Maastricht is de hoofdstad van de provincie Limburg en is de grootste gemeente van de provincie. De stad ligt aan de voet van de Sint-Pietersberg, tussen het Plateau van Margraten, het Plateau van Caestert en de Haspengouw, op de plaats waar de rivier de Jeker in de Maas uitmondt. Het centrum van de stad ligt op een hoogte van ca. 50 meter boven NAP. De buitenwijken liggen iets hoger. Het hoogste punt is de Sint-Pietersberg. Maastricht behoort tot één van de oudste steden van Nederland. Maastricht is ontstaan bij een doorwaadbare plaats aan de rivier de Maas, waaraan het zijn naam te danken heeft (Maastricht = Mosa Trajectum = doortocht door de Maas). De stad heeft een lange en veelbewogen geschiedenis, wat je kunt zien aan de talrijke historische gebouwen en kunstschatten in kerken en musea. Internationaal werd de stad bekend door het Verdrag van Maastricht (1992), dat de Europese Unie zijn huidige vorm gaf.

Bezienswaardigheden Maastricht

De stad telt 1677 rijksmonumenten, de meeste, na Amsterdam. Daarnaast zijn er 1639 gemeentelijke monumenten het hoogste aantal, samen met Utrecht. Onder de beschermde bouwwerken bevinden zich de oudste stadspoort van Nederland, de oudste brug van Nederland, twee van de voornaamste romaanse kerken in Nederland, zeven gotische kerken en kapellen, en een vijftiental historische kastelen en landhuizen.

De stad wordt in de rest van Nederland vaak gezien als “buitenlands”, vooral door de perifere ligging vlakbij België en Duitsland, maar ook door het bijzondere (andere) landschap, de huizenbouw, de afwijkende geschiedenis, de cultuur (fanfares, carnaval, processies en de Bourgondische leefwijze). In elk geval een stad waar je echt eens heen moet, voor een dagje of een vakantie (want in de omgeving zijn er ook genoeg mogelijkheden).

Sint Servaasbrug

De Sint Servaasbrug is een van oorsprong 13e-eeuwse stenen boogbrug over de rivier de Maas. De brug is genoemd naar de 4e-eeuwse bisschop van Maastricht, Sint-Servaas, maar kreeg zijn huidige naam pas in 1932; daarvoor was het gewoon ‘de brug’, officieel Maasbrug. De Sint Servaasbrug wordt gezien als de oudste brug van Nederland en een icoon van de stad Maastricht. De brug werd gebouwd tussen 1280 en 1298 ter vervanging van de in 1275 ingestorte vorige brug. De huidige Sint Servaasbrug is eigenlijk een verbrede en grotendeels in beton gereconstrueerde versie van de middeleeuwse boogbrug. Het standbeeld van de naamgever van de brug, de Maastrichtse bisschop en patroonheilige Servatius, is het meest bijzondere kunstwerk. Sint-Servaas staat aan de zuidzijde van de meest oostelijke brugpijler, uitkijkend over de Maas in de richting van Luik, waar zijn opvolgers de bisschopszetel naartoe verplaatsten. Links naast hem staat een kleinere figuur die een wapenschild met de vijfpuntige stadsster van Maastricht vasthoudt. Aan de andere zijde staat een Leviet met de hemelsleutel. De oudste plaquettes aan de brug dateren uit 1827. Het ene toont de stadsengel met het wapen van de stad (de vijfpuntige ster) en de datum: OCTOB. 1827. Het andere reliëf heeft dezelfde vorm en afmetingen en toont een gekroonde en gelauwerde W (van koning Willem I) met daaronder wederom de stadsster. Na de Tweede Wereldoorlog werden herinneringsplaquettes aangebracht voor de 17 Nederlandse militairen die op 10 mei 1940 vielen bij de verdediging van de brug, en voor de Amerikaanse Old Hickorydivisie, de bevrijders van Maastricht op 13 en 14 september 1944.

Het Vrijthof

Het Vrijthof is het grootste plein in het centrum en vooral bekend vanwege de vele monumenten, diverse culturele voorzieningen, een reeks jaarlijks terugkerende evenementen en de vele caféterrassen. De geschiedenis van het Vrijthof is door het onafgebroken gebruik sinds de Romeinse tijd uniek in Nederland. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat delen van het Vrijthof al vanaf de laat-Romeinse tijd, en vooral in de vroege middeleeuwen, in gebruik waren als begraafplaats. Er zijn bij opgravingen honderden Merovingische graven gevonden. Ook zijn er de restanten van zeker dertien lagen van de Romeinse heerweg (de Via Belgica) ontdekt, waarvan zeven uit de Romeinse periode.

  • Twee kunstwerken op het Vrijthof verwijzen naar het Maastrichtse carnaval. Het eerste is de hardstenen fontein Hawt uuch vas (“Hou elkaar vast”) uit 1978. Het bestaat uit een 230 cm hoge zuil waartegen vijf beelden van carnavalsvierders zijn geplaatst. Het geheel wordt omringd door een granieten rand met een diameter van 5 m, die een fonteinbekken vormt. Een ander carnavalsmonument is de bronzen beeldengroep ’t Zaat herremenieke (“dronken harmonieorkestje”) uit 1993. De aanvankelijk onbeschilderde beelden keerden na de herbouw van de Vrijthofgarage in 2005 bont beschilderd terug.
  • Op het plein bevindt zich twee grote bronzen herinneringsplaquettes, die in het plaveisel aan de westzijde van het plein zijn ingebed. De eerste is een herinneringsplaquette aan de ‘Old Hickorydivisie’ van het Amerikaanse bevrijdingsleger, een ontwerp uit 1974 van de eerder genoemde Frans Gast. Op de plaquette is centraal het embleem van de legerdivisie afgebeeld met daaromheen een tekst. In 2019 werd een vergelijkbaar plaquette onthuld ter gelegenheid van het honderdste Vrijthofconcert van André Rieu en zijn Johann Strauß Orchestra.
  • Midden op het plein staat sinds 1856 een muziekkiosk. De huidige kiosk dateert van na de bouw van de ondergrondse parkeergarage in 1980 en werd gesponsord door de plaatselijke Rabobank. Op de noordoosthoek van het plein staat een antieke stadsklok, een bekende ontmoetingsplaats. De gietijzeren klok uit 1905 van de firma Wagner uit Wiesbaden werd oorspronkelijk verlicht door middel van stadsgas en heeft om die reden twee kleine schoorsteentjes.
  • Op het Vrijthof zijn enkele belangrijke culturele voorzieningen gevestigd. In de aan het Vrijthof grenzende Dubbelkapel van de Sint-Servaasbasiliek bevindt zich al sinds de 11e eeuw de Schatkamer van de Sint-Servaaskerk. Het Fotomuseum aan het Vrijthof is gevestigd in het Spaans Gouvernement. Het museum toont wisselende exposities op het gebied van de fotografie. De Militaire Hoofdwacht wordt al enkele jaren gebruikt voor tijdelijke exposities. Achter het Generaalshuis, op de terreinen van het voormalige Wittevrouwenklooster, is van 1988-92 het Theater aan het Vrijthof gebouwd. Het Generaalshuis functioneert als entreegebouw van dit theater annex concertzaal. Tot 1977 was in het gebouw de stadsbibliotheek gevestigd.
  • De oorspronkelijke Luikse perroen was uit 1292 en werd in 1796 door de Fransen gesloopt. De huidige perroen bestaat uit een circa 5,5 m lange, naar boven toe breed uitlopende zuil, bekroond met een pijnappel en daarboven een kruis. De zuil wordt omringd door drie liggende leeuwen. De Sint-Servaasfontein uit 1934 is in 1992 verplaatst naar het Keizer Karelplein, aan de noordzijde van de Sint-Servaasbasiliek.

Veel evenementen vinden op het Vrijthof plaats, zoals het Maastrichtse carnaval (februari of maart), de Sint-Servaaskermis (rond 13 mei), de jaarlijkse openluchtconcerten van André Rieu en het Johann Strauß Orchestra (juli), het eetfestijn Preuvenemint (augustus) en het winterfestival Magisch Maastricht (november-december). Tijdens het Maastrichtse carnaval is het Vrijthof het middelpunt van het straatcarnaval. Hier wordt op zondagochtend met een kanon het carnaval ‘ingeschoten’, waarbij een mascotte in de vorm van een pop (’t Mooswief) wordt omhoog gehesen. Drie dagen later wordt het feest hier beëindigd met het naar beneden halen van ’t Mooswief.

Militaire hoofdwacht

Vóór de Sint-Servaas ligt de militaire Hoofdwacht uit 1736 (in 1774 verbouwd). Aan de zuidkant van het plein bevinden zich enkele kanunnikenhuizen, waaronder het Spaans Gouvernement, waarschijnlijk het oudste, nog bestaande woonhuis van Maastricht. Aan de noordkant ligt het Generaalshuis uit 1805, een neoclassicistisch stadspaleis gebouwd in opdracht van een rijke koopman in de Franse tijd. Op de hoek met de Statenstraat staat het voormalig hoofdpostkantoor, een ontwerp van Granpré Molière uit 1914. Aan de andere kant van het Generaalshuis ligt het hotel Du Casque uit 1931 met een fraai art-deco-interieur.

Markt

De Markt ontleent zijn naam aan de warenmarkten die hier al eeuwenlang plaatsvinden. De Markt was in het begin een veel kleiner plein aan de noordelijke rand van de stad, tegen de eerste middeleeuwse muur aan. De namen van enkele op de Markt aansluitende straten, Kleine Gracht en Grote Gracht, herinneren hier aan, want zij liggen op de plaats van de gracht die langs de stadsmuur liep. Tegen de binnenkant van de oude stadsmuur bouwde men aan het eind van de 13e eeuw een lakenhal met belfort. In de lakenhal werden de lakens verhandeld van de Maastrichtse lakenwevers, die zich in het Boschstraatkwartier ten noorden van de Markt gevestigd hadden. Door de bouw van de tweede middeleeuwse omwalling in de 14e eeuw kwam het plein centraler in de stad te liggen. Op de Markt werden ook executies van ter dood veroordeelden uitgevoerd, voor het laatst in 1860.

De meeste huizen aan de Markt zijn in de 17e en 18e eeuw gebouwd. Meestal zijn bestaande middeleeuwse huizen in die periode van hout naar steen gegaan. De Markt veranderde in 1930 door de bouw van de Wilhelminabrug. Om het verkeer vanaf de nieuwe brug te laten doorstromen, sloopte men de bebouwing tussen de Markt en de Maas, waardoor twee straten en drie bouwblokken compleet werden weggevaagd. Pas aan het eind van de jaren 50, begin jaren 60 kwamen aan beide kanten van de Stadhuisstraat grote kantoorgebouwen: het stadskantoor van de gemeente Maastricht en een kantoor van Rijkswaterstaat. Van 2002 tot 2007 werd het grootschalige nieuwbouwcomplex Mosae Forum gerealiseerd. In Mosae Forum zijn naast de gemeentekantoren een winkelcentrum en een grote ondergrondse parkeergarage te vinden.

  • Aan de noordkant van de Markt, bij het begin van de Boschstraat, staat het standbeeld van de Maastrichtse uitvinder van het lichtgas, Jan Pieter Minckeleers, met in zijn hand een eeuwig brandende toorts. Het bronzen standbeeld staat op een hoge, hardstenen sokkel met bronzen plaquettes. Aan de zuidkant van de Markt staat een hardstenen fontein met het standbeeld van het Mooswief. Het beeld brengt hulde aan de groentevrouwen, die vanuit de dorpen rondom Maastricht hun waren op de markt kwamen aanbieden. Op de Markt bevindt zich verder een hardstenen waterpomp uit 1824 op een 17e-eeuwse sokkel.
  • Op vrijdag is er een warenmarkt die veel publiek trekt, ook uit het omringende buitenland. Op woensdagochtend is de warenmarkt iets kleiner van opzet. Op zaterdag wordt er een antiekmarkt gehouden.
  • Verder is er aan de zuidzijde van het plein een dagmarkt met een beperkt aantal permanente marktkramen met snacks en levensmiddelen.
  • Natuurlijk is er ook veel horeca. Een typisch Maastrichtse horecazaak is friture Reitz (“frietsje mèt zoervlèis”) tegenover het Mooswief aan de zuidkant van de Markt.

Het stadhuis

Midden op de Markt staat het 17e-eeuwse stadhuis dat nog steeds dienstdoet als gemeentehuis van Maastricht, hoewel de meeste gemeentelijke diensten sinds 2007 in Mosae Forum gehuisvest zijn. Ook de raadszaal en de publieksbalies hebben een onderkomen in het nieuwe complex gevonden. Het college van burgemeester en wethouders echter zetelt in het oude stadhuis, dat tevens voor representatieve doeleinden wordt gebruikt. De eerste steen voor het stadhuis werd gelegd in 1659. In 1664 was het stadhuis, op de toren na, voltooid. In 1695 werd aan de zuidzijde van de stadhuistrap een schandpaal geplaatst, waaraan mannen die iets misdaan hadden aan de kaak werden gesteld. Voor vrouwen die de wet hadden overtreden werd aan de noordzijde een “draeyhuysken”, een draaibare houten kooi, geplaatst. Het stadhuis van Maastricht geldt als een hoogtepunt in het oeuvre van Pieter Post en een belangrijk voorbeeld van het Hollands classicisme. De vier gevels zijn versierd met frontons met beeldhouwwerk. De west- en oostzijde zijn het meest uitbundig; hier zijn bovendien gebeeldhouwde zijstukken aanwezig. Aan de westgevel zie je de stedenmaagd met het wapenschild van Maastricht, en daarnaast Mars en Minerva.

Onze Lieve Vrouweplein

Het Onze Lieve Vrouweplein ligt in het oudste deel van de stad, net buiten het laat-Romeins castellum. Het Onze Lieve Vrouweplein is het kleinste van de drie belangrijkste pleinen. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat zich op een diepte van 4 tot 6 meter onder de bestrating van het plein restanten van Romeins Maastricht bevinden. In 1910 was in de pandhof van de Onze-Lieve-Vrouwekloostergang een rond torenfundament aangetroffen, dat echter pas veel later kon worden verklaard als onderdeel van een Romeins vestingwerk. Aan de zuidkant van het plein werd in 1981-82 het zuidelijk deel van een 6 meter brede gracht gevonden, die om het laat-Romeinse castellum liep. Iets ten noorden van het terrein werd de zuidwestelijke hoektoren van het fort opgegraven. Na de sloop van het oude hotel Derlon op de hoek van de Plankstraat werd onder andere een ommuurd heiligdom met delen van de Jupiterpijler van Derlon uit de tweede eeuw na Chr. gevonden en een deel van de westelijke toegangspoort, muur en gracht van het castellum uit circa 333 na Chr. Een deel van de vondsten is bewaard gebleven in de Museumkelder Derlon. Bij de Mabro-opgraving werden ook belangrijke Merovingische vondsten gedaan. Deze en andere opgravingen tonen aan dat het gebied ook na het terugtrekken van de Romeinse legioenen intensief bewoond bleef.

De gezellige sfeer van het Onze Lieve Vrouweplein komt doordat het niet zo groot is en door de aanwezigheid van de bomen. De meeste huizen aan het plein hebben 17e-, 18e- of 19e-eeuwse gevels van baksteen met natuurstenen versiering. Hierbij zijn verschillende kanunnikenhuizen.

  • De gevel van de voormalige Wolwaag, op de hoek met de Bredestraat, werd in 1721 vernieuwd, maar het gebouw zelf is ouder (16de eeuws). Daarvoor stond op deze plek ook al een waaggebouw. In het interieur is een ankerijzer bewaard gebleven, waaraan ooit de ijzeren waag was opgehangen.
  • Een bijzonder gebouw is het Huis met de Pelikaan op de hoek met de Cortenstraat. Het gebouw is in art-nouveaustijl. De gevel van Franse zandsteen en Naamse steen heeft een asymmetrisch aanzien en is rijk versierd met beeldhouwwerk. Andere kanunnikenhuizen zijn te vinden op nummers 15, 20, 23 en Sint Bernardusstraat 1. Op nummer 29 is een fraai herenhuis uit het midden van de 18e eeuw met hardstenen deur- en vensteromlijstingen en smeedijzeren balkonhekken in Lodewijk XV- en XVI-stijl.
  • In 1984 werd midden op het plein een bronzen beeld geplaatst van Jupiter te paard. Het beeld staat op een 17e-eeuwse zuil en vormt een moderne Jupiterzuil, daarmee verwijzend naar de in 1983 ontdekte Jupiterpijler van Derlon. Het bronzen beeld Relatie werd in 1987 aan de gemeente Maastricht aangeboden bij het 150-jarig bestaan van de aardewerkfabriek Koninklijke Sphinx.

Grote straat

De Grote Staat is een straat in het centrum en de naam wijst op het stedelijk gezag dat hier vroeger was gevestigd. De straat is onderdeel van de historische hoofdroute tussen Vrijthof en Sint Servaasbrug. Het wordt gezien als de belangrijkste winkelstraat van Maastricht.
Door archeologische opgravingen weten we dat er op een diepte van 5 à 6 meter restanten van Romeinse bewoning zijn. Er zijn resten van lemen huizen of stallen gevonden. In Maastricht bestonden geen gilden maar ambachten. De 23 Maastrichtse ambachten hadden ook geen gildehuis, maar een leube (een soort voorkamer of loggia in een gewoon huis of een voormalige stadspoort). Een aantal leuben lagen in de Sint-Jorisstraat. In het langgerekte marktgebouw tussen Grote Staat en Achter het Vleeshuis waren 70 ‘banken’, waar slagers een vaste verkoopplaats konden kopen of huren. In de loop van de 19e eeuw vertrokken ook steeds meer kleine bedrijven en handwerkslieden (zoals zilversmeden, kleermakers en schoenmakers). Ervoor in de plaats kwamen meer winkels.

