Eén van de lastigste beslissingen die ik gemaakt heb sinds ik moeder ben en ook wel een ingrijpende, was om te verhuizen van een stad (met meer dan 30.000 inwoners) naar een klein dorp (van circa 1.500 inwoners). Dit ging niet zomaar over een nacht ijs, maar na lang wikken, wegen en ook huizen kijken. En toen we eenmaal ons huis gekocht hadden en er woonden, merkte ik dat ik bleef vergelijken wat voor mogelijke toekomst de kinderen in de stad hadden gehad en wat voor toekomst ze hebben in het dorpje waar we nu wonen. Nog steeds kunnen mensen me verbijsterd aankijken als ik vertel over onze verhuizing van nu bijna een jaar geleden uit de ‘grote stad’ naar een heel klein dorp. En je kent hier niemand, vragen ze dan. Nee inderdaad, eerst niet. En je man werkt nog in jullie vorige woonplaats? Jazeker, die heeft nu meer reistijd. En je hebt hier geen familie wonen? Klopt. Woonde je daar meer als 10 jaar? Eh ja. En toch zouden we allemaal voor geen goud terug willen.

Keuzestress

Ruim 10 jaar woonden we in een grote stad in Zuid-Holland. Toen we nog geen kinderen hadden en ik zelf nog fulltime werkte, gingen we in het weekend vaak een stuk lopen over de stadswallen en streken ook wel eens op een terrasje neer met vrienden ’s avonds. Pakketjes kwamen toen amper binnen want ik pakte de auto en soms de fiets om in 1 van de koopcentra in de stad die broek of schoenen te kopen die ik graag wilde hebben.

Eenmaal zwanger kocht ik de babyspullen ook in de Prénatal in dezelfde stad, controles in het ziekenhuis deed ik lopend of op de fiets – want heel dichtbij – en toen ik van onze oudste bevallen moest, kwam ik, tot hilariteit van het verplegend personeel, lopend met manlief en de maxi cosi naar het ziekenhuis om te bevallen. Daarna moest hij dan wel even de auto halen want zo lopend met de maxi cosi en een pasgeboren baby in de winter.. dat was niet echt een aanrader. Maar toch, alles dichtbij en als ik iets van boodschappen vergeten was, dan was de winkel altijd dichtbij.

Ons tweede kindje had veel controles in het ziekenhuis nodig en het was toen heel makkelijk dat ik zo dichtbij het ziekenhuis woonde, ik was er binnen vijf minuten. Onze oudste ging naar de peuterspeelzaal en dat leverde me lichtelijke keuzestress op. Na 8 verschillende peuterspeelzalen gezien te hebben maakte ik ’s avonds lijstjes met plussen en minnen want ja.. elke peuterspeelzaal had zijn voordelen en vast ook wel een nadeel. Uiteindelijk koos ik voor een peuterspeelzaal in een ander stuk van de stad, zodat ik er een kwartier voor moest rijden heen en een kwartier voor terug, so be it, want deze peuterspeelzaal ging extra veel naar buiten en de kinderen zijn enorme buitenkinderen.

En toch ging het na de geboorte van ons tweede kindje bij me kriebelen. Wilde ik de kinderen laten opgroeien in de stad? Zelf ben ik opgegroeid in een dorp, maar stelde ik me dat niet te romantisch voor? Na lang wikken en wegen lichtte ik manlief in over wens, een idee was het al lang niet meer. Die schrok zich naar. Meer als 10 jaar heeft hij alles in ons huis verbouwd en nu het project eindelijk klaar was wilde ik verhuizen?! Waarna hij uitriep: Nee, echt niet! Het leek erop dat dit absoluut niet ging gebeuren. Met een spreekverbod van 10 jaar om ooit het woord verhuizen nog te gebruiken, bleef het toch in mijn hoofd draaien.

