Geregeld hoor je het ouders verzuchten. ‘Wat kunnen ze bij ons thuis toch ruzie maken. En niet één keer op een dag, maar soms een hele ochtend lang. Hoe ga je daar nu mee om? Vrijwel alle broers en zussen maken ruzie. En vanuit de psychologie zou het ook een voordeel hebben. Door thuis ruzie te maken, worden kinderen weerbaar. Leren ze hun grenzen verkennen en voor zichzelf opkomen. Maar wanneer grijp je wel en niet in? En hoe doen andere ouders dit?

Voorbeeld van oplossen ruzie broers en zussen

Ik zag laatst het tv-programma ‘Een huis vol’. Dit volgt ‘grote’ gezinnen. Daar bedoel ik mee, gezinnen met kinderen van 6 of meer. Daarin zit ook de familie Jelies. Deze Urkse familie met een groot gezin ziet er zo warm en op elkaar betrokken uit. Het kwam op de vraag hoe ze omgingen met ruzie in het gezin. Ook daar was wel eens ruzie. En er kwam een oplossing die ik geniaal vond. Als kinderen daar ruzie maakte, dan sliepen ze bij elkaar ’s avonds. Zo leerden ze het goed te maken.

Voorbeelden van oplossingen

Ieder gezin heeft zijn eigen omgangsvormen. Hoe worden ruzies tussen broers en zussen in andere gezinnen opgelost?

  • Eerst even negeren. Kijken of ze het zelf kunnen oplossen. Als er echter gebeten, geslagen of ander fysiek overschrijdend gedrag is, grijpt de volwassene in. Ook bij grote scheldwoorden kan het zijn dat de volwassene ingrijpt en een time-out geeft.
  • Afleiden. Andere moeders geven aan dat ze de kinderen afleiden. ‘Kijk eens daar buiten, ik zie daar twee vogels. Welke kleuren hebben ze? Zie jij ze ook?’
  • Uit elkaar halen. Zeker bij een fysieke ruzie kiezen veel ouders ervoor om de kinderen te scheiden. Het ene kind speelt in de ene kamer, de ander in de woonkamer. Zo komt er wat ruimte om de boosheid en irritatie te laten zakken. Eenmaal afgekoeld, wordt het uitgepraat.
  • Een taak geven waarin ze samenwerken. Ook kan het helpen als ze samen een taak doen, waarin samenwerken nodig is. Denk aan het konijnenhok schoonmaken of samen een tekening maken voor opa/oma op 1 vel. Vaak worden de zinnen dan verzet. En dit helpt weer om in gesprek te komen samen.
  • Het samen laten oplossen. Kinderen hebben vaak heel goede oplossingen. Als ze eenmaal uit hun emotie zijn, kunnen ze het vaak goed samen oplossen. En het is voor mij als volwassene ook weer goed om te leren dat ze veel meer kunnen qua oplossen..
  • Als het niet lukt om het zelf op te lossen, help dan als volwassene mee. Het gaat dan niet om wie de ‘schuldige’ is, maar eerst op hoe het opgelost kan worden. Daarna kun je altijd nog bespreken wat je qua gedrag niet leuk vindt. Bijvoorbeeld: ‘ik zie dat je de potloden van je zus afpakte, terwijl zij ermee aan het kleuren was. Dat vind ik niet aardig om te zien’
  • Beloon fijn spelen. Op de momenten dat het spelen wel gezellig gaat..pak je kans! Beloon het samen spelen, benoem het, geef een sticker, zeg dat ze langer schermtijd krijgen of wat er ook maar werkt voor jouw kinderen.
  • Naar buiten! Een fysieke activiteit buiten of een rondje buiten lopen kan ook de ‘kou’ uit de lucht halen. Daarbij is buitenlucht goed en gezond. Alle reden om bij een ruzie dus met elkaar naar buiten te gaan. Als ze dan ook nog in een bos of bij een strand kunnen ‘uitrazen’ is dit helemaal fijn.

Hoe grijp je in bij een ruzie tussen broer en zus?

Het is altijd wel een beetje zoeken. Wanneer grijp je in en wanneer wacht je even af? Grijp in ieder geval wel in als:

  • Als er fysiek geweld toegepast wordt. Denk aan bijten, slaan, krabben, haren trekken, trappen, knijpen.
  • Als er leeftijdsverschil tussen je kinderen zit. Een broer van 12 tegen een broertje van 4 bijvoorbeeld, dan is het wel tijd om in te grijpen. Het is een oneerlijke verhouding en ze zitten beiden op een totaal ander level. De kans is aanwezig dat ze er uitkomen, maar ze hebben jouw nodig om gedrag te vertalen.
  • Bij uitschelden en grove beschuldigingen. Het valt me persoonlijk op dat kinderen met de ergste woorden en ziektes smijten zonder dat ze een idee van de betekenis hebben. En dat is iets wat meteen in de kiem gesmoord moet worden. Zulke woorden zeggen we niet. Niet tegen elkaar maar ook niet ‘zomaar’.
  • Als een kind zich bedreigd voelt. Dit kan zijn als een broer/broertje of zus/zusje sterker is en hierdoor het andere kind de baas is. Of als één kind verbaal sterker is als de ander.
  • Ruzies zijn op zich niet erg. Het helpt kinderen om sterker te worden. Om zelf te leren wat ze van iets vinden en voor zichzelf op te komen. Heel nuttige eigenschappen als ze de maatschappij ingaan. Goed leren ruzie maken is ook sociaal-emotioneel verfrissend. Teveel mensen gaan conflicten uit de weg, waardoor het onder de huid gaat zitten.

Lees ook

Mirjam de Stigter