Kleine straat

De Kleine Staat is maar 75 meter lang maar je vindt er 16 rijksmonumenten. De meeste panden, ook de rijksmonumenten, hebben gemoderniseerde winkelpuien. Daarboven zijn 17e-, 18e- en 19e-eeuwse gevels te herkennen, vaak met vensteromlijstingen van blauwe hardsteen, soms nog met gevelstenen (nrs. 7, 14 en 16). De huizen in de Kleine Staat zijn over het algemeen hoog. Hoewel de gevels vanaf de straat slechts drie of vier bouwlagen doen vermoeden, hebben bijna alle huizen een kelder en hebben ze zeer hoge daken, waaronder twee, soms drie verdiepingen schuilen.

Dinghuis

Het Dinghuis is het belangrijkste monument in de Kleine Staat en domineert met zijn hoge, laatgotische gevel niet alleen de Kleine, maar ook de Grote Staat. ‘Dinghuis’ is afgeleid van de juridische functie die het gebouw lange tijd had. Een ‘ding’ was in oud-Germaanse tijden een plaats van rechtspraak. In de kelders bevonden zich gevangeniscellen. Ook na de oplevering van het Stadhuis op de Markt bleef het Dinghuis in gebruik als gevangenis. Langs de Jodenstraat was een overhangend deel met cellen. Ook was het hoge dak, met daarop een dakruiter met luidklok, uitermate geschikt als uitkijkpost, vooral bij brandgevaar. Rond 1713 werd het gebouw gebruikt als theater. Het gebouw was eerst nog hoger, maar werd eind 18e eeuw met een etage verlaagd, nadat het in 1793 door een bom was getroffen. De hardstenen gevel wordt bekroond door een fronton over de volle breedte, waarin een klok is aangebracht. De halfronde timpanen boven de vensters hebben gotisch maaswerk. De entree bevindt zich op de eerste etage en is te bereiken via een dubbele trap. Boven het hoog opgaande dak torent een barokke dakruiter. Het gebouw is in gebruik als VVV-kantoor.

Stadswallen

Het Lang Grachtje en het Klein Grachtje zijn twee straten en stadswallen die qua ligging, geschiedenis en uiterlijk erg op elkaar lijken. De stadsmuur aan de zuidzijde van beide straten was ooit onderdeel van de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht. De walmuur dateert uit de 13e eeuw, maar is in de loop der eeuwen vele malen hersteld. In 1229 gaf de hertog van Brabant toestemming om een stenen muur om de stad te bouwen. Eerder was er al een aarden wal opgeworpen met daarop palissaden, maar deze was door de bisschop van Luik verwoest tijdens het Beleg van Maastricht (1204). Waarschijnlijk werd in 1229 begonnen met de bouw van stenen stadspoorten en waltorens, met elkaar verbonden door aarden wallen die in de loop van de 13e eeuw geleidelijk versteend werden. De muur had in totaal dertien stadspoorten en twee waterpoorten. Van de grotere poorten is alleen de Helpoort overgebleven, op minder dan 200 m afstand van het Lang Grachtje.

In de zuidmuur bevonden zich drie stadspoorten: de Looierspoort, de Minderbroederspoort en de Helpoort. Over de Minderbroederspoort is weinig bekend. De in 1734 gesloopte poort zou gelegen hebben aan de Maastrichter Heidenstraat, vlak bij het Oude Minderbroedersklooster, aan het oosteinde van het Lang Grachtje. Bewaard gebleven delen van de zuidmuur bevinden zich tussen de Looiersgracht en de Verwerhoek (onder andere een waterpoort bij de Jeker), langs het Klein en Lang Grachtje, in de tuin van het Minderbroedersklooster en aan weerszijde van de Helpoort.

Typisch is dat deze twee grachten zich aan de binnenzijde van de stadsmuur bevinden. Normaal gesproken ligt een stadsgracht aan de buitenzijde van de muur. Mogelijk bevond zich ten noorden van de huidige straten een oudere wal. Naast het Lang Grachtje en het Klein Grachtje heeft Maastricht een Grote Gracht en een Kleine Gracht, beiden ook onderdeel van de eerste stadsmuur.

De afbraak van de stadsmuren ging nog door tot begin 20e eeuw. In het Jekerkwartier bleven delen van de eerste en tweede wal gespaard. In 1881 werd de Helpoort met aansluitende muurdelen gerestaureerd. In 1906 werd de Pater Vincktoren deels gereconstrueerd en in 1911 volgde de heropbouw van de vervallen Jekertoren op de zuidoostpunt van de wal.

Dominicanenkerk boekhandel

De Dominicanenkerk is een gotisch kerkgebouw vlakbij het Vrijthof. De kerk werd in de 13e eeuw gebouwd als kloosterkerk voor de orde der predikheren of dominicanen. De kerk dankte een groot deel van haar interieur aan Franciscus Romanus, die in Frankrijk de ene na de andere goedbetaalde opdracht kreeg. Niet alleen kon het dak van het koor daardoor vernieuwd worden, ook schonk hij een nieuw hoogaltaar, zijaltaren, biechtstoelen, een orgel en kerkramen.

Vanaf 1805 werd de kerk deels gebruikt als stadsmagazijn, terwijl een ander deel, de voormalige Onze-Lieve-Vrouwekapel, dienstdeed als drukkerij. De kloostergebouwen waren vanaf 1800 in gebruik als school. Vanaf 1899 kreeg de Dominicanenkerk een culturele functie. Tussen 1970 en 1978 had de dienst Stadsarchief en -bibliotheek er een reservedepot. Hierna maakte het postkantoor korte tijd gebruik van de kerk. In de jaren 1980 werd de kerk onder andere gebruikt als feestlocatie, carnavalstempel, expositieruimte en zelfs enkele jaren als fietsenstalling. In 2005 en 2006 werden het terrein van het klooster en van de kerk archeologisch onderzocht. Naast de kerk werden twee vroegmiddeleeuwse graven gevonden. In de kerk zijn 11 onverstoorde en minstens 200 verstoorde graven aangetroffen. Na het archeologisch onderzoek en de restauratie van de kerk en de aanwezige schilderingen is de kerk in gebruik genomen als boekhandel.

In 1861 ontdekte Victor de Stuers onder de kalklagen van de wand van de tweede travee in de noordbeuk restanten van een middeleeuws fresco. In 1866 werden de kalklagen verwijderd. De schildering bleek onder meer scènes uit het leven van Thomas van Aquino voor te stellen. De muurschildering uit 1337 geldt als de oudste in Nederland.

Jekerkwartier

Het Jekerkwartier telt veel monumenten. Vooral 17e- en 18e-eeuwse huizen, soms nog met een middeleeuwse kern en op middeleeuwse fundamenten. Het stratenplan dateert grotendeels uit de middeleeuwen.

Molen Pesthuys

Het Pesthuys is de naam van de voormalige papiermolen Het Ancker, een watermolen en later papierfabriek. Het gebouw ligt in het Jekerkwartier aan de straat De Vijf Koppen, nabij het gelijknamige rondeel en tegenover de Helpoort. Het gebouw is nooit een pesthuis geweest. De nabijheid van barakken voor pestlijders vóór de 18e eeuw heeft waarschijnlijk tot deze onjuiste benaming geleid. De naam ‘Het Ancker’ is overgenomen van het 15e-eeuwse bolwerk dat hier lag. Het Pesthuys was een kruitmolen, in 1546 gebouwd door de salpetermaker Gerard van Metz, en had oorspronkelijk twee waterraderen. In 1773 ontplofte de molen. De Maastrichtse advocaat en vice-hoogschout Willem Frederik de Jacobi liet daarop in 1775 een papierfabriek bouwen die ook gebruik maakte van waterkracht. Na de aanleg van het kanaal Luik-Maastricht (1847-50) raakte de watermolen buiten gebruik en in 1876 werd hij gesloopt.

Het grote vrijstaande gebouw is voornamelijk opgetrokken uit baksteen, mergelblokken en Naamse steen. De noord- en oostgevel zijn gewit; aan de oostgevel zijn muurankers aangebracht. De westgevel ligt aan de rivier de Jeker. Opvallend is de knik in het zadeldak.

Leeuwenmolen

De Leeuwenmolen is een middenslagmolen gelegen op de rechteroever van de rivier de Jeker. De molengebouwen zijn deels uit de 16e en deels uit de 17e en 18e eeuw. Op de topgevel stond vroeger een stenen beeld van een leeuw, vandaar de naam Leeuwenmolen.
De Leeuwenmolen was vroeger binnen de vesting Maastricht met zijn twee waterraderen de grootste graan- en looimolen. Doordat de molens zo kort naast elkaar en tegenover elkaar gelegen waren, gaf dit vroeger vaak aanleiding tot geschillen over de waterverdeling, vooral in droge seizoenen als de wateraanvoer beperkt was. Er kwam een eenvoudige oplossing: de ene dag zouden de molens op de rechteroever malen en de volgende dag de molen op de linkeroever. In 1898 werd de Gemeente Maastricht de eigenaar, maar verkocht deze een jaar later aan de Maastrichtse molenaar Hendrikus Hubertus Clemens. De molen van Clemens was omstreeks 1900 de enige molen in die hoek die nog maalvaardig was. Het bestaande houten gangwerk werd vervangen door een ijzeren met een waterrad met een middellijn van 6,7 m en voorzien van een op de gevel aansluitende gemetselde ombouw met een pannenzadeldak. In het laatste oorlogsjaar en direct na de bevrijding in september 1944 draaide het maalbedrijf op zijn top omdat de molen een groot aandeel had in de stedelijke voedselvoorziening. Na 1950 werd hij vrijwel niet meer gebruikt en in 1956 werden alle activiteiten stopgezet, waarna de molen ernstig in verval raakte. Pogingen in het begin van de jaren zestig om de waterkracht te gebruiken voor elektriciteitsopwekking hadden geen succes, ook de pogingen om het gebouw een andere functie te geven niet. Tot 1965 bleef de molen in bezit van de erven Clemens.

Bisschopsmolen

De Bisschopsmolen is een middenslag watermolen op de Jeker waarschijnlijk uit de 11e eeuw, toen de eigenaar van de molen, hertog Godfried van Bouillon een deel van zijn bezittingen, waaronder de molen, verpachtte aan de bisschop van Luik ter financiering van zijn deelname aan de Eerste Kruistocht. Daarbij was de bepaling opgenomen dat de verpande bezittingen aan de bisschop zouden komen indien de hertog niet van de kruistocht zou terugkeren. Toen de hertog, die ongehuwd en kinderloos was, in 1099 in Jeruzalem stierf, werd de molen aldus bisschoppelijk bezit en werd deze vanaf die tijd Bisschopsmolen genoemd. In 1442 werd de molen eigendom van het Maastrichtse brouwersambacht. Drie jaar later kwam het gilde ook in bezit van de Hertogsmolen eveneens op de Jeker gelegen, die het al vanaf 1426 in erfpacht had. Vanaf die tijd waren de Maastrichtse brouwers verplicht om hun mout in deze banmolens te laten malen en mocht er geen gemalen mout meer ingevoerd worden. De beide molens werden tot 1795 door de brouwers bestuurd, toen de eigendommen van het gilde door de Fransen openbaar verkocht werden. De molen kwam toen in bezit van Henry Fabry uit het Belgische Hasselt, maar hij verkocht deze niet veel later aan de Maastrichtse kooplieden Lenaerts en de gebroeders Lemaire. Pieter Willem Lemaire was ook al in bezit van de molen De Vijf Koppen, de molen aan de Steenen Brug en een stoommolen in Luik. Lemaire liet in de molen een pelmolen installeren en een stoommachine als hulpkracht. Het bestaande waterrad had een te laag vermogen. Na het overlijden van de beide broers werd de molen in 1847 toegewezen aan Hubertus Lemaire. In 1851 werd deze gedwongen om de molen wegens geluidsoverlast stil te leggen. Na het nemen van de nodige maatregelen mocht hij het pelbedrijf voortzetten. In 1924 werd een nieuw geklonken ijzeren waterrad gemonteerd met een middellijn van 6 m en een breedte van 0,92 m en kreeg het tevens een gemetselde krop. De molen heeft twee maalkoppels, waarvan één wordt aangedreven door het waterrad en de tweede door een apart aangebrachte elektromotor.

De in 2004 gerestaureerde molen is sinds 2005 weer in gebruik voor het malen van spelt. Elke dag wordt er speltgraan gemalen, dat van de boeren uit de omgeving wordt betrokken. De molen levert maalproducten aan de Gulpener Bierbrouwerij, die deze onder andere gebruikt voor het brouwen van Korenwolfbier. In de molen zijn verder een bakkerij en een kleine eetgelegenheid gevestigd.

Kerken in Maastricht

Sint-Servaas

Het plein wordt gedomineerd door de torens van de Maastrichtse ‘kerkentweeling’ Sint-Servaas en Sint-Jan. De Sint-Servaasbasiliek, met zijn imposante oostkoor met dwerggalerij en flankerende torens, is ouder en groter dan de Sint-Janskerk. De Sint-Servaasbasiliek is gebouwd op het graf van Sint-Servaas en is een grote, driebeukige kruisbasiliek in romaanse stijl gebouwd van kolenzandsteen en mergel. De kerk, de kloostergangen en de schatkamer zijn dagelijks geopend voor publiek en tegen betaling te bezichtigen.

De bouw van de oostpartij begon waarschijnlijk al omstreeks het jaar 1000 en werd in de 11e eeuw voortgezet. Naast het portaal bevindt zich links de pastorie en rechts de kosterswoning. De gotische kruisgang bestaat uit drie overwelfde gangen uit de late 15e eeuw met in het midden een kloostertuin. Op het middenpleintje staat een fontein, die ooit deel uitmaakte van de Sint-Servaasbron op het Vrijthof. Een deel van de tuin is bestraat. Hier kunnen stoelen worden geplaatst voor beiaardconcerten. De Sint-Servaaskapel is een dagkapel voor doordeweekse missen. In de noordelijke gang bevindt zich de kassa en het bezoekerscentrum. De ingang van de schatkamer ligt in de oostgang. De Sint-Servaaskerk telt vier crypten. In de Servaascrypte, vind je het waarschijnlijke graf van Sint-Servaas. Ten oosten hiervan ligt de kleine crypte met het graf van hertog Karel van Neder-Lotharingen.

In het centrale gedeelte van de middengalerij, exact tegenover het priesterkoor, bevindt zich de keizersloge. Deze ruimte wordt gemarkeerd door een triomfboog, een semi-koepelgewelf en een oculusvenster achter de plek waar de keizer zou moeten plaatsnemen. Of de Duitse koningen ooit hier gezeten hebben, is niet zeker. Wellicht was de aanwezigheid van de keizersloge symbolisch bedoeld om de status van eigenkerk van de Duitse koningen te benadrukken. Boven de galerijverdieping bevindt zich de imposante Keizerzaal. De Keizerzaal wordt soms voor concerten gebruikt, maar is door de vele smalle trappen moeilijk bereikbaar.

Meer informatie vind je hier.

Sint-Jan

De Sint-Jan is gebouwd in de stijl van de Maasgotiek en heeft de hoogste toren van Maastricht, die men in de zomer kan beklimmen. De protestantse Sint-Jan ligt gebroederlijk naast de rooms-katholieke Sint-Servaas aan het Vrijthof en vormt met die kerk een voor Nederland unieke ‘kerkentweeling’. De Sint-Janskerk was in de middeleeuwen één van de vier parochiekerken van Maastricht. De kerk is vernoemd naar Johannes de Doper. In de kerk vinden regelmatig concerten plaats, onder andere tijdens het jaarlijkse festival voor religieuze muziek Musica Sacra. Rond 9 januari vindt er de dies-viering van de Universiteit Maastricht plaats. In maart, tijdens de internationale kunstbeurs TEFAF, wordt er een beurs van antieke boeken en prenten gehouden.

Meer informatie vind je hier.

Onze Lieve Vrouwebasiliek

Het belangrijkste gebouw op het plein is de gelijknamige basiliek, één van de oudste romaanse kerken van Nederland. Het gesloten westwerk van kolenzandsteen rijst als een muur omhoog op het relatief kleine plein. Naast het zware westwerk vormt het gotische portaal, opgetrokken in zachtgele Limburgse mergel, een licht contrast. Het beeldhouwwerk aan de buitenkant is neogotisch. De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek heeft rijk gebeeldhouwde kapitelen in de kooromgang en een kapel met het beeld van de Sterre der Zee. De kerk en kapel zijn dagelijks geopend en vrij toegankelijk; de kruisgang en de schatkamer na betaling.

Meer informatie vind je hier.