Op andere gedachten

Een paar maanden erna liep ik in de stad en kwam ik een kennis tegen die ik al jaren niet had gesproken. Ze vertelde dat de hypotheekrente nu zo goedkoop was en toevallig hadden we daar een week eerder naar gekeken.. omdat we een vrije hoge oversluit’boete’ zouden hebben was het voor ons geen optie. ‘Nee,’ zei ze ‘of je moet gaan verhuizen’. Ik lachte het samen met haar weg maar eenmaal op de fiets ging ik er toch over nadenken. Toen mijn man ’s avonds thuiskwam had ik alles wat ik erover vinden kon al gelezen en een adviesgesprek bij onze bank gemaakt. Ik dacht: wie weet helpt het als hij het van een ander hoort.

Na een week hadden we het gesprek bij de bank. Diezelfde kennis kwam oppassen, zodat we er samen heen konden. En daar vertelde de mevrouw van de bank dat we inderdaad ruim €30.000 moesten betalen als we onze hypotheek wilde oversluiten naar een hypotheek met een lagere rente. Waarop ik zei: en als je gaat verhuizen? Waarop zij de voor mij legendarische woorden sprak: Ja dan zitten er geen kosten aan. Triomfantelijk keek ik mijn man aan. Hij zuchtte. Het financiële stuk alleen was niet doorslaggevend, maar wel dat we graag wat meer buitenruimte om ons huis zouden willen zodat de kinderen om het huis konden spelen. Daarbij waren er steeds meer incidenten in onze wijk waarbij de politie of ambulance betrokken was, dus we hoopten dat met een verhuizing naar het platteland de veiligheid voor onze kinderen ook groter zou zijn.

Na dat gesprek bij de bank wilde hij dan toch een keertje kijken in een dorp aan de rand van onze stad. Want hij bleef werken in onze woonplaats en wilde geen lange reistijd. Eerst werkte hij in Rotterdam en dan was hij dagelijks een uur heen en een uur terug aan het rijden. Dat was iets wat we niet meer wilden, dus we hebben een passer gepakt en letterlijk een straal van 15 kilometer om onze woonplaats getrokken.

Voor mezelf had ik 3 wensen: meer buitenspeelruimte voor de kinderen, een fijne basisschool en (wij zijn kerkelijk) een kerkelijke gemeente waar we ons thuis bij voelen. De buitenspeelruimte voor de kinderen was het makkelijkste te beoordelen en ook te vinden. Funda aan en gaan!

Voordelen van wonen in een dorp in plaats van de stad

Huizenprijs in het dorp biedt meer buitenruimte als in de stad

We hebben zeker wel 20 huizen bekeken en kwamen er steeds meer achter dat we allebei de stap wilde wagen naar een dorp. Mijn man komt uit de stad en voor hem was het helemaal een grote overgang. Maar we zagen ook dat de dorpen die we bezochten qua prijs meer leefruimte om het huis boden. Waar we in de stad met 3 ton een rijtjeshuis met een postzegeltuintje konden kopen, konden we in een dorp een 2-onder-1-kap kopen met meer ruimte of in sommige gevallen een vrijstaand huis. We hadden geen huisdieren maar ineens leek het wel mogelijk om een hond of wat kippen te houden. In ons huis in de stad waren kippen echt geen optie. Ten eerste voor de buren, die zouden over de stank en het gekakel vallen, ten tweede voor de ruimte. Van een scharrelkip is geen sprake in een tuin met een formaat zoals wij die hadden.

En een garage was een grote wens van mijn man. We hadden nu een minischuurtje waar met een beetje passen en meten een fiets en 2 kinderfietsen in konden, maar de wandelwagen of buggy moest in de woonkamer blijven staan omdat daar geen plek voor was in de schuur of de hal. En als er veel visite kwam voor een verjaardag, dan kon je net met 1 persoon de felicitaties in ontvangst nemen omdat de hal klein was. In de huizen die we bekeken op het dorp hadden de meeste huizen een bijkeuken en was er een schuurtje (en in sommige gevallen een grote schuur) bij zodat hij zijn eigen klusruimte had. We keken wel standaard naar huizen waarbij de kinderen een eigen slaapkamer bleven houden en er ruimte over was voor een werkkamer. Ik hoefde niet persé twee toiletten en weer een klushuis was prima, maar voor de overgang voor iedereen leek me een plekje voor jezelf voor iedereen wel een must.

