Veel mensen vragen zich af waar zij precies vandaan komen, vaak is dit ook een oefening die op school wordt gedaan. Het is natuurlijk ook fascinerend om te bedenken dat het aantal voorouders dat iedereen heeft oneindig groot is. Iedereen in jouw familie heeft weer twee ouders, die op hun beurt ook twee ouders per persoon hebben. Je kunt door een stamboom te maken de afstamming van een familie goed inzichtelijk maken. Het kan heel interessant zijn om met je stamboom heel ver terug in de tijd te gaan, maar daar is vaak wel veel onderzoek voor nodig. Lees hier verder hoe je kunt beginnen met jouw eigen stamboom en welke informatie je hier allemaal voor nodig hebt.

Genealogie

Een ander woord voor stamboomonderzoek is genealogie. Deze discipline van de geschiedkunde houdt zich bezig met voorouderlijk onderzoek en de afstamming van een familie. Het woord genealogie is afkomstig uit de Griekse taal: genea betekent letterlijk ‘afkomst’ of ‘afstamming’, en logos betekent letterlijk ‘wetenschap’ of ‘kennis’.

Er zijn vier soorten stamboomonderzoek die genealogen kunnen kiezen:

  • Stamreeks: alle voorouders in de mannelijke óf de vrouwelijke lijn, van heden naar verleden
  • Kwartierstaat: alle voorouders in de mannelijke én de vrouwelijke lijn, van heden naar verleden
  • Genealogie: alle nakomelingen in de mannelijke lijn
  • Parenteel: alle nakomelingen in de mannelijke én de vrouwelijke lijn

Als je vooral inzichtelijk wilt maken wie je eigen voorouders zijn, kun je voor een kwartierstaat kiezen. Je staat dan zelf eigenlijk centraal en zet de namen van je eigen ouders daarboven. Vervolgens schrijf je boven elke ouder ook weer hun ouders, enzovoorts. Er ontstaat dan een soort trechtervorm.
Een parenteel is min of meer tegengesteld aan een kwartierstaat. Je begint dan eigenlijk bovenaan met twee personen en schrijft daaronder hun nakomelingen, en daaronder ook hun nakomelingen, enzovoorts. Een groot verschil met een kwartierstaat is dat je in een parenteel alleen je stamboom verder kunt uitwerken als er bijvoorbeeld kinderen geboren worden; bij een kwartierstaat kun je in principe eindeloos voorouders blijven toevoegen, als je deze kunt vinden natuurlijk.

Wat heb je nodig?

Voor het maken van een stamboom heb je veel gegevens nodig. Soms is het niet zo makkelijk te achterhalen wie jouw voorouders waren, omdat er bijvoorbeeld niet over werd gesproken of er achternamen van stiefouders zijn aangenomen in plaats van de achternamen van de biologische ouders. Alle gegevens waar je achter kunt komen, kun je noteren in bijvoorbeeld een notitieboekje of digitaal. Denk dan aan gegevens zoals volledige namen, geboortedata, geboorteplaatsen, huwelijksdata, sterfdata, enzovoorts. Deze gegevens kun je bijvoorbeeld vinden in identiteitsbewijzen, rijbewijzen, paspoorten, geboorteaktes, huwelijksaktes, trouwboekjes, enzovoorts. Maak hier indien mogelijk ook kopietjes van, zodat je altijd bewijzen hebt voor de gegevens die je in je stamboom vermeldt. Schrijf er ook steeds bij waar je de informatie vandaan hebt (bijvoorbeeld de overlijdensdatum die je hebt gevonden in een rouwadvertentie in een bepaalde krant).

Bidprentjes kunnen bovendien veel informatie verschaffen over iemand. Een bidprentje is een klein briefje of kaartje dat bij iemands overlijden wordt uitgegeven als aandenken. Van oorsprong is het uitgevenvan bidprentjes een traditie binnen de katholieke kerk, maar tegenwoordig worden bidprentjes ook uitgereikt bij niet-katholieke uitvaarten. Het standaardformaat voor een bidprentje is het A7-formaat. Op een bidprentje staat vaak belangrijke informatie over de overledene, zoals de geboortedatum, sterfdatum, maar ook vaak een beschrijving van de persoon en soms zelfs een foto.

Voor je stamboomonderzoek wil je eigenlijk alles van iedereen binnen jouw familie weten. Een geboortedatum, doopdatum, trouwdatum, overlijdensdatum, geboorteplaats, alle woonplaatsen of zelfs huisadressen, in welke plaats ze getrouwd waren en in welke plaats overleden, begraven of gecremeerd zijn. Maar ook informatie zoals het beroep dat een familielid had, kan nuttige informatie zijn.

Praten met familie

Ga ook eens bij familie op bezoek om te praten over je voorouders. Zij kunnen je vast helpen aan bepaalde informatie die jij nog mist. Het gaat bij het maken van een stamboom ook niet alleen om gegevens, maar je wilt ook een duidelijk beeld hebben hoe de familie precies was. Dus ook leuke anekdotes en foto’s zijn van groot belang voor je onderzoek.

De kans is groot dat je niet de enige bent binnen je familie die zich bezighoudt met stamboomonderzoek. Misschien heb je wel een neef of een nicht die hier ook veel interesse in toont en zelf al is begonnen met een onderzoek. Je zou dan natuurlijk informatie kunnen uitwisselen en de zoektocht naar al jullie voorouders samen voortzetten.

De archieven in duiken

Je kunt bijvoorbeeld gaan naar de Gemeentearchieven, waar je gegevens kunt vinden van de kerkdorpen in de gemeente. Je vindt daar bijvoorbeeld persoonskaarten, gegevens van de burgerlijke stand, bevolkingsregisters, volkstellingen, enzovoorts. Soms weet je zelf echt niet waar je moet zoeken, maar je kunt altijd een archiefmedewerker vragen om hulp. Het is ook goed om te kijken of je de gevonden informatie kunt kopieëren voor je eigen archief. Kun je in de Gemeentearchieven niet alles vinden, dan zou je bijvoorbeeld verder kunnen kijken in de Streekarchieven (gegevens van meerdere plaatsen in de omgeving) of de Rijksarchieven (gegevens van meerdere plaatsen in de hele provincie).

In het jaar 1811 werd door het toedoen van Napoleon de Burgerlijke Stand ingevoerd in Nederland. Hierin wordt iemands burgerlijke staat opgenomen en er worden akten opgemaakt, zoals de geboorteakte, huwelijksakte, echtscheidingsakte en een overlijdensakte. Dit soort akten waren er vóór 1811 dus nog niet, waardoor je bepaalde informatie moeilijker kunt vinden. Je moet dan zoeken in de Doop-, Trouw- en Begraafboeken (DTB-boeken).

Zodra je vele pagina’s met informatie hebt verzameld over jouw familie en voorouders, kun je gaan kijken om deze op de computer inzichtelijk te maken door de stamboom grafisch weer te geven. Hiervoor kun je verschillende websites of software gebruiken, waarin je slechts alle informatie hoeft in te vullen. Je kunt dan ook eenvoudig zien welke informatie je nog mist.

Met het uitpluizen van je stamboom kun je wel járen zoet zijn. Je kunt tegenwoordig veel informatie online vinden, en voor de toekomstige generaties zal het doen van stamboomonderzoek waarschijnlijk een stuk gemakkelijker zijn dan nu, maar het is zeker een leuke hobby om je mee bezig te houden.

Jisca