Een dag kan je het echter niet noemen. Na flink lang uitslapen, tas inpakken, nog nieuwe wandelschoenen gekocht te hebben (en me ingehouden te hebben met overig winkelen aangezien vrienden hadden getipt dat het in Marokko veel goedkoper zou zijn), laatste mailtjes voor Taizé en nog veels te veel tijd doorgebracht met spelletjes op Facebook, bracht Ruben me weg naar het station waar we om zes uur hadden afgesproken. Dit werd natuurlijk een kwartier later voordat we de trein namen naar Schiphol met overstap op Den Haag CS.

Schiphol

Op Schiphol was het nog geld wisselen, waarbij het altijd handig is om geld te wisselen. In de reisgidsen staat namelijk overal dat je geen dinar mag invoeren, maar dit bleek veranderd te zijn naar maximaal 1000 dinar (circa 112 euro). Het inchecken ging voorspoedig, het was nog even zoeken naar ibuprofen, maar ook dit werd opgelost dus na een boek gekocht te hebben gingen we even zitten en kon ik het toch niet laten om achter de computer te kruipen. Bij het boarden was de douane en ook dat was prima te doen.

De vlucht was echter vreselijk, harde stoeltjes, geduw in de rug en heel hard geschreeuw. Zo’n heel positief beeld had ik dus niet van de inwoners nog voordat ik er was. Even lekker uitrusten was er dus niet bij terwijl we pas om half twee aankwamen.

Bedevaart

Bij de aankomst was het erg druk, er was een gigantische groep van een paar honderd man in witte kleden. Aangezien ik vorige week een bericht had gezien, vermoedde ik dat dit bedevaartgangers naar Mekka waren. Na het verzamelen van de bagage en de groep vertrokken we met de bus naar het hotel. Ondanks het grote aantal mensen dat buiten op tribunes en grote tenten aan het wachten was, was het zo stil dat je de krekels kon horen. De temperatuur was ook zeer aangenaam en lag op dit moment rond de 15 graden. De groep was volgens de samenstelling zeer gemengd maar bleek toch gemiddeld vrij hoog te liggen.

Hotel Casablanca

De transfer duurde circa 40 minuten aangezien het vliegveld vrij ver van de stad ligt. In de tussentijd kregen we uitleg van de reisgids Louis (vroeger gymleraar in Noord-Holland en nu gepensioneerd reiziger met een been in loopgips en de chauffeurs Mustapha en Achmed) over het doen en laten in Marokko en de “regeltjes” rondom de reis en het programma van de volgende dag. Uiteindelijk was het een stukje lopen omdat het hotel in een vrij smal straatje ligt. Vooraf werd er gewaarschuwd dat dit het minst luxe hotel was en dat er bij driesterrenhotels er altijd wat mis is, maar het hotel zag er erg netjes uit en vlakbij het grote plein en winkelcentrum. Zelfs in het donker was het duidelijk waar de naam Casablanca (Spaans voor witte stad) vandaan komt. Van de gigantische villa’s in de buitenwijken tot de wat hogere bouw in het centrum en de betonnen stoep was alles wit. Tegen kwart voor drie (en dan is het gelukkig nog een uur vroeger) waren we in het hotel en konden we eindelijk naar bed. Ik was de enige uitzondering met een eenpersoonskamer waarvan de gids nog had geprobeerd dit in de buurt van mijn ouders te hebben. De badkamer was misschien wat aan de kleine kant maar de loopjongen was zo vriendelijk om zelfs om drie uur nog handdoeken te brengen. Gelukkig had ik er voor gekozen om ondanks de in verhouding warme temperatuur een pyjama aangetrokken te hebben. Helaas kwam ik er daarna achter dat de oplader het niet meer deed. In eerste instantie dacht ik dat het aan het netwerk lag, maar na een controle met de televisie en een wereldstekker bleek dat hem niet te zijn.

Na een zeer korte nacht uit angst om niet op tijd wakker te worden, konden we om zeven uur aan het ontbijt en vertrokken we om acht uur. De ontbijtzaal was leuk aangekleed met lage banken en tafeltjes van gigantische schalen. Het ontbijt was typisch Frans met uitgedroogde chocoladecroissantjes, stokbrood, gekookt ei en koffie / thee. Dit bleek de rest van de week op het menu te staan…