Onze kinderen zijn echte buitenspeelkinderen, ook al hadden we een speelhuisje met glijbaan in de tuin, ik merkte dat de uitdaging snel weg was en trok er zoveel mogelijk op uit naar speeltuintjes in de stad om te zorgen dat ze daar bleven spelen en zo gezonde buitenlucht dagelijks opsnoven. In de huizen op het platteland zou ik deze tochtjes kunnen verminderen omdat er meer ruimte om het huis was. Dus eigenlijk: voor de prijs krijg je meer grond in deze regio en meer speelruimte.

Veiligheid

Vooropgesteld dat er overal wat kan gebeuren, of je nu in een stad woont, in een dorp of op een bijna verlaten eiland, merkten we ook dat er een stuk minder verkeer was in het dorp. In de stad rijden trams, bussen, auto’s, scooters, fietsers, motoren en vrachtwagens af en aan. Er is altijd wat te beleven en ook altijd wel beweging.
In de stad waar we woonden durfde ik amper gebruik te maken van het zebrapad, omdat er al meerdere aanrijdingen waren geweest en de automobilisten altijd om je heen zeilden, zebrapad of niet. Laat staan dat ik daar 1 van de kinderen overheen stuurde of met de wandelwagen erbij erover heen zou gaan. En om de 100 meter stond er wel een stoplicht, waarbij ik altijd op mijn hoede bleef en checkte of er deze keer niet iemand nog keihard door rood zou scheuren, iets wat geregeld gebeurde. Fietspaden waren breed en twee kanten op en als je van een rotonde afkwam had je de ene keer wel voorrang en de andere keer niet. Als automobilist verdraaide je je nek om te kijken of je alle richtingen / fietsers/ voetgangers gecheckt had en als je niet snel genoeg optrok werd er getoeterd door een boze automobilist achter je.

In de dorpen die we bekeken waren er vaak maar 2 hoofdwegen. Daar reden natuurlijk ook auto’s maar het was een stuk overzichtelijker. Ook fijn als je niet zo goed bent in de weg onthouden, verdwalen lukt hier niet. Hier was geen sprake van grote bussen die om je heen zoefden en trams die je naar alle delen van de stad brachten. In het dorp waar we nu wonen staat geen 1 stoplicht, een zebrapad is hier niet en er is 1 hoofdweg. Veel doe je hier op de fiets want van openbaar vervoer gebruik maken is amper sprake, de bus rijdt hier op sommige dagen en dan 1 keer in het uur. Ik trek er geregeld met de fiets en een net fietsen lerend kind ernaast op uit, iets wat ik in de stad echt niet snel gedaan zou hebben. Hier geen fietspaden of stoepen ernaast, 1 geasfalteerde brede weg en dat is het.

Veel natuur, minder prikkels

In de stad gingen we veel naar de stadsparken en kinderboerderijen. Natuur om ons huis was er zeker wel, de gemeente had rozenperken en voor ons huis hadden we een groene strook gras met een meertje ervoor. Verder hadden we bewust gekozen voor een groene tuin, al is dat eigen voorkeur. In de dorpen liggen huizen verder van elkaar af. Veel huizen hebben hier een weiland waarop koeien of paarden staan en er is meer natuur. Wij wonen vlakbij een groot bos waar we in wandelen, maar de hele omgeving is groener. Het dorp naast ons dorp is een zogenaamd dijkdorp. De dijk slingert kilometers lang door een prachtig groen landschap met huizen onder aan de dijk en aan de andere kant vaak weilanden, een groot meer en nog verder weg de rivier waar grote boten over varen.

