Zutphen ligt in het noordoosten van de provincie Gelderland. De stad ligt aan de rivier de IJssel en aan de monding van de Berkel. Zutphen wordt nog net als de ‘poort’ tot de streek de Achterhoek gerekend. De stad neemt met bijna 400 rijksmonumenten en ruim 500 gemeentelijke monumenten de eerste plaats in onder de Gelderse monumentensteden. In Nederland is Zutphen één van de belangrijkste historische stadskernen met een bijzonder groot aantal middeleeuwse, vooral 14e-eeuwse, huizen. Vanwege het grote aantal historische gebouwen met een toren wordt Zutphen ook wel de Torenstad genoemd. Omdat er in het centrum weinig tot geen moderne hoogbouw staat, zijn de historische torenspitsen goed zichtbaar en vormen zo de skyline van Zutphen. De titel Torenstad wordt vaak gebruikt in reclame-uitingen om toeristen te trekken. Leuke plaatsen in de buurt om te combineren zijn Apeldoorn, Arnhem, Deventer, Doesburg, Doetinchem, Lochem en Brummen.

Bezienswaardigheden Zupthen

Nog steeds zijn in het centrum van Zutphen nog vele sporen te vinden van de middeleeuwse bloeitijd van de stad, zoals van de ommuring: de Drogenapstoren uit 1444, de Bourgonjetoren uit 1457, de Kruittoren van begin 14e eeuw, de Spanjaardspoort (een barbacane-voorpoort van de oude Nieuwstadspoort uit 1537) en diverse waltorens aan de Bornhovestraat en Armenhage (13e eeuw). Daarnaast zijn er ook nog grote stukken stadsmuur te vinden, waaronder een stuk bij de Drogenapstoren, en een stuk bij de Berkelpoort uit het begin van de 14e eeuw met resten van twee waltorens. In de middeleeuwse binnenstad vind je achter de veelal jongere gevels een groot aantal bakstenen huizen uit de late middeleeuwen. Vele tientallen dateren zelfs tot en met de kapconstructie van voor 1400. Er zijn drie middeleeuwse kerken en resten van diverse kloosters en hospitalen. Aan de Groenmarkt, Houtmarkt en de Zaadmarkt staat een aantal statige panden. Hier woonden in de middeleeuwen maar ook in de 17e, 18e en 19e eeuw welgestelde burgers en kooplieden. Veel huizen hebben een middeleeuwse kern of zijn nog van kelder tot kap middeleeuws.

Drogenapstoren

De Drogenapstoren, oorspronkelijk de Saltpoort (zoutpoort) genaamd, is gebouwd in 1444-1446 als stadspoort en werd in 1465 weer dichtgemetseld; sindsdien staat hij bekend als toren in plaats van als poort. Stadsmuzikant Tonis Drogenap woonde er rond 1555 en gaf de toren zijn huidige naam. Van 1888 tot 1927 was de Drogenapstoren in gebruik als watertoren. Er werd een watertank van 180 m³ in de bestaande toren gebouwd. Na 1927 besloot het bestuur van Zutphen tot de bouw van een nieuwe watertoren ter vervanging van het reservoir in de Drogenapstoren. In de Tweede Wereldoorlog werd de Drogenapstoren gedeeltelijk opgeblazen, waarbij de Duitsers zonder dat ze het wisten tegelijkertijd een deel van de wapenvoorraad van het verzet vernietigden. In de jaren zestig heeft de toren een nieuwe spits gekregen die in originele stijl werd gebouwd. Uit kostenoverweging werden echter de karakteristieke dakkapelletjes, die de spits hiervoor sierden, weggelaten. In 1983 is de Drogenapstoren geschikt gemaakt als woonhuis.

De straatmuzikant Tonis woonde in Zutphen rond 1555 en vernoemde de toren naar zichzelf. Drogenap was zijn bijnaam. Waarschijnlijk werd hij zo genoemd omdat hij nogal veel dronk. Een nap is een soort drinkbeker. Een andere theorie is dat hij zo werd genoemd omdat hij heel arm was. In 1999 werd besloten bij de toren een standbeeld van Drogenap op te richten. Niet de figuur zelf, maar alleen diens kleding in brons is weergegeven. Omdat de sculptuur hol is en aan de achterzijde open, kan nu iedereen in de huid van Drogenap kruipen. De voor Drogenap kenmerkende trompet is uiteraard onderdeel van het beeld.

