Skip to Content

De puberteit, gedrag en ontwikkeling

De puberteit, gedrag en ontwikkeling

Kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen, grote zorgen.

Dit kreeg ik vroeger geregeld te horen toen ik moeder was van drie jonge kinderen. De leeftijden van onze kinderen liggen dicht bij elkaar. Dit vergde voornamelijk qua organisatie veel creatieve oplossingen. Oudste op tijd naar de kleuterschool, peuter op tijd in bed voor zijn middagslaapje en nog even snel dat flesje geven aan nummer drie.

Soms zat ik uitgeput op de bank bij vriendinnen op de koffie. Twee van de meiden hebben al wat oudere kinderen en die moesten altijd lachen om mij en mijn verhalen. Ja meid, zeiden ze dan, wacht maar tot ze ouder worden!

En dat zijn ze inmiddels. Nu lopen er drie grote pubers in huis rond. Op de jongste na ben ik dus nu de kleinste hier thuis.

Als ik mijn vriendinnen moet geloven zit ik nu dus in de periode van “meid, maak je borst maar nat!”

Maar ik moet zeggen, ik prijs me gelukkig met zoals het nu gaat. Het valt zo enorm mee. Het gaat zelfs vele malen rustiger dan de basisschoolperiode. Juist toen was er veel ruzie onderling, geschreeuw en gegil, gemopper op elkaar. Juist toen dacht ik weleens…oh nee hoe zal dit straks gaan in de puberteit?

Puberen doen ze allemaal. Het is een ontwikkeling die niet is tegen te houden. Het hoort bij het opgroeien. De één zal er meer last van krijgen dan de ander en ook dit is niet op voorhand te voorspellen waar jij als ouders mee te maken zal krijgen. Maar op de één of andere manier krijg je er dus wel mee te maken. En het begint soms al voor je er erg in hebt.

Het kan zomaar zo zijn dat jij nog in de veronderstelling bent dat je in rustig vaarwater zit, terwijl de hormonen al behoorlijk tekeer gaan in het kleine lijf van je oogappeltje.

De puberteit komt in drie fases

Kinderen en jong volwassenen tussen de 10 en 22 jaar mag je een puber noemen. Binnen deze leeftijdsperiode gebeurt er veel in de ontwikkeling van je kind en groeit het stap voor stap op tot een zelfstandig mens die rijp is voor de volwassen wereld.

In ongeveer 10 jaar tijd maakt jouw kleine spruit dus die enorme stap richting de grote wereld. Zo loop je nog hand in hand naar het schoolplein en voor je het weet maken ze al plannen om op zichzelf te gaan wonen.

Dan krab je jezelf wel even achter je oren en denk je wellicht: Het is maar goed dat deze periode in stappen gaat, als ík al moeite heb om dit tempo bij te houden hoe zal het dan voor mijn kind zijn om dit door te maken?

Fase 1: de vroege puberteit

Het eerste stadium, het begin van verandering, de eerste kenmerken komen langzaam aan het licht. Rond ongeveer de 10-jarige leeftijd van je kind treedt de puberteit binnen. Bij een enkeling gebeurt dit misschien zelfs al eerder en bij een ander juist iets later. Maar zo tussen de 10 en 14 jaar gaat het toch echt gebeuren!

Lichamelijk veranderen meiden het snelst. Ze krijgen borsten, bredere heupen en hier en daar komen haartjes tevoorschijn op de schaamstreek en onder de oksels. Ook gaat het menstrueren beginnen, meestal begint dit met wat lichte verkleurde afscheiding en er zal ook nog niet direct een regelmaat zijn in het begin.

Toch kunnen de meiden ook in deze periode wel echt serieuze menstruatieklachten hebben, die je als ouder maar beter serieus moet nemen.

Tips als een warme kruik tegen de buik, verse thee van munt en gember, warme melk met honing, een extra stukje chocola. Dit soort kleine dingetjes helpen over het algemeen beter als opmerkingen als “stel je niet aan, dit is nog niks!”

Jongens veranderen ook in lichaamsbouw. De schouders en borstkas gaan verbreden, de bovenbenen worden breder, spieren worden sterker en de stem gaat ineens overslaan.

De baard komt in de keel. En niet alleen in de keel, want er verschijnen ook wat plukjes rond de kaak in de vorm van beginnende baardgroei.

Verder krijgen jongens ook meer lichaamsbeharing en kunnen ze af en toe verrast worden van een klammig nat bed bij het ontwaken in de ochtend. Zonder het door te hebben hadden ze plots een natte droom.

Al deze ervaringen en gebeurtenissen vinden de meeste kinderen maar stom en raar. Het liefst willen ze er niets van weten. Ze kunnen hier ook behoorlijk emotioneel op reageren en kunnen ook wat extra gevoeliger worden.

