Als er iets is wat een jong kind niet kan dan is het wel lang stilzitten! De concentratie is er nog niet naar om lang en aandachtig te kunnen focussen op één ding. Daarom is het fijn als een kind veel kan afwisselen, even iets geks tussendoor, lekker bewegen met je hele lijf, alles losschudden. Liedjes zingen kun je de hele dag door doen. Om je kind in slaap te sussen, tijdens het verschonen, bij het aankleden, tijdens het spelen met de blokken of poppen of wanneer dan ook. Er is voor alles wel een liedje te bedenken. Het helpt als kinderen wat drukker zijn en niet stil willen liggen als jij ze aan wil kleden of moet verschonen. Het kind gaat de aandacht verleggen naar je stem en vergeet zijn driftige bui en zal snel meebewegen in jouw ritme zodat jij controle krijgt over wat je wilt gaan doen. Een deel van deze dansjes deden we bijvoorbeeld ook tijdens het peuterzwemmen in het zwembad.

Tips voor als je liedjes gaat zingen

Zing vaak een liedje dat het kind al kent, of niet (na het een paar keer herhaald te hebben zingt het vanzelf met je mee). Doe zelf de bewegingen voor en het kind zal je volgen.

Maak grote gebaren als je iets uitbeeldt en trek extra rare gezichten, je mimiek en expressie zullen je kind stimuleren om mee te doen en samen beleven jullie al snel jullie eigen kleine feestje. Want samen zingen is een feest!

Veel kinderliedjes zijn al zo oud als de weg naar Rome, maar dat geeft niet, je kunt ze nog steeds zingen! Je kind zal niet boos worden, beloofd! Op sommige websites kun je ook veel nieuwe liedjes vinden en leren, zoals bij moffel&piertje van het tv-programma koekeloere of het zandkasteel met Zaza, Toto en Koning Koos.

Voorbeelden van liedjes die je met peuters al snel kunt zingen

Annemaria koekkoek

Een spel waarbij goed opgelet moet worden, wanneer kun je lopen en bewegen en wanneer moet je stil blijven staan? Ziet Annemaria je nog net bewegen? Oei, dan ben je misschien wel af, of kun je heel snel naar de muur komen als Annemaria niet kijkt?

Terwijl je met de rug naar de kinderen staat roep je “Annemaria koekkoek” in verschillende tempo’s, soms snel, soms langzaam. Bij “koekkoek” mag je je snel omdraaien en kijken of je iemand nog ziet bewegen. Wie je niet ziet bewegen mag nog een ronde door. Blijf herhalen tot iemand de muur raakt of iedereen af is.

Hoofd, schouders, knie en teen

Wie kent dit liedje niet? Wie heeft dit vroeger niet zelf gedanst; als kind of iets ouder wellicht als ochtendgymnastiek op kamp? Een liedje waarbij de kinderen niet stil kunnen blijven staan en iedere keer het genoemde lichaamsdeel aanraken. Eventueel kun je het moeilijker maken door na de eerste keer het hele liedje compleet te zingen vervolgens een lichaamsdeel weg te laten en dan te neuriën, en dan 2 lichaamsdelen etc. Totdat je het hele liedje neuriet. De bewegingen gaan natuurlijk wel gewoon door ;-)

Hoofd, schouders, knie en teen
Knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen,
Knie en teen
Oren, ogen, puntje van je neus
Hoofd, schouders, knie en teen,
Knie en teen.

Ik stond laatst voor een poppenkraam

Ga in een kring staan en zing samen het liedje. Bij ‘o,o,o’ schud je je hoofd. Bij ‘zo,zo,zo’ wijs je met je handen aan hoe groot de poppen zijn. Eerst laag, dan iets hoger en nog hoger. Op ‘ze deden allemaal zo’ bedenk je een beweging die de poppen maken. De kinderen doen jou na. Variatie: laat de kinderen een beweging bedenken. Mogelijke bewegingen: springen, hinkelen, zwaaien, hurken, rondje draaien, klappen.

