Ben je de drukke stad Praag een beetje zat en wil je graag elders wat zien? Geen probleem, want vanuit Praag kun je zowel met het openbaar vervoer (trein en langeafstandsbussen) als met de auto een aantal bijzondere plaatsen bezoeken. Zo is het prima te combineren met een stedentrip naar Boedapest of Wenen. Toen ik zelf in de zomer van 2009 twee weken in Praag was heb ik een aantal plaatsen bezocht en daarover zal ik jullie hier vertellen. Let op: toen ik er destijds was ben ik voornamelijk met de bus gegaan, omdat die verbindingen destijds beter en goedkoper waren dan met de trein. Dit kan uiteraard nu anders zijn, maar het loont de moeite om het van te voren te onderzoeken.

Kutná Hora

Het plaatsje Kutná Hora ligt zo’n 70 km ten oosten van Praag. Je kan met de trein vanaf Hlavní nádraží. Vanaf het station gaat een bus naar het centrum.

Dit rustige plaatsje was in de Middeleeuwen dankzij de bijzonder rijke zilvermijnen één van de drukste en welvarendste steden van Bohemen. Vanaf de 13de eeuw kwamen mijnwerkers uit heel Europa, met name uit Duitsland, om hier hun fortuin te zoeken. De koninklijke Munt werd hier gevestigd en op het hoogtepunt van de welvaart was Kutná Hora één van de dichtstbevolkte steden van het land waar prachtige gebouwen verrezen die beslist niet onder deden voor die van de hoofdstad.

De hussietenoorlogen maakten een eind aan dit tijdperk en veel Duitse mijnwerkers vluchtten. Aanvankelijk werd nog wel zilver gewonnen, maar al snel werden rijkere mijnen in Europa en de Nieuwe Wereld gevonden. Kutná Hora werd een soort spookstad, met minder dan een derde van de oorspronkelijke bevolking. Veel bouwwerken uit de hoogtijdagen zijn echter bewaard gebleven. De combinatie van dit rijke erfgoed en de unieke geschiedenis van de stad was voor de UNESCO reden om Kutná Hora als Unesco werelderfgoed te bestempelen.

Husova

De straat met de naam Husova loopt over de lange heuvelrug waarop Kutná Hora is gebouwd. Husova komt uit op een pleintje met in het midden een pestzuil uit 1715. Er tegenover is een goedkope bakker.
Verderop zie je de prachtige barokgevel uit 1750 van de St.-Johannes-Nepomukkerk, gebouwd door František Kaňka.

De Husova komt uit op het plein Rejskovo Náměstí, dat beheerst wordt door de markante gotische fontein uit 1495. Links ligt Náměstí Narodního odboje, een groter en rustiger plein met veel groen. Aan het verre eind staat het 17de-eeuwse jezuïetencollege, ontworpen door Domenico Orsi.

St.-Barbarakathedraal

Loop langs het college, helemaal tot het eind, houd dan rechts en je komt bij de St.-Barbarakathedraal. Hij wordt al aangekondigd door 13 grote barokbeelden tegenover de gevel van het college. De balustrade biedt een mooi uitzicht over de Vrchlice-vallei. Het is de trots van Kutná Hora. De parel van Boheemse gotische architectuur is vanaf 1388 gebouwd. Het prachtige en complexe 16de-eeuwse gewelf van het schip is een overwinning van creativiteit van de ontwerper van het even bijzondere gewelf van het Praagse Oude Koninklijke Paleis, Benedikt Ried. Een wandeling door de kathedraal brengt je langs wapenschilden en muurschilderingen die een eerbetoon zijn aan de mijnwerkers van de stad: zij financierden de bouw van het enorme godshuis.

Hoogtepunten zijn de voorgevel van de kathedraal, het middenschip met zijn fraaie geometrische gewelf uit de vroege 16de eeuw. In het gewelf zijn de emblemen van lokale gilden aangebracht. De uit 1655 stammende kansel wordt gesierd door vier stenen reliëfs: Ze stellen de vier evangelisten voor. De 15de-eeuwse eikenhouten koorstoelen, die oorspronkelijk waren ontworpen voor de St.-Vituskathedraal in Praag, worden gesierd door gotische “torentjes” en bewerkte balustraden. Er zijn prachtige glas-in-loodramen in art-nouveaustijl.

St.-Jacobskerk

Ten zuiden van Palackého näměstí, het stadsplein, verrijst de grote toren van de gotische St.-Jacobskerk. In deze oudste kerk van Kutná Hora hangen fraaie schilderijen van Petr Brandl, die in deze stad begraven ligt, en Karel Škretá.

Italiaanse Hof

Hiernaast ligt de Italiaanse Hof, de vroegere Munt die in 1762 werd gesloten. Aan het begin van de 14de eeuw werd het ook als koninklijke residentie gebruikt door Václav IV. Het middeleeuwse erkervenster van de kapel is bewaard gebleven. Binnen zijn zilveren munten te zien die hier tot 1547 werden geslagen. Tussen het Italiaanse Hof en de kathedraal ligt het Hrádek, of Klein fort, een 15de-eeuws gebouw dat nu het muntmuseum is.

Ursulinnenklooster

Ten noorden van het hoofdplein ligt aan Jiřiho z Poděbrad het Ursulinnenklooster, ontworpen door Dientzenhofer. Dit paleisachtige klooster zou elders enorm opvallen, maar in deze stad met een overdaad aan mooie gebouwen zie je het gemakkelijk over het hoofd.

Sedlec Maria Hemelvaartkerk & Crypte

Een andere grote attractie van Kutná Hora bevindt zich in de buitenwijk Sedlec (2km noordoostelijk). Dit is te bereiken met bus 1 of bus 4. Sedlec heeft een opmerkelijke oude kerk. Het is de Maria-Hemelvaartkerk, gebouwd door Giovanni Santini, met een zeer origineel stucgewelf. Vlakbij de kerk staat een klooster van de cisterciënzers dat nu vreemd genoeg een tabaksfabriek is.

Aan de andere kant van de weg wijst een bord naar de begraafplaats van het klooster. De crypte van de gotische kapel is in feite één groot knekelhuis. De begraafplaats was een geliefde laatste rustplaats voor de Boheemse adel, maar al snel was er geen plaats meer. In 1870 kreeg František Rint opdracht om de botten voor kunstwerken te gebruiken. Het resultaat was een bizarre verzameling klokken, kelken, kandelaars en familiewapens, gemaakt van menselijke beenderen.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)