Door de gierende hormonen kan het gedrag van de beginnende puber vanuit het niets omslaan en kunnen er uitbarstingen ontstaan die je waarschijnlijk nog niet gewend was van je kind. 

De zoektocht naar zelfstandigheid en een eigen identiteit gaat nu van start. Er wordt aansluiting gezocht bij soortgenoten, waardoor een vriendengroep van school waarschijnlijk zal worden ingeruild voor andere leeftijdsgenoten.

Er wordt waarde gehecht aan een eigen stijl wat betreft kleding en muziek. Keuzes waar jij geen invloed meer op mag hebben. Alles wat jij vanaf nu probeert voor te stellen, zal per definitie vanaf nu “fout” dan wel “saai” zijn.

Wat deze periode extra lastig maakt is de grote verandering van school. Het liefst houdt je kind nu alles lekker veilig en vertrouwd bij het oude. Maar de basisschool loopt ten einde. Groep 8 maakt zich klaar voor eindtoetsen, kamp, musical en afscheid nemen. 

Een totaal andere periode breekt aan, nieuwe school, nieuwe vrienden, andere omgeving, andere leerkrachten. 

Dit kan extra druk en spanning geven op je kind, zeker als er sprake is van onzekerheid. Twijfels en vragen “hoe kom ik over, ben ik te dik, draag ik de juiste kleding, vinden anderen mij leuk?” kunnen de stemmingen van je kind flinke ommezwaai opleveren.

Zo zijn ze helemaal tevreden en energiek en opeens hangen ze sloom over de bank en zijn ze niet vooruit te branden. 

Fase 2: de middenpuberteit

Rond de 14-16 jaar zit de puber in de 2e fase van de puberteit. Lichamelijk verandert er niet meer zo heel veel. Maar mentaal kan er nog wel het een en ander gaan veranderen. De puber krijgt steeds meer een eigen ik en de drang om los te komen van ouderlijk gezag wordt steeds groter.

De puber voelt zich al heel wat en denkt dat het al van alles aan kan. Experimenteren willen ze nu, grenzen opzoeken, nieuwe ervaringen opdoen.

Seks, drank, drugs, roken. Met of zonder groepsdruk willen ze van alles ontdekken. Impulsief, zonder oog voor gevaar en het kunnen overzien van gevolgen van bepaald gedrag gaat de puber op zijn of haar ontdekkingsreis. 

Doordat jij als ouder wel dergelijke consequenties overziet, sta jij met gekromde tenen toe te kijken en voel jij je misschien wel machteloos. Je probeert je kind te beschermen, maar dit kan juist averechts werken en zorgen voor spanningen tussen jou en je kind.

Alle lichamelijke veranderingen en het flinke groeien van het lijf vraagt veel energie van je kind. Mede hierdoor zijn pubers over het algemeen snel moe. En je weet zelf ook wel, als je moe bent word je knorrig, chagrijnig en heb je weinig zin om iets te ondernemen.

Het helpt ook niet mee dat kinderen in deze leeftijdsfase pas laat op de avond merken dat ze moe worden. Ze gaan dus eigenlijk té laat naar bed, komen hierdoor slecht in slaap en toch gaat de die ellendige wekker weer tekeer om op tijd op school te zijn.

Lastig dus om dan weer kwiek en energiek naast je bed te springen. Het liefst draai jij je nog even om.

En dan vraagt school ook nog zo veel van je. Wat wil je worden, welke richting wil je op, welk plan heb je voor ogen? Je moet keuzes maken, een vakkenpakket kiezen die past bij de richting die je wilt. Wat een opgave, zeker als je nog absoluut geen idee hebt. 

Fase 3: de late puberteit

Tussen de 16-22 jaar zit de puber in de laatste fase. Er komt langzaam maar zeker licht aan het einde van de tunnel! Er komt rust terug! Rust in huis én rust in de puber! Gelukkig maar. Jouw puber zal zich minder vaak opsluiten in zijn of haar slaapkamer.

Er wordt ineens aan jou gevraagd hoe het met je gaat. Spontaan krijg je een knuffel. Er wordt zowaar een bord uit eigen beweging naar de keuken gebracht! Niet te vroeg juichen, nee het bord gaat nog steeds niet vanzelf ín de vaatwasser, maar het begin is er!

Groepsdruk wordt minder van belang. Als jouw kind het ergens niet mee eens is, zal het door niemand kunnen worden overgehaald of gepusht worden om iets te doen waar hij of zij niet achter staat.

Nu gaan er echt serieuze stappen genomen worden, richting de toekomst. Een toekomst die past bij jouw kind en waar hij of zij zich prettig bij voelt. 

Handige tips om elke periode goed door te komen

Niet ieder kind is hetzelfde en ook niet iedere ontwikkeling verloopt volgens de boekjes. Er zijn geen pasklare antwoorden of adviezen te geven hoe je het beste en makkelijkst door de periode van puberteit heen walst.

