Vanaf groep 3 krijgen de kinderen van school al opdrachten mee om thuis te oefenen, geen heel ingewikkelde opdrachten maar kleine dingen om ze er aan te laten wennen dat ze op de middelbare school ook huiswerk moeten maken. In groep 3 is dit bijvoorbeeld het oefenen met het flitsen van  letters en woordjes, in groep 4 moeten ze de tafels thuis oefenen, ook met behulp van flashcards, in groep 5 krijgen ze topografie en leren ze de provincies en hoofdsteden etc.

Vaak krijgen ze dan een vel papier mee naar huis, of via de mail een bestand dat we moeten uitprinten. In plaats van dit papier kun je ook gebruik maken van flashcards, niet alleen handig voor de kinderen maar ook manlief had laatst een training waarvoor hij deze gebruikte om te oefenen. Dit kan echter veel duurzamer!

Wat zijn flashcards?

Leren met behulp van flashcards

Heel simpel gezegd zijn flashcards kleine rechthoekige kaartjes met twee lege kanten waar je op kan schrijven. Deze worden gebruikt als hulpmiddel bij het leren doordat je heel eenvoudig jezelf kan overhoren, of met iemand anders kan flitsen. Flashcards worden dan ook wel eens flitskaarten genoemd.

Duurzame flashcards

Leren met behulp van flashcards

In het kader van het milieu is het fijn om het gebruik van papier zoveel mogelijk te minimaliseren, dit kun je doen door andere materialen te kiezen die langer meegaan en waarbij de kwaliteit van het product erg belangrijk is. Zo heeft Correctbook meerdere producten op de markt gebracht zoals een agenda, een notitieblok maar ook flashcards die je kunt hergebruiken. Zo hoef je dus geen papier weg te gooien, maar kun je de volgende keer weer gebruik maken van dezelfde kaartjes. Deze producten worden ook CO2-neutraal gemaakt in Nederland.

Daarnaast denkt Correctbook niet alleen aan zichzelf maar steunt het ook een goed doel door een bijdrage te leveren aan de strijd tegen analfabetisme. Met de aankoop van een Correctbook kunnen kinderen in ontwikkelingsgebieden ook schrijven met uitwisbaar schrijfmateriaal.

Hoe gebruik je flashcards?

Flashcards gebruik je door aan de ene kant een vraag te stellen en aan de andere kant het antwoord. Denk bijvoorbeeld aan de tafels; de ene kant een tafel en de andere kant een oplossing. Als je dit samen met je kind doet kan hij / zij de tafelsom lezen en jij kan het antwoord controleren. Hierdoor kun je het tempo ook opvoeren, zodat je kind minder tijd heeft om na te denken en de tafels geautomatiseerd worden. Ook bij het oefenen met (sneller) lezen of het vertalen van woordjes kun je dit eenvoudig gebruiken.

Maar ook bij ingewikkelder situaties waarbij wetteksten of ingewikkelde wiskundige berekeningen aan te pas komen kun je deze flashcards gebruiken. Hiervoor deel je de stof die je moet leren op in behapbare brokken en formuleer je vragen die je tijdens de test ook zou kunnen krijgen.

Vervolgens schrijf je aan de ene kant bijvoorbeeld een begrip of een vraag op en aan de achterkant het antwoord. Het advies is hierbij om voldoende groot te schrijven, zodat je tijdens het overhoren je makkelijk het antwoord kan lezen. Maak ook gebruik van steekwoorden of misschien zelfs afkortingen. Je leert op meerdere manieren, dus alleen al het overschrijven van deze antwoorden helpt je bij het leren. Zo kun je heel eenvoudig jezelf testen of je het antwoord weet op de vraag.

Bij het schrijven van de flashcards kun je ook gebruik maken van kleur. Uit onderzoek is gebleken dat je informatie in kleur beter onthoudt dan informatie in zwart-wit. Warme kleuren (zoals geel, oranje of rood) hebben hierbij nog een sterker effect dan neutralere kleuren (zoals grijs of bruin). Door flashcards te gebruiken met een gekleurde rand kun je ook heel eenvoudig dit categoriseren, wat handig is als je tijdens een proefwerkweek meerdere proefwerken moet leren.

Na het stellen van de vraag kun je ook twee stapeltjes maken; eentje met de vragen die je al weet en eentje waar je nog moeite mee hebt / nog niet weet. Dit wordt ook wel het droppen genoemd. Zo kun je daar extra mee oefenen en hoef je niet iedere keer een boek open te slaan.

Wil je de stof echt goed beheersen, kun je gebruik maken van het Leitnersysteem; al in de jaren ’70 deed deze professor onderzoek naar hoe je zo optimaal mogelijk gebruik kan maken van flashcards en ontwikkelde een systeem met drie bakken waarbij je de stof iedere dag, om de 3 dagen en om de 5 dagen herhaalt zodat je zeker weet dat je alles weet en je ook stof die je al wel weet nog blijft herhalen. Het voordeel hiervan is dus dat de focus verschuift naar de stof waar je meer moeite mee hebt. Dit is ook gebaseerd op de vergeetcurve van Ebbinghaus.

Als je de stof beheerst hoort er natuurlijk ook een beloning bij; natuurlijk is het fijn als je een goed cijfer haalt voor de toets. Maar je kunt ook voor jezelf (tussen)doelen opstellen; als je bijvoorbeeld x-aantal vragen hebt geoefend dat je dan even ‘pauze’ mag of dat je na x-aantal goede antwoorden een beloning krijgt.

Met deze flashcards kun je ook leuke ‘spelletjes’ doen, zo kun je ze eenvoudig meenemen in de doos en je zo overal even kan oefenen. Je kunt er een wedstrijdje van maken met een klasgenootje wie als eerste alle vragen beantwoord heeft of de meeste goed, of gebruiken tijdens het bewegend leren.

Met de aankoop van een Correctbook kunnen kinderen in ontwikkelingsgebieden ook schrijven met uitwisbaar schrijfmateriaal.
Hier lees je meer over de missie van Correctbook.

Linda van Aken