Ook zijn er hier een stuk minder prikkels. Zoals hierboven al beschreven zijn er geen stoplichten en is er geen complex verkeer wat zorgt voor een stuk minder geluid. Hier kijken de mensen al op als er een auto rijdt met muziek die duidelijk hoorbaar is of als er een motor langs komt rijden. Doordat er veel natuur is en je letterlijk in het groen woont, voel ik meer rust. Een kinderboerderij bezoeken hoeft hier niet, want de buren hebben koeien, kippen, varkens, twee paarden en een pony, een hond, kat en net een nest vol met kittens. Elk seizoen krijgen de kinderen meer mee, want er is altijd wel ergens een nestje vol met kittens of kleine konijntjes die te bewonderen zijn (en vaak erna ook gekocht kunnen worden).

Er is ook meer natuur in de vorm van dieren. Ooievaars, reigers, valken, buizerds, herten en vossen zijn dieren die we nu bijna dagelijks zien. Vooral ’s ochtends en ’s avonds in alle rust zien we geregeld een ree voorbij sprinten en om het huis hebben we hier vaste ‘gast’huisdieren in de vorm van twee egels en een fazant.

Rijker sociaal leven

In de stad waar ik eerst woonde kende ik ongeveer vijf buren van naam en de anderen van gezicht. Vaak had ik wel een kort praatje maar op de koffie of op verjaardagen komen deed ik zelden. Dat kwam waarschijnlijk ook door de vergrijsde buurt waarin we woonden en omdat we beiden niet in deze stad opgegroeid zijn waardoor onze vrienden en familie allemaal op andere plekken woonden. Maar toch, veel directe buren kwamen niet over de vloer en het bleef bij een kort praatje.
Nu na amper een jaar wonen hebben we al veel waardevolle vriendschappen op mogen bouwen. Dat komt aan de ene kant omdat onze oudste sinds een paar maanden naar school gaat en ik zo ook andere moeders leer kennen, maar ook omdat de sociale controle hier veel groter is. Zo kwam recent de ambulance hier in het dorp omdat onze oudste een ongeluk kreeg. Binnen 1 uur tijd wisten heel veel mensen het en kwamen er allerlei appjes met de vraag of ze wat konden doen. 1 gezin heeft voor ons een week lang gekookt, de ander nam de andere kinderen een middag mee naar de speeltuin zodat ik met de oudste naar de afspraak in het ziekenhuis kon, weer een ander bood aan om de badkamer en wc een goede beurt te geven en de buurvrouw appt me altijd als ze naar de winkel gaat of ze wat voor me mee kan nemen.

Je moet er van houden en ik houd er erg van, maar hier is het gebruikelijk elkaar te groeten.. een huis met dichte gordijnen na 8 uur wordt in de gaten gehouden want zou er iets gebeurd zijn? En een volle brievenbus is hier ook een alarmsignaal om een familielid of kennis op te bellen en te vragen of alles goed is met de bewoner(s). Mensen bellen hier niet aan maar roepen hard: volk!! en komen dan via de bijkeuken binnen lopen voor een praatje of om iets te lenen of juist fruit te brengen uit te eigen boomgaard.

Ik kan de supermarkt niet inlopen of iemand vraagt wel hoe het met onze oudste is en hij heeft nog nooit zoveel kaartjes en cadeautjes gekregen. De reden is niet leuk maar het medeleven doet heel goed. In de stad zouden de naaste buren waarschijnlijk ook wel een kaartje gestuurd hebben maar nu is er een hele gemeenschap die om ons heen staat en wat voelt dat fijn.

Ook is het zo dat iedereen elkaar kent. O jij bent er 1 van die en die, is iets wat ik geregel hoor. Laatst vertelde een moeder op het schoolplein dat haar kind samen met een vriendin een hut had gebouwd en dat de schilder langskwam om te vragen of haar dochter wel een zwemdiploma had want het was erg dicht bij de sloot. De bakker weet al welk brood ik wil en zet het klaar en is bijna van slag als ik mijn bestelling erg wijzig door ineens andere broden en dergelijke te bestellen.

