Er gebeurt een hoop in het leven van een kind. Gedurende de basisschool groeien ze op allerlei vlakken. Je brengt je kind als kleuter van vier jaar naar school toe en acht jaar later kijk je met weemoed naar de eindmusical. Waar blijft de tijd! Je kind heeft een totale transformatie doorstaan. Wat maken ze mee met betrekking tot hun sociaal-emotionele ontwikkeling?

Inlevingsvermogen

Een kleuter kan zich nog niet indenken hoe het voor een ander is wanneer ze een blokje afpakken. Of wanneer je zegt dat hij niet mee mag spelen. Hier lees je meer over de ontwikkeling van baby tot kleuter. Rond groep 3 krijgen ze in de gaten dat hun gedrag ook invloed heeft op anderen om hen heen. Ze krijgen door dat als een klasgenootje zegt dat zij lelijk kleurt, dit wel degelijk invloed heeft op haar gevoelens. Dit gevoel groeit langzaam. En op een gegeven moment krijgen ze door dat wanneer ze zelf zeggen dat hun vriendje stomme kleren draagt, dit pijn kan doen.

Gevoelens

De gevoelens van meiden zijn vaak eerder sterker ontwikkeld. En ze trekken zich veel aan. Wanneer een kind wordt geduwd in de gang, dan kan dit lang in het hoofd van het meisje blijven hangen. Jongens geven sneller direct een duw terug en dan is het weer over. Meiden ruziën meer door met anderen te gaan smoezen en lelijk over elkaar te praten. En jongens vechten het vaak fysiek uit.

Kinderen leren in de klas over emoties, zoals: boos, blij, verdrietig, bang. In het begin is dit nog abstract, maar na een tijdje gaan ze de gevoelens ook herkennen. Zelf kun je hier ook aan bijdragen. Door te vertellen wanneer jij je boos voelt. Je lichaam laat de boosheid zien en je benoemt het. Zo is het direct zichtbaar. En andersom werkt het ook. Je ziet dat je kind verdrietig is, omdat zijn zusje een filmpje mag uitkiezen op Netflix en hij mocht vandaag niet kiezen. Je kunt ervoor kiezen om eerst te vragen hoe hij zich voelt. Is hij daar te jong voor dan kun je een gesloten vraag stellen: “Ik zie een boos gezicht, klopt het dat je boos bent?”

Faalangst

Kinderen met faalangst zijn vaak bang voor het onbekende. Ze leggen de lat vaak hoog en nog vaker onbereikbaar. Dit komt niet ten goede van hun faalangst. Het lijkt alsof de kinderen niet willen doorzetten. Maar eigenlijk willen ze wel doorzetten, maar zijn ze bang voor het resultaat: de bevestiging dat ze falen en het toch niet kunnen. En zo wordt hun faalangst versterkt.

Er zijn drie categorieën faalangst:

  • Sociale faalangst (bijvoorbeeld: bang om uitgelachen te worden).
  • Motorische faalangst (bijvoorbeeld: bang zijn om te vallen tijdens het klimmen in de gymzaal).
  • Cognitieve faalangst (bijvoorbeeld: angst voor het leren lezen).

Faalangst ontwikkelt zich rond het 10e levensjaar. Er is een piek te zien rond het 12e/13e levensjaar. De verschillen in de klas worden duidelijker: wie leert er sneller en wie is langzamer? En bijna alle kinderen in de klas hebben dit snel genoeg door. Het faalangstige kind denkt dan ook vaak dat alle kinderen in de klas wel doorhebben dat zij het niet kan.

Negatieve gedachtes

De negatieve gedachtes zijn de grootste boosdoeners. Ze kunnen geblokkeerd raken en worden telkens weer bevestigd dat ze toch niets kunnen. Ze komen in een negatieve spiraal terecht.

Hoe zorg je ervoor dat de faalangst kinderen niet in de weg gaat zitten?