Wijnhuistoren

De Wijnhuistoren is een voorbeeld van een belfort met klokkenspel en de toren van het Wijnhuis (waag, herberg, stadswacht en wijnhuis), in delen gebouwd tussen 1618 en 1642. In 1644 maakten de gebroeders Pieter en François Hemony voor deze toren het eerste zuiver gestemde carillon ter wereld. De Stichting “Vrienden van het Carillon” organiseert in de zomermaanden een reeks van concerten. De toren is een onderdeel van de herberg “to Vreden”, waarvan al voor 1326 sprake was. De oudste bouwfase is nog in de kelder aanwezig en komt uit 1300. Hier werden ook de openbare aankondigingen van het stadsbestuur gedaan. Het gebouw gaat terug op een grafelijk versterkt huis bij de ingang van de ringwalburg uit de 9e tot 12e eeuw. In de 14e eeuw stond er een stenen gebouw dat als herberg dienstdeed: die Taverne Tho Vreden. In 1420 kocht de stad het gebouw aan. Op het leien dak kwam een hoge dakruiter en in 1446 werd daar een uurwerk aan toegevoegd. Aan het einde van de Spaanse bezettingsjaren was het Wijnhuis en het torentje in verval geraakt.

In 1616 contracteerde de stad de Westfaalse steenhouwer Emond Helleraet voor de bouw van een nieuwe toren. Die kwam voor het Wijnhuis te staan.
Het uurwerk speelde een belangrijke rol als tijdsbepaling van de Zutphense zonnetijd. Tegenover de toren hing een zonnewijzer aan de gevel van Houtmarkt 51. De komst van de spoorwegen en een nationale tijd in 1864 maakte de zonnewijzer overbodig en het uurwerk van de Wijnhuistoren gaf vanaf dat moment de nationale tijd aan. In dat jaar werd ook het middeleeuwse Wijnhuis herbouwd. In 1920 ging de houten bovenbouw en het carillon grotendeels verloren bij een brand in de toren. Na de restauratie in 1924 werd een nieuw carillon in de toren gehangen. Deze ging verloren omdat de Duitse bezetter in 1943 het meenam. Tijdens de bevrijding ging het Wijnhuis, waar vanaf 1903 het museum was gehuisvest, in vlammen op. De toren bleef gespaard. Herbouw volgde in 1955. Het 17e-eeuwse zandstenen bordes in de Lange Hofstraat keerde niet terug. Sinds de zomer van 2016 is de toren te beklimmen.

Meer informatie vind je hier.

Bourgonjetoren

De Bourgonjetoren is een geschuttoren uit 1457 met muren van bijna vier meter dik, gebouwd tijdens de Gelders-Bourgondische oorlog. Dominee Johannes Florentius Martinet schreef omstreeks 1770 in het uit 1741 daterende theekoepeltje op de toren zijn wereldberoemde Katechismus der Natuur.

Meer informatie vind je hier.

Berkelpoort

De Berkelpoort is onderdeel van de stadsmuur, aan de oostelijke kant van de middeleeuwse stad. Het is een poort over de kleine rivier de Berkel. De waterpoort verbindt de oude stad en de Nieuwstad en is gebouwd rond 1320. Het werd in de middeleeuwen ‘Bovenberg’ genoemd. De westelijke tegenhanger werd in 1772 gesloopt.

Agnietenhof

De Agnietenhof, (ook wel Adamanshuis), wordt nu omgeven door gebouwen rondom een rechthoekig binnenhof. Je kunt door twee poorten de binnenruimte bereiken. De hof was vroeger onderdeel van het Agnietenklooster, een gebouw dat vanaf 1397 werd bewoond door vrouwen die vroom wilden leven. Het klooster was gewijd aan St. Agnes. In de 15e tot midden 16e eeuw groeide het klooster uit tot de rijkste van de zes vrouwenconventen die Zutphen telde. De Spaanse bezetting zorgde voor het verval van de orde en rond 1600 vertrok de laatste bewoonster. Het beeld dat in de hof staat is van een zuster ‘des Gemenen Levens’ die de was op de bleek legt. Het is gemaakt door de beeldhouwster Maïté Duval.

Walburgiskerk

De Walburgiskerk (ook wel bekend als Walburgkerk), is een kerk aan het ‘s-Gravenhof. De huidige kerk komt voor het grootste deel uit de eerste helft van 13e eeuw; sinds de 16e eeuw heeft ze haar hedendaagse uiterlijk. De kerk werd gesticht en gebouwd als romaanse kapittelkerk omstreeks 1050, verbouwd in romaans-gotische Keulse stijl in 1200-1270, daarna vergroot tot een grote hallenkerk, een voorbeeld van rijke Nederrijnse gotiek. In de toren hangen zes klokken die nog altijd met de hand geluid worden, op zaterdagavond vanaf 18.00 uur en vóór de kerkdiensten. In de viering hangt het Angelusklokje, dat dagelijks te horen is.

Meer informatie vind je hier.

Bij de kerk hoort sinds 1561 de Librije, een bibliotheek met 750 oude, mooie, zware boeken die vastgeketend zijn op eeuwenoude lessenaars, om diefstal te voorkomen. Behalve de Librije zijn er nog maar twee andere ‘kettingbibliotheken’ bewaard gebleven, in het Italiaanse Cesena en het Engelse Hereford. De Librije is gesticht als een ‘openbare’ bibliotheek voor welgestelde burgers in de stad, en bezit tegenwoordig een belangrijke collectie van voornamelijk 15e-17e-eeuwse boeken.

Meer informatie vind je hier.

Broederenkerk

De Broederenkerk is een grote vroeg-14e-eeuwse kloosterkerk van de Dominicaner orde. Oorspronkelijk was op deze plek een grafelijk hof gevestigd. Er stond een zaal, die vermoedelijk onder graaf Otto II rond 1250 gebouwd is. Graaf Reinoud I van Gelre begon met de bouw van een grotere zaal, maar moest de bouw staken, vermoedelijk door het verlies van de slag bij Woeringen (1288). In 1293 schonk Margaretha van Dampierre, de vrouw van Reinoud I van Gelre, de grond met daarop de grafelijke zaal en de onafgebouwde grotere zaal aan de Dominicaner monniken, die enkele jaren daarvoor in Zutphen waren gekomen. Graven en gravinnen stichtten vaker kloosters en begijnhoven. De dominicanen of predikheren namen de voltooide zaal als slaapzaal in gebruik en voltooiden de grote zaal rond 1310 als kerk, de huidige broederenkerk. Dit is in de kerk nog zichtbaar, de onderste meters gebruiken een andere steensoort en zijn ook in een hogere kwaliteit uitgevoerd.
De kerk heeft in de 16e eeuw mooie gewelfschilderingen gekregen. In de loop der eeuwen is de kerk weinig veranderd, behalve dat in 1772 een nieuwe dakruiter aan de kerk werd toegevoegd en in 1826 een neoclassicistisch ingangsportaal aan de zuidzijde.

Na de verovering van Zutphen door Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, kwam de kerk in protestantse handen, onder meer onder de hoede van de Waalse kerk en de Nederlandse Hervormde Kerk. In de loop der tijd kwam de kerk leeg te staan, waarna in 1983 de openbare bibliotheek er zich vestigde.
In de kerk is in de muur van de zuidelijke zijbeuk een gildesteen ingemetseld van Het Viergekroonde Gilde, een gilde van bouwvakkers. De steen is uit het midden van de 17e eeuw. In de steen is in reliëf een kader met opschrift aangebracht, met daarboven de vier kronen van het gilde. Links en rechts van het opschrift zijn zes wapenschilden zichtbaar van de ambachten die vielen onder het patronaat van de Gekroonden. In de wapenschilden zijn de verschillende gereedschappen van de beroepen afgebeeld.

In het koor zijn onder meer bustes van voor de Dominicanen belangrijke heiligen afgebeeld. In het schip zie je naast sierlijke ranken, de wapens van personen uit de stedelijke elite afgebeeld, die via de Broederschap van de Onze Lieve Vrouwe bij het klooster betrokken waren. Op de kerk staat een dakruitertorentje uit 1771, waarin het poorterklokje hangt dat nog altijd luidt tussen 21.50 en 22.00 uur waarna (tot 1853) de poorten van de stad werden gesloten. Tevens luidt de klok dagelijks 1 minuut om 18.00 uur ter herinnering aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog.

Meer informatie vind je hier.

Nieuwstadskerk

De Nieuwstadskerk is nu de katholieke Sint-Johannes de Doperkerk, in de middeleeuwen bekend als Onze-Lieve-Vrouwe op de Nieuwstad. Gesticht als parochiekerk omstreeks 1250 van de nieuwe stadsstichting. Hij wordt in 1272 voor het eerst vermeld als Heilige Mariakerk. Het is een driebeukige hallenkerk. Het middenschip en het onderste deel van de toren dateren uit de late 13e eeuw. Uitbreidingen kwamen tussen 1439 en 1442 (verhoging en naaldspits toren), 1455-1459 (koor) en 1480 en 1530 (verbouwing tot hallenkerk met noorder- en zuiderzijbeuk). Het is de enige kerk met vier originele middeleeuwse luidklokken.

De klokkentoren had oorspronkelijk drie geledingen, maar werd in 1439 verhoogd tot vijf geledingen. De toren is tegenwoordig 77 meter hoog en heeft een ingesnoerde naaldspits. In 1572 werd de kerk geplunderd door de soldaten van het Staatse leger onder leiding van Willem van den Bergh. Tijdens de reformatie ging de kerk over in protestantse handen. Tijdens de Franse overheersing gaf koning Lodewijk Napoleon Bonaparte de kerk weer aan de katholieke gemeenschap, die hem in 1816 wijdde aan Johannes de Doper.

Musea in Zutphen

Stedelijk Museum Zutphen

Het Stedelijk Museum Zutphen is een cultuurhistorisch museum dat de geschiedenis van de stad Zutphen en omgeving in beeld brengt. Het Verhaal van Zutphen wordt chronologisch en thematisch verteld aan de hand van bijzondere objecten waarvan sommige tot de oudste van Nederland behoren, zoals het ‘oudste horloge’ (de Zutphense kwadrant uit 1300), het ‘oudste stripverhaal’ (de Maan- en klaagbrief uit 1493) en de oudste foto uit 1839. Ook onder meer de Vikingaanval in 883 op Zutphen, de Hanzetijd en de Tachtigjarige Oorlog komen aan bod.

Via de Schelpenpoort uit 1697, bekleed met 10.000 schelpen, gesmolten glas en gesinterd steen kom je in de museumtuin. Rechts is de oranjerie met de entree van de Musea Zutphen, de museumwinkel en het auditorium, links het museumcafé.

Het museum is in 1903 ontstaan als ‘Oudheidkamer van de Gelderse stad Zutphen en de Graafschap’. De collectie had toen ongeveer 500 voorwerpen, in 2012 waren dit er inmiddels 30 duizend, en een half miljoen afbeeldingen. De collectie bestaat uit schilderijen en prenten, kerkelijke kunst, archeologische en historische voorwerpen, kunstnijverheid, textiel en speelgoed. Bijzonder in de collectie is het Zutphens zilver. Van 1954 tot 2017 was het museum gevestigd in de slaapzaal en de eetzaal van het Dominicaner klooster uit de 13e eeuw. De Broederenkerk maakte onderdeel uit van dit klooster. In deze kerk is sinds 1983 de openbare bibliotheek van Zutphen gevestigd. In mei 2017 verhuisden de Musea Zutphen (Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak) samen met de archeologische dienst naar het Hof van Heeckeren. Dit stadspaleis is gelegen aan het ’s Gravenhof.

Op 20 maart 2013 werden er bij een inbraak negen zilveren voorwerpen gestolen: vier schuttersketens uit de 15e, 16e en 17e eeuw, twee avondmaalsbekers, een mosterdpot, een herinneringsbeker en een pronkbeker. Ook zou er een zilveren tafelstuk zijn meegenomen. Eind 2017 werden alle stukken – uitgezonderd het zilveren tafelstuk – door de Amsterdamse politie teruggevonden en teruggegeven aan het museum.

Meer informatie vind je hier.

Museum Henriette Polak

Dit is een museum voor Nederlandse figuratieve kunst uit de 20e eeuw, vernoemd naar Henriette Polak-Schwarz. Het werd geopend in 1975.
De naam dankt het aan één van de oprichters. Met de beeldende kunstenaar Joop Sjollema (1900-1990) ontwikkelde zij een plan voor het oprichten van een museum. Zo ontstond de Stichting Henriette Antoinette, die begon met het verzamelen van een collectie modern-klassieke kunstwerken. Daarin werd werk opgenomen van onder meer de kunstenaars Constant Nieuwenhuijs, Kees Maks, Wim Oepts, Kees Verwey, Jan Wiegers en Nicolaas Wijnberg. De collectie werd tijdelijk ondergebracht in het Rosa Spier Huis in Laren. Na enkele jaren ging men op zoek naar een definitief onderkomen. Dat werd het herenhuis De Wildeman aan de Zaadmarkt in Zutphen en het middeleeuwse pakhuis daarachter aan de Rode Torenstraat. In 1975 werd de gemeente Zutphen eigenaar van de gebouwen en de collectie. Doordat Henriette Polak overleed in april 1974 heeft zij de opening niet mogen meemaken. Een deel van het werk van Joop Sjollema werd in 1990 nagelaten aan het museum.