Het leven is eenvoudiger

Waar ik in de stad de keuze had uit honderden winkels, is er hier 1 dorpswinkel. De meeste oudere mensen halen hier ook bewust hun boodschappen om zo de ondernemer te steunen. Dat is iets wat hier ook leeft, zoveel mogelijk fysiek je boodschappen halen bij de ondernemers om zo elkaar te helpen. Het voelt voor mij altijd of ik op een vakantiepark ben. De winkel is klein maar heeft wel alles wat je nodig hebt. Er is 1 kassa waar altijd de vaste medewerkster achter zit en die altijd een vriendelijk praatje heeft. Hier krijg je een snoepje na het doen van de boodschappen en het fruit en de groente wordt voor je afgewogen waar bij je staat.
Ik red dat niet altijd met 3 kinderen dus bestel ook geregeld wat, de postbode weet precies waar hij het neer kan zetten als ik niet thuis ben en als ik hem ergens tegenkom vertelt hij me ook precies: er zijn weer 2 pakketjes van bol.com in je schuur gezet hoor! De bakker zit hier ook in het dorp en verder nog een groenteboer. Vlees koop ik bij de vleesboerderij verder in het dorp. En als ik eieren wil loop ik naar de buren of naar hun drank- / eierenautomaat. Eventueel zou ik melk ook nog zo van de koe kunnen halen bij de buren.

Ook qua school is het allemaal eenvoudiger. In de oude woonplaats had ik de keuze uit zeker 12 basisscholen, hier is er 1 dorpsschool waar bijna alle kinderen naar toe gaan. De school spant zich tot het uiterste in om alle kinderen hier naar school te kunnen laten gaan om zo ook zoveel mogelijk deel uit te maken van de hechte gemeenschap. De leerkrachten werken hier allemaal al jaren op de school en zijn een bekend begrip heb ik begrepen. En de leerkrachten die er net werken worden net zo hartelijk welkom geheten en blijven veelal ook voor langere tijd. Ouders hebben zelf op deze school gezeten en bij de juf die hun kind nu heeft, vaak nog zelf in de klas gezeten.

Meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid

Ik laat mijn oudste zoon bewust vaak een boodschap halen in de dorpswinkel om zo zijn zelfstandigheid en zelfvertrouwen te vergroten. Dat kan hier makkelijk, de dorpswinkel is op nog geen 300 meter en ligt aan een doodlopende straat met zeer weinig verkeer. Ook weet de caissière precies waar hij woont en redelijk wat ik meestal koop waardoor hij geholpen wordt met de aankoop. Dat zou ik in de stad echt niet laten doen, dan moet hij sowieso eerst drie drukke kruisingen over en zitten de winkels voor de boodschappen enkel in grote koopcentra.

Kinderen in het dorp doen alles lopend of op de fiets, op jonge leeftijd wordt al gestimuleerd hoe je netjes naast je vader of moeder fietst. Doordat er minder verkeer rijdt en iedereen elkaar al snel kent wordt de zelfstandigheid zoveel mogelijk gestimuleerd. De gezinnen hier zijn ook een stuk groter dan de gezinnen die ik uit de stad ken. Waar in de stad mijn kennissen gezinnen hadden van 2 of 3 kinderen is dat hier meer richting de 9 en 10 kinderen in een gezin. Dagelijks zie je hier wel een grote broer of zus met een kleiner broertje / zusje die een boodschap gaat doen of een brief post.

Voordelen van wonen in de stad

Na mijn enthousiaste verhaal denk je misschien: ja maar een stad biedt ook juist veel voordelen voor het opgroeien van kinderen. En dat is zeker waar.

Voorzieningen zijn dichtbij

Waar hier een zwembad pas over 15 kilometer is, hebben eigenlijk alle grote steden wel een zwembad. Ideaal als je in de zwemlesperiode zit, maar ook voor jezelf of als de zwemlessen gehaald zijn en ze in de warme zomer willen zwemmen. Hier is er altijd wel vervoer nodig of ze moeten een flink stuk trappen voor wat waterpret. Ook een tandarts, dokter, apotheek, bibliotheek en winkels zijn in de stad dichtbij. Je grijpt bijna nooit mis, wat ik in de dorpswinkel hier wel geregeld doe.
Alle voorzieningen kun je in de stad vaak wel vinden, dit zorgt ook voor tijdswinst. Waar je in een dorp altijd minstens een kwartier moet rijden voor deze voorzieningen heb je ze in de stad soms letterlijk om de hoek.

Van complex verkeer leert een kind veel

In de stad leren kinderen meer met stressbestendige situaties omgaan door het complexe verkeer, blijkt uit onderzoek. Of er nu een tram is waar ze op moeten letten of een groot kruispunt met meerdere stoplichten en stromen verkeer, dat zijn dingen waar een stadskind vaak niet om maalt. Ook leren ze gevaar beter inschatten.
Verder leren kinderen in een stad om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ze gaan meer met de bus, stappen in een tram, rijden in een metro een stukje mee en leren al van jongs af aan zich aan de verkeersregels te houden. Daardoor zijn ze ook bezig met het aflezen van de busregeling, te kijken op het perron op welk spoor ze uitstappen, hoe laat de trein komt en hoe laat die gaat en kost alles ook minder reistijd als in een dorp.

Hoeven niet op kamers

In de stad hoeven de kinderen in principe niet op kamers als ze in dezelfde stad gaan studeren, dat is in een dorp wel. En als er geen hogere school of universiteit in de stad is, dan is het openbaar vervoer wel zo goed afgestemd en breed uitgezet dat ze een kortere reistijd hebben als in een dorp. En op kamers gaan is duur! Dus in die zin bespaart het je als ouders ook een hoop kosten.

Grotere keuze uit clubjes en naschoolse activiteiten

In de stad is er een grote keuze uit clubjes. Hier in het dorp kun je op voetbal als kind en anders niet. En die voetbalvereniging is ook nog twee dorpen verderop. In de stad is het aanbod natuurlijk vele malen groter. Scouting, volleybal, handbal, voetbal, atletiek, zwemmen, judo, dansen of tennis? In de meeste steden is wel een geschikte vereniging te vinden en vaak wel meer als 1.

Ook is de keuze groter uit scholen, peuterspeelzalen en middelbare scholen. Er wordt veel aangeboden aan naschoolse activiteiten en ook in de zomer of winter wordt er vaak groot uitgepakt met een groot schaatsplein waar je als kind schaatsen kunt huren met warme chocomel na afloop of in de zomer met een dansfestival. Er is veel meer vermaak wat aangeboden wordt, in een dorp moet je je meer zelf vermaken of verder rijden voor een hobby naar keuze.

Ook is het culturele leven er een stuk groter. Als je kind op muziekles wil, is de keuze ook veel breder als hier in het dorp. Hier is er een gepensioneerde leerkracht die blokfluitles aanbiedt, in de stad kun je van drummen tot djembé je ei kwijt.

Multicultureel

Iets wat ik in het dorp wel mis is de rijkdom van de multiculturele samenleving en de invloeden die hieruit voortvloeien. Respect voor elkaar en elkaars denkwijze, mening en opvattingen kan op een dorp zeker ook geleerd worden maar wel tot een bepaalde hoogte. Hier in het dorp woont 1 Antilliaans gezin. Ik vroeg de moeder hoe zij het opgroeien van haar kind in een dorp ervaart. Ze vertelde dat ze zich altijd extra in de gaten gehouden voelt. Juist omdat ze zich hier een uitzondering voelt en dat is erg jammer. Ook komen kinderen in een dorp minder van nature in aanraking met bijvoorbeeld eten uit een andere cultuur omdat hier simpelweg geen restaurants zijn.

Meer privacy

Als ik het opgroeien van onze kinderen vergelijk met het wonen in een stad en dorp, was er in een stad wel meer privacy. Als we daar een hele dag in onze pyjama binnen zouden rondlopen, gek gezegd, zou daar niemand wat van vinden of komen vragen of we allemaal ziek zijn. Hier in ons dorp valt het meteen op en zou er waarschijnlijk ook al iemand met een bakje soep uit eigen vriezer op de stoep staan.

Je moet er van houden, maar zoals gezegd… wij hopen altijd in ons ‘durp’ te blijven wonen.

Redactie Mamaliefde