Voorkomen is beter dan genezen. Dus moet je allereerst herkennen of je kind faalangst heeft. Dit kun je onder andere herkennen aan:

  • kinderen die geen toets meer willen maken.
  • kinderen die blokkeren wanneer er iets in de klas aan hen gevraagd wordt.
  • kinderen die rood worden of transpireren.
  • kinderen die niet naar school willen of buikpijn krijgen.
  • kinderen vermijden oogcontact. In de hoop dat ze geen beurt krijgen.
  • kinderen lijken afwezig, omdat ze al denken: “ik snap deze lesstof toch niet”.

Wat kan je tegen faalangst doen?

  • Blijf altijd positief tegen en over je kind.
  • Concentreer je op het proces wat je kind doormaakt, in plaats van de nadruk te leggen op het resultaat. Bijvoorbeeld het A-zwemdiploma behalen.
  • Blijf kinderen stimuleren om die toets toch te maken. Zo kan je de vicieuze cirkel doorbreken. Want ze moeten positieve ervaringen opdoen!
  • Het volgende motto is de waarheid: Fouten zijn kansen om iets te leren.

Zelfvertrouwen

Het ene kind heeft meer zelfvertrouwen dan het andere kind. Als ouder heb je een belangrijke rol om het zelfvertrouwen te vergroten. Je bent in het begin de belangrijkste persoon om bij te dragen aan het zelfvertrouwen.

Stimuleer

Blijf je kind stimuleren om door te zetten wanneer iets niet meteen lukt. Als het lezen niet lukt, blijf dan proberen. Het kind zal zichzelf gaan vergelijken met haar klasgenoten, maar probeer de nadruk te leggen op de ontwikkeling die jouw kind al heeft doorgemaakt. Het proces is belangrijker dan de uitkomst. Denk hierbij aan:

  • je blijft doorzetten ook al is iets moeilijk.
  • elke avond oefen je, dat is erg knap.
  • vorige week kende je de letter ‘a’ nog niet en deze week kan je ze allemaal aanwijzen in de tekst, omdat je zo goed bezig bent.

Zo draag je bij aan het zelfvertrouwen. Ze zien en horen van jou dat ze groeien. Deze externe bevestiging is belangrijk in het begin van hun leven. Naarmate kinderen ouder worden, hebben ze dit nog steeds nodig. Maar leren ze ook om trots te zijn op zichzelf.

Naarmate kinderen ouder worden, in de leeftijd van 7/8 jaar gaat de mening van vrienden en klasgenoten er meer toe doen. Wanneer een vriendin zegt: “Die jurk kan echt niet meer. Een bloemetjesjurk is echt lelijk.” Dan kan jij als ouder hoog of laag springen, maar de mening van het vriendinnetje blijft hangen. En kan zodoende meer invloed uitoefenen op het beeld over de jurk, dan dat jij zegt dat hij prachtig is. En ook al vindt jouw dochter de jurk geweldig, dan nog is er een grote kans dat de jurk alleen in het weekend gedragen wordt of helemaal niet meer uit de kast komt. De mening van anderen gaat meer de overhand nemen. Het is aan jou als ouder de taak om hun eigen mening belangrijk te maken. Want dat is het belangrijkst. Want vind je zelf van de jurk? En laat deze mening te allen tijde het zwaarst wegen. En dat is een moeilijk proces en zal niet zonder slag of stoot gaan. Kijk maar naar jezelf. Het proces omtrent zelfvertrouwen komt je hele leven terug. Het is aan jou om een mooie basis te leggen in de jonge levensjaren van jouw kind.

Complimenteer met mate

Complimenten blijven belangrijk. En zoals ik hierboven al beschreef: complimenteer vooral op het proces en niet op het cijfer. Onthoud goed dat je niet moet strooien met complimenten, want dan neemt de waarde af. Als je elke dag eenentwintig complimenten krijgt, dan is het niet meer bijzonder. En gaan kinderen dat als normaal ervaren.

Schaamte

Gedurende de basisschoolperiode ontwikkelt zich ook het schaamtegevoel. Kinderen kunnen zich schamen als ze niet kunnen lezen of als ze een fout maken. Schamen voor je ouders komt uiteraard ook voor. Ouders die gek dansen op het schoolplein of roepen: “Hé lief konijntje van me!”, als ze het schoolplein op komen lopen.

Schamen hoort erbij en is niet erg. Maar als het een blokkade wordt, dan moet er wel wat aan gedaan worden. Houd het bespreekbaar, want anders kan het zelfvertrouwen een deuk oplopen.

Zelfstandigheid

Kinderen maken een enorme groei mee met betrekking tot zelfstandigheid.

Eten en drinken

De ontwikkeling van:

  • zelf brood smeren.
  • met mes en vork eten.
  • drinken inschenken.
  • fruit schillen.
  • zelf boodschappen halen.

Aankleden

  • Het begint vaak met het zelf uittrekken van een broek. Die dan binnenstebuiten op de grond ligt 😊.
  • Sokken zijn ook een goed begin.
  • Het shirt was hier het grootste obstakel. Want met gekruiste handen je shirt omhoog trekken, bleek nog niet zo gemakkelijk.
  • Daarna begint het aankleden. Een rokje is het makkelijkst. Helaas voor de jongens die geen rokken willen dragen.
  • Vervolgens komt de smaakontwikkeling. En willen ze absoluut mee met shoppen. Alles moet natuurlijk wel goedgekeurd worden.

Tanden poetsen

In het begin ben je de ‘hoofdpoetser’. Onze kinderen mogen tot aan hun 6e altijd zelf napoetsen. Dan hebben wij eerst het echte werk zelf gedaan. En als beloning mogen ze zelf nog hun tanden poetsen. Onze dochter van 8 jaar poetsen wij nu na. Zij moet eerst zelfstandig goed poetsen en daarna helpen wij haar nog. De tandarts adviseert ons om tot het 10e levensjaar na te poetsen.

Douchen

Onze dochters moesten vanaf 6 jaar zichzelf afdrogen en zelf hun haren wassen. Ook omdat ze bijvoorbeeld na de gymles gaan douchen. En als het nodig is controleren wij wel of al het sop eruit is. En helpen wij nog weleens om die lange ‘Rapunzel’ haren af te drogen.

Tas inpakken

Wanneer je je kinderen zelfstandig wilt laten worden, bepaalt de ouder vaak op welke leeftijd dit gebeurt. Denk hierbij aan: zelf je tas inpakken, zelf bepalen welk fruit je mee naar school wilt, zelf je brood smeren.

Zelfstandig naar school

Onze dochter zit in groep 5, maar heeft de luxe dat onze jongste dochter in groep 2 nog door mij naar school wordt gebracht. Ik loop dus ook nog altijd mee met onze oudste dochter. En zij vindt dit nog wel fijn en ik stiekem ook wel. En ik weet dat ik haar daarmee klein houd. Ik heb er moeite mee om haar los te laten en bijvoorbeeld alleen naar school te laten gaan. En niet omdat ze onbezonnen is, nee zij is heel serieus in het verkeer en betrouwbaar. Ik vertrouw alleen de wereld niet. Er zijn zoveel verhalen over mensen die rare en enge dingen doen. Maar ze moet nu af en toe naar een andere locatie, waardoor ze wel alleen moet. Ik laat haar gaan, maar voel nog wel een beetje die onrust.

Huishoudelijke taken

Naarmate kinderen ouder worden is het belangrijk dat ze meehelpen in het huishouden. Het is goed dat je kind weet dat de kleding niet zomaar weer schoon in de kast ligt. Begin met het soppen van de tafels. Kinderen kunnen helpen bij:

  • Tafel dekken en afruimen
  • Vaatwasser inruimen
  • Stofzuigen
  • De was opvouwen
  • Kleren zelf terugleggen in de kast
  • De hond uitlaten
  • De hond eten geven
  • Wat boodschappen doen
  • Dweilen

En de lijst kan nog langer 😊

Wat een ontwikkelingen

Man man! Als ik het zo allemaal opsom, dan is het een hele lijst met ontwikkelingen. En wat me dan het meest opvalt, is de ontwikkeling die ik zelf als ouder door moet maken. Door mijn kinderen nog meer zelfstandigheid bij te brengen. Of eigenlijk: om mijn kinderen steeds meer los te laten. En dat proces zal ik vast ook mijn hele leven doormaken.

Lees ook

Anita Schokker
Latest posts by Anita Schokker (see all)