Ik stond laatst voor een poppenkraam
O, O, O
Daar zag ik zoveel poppen staan
Zo, zo, zo
De poppenkoopman ging op reis
De poppen raakten van de wijs
Ze deden allemaal zo (3 keer)

In de maneschijn

Zing samen met het kind het versje en beweeg met elke regel mee. In de maneschijn= maak een grote ronde beweging met je handen. Klom ik …= met je vingers klim je een trapje op. En je raadt het niet= met je wijsvinger zwaai je heen en weer. Zo doet een vogel= met beide armen vliegen. En zo doet een vis= met beide handen op elkaar maak je een visbeweging. Zo doet een duizendpoot…=met je ene hand de andere hand boenen. En dat is 1= 1 vinger opsteken. En dat is 2= 2 vingers opsteken. En dat is dikke….= dikke buik nadoen. En dat is recht= armen recht naar voren. En dat is krom= armen buigen. En dan draaien we….= met de armen om elkaar heen draaien.

In de maneschijn In de maneschijn
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn
En je raadt het niet En je raadt het niet
Zo doet een vogel
En zo doet een vis
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is
En dat is 1
En dat is 2
En dat is dikke dikke dikke tante Kee
En dat is recht
En dat is krom
En dan draaien we het wieltje nog eens om, rom bom

Jan Huigen in de ton

Ga met de kinderen in een kring staan en pak elkaars hand vast. Terwijl je zingt loop je een rondje met elkaar en bij het woord “huigen” maak je een buiging met elkaar naar het midden van de kring. Bij de laatste regel valt iedereen op de grond (in duigen).

Jan huigen in de ton
Met een hoepeltje erom
Jan huigen,
Jan huigen
En de ton die viel in duigen

Ora Viva

Hier maak je de beweging die je zingt. Dus op het woord “klappen” klap je in beide handen en zo verzin je een reeks grappige bewegingen met elkaar. (Laat kinderen zelf ook verzinnen). Denk hierbij aan springen, stampen, hurken, sluipen, zwaaien enz.

Ora viva
Even klappen, even klappen
Ora viva
Even klappen, jaja

Twee handjes op de tafel

Bij dit versje kun je leuk variëren in hard en zacht. Begin het versje zachtjes op gedempte toon en ga steeds een beetje harder tot je bij de vuisten bent en dan rommeldebommel je zo hard mogelijk op de tafel waarna je weer direct overgaat op een gedempte toon. Het laatste stukje waar de handjes zijn verdwenen zing je heel verdrietig en je bent weer opgelucht en blij als de handjes weer zwaaiend terug zijn.

Twee handjes op de tafel
Twee handjes in de zij
Twee handjes op de schoudertjes
Op het hoofdje allebei
Nu maken we twee vuistjes
Zo stevig als het maar kan
Daar gaan we nu mee trommelen
Van je rommeldebommeldebom
De duimpjes zijn de dikste
De pinkjes zijn maar klein
Nu moeten alle handjes
Weer op je ruggetje zijn
Waar zijn ze nu gebleven?
Ik heb geen handjes meer
Waar zijn ze nu gebleven?
Kijk, ik zie ze weer!

Witte zwanen, zwarte zwanen

Witte zwanen, zwarte zwanen,
Wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
De sleutel is gebroken,
Is er dan geen smid in het land,
Die de sleutel laten kan.
Laat doorgaan, laat doorgaan,
Wie achter is moet voorgaan.

Zevensprong

Een liedje dat je in een cirkel danst en met elkaar rondjes loopt. Zodra je gaat zingen ‘en dat is 1’ hoort daar een beweging bij.

  1. Een voet naar voren
  2. Tweede voet naar voren
  3. Op een knie gaan zitten
  4. Twee knieën zitten
  5. Een pols naar voren
  6. Tweede pols naar voren
  7. Helemaal voorover buigen met hoofd tussen armen

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zegt, dat ik niet dansen kan,
maar ik kan dansen als een edelman.
En dat is 1…
En dat is 1, en dat is 2…
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3…

Zigeunermeisje

Er zat een klein zigeunermeisje
Huilend op een steen
Huilend, huilend helemaal alleen
Sta op meisje lief en droog je traantjes af
Kies een kindje uit de kring
Met wie je dansen mag
Tra la la la la, la la la la …

Uitgelichte afbeelding 123rf.com

Lees ook