101 buitenspeelactiviteiten & spelletjes

De kinderen vinden het heerlijk om buiten spelen, zelf vind ik het echter nog best frisjes buiten. Als de zon schijnt kan de temperatuur gelukkig snel oplopen. Dan gaat de achterdeur open en mogen ze in de achtertuin spelen, deze is volledig omheind en zo kindvriendelijk mogelijk ingericht. Door het raam houd ik dan een oogje in het zeil, al hoor je het snel genoeg als het mis gaat. Op de peuterspeelzaal spelen ze ook regelmatig buiten en leren ze dus iedere keer nieuwe spelletjes.  De leukste ideeën heb ik op een rijtje gezet. Mocht je kind zich vervelen of niet weten wat het kan doen tijdens het buiten spelen, print dan de lijst uit en maak hier losse stroken van voor in een activitypot of laat met darts bepalen wat ze gaan doen. Sommige spelletjes kan je alleen doen, voor andere moet je juist samen met je vrienden zijn. Ook leuk natuurlijk morgen voor de buitenspeeldag!


101 activiteiten, spelletjes en uitstapjes buiten - Mamaliefde.nl

Lees ook: De leukste lente activiteiten en knutsels voor peuters en kleuters

Met speelgoed

  • Ballenbad; In een speciaal gekocht ballenbad, maar ook een klein zwembadje of een pop-uptent kan je heel leuk een ballenbad inrichten. Als alternatief kun je een zwemstick in stukjes snijden en als ‘ballen’ gebruiken.
  • Stoepkrijten; met stoepkrijt (krijtjes of spray) buiten op de tegels tekenen. Probeer bijvoorbeeld eens een schaduwportret of een minispeurtocht.
  • Steppen; Op de step spelen
  •  In de zandbak spelen; In de zandbak in de achtertuin, de speeltuin of de ‘zandbak’ op het strand.
  • Springtouw; touwtje springen kan alleen of met zijn drieën (of tweeën met een hulpmiddel) ook hiervoor zijn verschillende liedjes om te zingen.
  • Vliegeren; Met een vlieger heerlijk op het strand of andere open plek spelen.
  • Twister; Op een groot veld met kleurtjes de meest vreemde posities aannemen waarbij een ‘klok’ de kleur bepaalt en een andere klok het lichaamsdeel (linkerhand, linkervoet, rechterhand, rechtervoet). Dit kan je ook op een groot laken of wit douchekleed tekenen of met stoepkrijt op de tegels.
  • Hoelahoepen; rondom je middel (of arm) een hoepel zoveel mogelijk rondjes te laten draaien / in de lucht te houden
  • Zaklopen; In een grote (post)zak zo snel mogelijk een parcours afleggen.
  • Skippyballenrace; Met een skippybal zo snel mogelijk een parcours afleggen.
  • Bellenblazen; Met een bellenblaas zoveel mogelijk bellen maken, of kapot maken.
  • Blik gooien; Een aantal blikken als een pyramide op elkaar stapelen en proberen zoveel mogelijk in één beurt om te gooien met een bal vanaf een streep.
  • Skaten; Op inlineskates of rolschaatsen een rondje maken of kunstjes doen.
  • Fietsen; Zelf fietsen (al dan niet met zijwieltjes) of bij mama of papa voor of achterop de fiets een rondje maken.
  • Croquet; Met een soort lange hamer een bal door een parcours van poortjes heen tikken in zo min mogelijk slagen.
  • Hinkelen
  • Knikkeren
  • Op de trampoline springen
  • Met de watertafel spelen
  • In de tipi spelen
  • Op de loopfiets
  • Spelen met de parachute

Lees ook: Top 10 populairste buitenspeelgoed (voor iedere leeftijd)
Lees ook: Buitenspelen, in een kleine tuin

(Groeps)spelletjes

  • De boom wordt hoe langer hoe dikker; een lange slinger maken van kinderen hand in hand, en dan terwijl je zingt ‘de boom die wordt, hoe langer, hoe dikker’ lopen alle kinderen om een kindje heen als een boom die dikker wordt.
  • Ratten en raven; De groep wordt in tweeën gesplitst; de ene helft zijn de ratten, andere helft raven. Deze staan tegenover elkaar in het midden van een speelveld. Zodra er ratten genoemd worden moeten deze zo snel mogelijk naar de zijkant van het veld rennen en de raven hen tikken. Wordt er raven geroepen, is het andersom. Het team dat als eerste de andere heeft afgetikt, wint.
  • Kat en muis;  Spel waarbij je aardig wat kinderen nodig hebt. Deze staan in rijen naast elkaar. Eén kind is de kat, de ander de muis, de kat moet de muis vangen. Zodra de leiding ratten noemt draaien de overige kinderen negentig graden met hun armen waardoor de rijen veranderen van horizontaal naar verticaal.
  • Hollandse Leeuwen; Een soort overlopertje waarbij er in het midden van het veld een tikker staat die de kinderen moet op tillen. Als dat lukt zijn zij ook tikker tot er maar één overblijft. Ook wel bekend als Britse Bulddog.
  • Mama, mama hoe laat is het; Overloopspel waarbij één kind met zijn gezicht naar de muur draait. De overige kinderen roepen dan ‘Mama, mama hoe laat is het’ waarop de ‘mama’ een tijd roept, bijvoorbeeld drie uur en de kinderen dan drie stappen mogen zetten. Mama kan er echter ook voor kiezen om te roepen etenstijd als ze denkt dat de kinderen dicht bij de eindstreep zijn. Dan draait ze zich om en probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken die niet snel genoeg naar de beginstreep terugrennen. Zet je zulke grote stappen dat je de muur haalt heb je gewonnen. Je kan dus kiezen voor strategisch spel en kleine stapjes zodat je snel terug bent of grote met grotere kans om te moeten rennen.
  • Dierengeluidenspel; In het bos (of andere omgeving) zitten dieren verstopt die geluid maken en de kinderen moeten deze zoeken en dan het dier benoemen.
  • Vossenjacht; variant op het dierengeluidenspel, maar dit kan je ook in een bewoond gebied spelen. In een bepaalde omgeving zitten de ‘vossen’ (verklede) mensen verstopt die de groepjes kinderen moeten vinden.
  • Nachtwacht; In het donker of in een bos verstoppen alle kinderen zich. Een kind is de nachtwacht en roept ‘de klok slaat tien uur’ waarop een kind dat het nummer tien heeft gekregen het geluid van een dier maakt. De nachtwacht moet dan raden wat voor dier dit is / het kind vinden. Zodra alle kinderen zijn gevonden is het spel afgelopen.
  • Regenboogspel; In het bos hangen verschillende kaartjes met kleuren in een bepaalde volgorde. De kinderen worden in duo’s verdeeld en telkens mag er een kind het bos in om zo’n kaartje te zoeken. Hij probeert zo snel mogelijk het nummer en de ‘kleurcode’ te onthouden en door te geven aan de basis. Waar maar één kind tegelijk mag komen. Als het goed is (of niet) mag de ander het proberen. Het duo dat als eerste alle combinaties goed heeft wint.
  • Annemaria Koekoek; Een persoon staat bij de muur en is Annemaria. Zij roept ‘Annemaria koekoek’ (heel langzaam of juist heel snel) en draait zich dan om. De overige kinderen mogen lopen zodra ze met de rug naar hen toe staat. Als ze zich omdraait is het zo snel mogelijk bevriezen. Wie Annemaria ziet bewegen is af en moet opnieuw beginnen. Lukt het je om de eindstreep te halen zonder gespot te worden win je.
  • Tikkertje; Hiervan zijn verschillende varianten zoals kleurentikkertje, bevrijdingstikkertje etc.
  • Verstoppertje
  • Belgisch verstoppertje (of omgekeerd verstoppertje); Hetzelfde als verstoppertje, maar dan met een persoon die zich verstopt. Zodra anderen hem vinden gaan ze erbij zitten. Totdat iedereen het heeft gevonden.
  • (Jongens en meisjes) pakkertje
  • Schipper mag ik overvaren; Eén persoon staat in het midden van het veld. De rest staat aan de beginstreep en zingt ‘Schipper mag ik overvaren, ja of nee, Hoe?’ waarop de schipper een opdracht geeft. Variërend van hinkelend, tot aan als een slang etc. De rest moet dan op die manier overkomen terwijl de schipper op die manier de rest probeert te tikken.
  • Speurtocht
  • Ruilen voor een appel en ei (of spreekwoordelijk appel en ei) waarbij groepjes een item krijgen dat ze moeten ruilen voor een groter / waardevoller item.
  • Bevrijdingstikkertje; Tikkertje waarbij je de ander kan bevrijden door onder zijn poortje te kruipen zodra de tikker even aan de andere kant van het veld is.

Balspelen

  • Stand in de mand; Een speler met de bal staat in het midden. Hij roept ‘Stand in de mand en de bal is voor’… en terwijl hij een naam roept gooit hij de bal in de lucht. Iedereen moet zo hard mogelijk wegrennen op de persoon na die genoemd is. Hij moet zo snel mogelijk de bal vangen en roept stop zodat iedereen stil staat. Vervolgens probeert hij deze door het poortje van een ander te rollen. Die dan ‘af’ is of de gooier wordt.
  • Iemand is hem, niemand is hem; Iedereen staat in een veld, de bal wordt daar in gegooid en iemand vangt de bal en probeert vervolgens de rest ‘af te tikken’ met de bal. Als er drie af zijn mag de eerste weer in het veld.
  • Fopbal; Alle kinderen staan in een kring met in het midden iemand met een bal. Die ‘fopt’ iemand uit de kring alsof hij de bal wilt gooien. Zijn de handen zichtbaar is die persoon af. Het kan ook zijn dat de bal echt gegooid wordt en dan moet hij gevangen worden en teruggegooid, anders ben je ook af.
  • Ik verklaar de oorlog aan..; hiervan zijn meerdere varianten, hier vind je een uitgebreide speluitleg.
  • Stoepranden; Dit kan met twee personen, ieder staat aan een kant van de weg (rustige niet doorgaande weg) waarbij je probeert om van een afstandje de stoep van de ander te raken.
  • Trefbal; Twee groepen waarbij je vanuit het ene veld probeert de andere af te gooien door te raken met de bal. Wordt de bal gevangen ben je zelf af en moet je naar de achterlijn van je tegenstanders. Vanaf daar mag je ook proberen om de tegenstander af te gooien als je de bal binnen handbereik krijgt. Het veld dat als eerste leeg is verliest.
  • Lummelen; kinderen staan in een kring met een persoon in het midden die de lummel is en de bal moet proberen te vangen.
  • Buskruit; De bal wordt zover mogelijk weggegooid. Terwijl de persoon die hem is, de bal terughaalt (met de ogen naar beneden gericht / achteruit) mag de rest zich gaan verstoppen. Zodra de bal terug is mag er gezocht gaan worden en verloopt het als een normaal verstoppertje. Als je je hebt vrijgebuut mag je echter de bal weer wegschoppen zodat deze gehaald moet worden en de rest gelegenheid krijgt zich beter te verstoppen.
  • Jongleren

Behendigheid / teamspelen

  • Hindernisbaan; Een hindernisbaan kan je uitzetten met fysieke hindernissen zoals tafels, stoelen, kruiptunnels etc., hindernissen die al in de omgeving aanwezig zijn. Om het moeilijker te maken kan je handen of voeten aan elkaar binden etc.
  • Ballon trappen; aan je voet zit een touwtje met een ballon. Het is de bedoeling die zo snel mogelijk kapot te trappen. Alternatief bij meerdere spelers is zo snel mogelijk de ballon van de ander kapot te trappen.
  • Spijkerbroekhangen; wie het langste aan een spijkerbroek kan hangen.
  • Spijkerpoepen; een spijker aan een touwtje rondom je middel en dan proberen die in een fles te laten zakken.
  • Spinnenweb klimmen (met belletjes); Met touw wordt er een ‘spinnenweb’ gemaakt met gaten waardoorheen je moet klimmen zonder de belletjes die aan de touwen hangen te laten rinkelen. Om het moeilijker te maken / voor teambuilding mag ieder gat slechts één keer gebruikt worden en moet je dus strategisch kiezen wie welk gat neemt en in welke volgorde.

Natuur

  • Modder maken; met zand en water spelen, al dan niet in een modderkeuken.
  • Vogelhuisje maken; In kant-en-klaarpakketjes en dan alleen nog in elkaar zetten en versieren of helemaal vanaf niets maken.
  • Voerballen; met vogelzaad en vet voerballen maken. Met name voor in herfst.
  • Help met het verwijderen van onkruid
  • Plantjes water geven; al dan niet met een zelfgemaakte gieter van een oud melkpak.
  • Kikkerdril vangen
  • Mieren / lieveheerstbeestjes vangen
  • Stenen schilderen
  • Bloemen / natuur mandala maken
  • Boompje verwisselen
  • Natuur scavenger hunt; foto’s maken (of afbeeldingen) van dingen die je in de natuur kan vinden, bloemen, bladeren, zaden etc. die de kinderen moeten gaan zoeken.
  • Water zuiveren
  • Bloemen plukken
  • Slootje springen
  • Plantjes zaaien
  • Hond uitlaten
  • Eendjes eten geven
  • Hond uitlaten (of konijn, kat etc.)

Met water

  • Met de Hond uitlatenspelen
  • Met waterballonnen volleyballen; twee velden met in het midden een net of een zeil waarover de waterballonnen gegooid moeten worden.
  • Watergevecht; Twee teams (of als individu) met sponsen, waterpistolen, emmers of wat dan ook, zoveel mogelijk kinderen nat maken.
  • Waterballon darten; Waterballonnen aan een bord prikken en dan kapot gooien met darts.
  • Waterbaan maken; Met lege flessen een parcours maken waar water langs kan stromen.
  • Flessenvoetbal; met een bal de fles van je tegenstander zo snel mogelijk proberen om te schoppen totdat hij leeg is.
  • Met een waterpomp spelen
  • Zwemmen
  • IJsschotsen laten ontdooien / uitbikken, al dan niet met baking soda en azijn voor bruisend effect of met speelgoed erin.

Lees ook: De leukste waterspelletjes
Lees ook: De leukste waterspelletjes bij warm weer

Uitjes

Creatief

  • Schaduwgezichten maken; op een groot vel je gezicht omtrekken en dan verder inkleuren als portret.
  • Liedjes zingen
  • Schimmenspel; als de zon goed fel schijnt kan je een laken ophangen en dan met de zon als lichtbron van achteren een schimmenspel spelen.
  • Levend schilderij; samen beeld je iets uit van een schilderij / foto.
  • Reuzenschilderij maken
  • Gipsafdruk in zand
  • Regenmeter maken
  • Vliegtuigen spotten
  • Met gekleurde rijst spelen
  • En natuurlijk de Kamperen

Op zoek naar nog meer spelletjes en buitenactiviteiten met uitleg? Kijk dan eens op; Jeugdactiviteiten.nl, Spelensite.be, Scoutpedia.nl, SamenspelopdebsoNatuurmonumenten en Wij-spelen.nl.

Welk spelletje speelde jij vroeger altijd?

Volgende
Vorige

Comments ( 5 )

Enroll Your Words

CommentLuv badge

To Top
// and these part of the code may be inserted in the end of HTML document of your website to exclude delays in loading of your main content.