In 2017 verhuisden het Museum Henriette Polak en het Stedelijk Museum Zutphen, samen met de archeologische dienst van Zutphen, naar het rijksmonument Hof van Heeckeren, onder de nieuwe naam Musea Zutphen. Dit stadspaleis is gelegen aan het ‘s-Gravenhof in het historische hart van Zutphen. De opening vond plaats op 13 mei 2017.

Meer informatie vind je hier.

Museum Erve Eme

Verscholen op het terrein van de Kaardebol is een archeologisch openluchtmuseum. Erve Eme toont de vroege en roemrijke geschiedenis van Zutphen in de vroege middeleeuwen. Zutphen was toen een klein maar belangrijk stadje in wording. Erve Eme brengt de vroege middeleeuwen tot leven; een mooi ingerichte woonboerderij, een smidse, een kleine hutkom en een ovengebouw met brood- en pottenbakkersoven. Verder vind je op het terrein een bijenstal, moes- en kruidentuinen en velden met oude gewassen. Tijdens evenementen vertellen ambachtslui over hun werk en geven zij demonstraties. Als bezoeker ervaar je zo hoe mensen in die tijd leefden.

Tijdens Pasen organiseert Erve Eme ieder jaar een mooie middeleeuwse ambachtenmarkt. Diverse ambachtslui geven demonstraties en acteurs, gekleed in prachtige middeleeuwse kleding, vertellen je met plezier over de vroege middeleeuwen. Verder kun je bij Erve Eme terecht voor diverse arrangementen, kinderfeestjes en workshops.

Meer informatie vind je hier.

Bakkerij Museum

In het Bakkerij Museum bij de Warkense Molen zie je onder meer een authentieke bakkersoven in werking. Deze oven wordt gestookt met takkenbossen. De lekkernijen uit de bakkerij en streekproducten zijn te koop in het nostalgische winkeltje bij het museum. Ook kun je hier een kop koffie drinken met een krentenwegge of iets anders lekkers. Vrijwilligers leiden je rond in het museum en beantwoorden al je vragen. De toegang is gratis, maar een vrijwillige bijdrage voor het onderhoud van het museum en de molen is welkom.

Meer informatie vind je hier.

Museum Boer Kip

Dit is een stadsboerderij geheel beschilderd door amateurschilder Herman Kip. Hij was een Nederlandse boer en kunstschilder, ook bekend onder de naam Boer Kip, die zijn hele leven in De Hoven bij Zutphen woonde. De ouders van Herman Kip bewoonden een boerderij aan de Oude Touwbaan in de wijk De Hoven in Zutphen. Ze kregen vijf kinderen. De moeder overleed al op 58-jarige leeftijd. Herman nam uiteindelijk de boerderij over en zorgde samen met zijn broer Jo en zijn zus Anne tevens voor zijn vader. Al tijdens zijn jeugd interesseerde Herman zich voor tekenen, wat echter vooral door zijn moeder werd ontmoedigd. Door de werkzaamheden op de boerderij was er eerst weinig mogelijkheid om zijn kunstzinnige kant te ontwikkelen. Na de dood van zijn vader legde hij zich echter toe op het schilderen, de laatste 25 jaar van zijn leven. Hij leidde toen een teruggetrokken bestaan onder primitieve omstandigheden.

Als autodidact beschilderde hij vrijwel alle voorwerpen die zich in de boerderij bevonden (kasten, melkbussen, borden, klompen, enzovoort), maar hij maakte ook schilderijen, bijvoorbeeld stadsgezichten (Zutphen, Jeruzalem), Bijbelse taferelen en portretten. Hij heeft tijdens zijn leven nooit iets van zijn werk verkocht. De schilderstijl van Herman Kip kan als naïeve schilderkunst beschouwd worden. Soms doen zijn kleurrijke schilderijen en decoraties kinderlijk eenvoudig aan. Boer Kip liet zijn boerderij na aan de gemeente Zutphen en na zijn dood in 2006 werd deze op zijn verzoek opengesteld voor het publiek. Aan de inrichting en aankleding van de boerderij is niets gewijzigd sinds zijn overlijden.

