Ieder kind is uniek. Dat is in alles zo, dus ook in de manier waarop je kind leert. Welke leerstijlen worden onderscheiden? Wat wordt hieronder verstaan en wordt iedere leerstijl wel recht aangedaan op de manier waarop school werkt? Wat nu als je kind niet mee kan komen? Ligt dit altijd aan het niveau van het kind of zou het zo kunnen zijn dat je kind een andere leerstijl heeft en het simpelweg daardoor komt?

Welke leerstijlen zijn er?

Grofweg zijn er vier leerstijlen, maar uiteraard kunnen kinderen hier een bepaalde mix in hebben. Toch zal er bij de meeste kinderen een bepaalde stijl de overhand hebben. Deze vier stijlen zijn:

  • De beslisser. Dit kind wil vooral graag handelen. Beslissen dus. Daardoor is de theorie niet belangrijk. Maar de uitkomst des te meer. Deze kinderen willen graag weten hoe ze moeten handelen om tot die uitkomst te komen. Stappenplannen zijn dus fijn om zo tot het juiste resultaat te kunnen komen. De leerstijl van dit kind is ‘uitproberen en oefenen’, terwijl hij bijgestaan wordt door iemand die hier alles van weet.
  • De doener. De doener wil inderdaad doen. Hij leert door te doen en door te mogen experimenteren. Ergens mee bezig zijn is ook gewoon willen zien dat het iets opbrengt. Samenwerken vindt hij heerlijk en hij gaat snel over tot actie (doen dus). En daarmee trekt hij de rest graag mee. Nieuwe ontwikkelingen zijn voor hem prima te doen. Hoewel zijn neiging tot ‘doen’ soms veroorzaakt dat hij te snel gaat doen, zonder hier eerst over na te denken.
  • De dromer. Hij kijkt toe hoe anderen het doen en daarna zal de dromer pas in actie komen. Hij kan hierdoor wel zien hoe je iets vanuit meerdere gezichtspunten kunt bekijken. Inleven is dan ook geen enkel probleem voor hem of haar. Hierdoor is het zien van meerdere oplossingen geen probleem. Dromers bedenken graag dingen (logisch). Maar het mag duidelijk zijn dat hij of zij hier dan wel de tijd voor nodig heeft.
  • De denker. Zoals te verwachten is een denker iemand die veel vragen stelt en oplet wat er gebeurt. Logica scoort hoog bij dit kind en hij zal waarschijnlijk graag zijn informatie halen uit boeken of andere media. Het liefst heeft hij de zaakjes goed op orde en onzekerheid maakt hem bang. Om hulp zal hij niet snel vragen.

Hoe wordt er les gegeven?

Uiteraard heb je nu de neiging om je kind het op zijn manier te laten doen. Wat fijn is, want een kind mag zijn wie hij is. Toch zal een goede leerkracht ieder kind ook proberen uit te dagen om ook op andere manieren te leren. Een leerling die op meerdere manieren stof tot zich kan nemen heeft immers een stapje voor en iedere leerstijl heeft zo zijn eigen positieve kanten.

Het wordt een ander verhaal als een kind negatief beoordeeld wordt omdat hij niet met het schoolsysteem mee kan komen. En als dit enkel en alleen maar komt omdat zijn leerstijl niet past binnen het schoolsysteem. Dit zegt meer over school dan over het niveau van het kind! Hoewel scholen steeds meer lessen aanbieden die meerdere leerstijlen goed doen en hier ook steeds meer open voor wordt gestaan, zal de denker toch het meest profiteren bij de meeste manieren van lesgeven.

Beelddenkers

Even simpel gezegd zijn er kinderen/mensen die in teksten denken en anderen doen dit juist in beelden. Beelddenkers leren anders, maar niet iedere beelddenker is hierin hetzelfde. Ook bij beelddenkers heb je nog altijd een indeling in leerstijlen. Zo heb je de creatieve beelddenker (die de lesstof visualiseert), de dromerige beelddenker (die visualiseert en/of de lesstof in zijn fotografisch geheugen opslaat), en de rechtlijnige beelddenker (fotografeert alleen).

Beelddenken wordt vaak erfelijk doorgegeven en beslaat uiteraard meer dan enkel en alleen de leerstijl. Beelddenkers beleven de hele wereld in beelden in plaats van dat ze het beredeneren. Gelukkig wordt er tegenwoordig ook gelet op dit soort kinderen, omdat zij echt tegen problemen aan kunnen lopen. Beelddenkers komen onder alle niveaus voor en dit hoeft ook niet altijd tot leerproblemen te leiden. Hoogbegaafde leerlingen zullen bijvoorbeeld het compensatievermogen hebben om dit goed te maken met het opnemen van de lesstof. Dyslexie is één van de leerproblemen die voor kunnen komen bij beelddenkers.

Stampen of 1 keer zien?

Nog een groot verschil wat optreedt tussen kinderen: hoe vaak ze iets moeten doornemen om iets te snappen. Er zijn kinderen die stof, zoals woordjes, leren, heel goed kunnen. Gewoon domweg stampen, herhalen en daar prima mee weg komen. Maar een vak waarvoor je de stof vooral moet begrijpen is voor hen een ramp. Andersom zijn ze er dus ook. Kinderen die echt die woordjes of de topo niet in hun hoofd krijgen, maar juist de lange lappen tekst van geschiedenis of economie maar 1 keer hoeven door te lezen. Ieder kind is hierin uniek en weet zelf vaak prima waar het wel en waar het niet goed in is.

Gelukkig kun je hierin jezelf wel ondersteunen. Moet je kinderen woordjes leren? Dan zijn er handige sites waardoor het stampwerk makkelijker wordt. Denk bijvoorbeeld aan WRTS.nl. Heeft je kind juist problemen met grote lappen stof leren? Leer hem hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. En leer hem om uittreksels of schema’s te maken. Gaat het om vakken waarbij het snappen al voldoende is, dan zou je hem ook extra kunnen helpen door niet alleen maar droog de stof te overhoren, maar er met hem over te praten om zo de stof helder te krijgen! Wil je meer tips over teksten stampen? Kijk dan eens bij Wijkunnenmeer.nl.

 

Wil Cats
Volg me via: