Ik denk dat iedereen wel een simpel pakje speelkaarten in huis heeft, toch? Je hebt ze al voor een paar cent bij bijvoorbeeld de Action, en soms krijg je ze als cadeautje gratis bij een bestelling. Je kunt hier verschillende kaartspelletjes mee doen, zowel in je eentje als gezellig met je familie of vrienden. Er zijn standaard speelkaarten te koop, maar je kunt ze ook in een bepaald thema kopen. Wist je dat je zelfs een pak speelkaarten kunt personaliseren met je eigen foto’s? Dan heb je een hartstikke uniek hebbedingetje in huis, waar je ook nog eens superveel mee kunt! Ik heb voor jou uitgezocht welke spelletjes je kunt doen met een simpel pakje speelkaarten, maar natuurlijk zijn er naast deze vijf nog veel meer!

Het kaartspel

Een standaard pak speelkaarten bevat 52 kaarten. Deze zijn verdeeld in vier groepen van elk 13 kaarten: zwarte schoppen, zwarte klaveren, rode harten en rode ruiten. Er zijn cijfers en figuren, namelijk de cijfers 2 tot en met 10, een boer (jonker), vrouw (queen), heer (king), en aas. Naast deze 52 speelkaarten, vind je meestal nog een aantal jokers in het kaartspel. Die worden echter niet in alle kaartspellen gebruikt.

Deze spellen kun je bijvoorbeeld spelen met een standaard pak speelkaarten:

Pesten

Het doel van pesten is zo snel mogelijk je handkaarten kwijt te raken. Maar let op, want de spelers kunnen het elkaar wel eens moeilijk maken door elkaar te pesten! Je hebt voor dit spel één pak speelkaarten nodig, inclusief de jokers. Iedere spelers krijgt aan het begin van het spel zeven kaarten, en de overgebleven kaarten vormen de trekstapel. De bovenste kaart hiervan wordt omgedraaid, alleen mag het spel niet met een pestkaart begonnen of beëindigd worden. De pestkaarten zijn 2, 5, 7, 8, 10, boer, koning, aas en joker. Op de stapel moet steeds een kaart gelegd worden met hetzelfde symbool, of dezelfde waarde. Ligt er bijvoorbeeld een harten zes, dan mag er een andere kaart met harten opgelegd worden, of een andere zes. Heb je nog maar 1 kaart in je hand? Dit moet je aangeven door op de tafel te kloppen of door “laatste kaart” te zeggen. Als je dit niet doet, moet je de kaart terugpakken en twee kaarten pakken als straf. Ook mag je geen pestkaart als laatste kaart opleggen; dit wordt ook bestraft met het kopen van twee strafkaarten. Hieronder een uitleg van de pestkaarten en speciale kaarten, volgens de basisregels (er zijn ook veel huisregels gemaakt, maar die zijn niet officieel):

  • de volgende speler moet nu twee kaarten van de trekstapel pakken en is daarna gewoon aan de beurt.
  • de volgende speler mag alleen een kaart opleggen met een waarde van 5 of minder. Kan hij dat niet, dan moet hij een kaart van de trekstapel pakken.
  • zeven blijft kleven, dus na het spelen van deze kaart moet je nóg een kaart leggen. Heb je geen kaart die hier op past, dan moet je er helaas wel eentje van de trekstapel pakken.
  • acht wacht. De volgende speler moet een beurt overslaan. Speel je het spel maar met twee spelers, dan ben je dus twee keer achter elkaar aan de beurt.
  • tien zien. De volgende spelers moet zijn kaarten laten zien aan de andere spelers.
  • Boer: de speler die een boer oplegt, mag bepalen welke kleur de volgende kaart moet zijn (klaver, harten, ruiten of schoppen).
  • Koning: heertje, nog een keertje. Je moet na het spelen van deze kaart nóg een kaart opleggen. Maar als je niet kunt, moet je er eentje van de trekstapel pakken.
  • Aas: een aas draait de richting van het spel om wanneer je speelt met minimaal drie spelers. Speelde je eerst met de klok mee, dan wordt dat nu dus tegen de klok in.
  • Joker: de volgende speler moet nu vijf kaarten pakken! Ook mag de speler die de joker heeft gelegd de kleur kiezen van de eerstvolgende kaart.