Casablanca

Om acht uur zat iedereen netjes in de bus zodat we op tijd konden vertrekken voor onze tour door Casablanca. We waren gisteravond al langs het plein Mohammed V gereden en begonnen daar vandaag weer. Dit was een zeer rustig plein gebouwd tijdens het Franse protectoraat met het gerechtshof, gemeentehuis en Franse ambassade. Dit bleek een typische toeristenspot te zijn compleet met duivenvoerverkopers voor de vele duiven en zogenaamde traditionele waterdragers die geld probeerden te verdienen met zich te laten fotograferen. Mijn moeder had nog niet kennisgemaakt met dit begrip dus maakte ze uitgebreid foto’s waarna de man geld begon te vragen. Omdat we nog geen gelegenheid hadden gehad om het geld kleiner te maken was dit dus een probleem. Na deze korte fotostop waar de chauffeur de bus gewoon parkeerde op de straat reden we door naar de grote moskee die, zoals Mohammed in de Koran beschrijft, gebouwd is tussen lucht en water. Hier moesten we al om negen uur zijn. Omdat de vrijdag de “heilige” dag is voor moslims, een beetje vergelijkbaar met de zondag voor Christenen, was er alleen zo vroeg een rondleiding mogelijk. Terwijl we rustig fotograferend naar de poort liepen rende Louis vooruit om kaartjes voor ons te halen en tasjes. Binnen moesten namelijk de schoenen uit maar mochten we wel meenemen. Via een zijdeur kwamen we in de grote zaal met gigantisch dak dat bij mooi weer open kan als airco en lage balustrades voor de vrouwen. In het midden waren er doorkijkjes naar de ondergelegen wasruimtes. Vooraan werd er kort uitleg gegeven over het gebouw waarna we het bijzondere houtsnijwerk mochten bewonderen en door de met kalk beslagen raampjes naar de oceaan mochten kijken. De volgende stop was de toegang onder de minaret met een reusachtige kroonluchter en de toegang tot de wasruimtes met vele pilaren en fonteintjes. Tot slot mochten we ook nog even de hamam in, en het mooie tegelwerk bewonderen. Deze hamam was echter niet in gebruik en deed zeer modern aan.

Rabat

Nadat de groep compleet was in de bus vertrokken we naar Rabat. Deze regeringsstad lag op ongeveer een uurtje rijden en lag op kleine afstand van de kust die goed zichtbaar was. In Rabat reden we door het eerste van de 40 koninklijke paleizen die het land rijk is en ook nog allemaal in gebruik zijn. We konden hier niet stoppen omdat we er te vroeg waren en zagen allemaal mannen in de paleistuinen bidden. Opvallend was het gigantische dorp binnen de muren waar ca 2000 mensen leefden en de hofhouding vormde. In plaats daarvan gingen we naar een restaurantje voor de lunch. Ze hadden een aantal gerechten waar je uit mocht kiezen. Louis beveelde vooral de tajine keftah aan (gestoofde gehaktballetjes in tomatensaus) wat gretig werd opgevolgd en zeer gewaardeerd werd. Het was stiekem nog best een kunst om de tajine te legen met behulp van het stokbrood. Na het eten gingen we terug naar het paleis, maar mochten nu helaas niet door de poort omdat de koning er was.

Mausoleum

De volgende stop was het grote mausoleum op het plein met de pilaren die ooit bedoeld waren om een enorm gebouw te ondersteunen. De toegang van het plein werd bewaakt door soldaten te paard. De toren vooraan was ook maar half af en had van iedere kant een andere kleur vanwege de aanslag van het zout uit de zee. Dit mausoleum was gebouwd in moorse stijl en ik waande me dan ook even terug in Delhi. Het mausoleum zelf was helaas gesloten vanwege het bezoek van een koninklijke delegatie. Omdat het ondertussen zachtjes begon te regenen was iedereen al snel terug in de bus.

Kasbah Oudia

Dus reden we door naar de Kasbah Oudia. Traditionele kasbahs zijn ommuurde boerderijen die de boeren tegen aanvallen moesten beschermen. Deze was speciaal omdat de Almohaden toestemming hadden gekregen zich hier te vestigen vanwege hun handelskwaliteiten nadat ze elders waren weggejaagd vanwege geweld. De kasbah lag naast één van de gigantische begraafplaatsen van deze 800.000 inwoners tellende stad en torende hoog boven het water uit. Van dit uitzicht konden we echter niet genieten omdat we niet zo ver het dorp in mochten vanwege het drie uur gebed. De huizen in het dorpje waren mooi wit geschilderd met de onderste laag felblauw als bescherming tegen het boze oog en deed zeer Grieks aan. Bij de poort waren mannen aan het kaarten totdat de imam vanuit de minaret begon te zingen. We liepen door de smalle steegjes naar beneden tot we een andere poort hadden gevonden. Hier kwamen we een ander deel van de groep tegen die buitenom naar de Andalusische tuinen liepen. De tuinen waren erg vol en zullen zeker in de zomer stralen met hun kleurenpracht en weelderige geuren verspreiden.

Meknes

Na ongeveer een half uur waren we weer verzameld bij de bus voor de laatste tocht op deze “Japans” toeristische dag. Vanaf hier zouden we twee uur rijden naar Meknes, waar we tegen zes uur in het donker aankwamen. Hier volgde het ritueel van kamers toebedelen en een matig diner in het hotel omdat het al vrij laat was.

Meer informatie over de koningssteden vind je hier.

Lees ook

Linda van Aken