Meer informatie vind je hier.

Museumwinkel Het Snoepje

In het hartje van het oude centrum van Zutphen is, sinds 2012 in het Ravenstraatje, een oud-Hollandse snoepwinkel geopend. In dit monumentale pand was de eerste vestiging van “De Nederlanden van 1845”, nu bekend als “Nationale Nederlanden”. Destijds opgericht door de families Dercksen en Henny. De winkel, met bezienswaardig interieur, toont een uitgebreide keuze van ruim 300 lekkernijen. Naast oud-Hollands snoep wordt speciaal buitenlands snoep aangeboden in leuke cadeauverpakkingen. Deze buitenlandse artikelen worden in kleine familiebedrijven vervaardigd. Het assortiment biedt ook snoep voor mensen met voedselallergie, zoals suikervrij, glutenvrij, lactosevrij, vegetarische en veganistische snoepjes.

Meer informatie vind je hier.

Activiteiten en uitjes

Stadswandeling Zutphen

Rond 1800 begon het Joodse leven in Zutphen op gang te komen. Aan het eind van de negentiende eeuw kende Zutphen een grote, bloeiende Joodse gemeenschap. De gevolgen van de bezettingsjaren 1940-1945 betekenden vrijwel het einde van de Joodse gemeenschap van Zutphen. Tijdens de ‘Stadswandeling Joods Zutphen’ kom je een aantal sporen tegen van Joods leven, variërend van het vroegere verenigingsgebouw Hof van Flodorf tot het vooroorlogse winkelstraatje Barlheze. Aan de hand van gebouwen, woonhuizen en winkelpanden wordt de geschiedenis van de Joodse inwoners van Zutphen verteld van de achttiende eeuw tot heden. Na afloop staat in de Synagoge koffie/thee klaar. Er wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd t.b.v. de restauratie van de Joodse Begraafplaats, Zutphen.

Meer informatie vind je hier.

Ambachtelijke rokerij Zuidvenne

Volg een rondleiding en proeverij bij de ambachtelijke rokerij Zuidvenne. Je wordt ontvangen met een kopje koffie/thee of water in de huiskamer van de ambachtelijke rokerij. De rookmeester neemt je mee naar het hart van het bedrijf. Tijdens de rondleiding komen diverse onderwerpen aan bod zoals de kwaliteitsbepaling van de vis, de conserveringstechnieken, hout en nog meer. De rondleiding wordt afgesloten met een proeverij van de authentiek gerookte producten. De rondleiding wordt gegeven vanaf 6 personen, reserveren verplicht.

Meer informatie vind je hier.

De Fiere Wijnakker

De Fiere Wijnakker laat je wijn in alle facetten zien en proeven. Maak kennis met het ambachtelijke proces van het maken van Achterhoekse wijnen (in samenwerking met zeven Verenigde Achterhoekse Wijnbouwers). Bij de Fiere Wijnakker kun je ook de lekkerste wijnen proeven met bijpassende hapjes. Er zijn verschillende arrangementen voor groepen vanaf vier personen. Hierbij zijn ook diverse groepsactiviteiten mogelijk, zoals jeu de boules en wandelen van een deel van het Klompenpad.

Meer informatie vind je hier.

Rondvaart grachten

Zoals op meer plaatsen in Nederland is het hier mogelijk om mooie vaartochten te maken op de Berkel en de Zutphense grachten. In ruim een uur geniet je van de historische stad en mooie natuur. De schippers kunnen je mooie verhalen vertellen. In verband met de coronamaatregelen (zoals 1,5 meter afstand) kunnen er per boot maximaal vijf vaargasten mee. Reserveer dus snel een plek!

De boten varen voorlopig alleen op werkdagen. Reserveren kan alleen via de website van de fluisterboten, minimaal 1 dag van tevoren en maximaal 1 week van tevoren. Het is dus niet mogelijk kaarten te kopen bij de kassa.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook: Fluisterboot / sloep Nederland huren met kinderen; dit zijn de mooiste vaartochten / gebieden!