Er zijn echter veel huisregels voor het spel Pesten, bijvoorbeeld dat je niet direct hoeft te pakken als er een 2 of een joker wordt opgelegd. Als je namelijk zelf ook een 2 of een joker hebt, mag je deze er op leggen en moet de volgende speler kaarten pakken, tenzij hij ook een 2 of een joker heeft. Zo kan het dus gebeuren dat iemand meer dan tien kaarten moet pakken, als er bijvoorbeeld 2 jokers liggen met nog wat tweeën erbij! Ook heeft de koning soms een andere functie, namelijk dezelfde als de aas. De speelrichting draait dus om wanneer je een heer oplegt. Als je het spel maar met 2 spelers speelt, kun je ervoor kiezen om de functie van de aas (en eventueel de koning) en de 8 over te slaan. Sommige mensen vinden het bovendien acceptabel om een boer overal op te kunnen leggen, dus niet alleen op het juiste symbool (een schoppen boer op een schoppen zeven bijvoorbeeld). Zelf was ik overigens niet bekend met de speciale functie van de kaarten 5 en 10, maar het is zeker leuk om te weten!

Patience

Patience is een leuk kaartspel dat je in je eentje kunt spelen. Het is niet altijd mogelijk om het spel te winnen, dus het blijft een uitdaging! Het doel van Patience is het maken van vier stapels (ruiten, harten, schoppen en klaveren) in de volgorde van aas naar heer. Je deelt 28 kaarten uit over 7 kolommen, waarbij de eerste kolom maar 1 kaart heeft, de tweede heeft er twee, enzovoorts. Je legt de kaarten gedekt neer, behalve de bovenste van elke kolom. Boven de gedeelde kaarten maak je ruimte voor de vier stapels, en er is een stapel van 24 kaarten waar je van mag pakken. Je mag kaarten van de kolommen verplaatsen door een kaart met lagere waarde en andere kleur erop te leggen. Je mag bijvoorbeeld een harten 7 op een klaveren 8 leggen, maar niet een ruiten 6 op deze harten 7. Als de volgorde juist is, mag je ook hele setjes tegelijk verplaatsen, zo lang de volgorde maar blijft kloppen. Na het verplaatsen van een kaart komt er een gedekte kaart bloot te liggen, welke je direct mag omdraaien. Is de kolom leeg, dan mag je er een heer naartoe verplaatsen om een nieuwe kolom te beginnen. Om de vier kolommen erboven te vullen, moet je kunnen beginnen met een aas. Daarna kun je zoveel mogelijk kaarten hier naar toe verplaatsen in de juist volgorde en van het juiste symbool. Kun je niets plaatsen in de kolommen? Dan mag je de bovenste drie kaarten van de stock pakken en de derde daarvan verplaatsen. De kaart daaronder mag je daarna ook spelen, indien mogelijk. Kun je ze niet gebruiken, dan mag je drie nieuwe kaarten pakken. Als de stock leeg is, draai je de stock weer om, zonder te schudden.

Ezelen

Dit spel kun je spelen met 4 tot 8 spelers. Bij 4 spelers moeten alle azen, vrouwen en boeren uit het spel worden gehaald. Je houdt dan dus nog 40 kaarten over die geschud worden en verdeeld worden onder de spelers. Het doel van het spel is om vier dezelfde kaarten te krijgen, dus bijvoorbeeld alle vijven. De spelers schuiven steeds een kaart die ze niet nodig hebben door naar de volgende speler, met de klok mee. Het doorschuiven van de kaarten gebeurt net zo lang totdat iemand 4 dezelfde kaarten heeft. Van tevoren spreek je af hoe diegene dit aangeeft, bijvoorbeeld door in zijn handen te klappen, een hand op tafel te leggen of een hand op te steken. De andere spelers moeten dit gebaar zo snel mogelijk nadoen; degene die dit als laatste doet krijgt de letter E. Dit kun je bijvoorbeeld bijhouden op een kladblok. Als deze speler ook de volgende ronde als laatste het gebaar nadoet, krijgt hij de letter Z. Daarna volgen de E en de L. Zodra iemand de EZEL is, is het spel afgelopen. Je kunt afspreken dat deze persoon dan een opdracht moet uitvoeren.

