde ziekten of aandoeningen in de familie die belangrijk zouden kunnen zijn voor het verloop van de zwangerschap?
  • Komen er meerlingen in de familie voor?

Het is dus handig als je partner meekomt naar het eerste gesprek.

Daarnaast kunnen er een aantal testen gedaan worden als onderdeel van een lichamelijk onderzoek:

  • Bepalen van de uitgerekende datum
  • Bloeddruk meten
  • Wegen
  • Bloed prikken (ter controle op ziektes en aandoeningen, je ijzergehalte en bloedsuiker)
  • Urinemonster (aanwezigheid eiwitten en glucose; belangrijk om te kunnen zien of je een blaasontsteking hebt en het biedt belangrijke informatie over je bloeddruk)
  • Buik voelen
  • Doorverwijzing echoscopie
  • Invullen zwangerschapskaart (gebeurt tegenwoordig steeds vaker digitaal) en de volgende afspraak plannen
  • Jouw/jullie vragen behandelen.

Tip: er komt tijdens zo’n eerste gesprek vaak veel op je af. Het is daarom goed om vooraf na te denken wat je eventueel wil weten, welke onzekerheden je ervaart en of er praktische zaken zijn waarbij je hulp nodig hebt. Schrijf ze vast op, zodat je ze niet vergeet.

In sommige plaatsen gebeurt het afnemen van bloed en inleveren van een urinemonster in een aparte poli. Hier krijg je dan een formulier voor mee.

Wanneer ga je naar een gynaecoloog?

De gynaecoloog werkt in het ziekenhuis. Je komt hier eigenlijk alleen terecht wanneer je complicaties ervaart of als je een verhoogd risico hebt. Denk bijvoorbeeld aan een eerdere keizersnede, meerlingzwangerschap, grotere kans op een miskraam, hoge bloeddruk of als je pre-eclampsie symptomen vertoond. Ook wanneer je kans loopt (veel) te vroeg te bevallen, zal je meestal onder supervisie van de gynaecoloog komen te staan. Verder ga je eigenlijk bijna altijd naar de verloskundige.

Je kan ook halverwege de zwangerschap worden doorverwezen naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld wanneer je verloskundige constateert dat je bloeddruk gevaarlijk hoog is of als je bloedgroep een dusdanige afwijking heeft, dat je baby gevaar loopt.

Welke taken heeft een verloskundige tijdens je zwangerschap

De twee belangrijkste taken van een verloskundige zijn:

  1. Controle en onderzoek
  2. Voorlichting

Onder controle en onderzoek valt bijvoorbeeld dat ze je gewichtstoename en bloeddruk in de gaten houdt, de baby bekijkt via echoscopie en luistert naar het hartje. Verder kijkt ze ook naar je mentale gesteldheid. Vind je het (door omstandigheden) zwaar om in verwachting te zijn of heb je juist een droomzwangerschap?

Daarnaast is ze (of hij) dé persoon voor al je vragen rondom zwanger zijn, om te luisteren naar je onzekerheden en je te helpen voor, tijdens en na de bevalling. Deze voorlichting kan heel wat negatieve gevoelens ontkrachten. Vaak helpt het al om te horen dat bepaalde gevoelens erbij horen en je niet de enige bent.

Termijnecho

De eerste echo die je krijgt tijdens je zwangerschap heeft als doel te bepalen hoelang je op dat moment zwanger bent. Dat kan zeer nauwkeurig, omdat baby’s tot een week of twaalf ongeveer gelijk groeien. Pas na die tijd worden verschillen in lengte etc. duidelijk. Je verloskundige kijkt naar:

  • Een kloppend hartje
  • Grootte van de baby (en dus hoelang je op dat moment zwanger bent)
  • Of er sprake is van een meerling
  • De ontwikkeling van verschillende organen
  • Nekplooi-meting (als je dit wil weten; alleen mogelijk tussen week 11 en 14)
  • In bepaalde gevallen kan besloten worden een tweede termijnecho te doen.

Prenatale screening op Downsyndroom en andere lichamelijke aandoeningen

Misschien bestaat in je familie verhoogde kans op bepaalde aandoeningen of wil je gewoon zelf weten waar je aan toe bent. In dat geval kan je op dit moment kiezen voor vier soorten onderzoek. (Naast het Downsyndroom kijken ze tegenwoordig ook naar trisomie 13 (Pataussyndroom) en trisomie 18 (Edwardssyndroom).

NIPT

Vanaf 10 weken kan je kiezen voor een NIPT – Niet Invasieve Prenatale Test. Deze test geeft bijna volledige zekerheid (99% bij Downsyndroom, iets minder bij het syndroom van Patau of Edwards). Bij de NIPT wordt het bloed van de zwangere vrouw onderzocht, omdat daar vanaf tien weken zwangerschap ook het DNA van haar kindje in te vinden is

Over het algemeen krijg je hiermee een heel goed beeld, al is de uitslag niet 100% betrouwbaar. Je kindje zou dus alsnog één van de syndromen kunnen hebben, maar de kans daarop is vrij klein bij een positieve NIPT. Het voordeel hiervan is bovendien dat je kindje geen enkel risico loopt, zoals bij de vlokkentest en vruchtwaterpunctie wel het geval is.

Combinatietest

Bij de combinatietest krijg je te horen hoe groot de kans is op het syndroom van Down, Patau of Edwards. Aan de hand van een combinatie van de dikte van de nekplooi, bloedonderzoek én de leeftijd van de zwangere wordt een kansberekening gedaan. Gunstig is 1:200 en daarboven (1:500 bijvoorbeeld), daaronder zit je in de risicozone. Daarbij zei onze verloskundige altijd dat 1:50 nog altijd betekent dat 49 op de 50 kindjes gezond wordt geboren.

Omdat het een kansberekening is, geeft de uitslag geen uitsluitsel over de daadwerkelijke aanwezigheid van één van de syndromen. Daarvoor is verder onderzoek nodig, indien gewenst.

Vlokkentest en vruchtwaterpunctie

De enige twee onderzoeken die bijzonder specialistisch medisch onderzoek vereisen zijn de vlokkentest en vruchtwaterpunctie. De vlokkentest neemt weefsel van de placenta af via de vagina of buik