Heel veel typische kinderliedjes die nu nog op bijvoorbeeld het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal en op de basisschool gezongen worden, kennen we nog van vroeger. De meeste liedjes gaan al een aantal generaties mee, en het leuke daarvan is natuurlijk dat je deze als kind aanleert en later zelf aan je eigen kinderen leert, en zij later ook weer aan hun kinderen, etc. Maar heb je eigenlijk enig idee wat je precies zingt? Waar gaan deze liedjes precies over? We zingen ze nu allemaal vrolijk mee, maar waarschijnlijk zetten de echte betekenissen van de oud-Hollandse kinderliedjes je toch wel een beetje aan het denken!

Altijd is Kortjakje ziek

De tekst van dit liedje luidt:

Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week, maar ’s zondags niet
’s Zondags gaat zij naar de kerk, met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week, maar ’s zondags niet

Er bestaat een theorie die stelt dat Kortjakje eigenlijk een prostituee is. Een ‘jakje’ is een kledingstuk van vrouwen uit de zeventiende eeuw; het was een kort jakje, dus weinig verhullende kleding. Doordeweeks is Kortjakje ziek en ligt ze dus op bed, maar daar doet ze dus eigenlijk heel andere dingen dan ziek zijn. Ze verdient daar goed geld mee en heeft daarom een boek vol zilverwerk, waarmee ze elke zondag naar de kerk gaat om haar zonden op te biechten; het zilverwerk zou compenseren voor haar slechte daden.

Elsje Fiederelsje

De tekst van dit liedje luidt:

Elsje, Fiederelsje
Zet je klompjes bij ’t vuur
Moeder bakt pannenkoeken
Maar het meel is zo duur

Tingelingelinge pannenkoek
Stroop met rozijnen
Tingelingelinge pannenkoek
Kom op bezoek

Net als Kortjakje, is Elsje waarschijnlijk ook een vrouw met het alleroudste beroep geweest. Fiederelsje zou namelijk verwijzen naar het Groningse woord fietern of fiedern, wat geslachtsgemeenschap hebben betekent. Na een dag (of nacht) hard werken komt Elsje thuis om warm te worden bij de haard. De meel is duur, want ze heeft er haar lichaam voor moeten verkopen. Maar als ze een keer heel goed heeft verdiend, kunnen er zelfs pannenkoeken met stroop én rozijnen worden gebakken! Helaas is daarna het hardverdiende geld weer op, en moet er een nieuwe klant bij Elsje op bezoek komen om weer inkomsten te krijgen.

In de maneschijn

De tekst van dit liedje luidt:

In de maneschijn
In de maneschijn
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn
En je raadt het niet
En je raadt het niet
Zo doet een vogel
En zo doet een vis
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is

En dat is één
En dat is twee
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
En dat is recht
En dat is krom
En zo draaien we het wieltje nog eens om
Rom bom

Dit liedje is eigenlijk bedoeld als waarschuwing naar meisjes toe, dat ze niet zomaar met elke man het bed in moeten duiken. Huh? Wat heeft dat nou te maken met de tekst van dit liedje? Ik leg het je uit. Vroeger moesten meisjes aan hun toekomstige man kunnen aantonen dat ze hem kinderen kon geven, en hij dat hij het gezin kon onderhouden. Deed hij dat, dan mocht hij met verlof om alvast tijdens de verloving met haar naar bed te gaan. Raakte het meisje zwanger, dan zag iedereen er ook op toe dat ze daadwerkelijk zouden trouwen. Vanaf de verloving moest het meisje op een soort zolderkamer gaan slapen met het raam op een kier. Er stond een ladder tegen de muur waarop jongens na zonsondergang naar boven konden klimmen. Het meisje en de jongen mochten nog wel wat friemelen, maar verder niet. Het meisje kon op deze manier afscheid nemen van haar jeugd en aantonen dat ze haar aanstaande man trouw zou blijven. In het liedje klimt er dus zo’n jongen door het zolderraam naar binnen.

Door het raam komen ook vogels, vissen en duizendpoten naar binnen: een vreemdeling (vreemde vogel, en ‘vogelen’ betekent ook ‘geslachtsgemeenschap hebben’), een gelovige (een vis) of iemand die alles kan en mooie praatjes heeft (de duizendpoot). Het meisje mocht alleen met haar aanstaande man vrijen, dus maar met één. Dat is dus recht. Vrijen met twee, was krom. Dikke tante Kee verwijst naar zwanger worden. Als het meisje zwanger raakte van een andere jongen, ging het huwelijk niet door en werd het kind naar de nonnen gebracht. In een nonnenklooster was een soort wiel in de muur gemetseld waarmee kinderen anoniem te vondeling gelegd konden worden. Dus als het meisje uit het liedje ‘krom’ doet en zwanger raakt (dikke tante Kee) van een andere jongen dan haar aanstaande man, werd het kind in het wiel gelegd bij het nonnenklooster en werd het wiel omgedraaid.

Twee emmertjes water halen

De tekst van dit liedje luidt:

Twee emmertjes water halen
Twee emmertjes pompen
De meisjes op de klompen
De jongens op een houten been
Rij maar door mijn straatje heen

Van je ras, ras, ras
Rijdt de koning door de plas
Van je voort, voort, voort
Rijdt de koning door de poort
Van je erk, erk, erk
Rijdt de koning door de kerk
Van je één, twee, drie!

Dit kinderliedje is eigenlijk een manier waarop meisjes in metaforen te horen krijgen over ‘de geneugten van de lichamelijke liefde’. Het houten been kan namelijk verwijzen naar het mannelijk geslachtsdeel, en het straatje, de plas, de poort en de kerk naar het vrouwelijke geslachtsdeel (denk maar aan ‘voor het zingen de kerk uit’). Op deze manier wordt ook dit liedje ineens heel dubbelzinnig.

Toch zingen we allemaal vrolijk mee met deze oud-Hollandse kinderliedjes. Laten we dat ook vooral blijven doen! Achter heel veel dingen zit een dubbele betekenis die nogal schunnig is en eigenlijk niet voor kinderen is bestemd, maar dat maakt het toch ook wel weer juist grappig, toch?

Lees ook

Jisca