Duizenden (zwarte wijven, schoppen vrouwen)

Je kunt het kaartspel Duizenden spelen met vier spelers, individueel of in twee teams van twee spelers. Het doel van het spel is om als eerste 1000 punten te behalen! Je hebt voor dit kaartspel twee pakjes standaard speelkaarten nodig, en een pen en papier. Elke speler krijgt 13 kaarten, de overige kaarten vormen een gesloten stapel, waarvan de bovenste wordt omgedraaid en naast de stapel wordt neergelegd. De speler die begint, kan kiezen om de opengedraaide kaart te pakken, of om een gesloten kaart van de stapel te nemen. De bedoeling is dat er setjes gevormd worden van drie of meer kaarten van dezelfde waarde. Je kunt bijvoorbeeld een ruiten zeven, harten zeven en schoppen zeven neerleggen. Het is ook toegestaan om meerdere kaarten van dezelfde kleur te leggen, zolang de waarde maar gelijk is. Ruiten zeven en twee harten zeven mag dus ook. Je mag ook kaarten in oplopende volgorde leggen, bijvoorbeeld vijf, zes, zeven. In de eerste beurt leg je maar één setje van 3 kaarten op tafel, maar in de volgende beurten moet je zoveel mogelijk kaarten zien kwijt te raken. Je mag meerdere setjes neerleggen, of kaarten aanleggen bij de setjes die je zelf (of je teamgenoot) al gelegd hebt (niet bij setjes van andere spelers). Als een speler een joker heeft gebruikt en jij hebt een kaart die hiervoor in de plaats kan, mag jij de joker voor deze kaart omwisselen. Aan het einde van elke speelbeurt gooi je één stapel weg op de open stapel, waarvan een volgende speler eventueel mag pakken. Je moet wel meteen het hele stapeltje pakken, dus niet alleen de bovenste kaart. Als iemand geen kaarten meer heeft, is de ronde voorbij en volgt een puntentelling. Je telt de punten van de setjes die je hebt gelegd bij elkaar op, en de kaarten die je nog in je hand hebt worden hiervan afgetrokken. De punten worden vervolgens opgeschreven. Er wordt steeds een nieuwe ronde gespeeld totdat iemand 1000 punten heeft! Dit is de puntentelling:

  • 2 t/m 9: vijf punten per stuk. Een setje van 4, 5, 6 is dus 15 punten waard
  • 10, boer, vrouw, heer: tien punten per stuk. Een setje van drie heren is dus 30 punten waard
  • Aas: 20 punten. Een setje van aas, 2, 3, 4, 5 is dus 20 + 20 = 40 punten
  • Joker: 25 punten. Een setje van drie azen en een joker is bijvoorbeeld 60 + 25 = 85 punten
  • Schoppenvrouw: 100 punten als deze op tafel ligt, maar 200 minpunten als je deze nog in je hand hebt

Liegen

Zoals de naam al aangeeft, moet je bij dit spel liegen. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk al je kaarten wegspeelt. Je hebt voor dit spel één pak speelkaarten nodig, zonder de jokers. Je speelt dit spel met minimaal 2 spelers; voor een grote groep kun je meerdere pakken speelkaarten tegelijk gebruiken. Aan het begin van het spel worden alle kaarten opgedeeld aan de spelers. De speler aan de linkerhand van de gever mag beginnen en het spel gaat verder met de klok mee. Deze speler kiest een kaart uit zijn hand en legt deze gedekt op tafel. Niemand kan dus zien wat er op de kaart staat, maar de speler die aan de beurt is mag zeggen om welke kaart het volgens hem gaat. Maar let op: je hoeft niet per se de waarheid te spreken. De volgende speler mag dan ook zeggen dat je liegt! De kaart wordt dan omgedraaid. Als de speler inderdaad heeft gelogen, dan moet hij de kaart terugnemen, inclusief alle andere kaarten die op de stapel liggen. Maar als hij de waarheid sprak, moet de huidige speler deze kaart in zijn hand nemen. Daarna legt hij zelf ook een kaart op de stapel en vertelt welke kaart dit volgens hem moet zijn. De speler die als eerste zijn kaarten kwijt is, wint het spel.

Lees ook

Jisca