Maasboulevard

De Maasboulevard is ruim vijf kilometer lang en parallel eraan loopt de Maaspromenade. De Maaspromenade is uitsluitend bedoeld voor voetgangers en heeft door de aanwezigheid van voorzieningen voor rondvaartboten ook een toeristische functie. De Maasboulevard heeft een divers karakter, van drukke stadsstraat en wandelpromenade tot bijna landelijke weg. Een deel van de Maasboulevard wordt intensief gebruikt door het openbaar vervoer.

Het gebied waarin de Maasboulevard ligt heeft een rijk verleden, van havenwijk tot kanaalzone. De route van de huidige Maasboulevard viel in de Romeinse tijd gedeeltelijk samen met het stroomgebied van de Maas. De rivieroever ter hoogte van het Stokstraatkwartier, waar de kern lag van de Romeinse nederzetting Mosa Trajectum, lag omstreeks het begin van de christelijke jaartelling circa 80 m westelijker dan de huidige oever. Op dit punt stak de Romeinse hoofdweg van Keulen naar Tongeren de Maas over. De locatie van de Romeinse brug van Maastricht is aan de oostzijde van de Maasboulevard aangegeven door middel van een uitkijkplatform. De route van de Maasboulevard liep langs het laat-Romeinse castellum van Maastricht. Bij hoog water liep dit gebied onder water en daardoor kon het lang niet bewoond worden.

De aanleg van de Maasboulevard vond tussen 1965 en 1979 in vijf fasen plaats, waarbij soms jarenlang niets gebeurde. De oude binnenhaven Bassin werd al in de jaren 90 ingericht als jachthaven. In de gerestaureerde werfkelders vestigden zich restaurants. Het ondergrondse deel van de Maasboulevard ligt tussen de Kleine Gracht en de Maastrichter Brugstraat. De tunnel is ruim 400 meter lang. Boven op het tunneldak is een uitbreiding van de Maaspromenade gerealiseerd. De Wilhelminabrug kreeg in 2002 een nieuwe, gevorkte aanlanding op de westelijke Maasoever.

De noordelijke ‘tand’ van de vork geeft aansluiting op de Gubbelstraat en de Maasboulevard; de zuidelijke op de Hoenderstraat en de Kesselskade. Tussen de tanden van de vork bevindt zich een monumentale trappartij die vanaf het winkelcentrum annex stadskantoor Mosae Forum afdaalt naar de Maaskade. In deze omgeving bevinden zich enkele kunstwerken.

De smalle, laag gelegen kade aan de Maas is onderdeel van de Maaspromenade. Vanaf de Wilhelminakade in het noorden kun je zonder hindernissen doorlopen richting Sint Pieter. Aan de lage kade bevinden zich aanlegsteigers van rondvaartboten. Ernaast ligt op het tunneldak een hoger gedeelte, waar onder andere een ticketbureau voor de rondvaartboten, een café-restaurant en terrassen zijn te vinden. Ten zuiden van de Sint Servaasbrug komt de Maasboulevard weer boven de grond. Doordat de bebouwing geleidelijk terugwijkt en door de aanwezigheid van bomen, struiken en grasstroken krijgt de weg in zuidelijke richting een ruimer en groener karakter.

Aan de Maaszijde van de boulevard ligt een wandelpad, dat een voortzetting is van de eerder genoemde lage Maaskade. Op een uitzichtplatform aan de rivieroever is in 2005 het beeld Pons Mosae geplaatst op de plek van de Romeinse brug, ongeveer tegenover de Eksterstraat. Het monument is een kopie van een Romeins sculptuur van een leeuw die een paardenkop als prooi vasthoudt.

Aan de stadszijde van de boulevard liggen diverse monumentale panden aan Het Bat, de Graanmarkt en de Onze Lieve Vrouwewal. De wal met de Jekertoren is het omvangrijkste overblijfsel van de middeleeuwse stadsmuur aan de Maaszijde.

Buitengoed Slavante

Het dorp Sint Pieter was tot 1920 een zelfstandige gemeente en daarvoor een Luikse heerlijkheid. Het dorp was vanouds agrarisch met vooral tuinderijen, waarvan de producten op de Maastrichtse markten werden verkocht. Tegenwoordig is het een gewild woongebied. Meer naar het zuiden wordt de helling van de Sint-Pietersberg aan de westzijde van de boulevard steiler. Bij de dorpskern is er vanaf de boulevard zicht op de hooggelegen kerk van Sint-Pieter boven en het Huis de Torentjes. Aan de andere kant is er vrij uitzicht over de Maas. Officieel behoort het dorp Sint Pieter tot de buurt Villapark en begint de buurt Sint Pieter pas bij Slavante. Het buitengoed Slavante ligt in het hellingbos op de flank van de Sint-Pietersberg. De uitspanning is populair voor Maastrichtenaren en toeristen. Er is een aanlegsteiger voor de rondvaartboten, een café-restaurant, een speeltuin, een wijngaard en een ondergrondse kalksteengroeve (“mergelgrot”).

Hoog op de helling ligt de kasteelruïne Lichtenberg, waar men uitzicht heeft over het Maasdal en de ENCI-groeve. De met grijs stof bedekte gebouwen van de cementfabriek ENCI liggen direct aan de Maasboulevard. Het voormalige verpakkingsgebouw van architect Frits Peutz uit de jaren 50 is in gebruik als cultuurcentrum AINSI. Aan de zuidzijde van het fabrieksterrein vind je sinds 2017 een publieksingang van de groeve, die zich na de beëindiging van de mergelwinning ontwikkeld heeft tot natuur- en recreatiegebied. Enkele honderden meters ten zuiden hiervan bereikt de weg de grens tussen Nederland en België.

Meer informatie over Buitengoed Slavante vind je hier.

Een stukje geschiedenis

De naam Maastricht komt van het Latijnse Mosa Trajectum, dat “doortocht” of “doorwaadbare plaats in de Maas” betekent. Lang voor het ontstaan van de stad was er al menselijke bewoning in het gebied. Bij opgravingen in de kleigroeve Belvédère werden sporen gevonden van menselijke bewoning uit de Oude Steentijd (circa 250.000 jaar geleden), de oudste archeologische vondsten in Nederland.

Rond het jaar 10 v. Chr. legden de Romeinen de belangrijke heirbaan Keulen-Tongeren aan (de latere Via Belgica) die bij Maastricht de Maas kruiste. Bij de Romeinse brug ontstond een nederzetting. Rond 270 na Chr. werd Romeins Maastricht verwoest door invallende Germaanse stammen. Ter bescherming van de brug werd rond het jaar 333 na Chr. op de linkeroever het Romeins castellum gebouwd. Langs de uitvalswegen buiten de nederzetting begroeven de Romeinen hun doden. Op één van die begraafplaatsen, het huidige Vrijthof, werd volgens de traditie in het jaar 384 de van oorsprong Armeense missionaris en bisschop van Tongeren Servatius begraven.

Maastricht was in de vroege middeleeuwen een redelijk grote, welvarende stad, die dankzij de aanwezigheid van een bisschopszetel en wellicht een koninklijke palts een zeker machtscentrum binnen het Merovingische en Karolingische rijk vormde. De christelijke godsdienst was hier al vroeg geworteld. In de loop van de 8e eeuw verloor Maastricht de bisschopszetel aan Luik. In 881 werd de stad door Vikingen geplunderd. In de 9e eeuw was Maastricht, na de diverse delingen van het rijk van Karel de Grote, ingedeeld bij het middenrijk van Neder-Lotharingen. De elfde en twaalfde eeuw waren met name voor het kapittel van Sint-Servaas een tijd van grote voorspoed. Rond het jaar 1000 begonnen beide Maastrichtse kapittels – dat van Sint-Servaas en dat van Onze-Lieve-Vrouw – aan een grootscheepse bouwcampagne, waarbij men elkaar kopieerde en probeerde te overtreffen. Deze bouwactiviteit leidde tot een ongekende culturele bloeiperiode in Maastricht en omgeving. De Maaslandse edelsmeedkunst bereikte een hoog niveau en Maastrichtse schilders en beeldhouwers (‘metsen’) waren actief in grote delen van het Heilige Roomse Rijk. In 1204 werd Maastricht door de keizer in leen gegeven aan de hertog van Brabant. Vanaf dat moment had Maastricht twee heren, de (prins-)bisschop van Luik en de hertog van Brabant, het begin van de tweeherigheid van Maastricht. Rond 1400 kwam Brabant, en dus ook een deel van Maastricht, in bezit van de hertog van Bourgondië, Karel de Stoute. Diens opvolgers, zoals keizer Karel V en Filips II van Spanje, verbleven verschillende keren in de stad en logeerden dan in het Brabants Gouvernement.

De stad kreeg in 1229 van hertog Hendrik I van Brabant toestemming om de bestaande aarden wal rond de stad te vervangen door een stenen stadsmuur. In 1281 begon de bouw van een nieuwe brug, iets ten noorden van de oude, die enkele jaren eerder was ingestort. In 1284 werd het gezamenlijk beheer vastgelegd in een constitutioneel verdrag, de Alde Caerte genoemd. Rond 1375 werd een tweede muur gebouwd. Maastricht was gedurende de hele middeleeuwen een belangrijk religieus centrum en een pelgrimsoord. Vanaf de dertiende eeuw vestigden zich vele kloosters in de stad.

De godsdienstonvrijheid in de 16de eeuw was zwaar. In 1535 belandden 15 ketterse anabaptisten op de brandstapel op het Vrijthof. Bij de Beeldenstorm van 1566 werden ook in Maastricht beelden en meubilair in kerken en kapellen vernield. In deze jaren kwam de bloeiperiode tot stilstand en nam de armoede hand over hand toe.

Na een mislukte poging in 1793, veroverde de Franse bevelhebber Kléber op 4 november 1794 de vesting Maastricht. De stad werd na het afsluiten van het Haags Verdrag van 16 mei 1795 ingelijfd bij de Franse Republiek, waarmee voorgoed een einde kwam aan de eeuwenoude tweeherigheid. Kerken, kapittels en kloosters waren opgeheven, waardevolle inventarissen verkocht of vernield, bibliotheken, archieven en schatkamers geplunderd, en eeuwenoude instellingen die zich bezighielden met de zorg voor zieken, armen en ouden van dagen afgeschaft.

Op 1 augustus 1814 werd Maastricht hoofdstad van de nieuwe provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tijdens de Belgische opstand van 1830 bleef Maastricht, door de vasthoudendheid van garnizoenscommandant Dibbets, onder Nederlands bestuur.

In 1834 begon de jonge ondernemer Petrus Laurentius Regout aan de Boschstraat met de productie op industriële schaal van glas en kristal, twee jaar later gevolgd door de fabricage van aardewerk. De fabrieken van Regout ontwikkelden zich zeer goed en mede daardoor werd Maastricht in de 19e eeuw een vooraanstaande industriestad. Maastricht was in die tijd een ongezonde, smerige stad met een groot aantal verpauperde inwoners. Maastricht was in de 19e eeuw een sterk verfranste stad. De stedelijke elite sprak, naast het Maastrichts, Frans, en beheerste nauwelijks het Nederlands. Het onderwijs en verenigingsleven waren tot ver in de 20e eeuw sterk verzuild en grotendeels in handen van katholieke instellingen.

Op de ochtend van 10 mei 1940 blies het Maastrichtse garnizoen de bruggen over de Maas op in een poging de opmars van de Duitsers te vertragen. Na de capitulatie begon de Duitse bezetting, die in Maastricht tot 14 september 1944 zou duren. Geallieerde luchtbombardementen eisten niet alleen veel doden, maar leidde decennialang tot woningnood. Het grootste verlies leden de Maastrichtse Joden: van de 515 leden van de Joodse gemeente in 1940 bleven er in 1945 nog slechts 145 over.

Lees ook

Astrid