Ballonvaart

Je kunt Zutphen ook vanuit de lucht bekijken. Maak een ballonvaart boven de stad. Je kunt kiezen tussen een privéballonvaart of een VIP-ballonvaart. Elke arrangement bestaat uit een ballonvaart voor 2 of 3 personen. De vaart is inclusief champagne na afloop, vervoer terug naar de opstijglocatie en een ballonvaartcertificaat. Voor de opstijglocatie kun je kiezen uit de vaste locatie of je eigen privélocatie. Ballonvaarten zijn mogelijk als avondvaart, ochtendvaart of wintervaart. De tijden waarop je ballonvaart plaatsvindt, is afhankelijk van de maand waarin je ballonvaart.

Meer informatie vind je hier.

Een stukje geschiedenis

De geschiedenis van Zutphen bestrijkt meer dan 1700 jaar. In die tijd is Zutphen uitgegroeid van een Germaanse nederzetting via een belangrijk machtscentrum rond 1000 en een succesvolle handelsstad rond 1300 tot een middelgrote stad nu. De stad kreeg stadsrechten aan het einde van de 12e eeuw en trad toe tot de Hanze. Het Wapen van Zutphen draagt nog altijd de symbolen van een Hanzestad.

Zutphen ontstond in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting op een rivierduinencomplex. De nederzetting van de Frankische stam der Chamaven was vermoedelijk al vanaf het begin versterkt: twee parallelle, 5 meter brede en twee meter diepe V-vormige grachten sneden een strategisch puntje van het rivierduin bij de monding van de Berkel in de IJssel af. In de late 9e eeuw werd Zutphen verwoest bij aanvallen van de Vikingen, waarna aan het einde van die eeuw een ronde ringwal werd opgericht met een 20 meter brede U-vormige gracht. De markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht. In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een vorstelijke residentie en werd er een palts gebouwd. Kort daarvoor was er een kerkkapittel gesticht. De oudste romaanse bouwfase van de kapittelkerk, de huidige Sint-Walburgiskerk werd in 1105 ingewijd. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Onder de Gelderse graven werd de stad snel groter en economisch belangrijker.

Graaf Hendrik I van Gelre en Zutphen (1138-1181) liet een nieuwe nederzetting van handelaren en ambachtslui buiten de ringwalburg van een eigen omwalling voorzien. De wal bevatte twee tufstenen poorten en zeven of acht torens van de uit Duitsland aangevoerde steensoort. Dat gaf de stad de allure van de bisschoppelijke steden Deventer en Utrecht. In dit stadsgebied vestigde de graaf een eigen hof, dat in 1293 geschonken werd aan de dominicanen. Deze locatie lag goed op de kaart bij de kooplieden, en Zutphen groeide snel en werd één van de Hanzesteden. Tussen 1191 en 1196 kreeg Zutphen stadsrechten toegewezen door graaf Otto van Gelre (1181-1207). In 1284 en 1336 waren er in Zutphen grote stadsbranden. Huizen werden daarna met stedelijke subsidies in baksteen gebouwd. Vele tientallen huizen dateren nog van kelder tot kap uit de 14e eeuw. Zutphens gouden eeuw was de 14e eeuw. Zutphen heeft gedurende enkele honderden jaren het stedelijke muntrecht gehad.

De 16e eeuw bracht moeilijke tijden voor Zutphen door de opkomst van andere steden en de Tachtigjarige Oorlog met de Spanjaarden. Na de roerige Gelderse Oorlogen in de eerste decennia van de 16e eeuw werden de vestingwerken van Zutphen gemoderniseerd, maar dat mocht niet baten. Op 10 juni 1572 werd de stad ingenomen door graaf Willem IV van den Bergh, een zwager van Willem van Oranje. Van den Bergh verdreef de Spanjaarden, die echter op 17 november 1572 de stad onder Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva, heroverden en honderden inwoners executeerden: het ‘Bloedbad van Zutphen’. Er volgden jaren van wisselende bezetting en belegeringen. In 1874 werd de vesting Zutphen opgeheven, en de muren om de stad verwijderd. Enkele delen van de vestingwerken zijn nog zichtbaar, zoals het Bourgonjebolwerk aan de IJsselkade, ook bekend als ‘de Bult van Ketjen’. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar getroffen door drie bombardementen en door twee weken strijd in 1945. Alleen al bij het bombardement van 14 oktober 1944 lieten meer dan 100 burgers het leven. Van de bijna 500 Joodse ingezetenen keerden er na de bevrijding nog geen 50 terug. Na de oorlog stond alles in het teken van wederopbouw, restauratie en industrialisatie.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)