Als de kinderen tijdens Sint Maarten langs de deuren gaan, gaat dit gepaard met het zingen van een Sint Maarten liedje. De kinderen bellen aan, zingen een liedje en hopen dan wat lekkers te krijgen. Er zijn diverse liedjes in de omloop; van eenvoudige liedjes die iedereen wel kent en kinderen zo kunnen aanleren tot wat uitgebreider.

Sint Maarten

Sint Maarten, Sint Maarten,
de koeien hebben staarten,
de meisjes hebben rokjes aan,
daar komt Sint Maarten aan.

11 november

11 november is de dag,
dat mijn lichtje, dat mijn lichtje,
11 november is de dag,
dat mijn lichtje branden mag.

Ik heb een lichtje in mijn hand

Ik heb een lichtje in mijn hand,
wat de hele avond brandt.
Kom ik hier, kom ik daar,
zo krijg ik wat bij elkaar.

Als mijn lichtje is uitgegaan,
is het met de pret gedaan.
Ik ga naar huis, door de kou,
dag meneer en dag mevrouw.

We kijken vanavond geen tv

We kijken vanavond geen tv,
we lopen met onze lichtjes mee.
We vragen wat voor Sint-Maarten,
we komen maar ene keer.

Ik loop hier met mijn lantaarn

Ik loop hier met mijn lantaarn,
en mijn lantaarn met mij.
Daarboven stralen de sterren,
beneden stralen wij.
Mijn licht gaat aan, ik loop vooraan.
Rabimmel rabammel rabom
Mijn licht gaat uit, ik ga naar huis
Rabimmel rabammel rabom

Sint Maarten Mik Mak

Sinte Maarten Mik Mak
mijn moeder is een dikzak,
mijn vader is een duntje,
geef ‘m een pepermuntje.

Op melodie van Sinterklaas kapoentje

In de Maaneschijn

In de maaneschijn, in de maaneschijn,
sta ik met mijn lichtje voor uw deur zo fijn.
En ik zing mijn lied, en ik zing mijn lied,
wordt het een snoepje of krijg ik wat fruit,
mijn tasje gaat open en het liedje is uit.

Op melodie van in de maneschijn.

Sinte Maarten

Sinte Sinte Maarten,
de koeien dragen staarten,
de koeien dragen horens,
de kerken dragen torens,
de torens dragen klokken,
de meisjes dragen rokken,
de jongens dragen broeken,
oude wijven die veel kijven dragen schorteldoeken.

Melodie van Twee emmertjes water halen

Lampionnetje

Lampionnetje, lampionnetje
Schijn maar in de donk’re nacht.
Als een sterretje, als een zonnetje:
Licht heeft steeds geluk gebracht.

’t is Sint Maarten

’t is Sint Maarten
’t is Sint Maarten
Heel leuk feest
Heel leuk feest
Wij kloppen bij u aan,
en brengen u een lichtje.
Wij lopen langs de deuren,
en zingen nu een liedje,
Speciaal voor u.
Speciaal voor u.

Op melodie van Vader Jacob

Dag meneer, dag mevrouw

Dag mevrouw en dag meneer,
he, hallo, daar ben ik weer.
met mijn lalalala lampion,
van papier en van karton,
met een lichtje mooi is dat,
als ik klaar ben krijg ik dan wat?

Op melodie van Altijd is Kortjakje ziek.

A – B – C – D – E – F – G

A – B – C – D – E – F – G
We nemen ons lampionnetje mee,
en we gaan langs alle deuren.
om een lekker snoepje zeuren.
A – B – C – D – E – F – G
We nemen ons lampionnetje mee.

In mijn hand een lampion,
zo ga ik een straatje om.
Snoepje hier en snoepje daar,
dank u wel, tot volgend jaar.
In mijn hand een lampion,
zo ga ik een straatje om.

Sint Maarten had een geit

Sint Maarten had een geit,
die was al zijn tanden kwijt,
was ie zwart of was ie wit,
hij moest toch een kunstgebit.

Met mijn lichtje zelfgemaakt

Met mijn lichtje zelf gemaakt,
kom ik vanavond, kom ik vanavond,
Met mijn lichtje zelf gemaakt,
kom ik vanavond bij u in de straat.

Voor mijn lichtje zelf gemaakt,
krijg ik vanavond, krijg ik vanavond,
Voor mijn lichtje zelf gemaakt,
krijg ik vanavond een snoep in mijn tas.

Sint Martinus Bisschop

Sint Martinus Bisschop,
roem van alle landen,
dat we hier met lichtjes lopen,
is voor ons geen schande.
Hier woont een rijke man,
die ons wel wat geven kan,
geef me ’n appel of een peer,
dan kom ik ’t hele jaar niet meer.

Sint Maarten, reed door weer en wind

Sint Maarten, sint Maarten,
Sint Maarten reed door weer en wind,
Zijn vurig paard droeg hem gezwind.
Sint Maarten reed met vollen moed,
Zijn mantel dekt’ hem warm en goed.

Een oude, een oude,
Een oude man stond langs de baan,
Hij keek de ridder smekend aan:
”Och help mij, help mij uit de nood.
Ik vind hier in de kou de dood.”

Sint Maarten, sint Maarten,
Sint Maarten was zeer aangedaan,
Hij bleef voor d’ arme beed’laar staan,
Hij trok zijn slagzwaard uit de schêe
En sneed zijn mantel vlug in twee.

De oude, de oude,
De oude man kwam ’s nachts weerom;
Hij had de warme mantel om.
Hij sprak tot Maarten zonder spot,
En zei: ”Ik ben de goede God!”

Meer liedjes vind je hier.

Lees ook