Wanneer je als ouders beiden werkt, dan moet je een keuze maken op welke manier jij de opvang verzorgt voor je kinderen. Opa en oma kunnen daarbij helpen, een gastouder of een kinderdagverblijf. En wanneer de kinderen twee jaar zijn kun je ook kiezen voor de peuterspeelzaal. En voor de peuterspeelzaal hoef je niet beiden (betaald) werkzaam te zijn, want de gemeente vergoedt ook een deel van de kosten voor de peuterspeelzaal.

Je hebt als ouder de keuze om je kind naar een peuterspeelzaal te brengen, ongeacht of je werkt. En de regering stimuleert de peuterspeelzaal. Dat merk je aan de toeslag die ze aan je uitkeren. Maar dan nog heb je altijd de keuze om je kind thuis te houden totdat hij naar school moet. Vanaf 4 jaar mag je kind naar school en vanaf 5 jaar is hij of zij leerplichtig.

Maar de regering kiest er bewust voor om de voor- en vroegschoolse educatie te stimuleren, want het draagt op een positieve manier bij aan de ontwikkeling van het kind.

Taalontwikkeling

Op een kinderdagverblijf en peuterspeelzaal zijn kinderen omringd door leeftijdsgenootjes. Dit zorgt ervoor dat ze op een andere manier met elkaar praten. Wij als volwassenen praten vaak al in volzinnen of overdreven in korte zitten. Als de peuters met elkaar communiceren gaat dit op een veel natuurlijkere manier. Bovendien snappen anderen niet altijd wat de ander zegt (waar een moeder al na één woord of brabbel weet wat haar kind bedoelt, is dit voor anderen soms volstrekt onverstaanbaar). Jouw kind wordt dus extra uitgedaagd om goed zijn best te doen op zijn uitspraak en woordenschat. De woordenschat wordt ook vergroot, doordat de kinderen en de leidsters andere woorden gebruiken dan de woorden die thuis worden gezegd.

Thuis zul je vast boeken voorlezen en een boom aanwijzen om vervolgens het woord ‘boom’ te zeggen met de vraag of jouw kind dit wilt herhalen. Allemaal goede manieren om de spraakontwikkeling te stimuleren. Op het kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal werken ze met de voor- en vroegschoolse educatie. Zij krijgen zo op een speelse manier en tijdens diverse activiteiten leermomenten om hun spraak te verbeteren. En dit wordt op een speelse manier gegeven. Zo voelt het voor kinderen niet als leren.

Sociaalemotionele ontwikkeling

Op sociaalemotioneel gebied ontwikkelen kinderen zich ook op het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal.

Identiteit

Een dreumes denkt vooral aan zichzelf en dat hoort bij die leeftijd. Vanaf de leeftijd van 2 jaar kijken kinderen meer om zich heen en krijgen ze interesse in andere kinderen. Ze willen graag meer ‘samen spelen’. Hoewel dit ‘samen’ in de praktijk meer naast elkaar spelen betekent. Hij komt erachter wat hij wel zelf kan. Bijvoorbeeld zijn jas aantrekken, maar nog niet zijn jas dichtritsen. Hetgeen wat hij niet kan wordt soms bevestigd door andere kinderen die al wel hun jas kunnen dichtritsen. Mogelijk stimuleert dit om het zelf te blijven proberen.

Rekening houden met de ander

Tijdens het spelen met andere kinderen, moet je rekening houden met de ander. Wanneer kinderen dit doen op de peuterspeelzaal verloopt dit toch anders dan met broertjes en zusjes. Ze zullen vaker worden getriggerd om meer na te denken over hun eigen gedrag en de gevolgen. Bijvoorbeeld speelgoed afpakken van de ander. Kinderen en de leidster zullen hier op een andere manier op reageren, waardoor jouw kind ook anders zal reageren. Hij ziet dat het de ander verdriet doet of boos maakt en zal daardoor de volgende keer op een andere manier proberen het speelgoed te krijgen waarmee hij graag wil spelen.

Aan de regels houden

Op het kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal gelden andere regels dan thuis. Zo leren ze dat er in de wereld regels zijn waar ze zich aan moeten houden.

Complimenten worden uitgesproken

Kinderen groeien van complimentjes, zo ook peuters. Wanneer ze een werkje maken en de leidster zegt: “Dat heb je mooi geplakt, Achmed”, dan krijgt hij via verschillende mensen (buiten zijn familie om) te horen dat hij iets goed kan. Dit vergroot het zelfvertrouwen.

Puk & Ko

Op veel kinderdagverblijven en peuterspeelzalen wordt er gebruikt gemaakt van Puk. Puk & Ko is een VVE-programma waarbij kinderen van alles leren via de knuffel Puk en er meer aandacht is voor taalontwikkeling.

Winnen en verliezen

Kinderen leren ook om tijdens spelletjes of sporten om te gaan met winnen of verliezen. Kinderen kunnen erg boos of verdrietig worden wanneer ze verliezen. Het is dan goed om vaak spelletjes te spelen, zodat zich er veel leermomenten voordoen. De leidster kan hierop inspelen door het voor te bespreken.

Voorschoolse ontwikkeling

Structuur

Op het kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal maken ze gebruik van de dagelijkse routine. Ze beginnen de dag bijvoorbeeld met:

  • Vrij spel.
  • In de kring voorlezen.
  • Knippen en plakken.
  • Eten en drinken.
  • Buiten spelen.
  • In de kring afsluiten.

Zo krijgen de kinderen structuur en regelmaat. Wat belangrijk is, omdat dit duidelijkheid geeft en dat zorgt voor veiligheid. Bovendien komen kinderen deze structuur nog een lange tijd tegen tijdens hun latere schoolperiode.

In de kring zitten

Kinderen moeten in de kring (stil) zitten. Dat is niet altijd makkelijk en daarom is het goed dat ze dit elke dag een paar keer moeten doen. Zo kunnen ze het oefenen.

Op je beurt wachten

Dit geldt ook voor op je beurt wachten. Want je wilt als kind misschien heel graag vertellen dat je naar het zwembad bent geweest, maar eerst is Pim aan de beurt. Dan is dit een mooie laagdrempelige manier om al te oefenen met het op je beurt wachten. Ook het laten uitpraten van de ander hoort hierbij.

Loskomen van ouders

Dit is misschien wel het lastigste punt voor ouders zelf. Peuters moeten zien los te komen van hun ouders en dus moeten ouders hun kroost loslaten. Je draagt de (tijdelijke) zorg over aan mensen die geen familie van je zijn en dat is best een hele stap. Neem je tijd. Je hoeft niet meteen bij de eerste keer de stoere moeder te zijn. Een traantje wegpinken mag best. Zeker bij stoere moeders 😊.

Lees ook

Anita Schokker
Latest posts by Anita Schokker (see all)