Het blijft gissen, uitproberen en zoeken naar wat het beste helpt voor jullie. Met vallen en opstaan en met hier en daar wat pittige gespannen periodes misschien. Misschien kunnen deze kleine tips je een beetje op weg helpen om de puberperikelen iets te verzachten.

Grenzen stellen en regels maken

Het duidelijk stellen van grenzen en het geven van regels kan extra rust geven voor zowel je kind als jou als ouder.

Ondanks dat de puber graag tegen de grenzen opbokst en regels aan de laars lapt, zal het je kind veiligheid geven. Weten waar je aan toe bent, welke ruimte je hebt kan helpen om alles goed te blijven overzien.

Het brein van de puber is behoorlijk in ontwikkeling en moet nog even een tijd doorgroeien om alle gebieden goed in balans te krijgen.

Dit maakt dat pubers zo af en toe impulsief kunnen handelen, dingen niet goed genoeg kunnen overzien, oorzaken en gevolgen minder goed kunnen inschatten en slecht in staat zijn om een goede planning te maken.

Jouw grenzen en regels helpen je kind nu dus extra goed om houvast te hebben op zaken waar ze even minder goed in zijn. Door de regels goed uit te leggen en te onderbouwen en ze vooral geregeld samen te bespreken zal er minder weerstand komen vanuit de puber.

Luister naar je kind

Gesprekken tussen jullie komen misschien minder vaak voor dan je zou willen. Maar zodra je kind iets vertelt dan is één ding belangrijk: luisteren!

Hoor het verhaal. Laat je kind vertellen wat er in zijn of haar leven speelt, wat er dwars zit op dat moment. 

Zonder commentaar en vooral geen waardeoordeel geven.

Verplaats je in je kind en toon vooral begrip. Wees blij dat er iets gedeeld wordt met je, alleen zo weet je wat er speelt in het leven van je kind en blijf je op de hoogte wat het doet en waar het uithangt.

Blijf betrokken en geïnteresseerd

Wees open naar je kind. Geef ruimte om zijn of haar verhaal te doen. Laat weten dat je van je kind houdt en dat je onvoorwaardelijk klaar staat voor hem of haar. Ga in gesprek, zonder oordeel of afkeur. Maak er geen preek van, maar stel open vragen.

Moedig je kind aan dingen te doen waar het goed in is. Neem je kind serieus. Dit zal jullie band sterker maken en je kind vertrouwen geven dat wat er ook gebeurt hij of zij bij jou terecht kan als er problemen zijn.

Vertrouw je kind

Een goede relatie met iemand kan niet gaan zonder vertrouwen. Vertrouw je kind dus ook. 

Wanneer je kind weet en voelt dat jij vertrouwen hebt in hem of haar, zal het beter instaat zijn om verstandige keuzes te maken. Het zelfvertrouwen groeit en hierdoor zal er beter kunnen worden omgegaan met lastige situaties.

Laat je kind weten en merken dat jij vertrouwen hebt in hem of haar, dat jij er van uit gaat dat je kind het verschil weet tussen “goed” en “fout”. Met deze gedachte in het achterhoofd van de puber zullen er minder snel “slechte” keuzes gemaakt worden.

Wees trots

Geef hem of haar complimenten en spreek je waardering uit. Laat weten dat je trots op je kind bent. Spreek het uit en vertel positieve dingen die je opvallen. Je kind groeit hierdoor en heeft dit ook nodig om zelfvertrouwen te krijgen. 

Houd de lol erin

Humor kan veel goed doen. Het haalt de scherpe kantjes weg van gespannen sferen. Sta niet continue op scherp om de puber even “terecht te spreken”. Houd het luchtig en wees af en toe gewoon minder serieus. Samen lachen geeft een positieve energie die jullie helpt om goed samen in contact te blijven.

En als allerlaatste wil ik je graag deze tip nog mee geven: kijk ook eens in de spiegel…

Hoe was jezelf als puber? Hoe reageerde jij op je ouders en omgeving? Wat heb je zelf allemaal gedaan wat wel of niet mocht? 

En hoe is dat verder uitgepakt? Waarschijnlijk ben je nu een verstandige volwassene die het leven aardig op de rit heeft. Je hebt je kind al een behoorlijke tijd op weg geholpen richting in zijn of haar ontwikkeling.

En nu is het tijd om langzaam los te laten, om je kind op eigen benen keuzes te laten maken. Geniet hiervan, wees trots op wat jij hebt helpen opgroeien!

Wees dus niet alleen trots op je kind, maar ook op je partner met wie je de opvoeding samen voor elkaar bokst en last but not least…wees trots op jezelf! Een schouderklopje voor jou, want voor jou staat een prima mens die het supergoed doet, door jou!

Isabell
Laatste berichten van Isabell (alles zien)