Onze zoon is eind oktober geboren en tijdens het eerste oudergesprek in groep 1 (midden november) op school vertelde de juf dat hij niet automatisch door zou gaan naar groep 2 omdat hij een herfstleerling is. Bij deze kinderen, zo vertelde de leerkracht, kijken we extra goed of ze wel kunnen doorstromen. Een kind dat in december geboren wordt, zit maar enkele maanden in groep 1. Een klasgenoot die in maart van datzelfde jaar geboren is, heeft er dan al 11 maanden kleuteronderwijs op zitten. In eerste instantie schrok ik daar even van maar toen ik door had wat een herfstleerling inhield, snapte ik beter wat de leerkracht bedoelde.

Grote overgang groep 2 naar groep 3

Een terechte opmerking vond ik na dat gesprek, om niet zomaar alle kinderen naar groep 3 door te laten stromen. De overgang van groep 2 naar 3 is namelijk de grootste op de basisschool. Waar bij kleuters de nadruk ligt op spelend en ontdekkend leren en er veel in de hoeken wordt gespeeld, hebben de kinderen in groep 3 werkboekjes en een eigen tafeltje om dingen te leren en te verwerken. Kleuters zitten in de kring, een grote kring voor de hele klas en een kleine kring om in een kleinere setting iets expliciet aan te leren en te oefenen met bijvoorbeeld tellen tot 10 of een rijmpje opzeggen.

Waar bij de kleuters veel tijd voor buitenspel is, gaan de kinderen in groep 3 op de ochtend maar een kwartiertje naar buiten. En dat heerlijke grote kleuterplein of die knusse kleutergymzaal wordt in groep 3 in de meeste gevallen vervangen door een plein waar ‘grote’ kinderen uit groep 8 ook lopen en een mega gymzaal waarin de spelletjes vervangen worden door trefbal of klimmen in de touwen.

Waar de kleuters nog best veel aan de juf mogen vragen, wordt er in groep 3 met een stoplicht of time toner gewerkt om zo het zelfstandig werken en de zelfredzaamheid te ontwikkelen en te vergroten.

Waar kleuters nog kunnen wiebelen en geregeld van hun stoel vallen, is wiebelen op een stoel in groep 3 verboden en dient de lijfelijke onrust die kleuters nog hebben echt een stuk verminderd te zijn.

Herfstleerlingen

Kinderen die geboren zijn tussen 1 oktober en voor 1 januari zijn herfstleerlingen. In de praktijk betekent dit dat het kan zijn dat ze korter over hun kleuterperiode doen, namelijk 7 jaar en driekwart tegenover een kind dat bijvoorbeeld in de maand februari geboren wordt. Deze kleutert de periode van februari t/m juli in een fase die je als groep 0 zou kunnen omschrijven en kan dan ruim 2 jaar en een paar maanden in de kleutergroepen doorbrengen. Wat neerkomt op 8 jaar en driekwart jaar op de basisschool.

Ontstaan

Oorspronkelijk is deze indeling van wel of geen herfstleerling en het bijbehorende dilemma ontstaan vanuit economische redenen. Het kost de regering per kind veel geld om onderwijs in Nederland mogelijk te maken. Tot 1985 was 1 oktober de grens; als een kleuter 6 jaar was, stond de deur van groep 3 spreekwoordelijk open.

Daar kwam verandering in, want sinds 1985 mogen ook de leerlingen die geboren zijn tussen 1 oktober en 31 december, de herfstleerlingen dus, door naar groep 3. Er werd zo een versnelde doorstroom gecreëerd zodat meer kinderen binnen 8 jaar de basisschool doorlopen zouden hebben. Rekening houdend met het plaatje van kosten van €6500 per leerling per jaar is de reden wel enigszins te begrijpen vanuit de overheid gezien.

Uit onderzoeken blijkt dat in groep 2 gemiddeld 10% van alle kinderen dit leerjaar nog een keer overdoet. De kosten worden geraamd op €12 miljoen per jaar voor alle kleuters die groep 2 nog een jaar overdoen.

Andere landen

Vergeleken met andere landen scoort Nederland hoog qua percentage zittenblijvers. In groep 2 blijft jaarlijks ongeveer 1 op de 10 leerlingen zitten. Dit wordt geen zittenblijven of doublures genoemd maar kleuterverlenging.

Kleuterverlenging is iets wat veel andere landen niet kennen. Een veelvoorkomend verschijnsel in andere landen is juist dat kinderen niet mogen blijven zitten in de eerste jaren of vanaf 5 jaar (leerplichtleeftijd is niet in alle landen gelijk aan Nederland) automatisch doorstromen naar het volgende leerjaar.

Leeftijdsgrens van de school

Scholen gaan verschillend om met de beslissing om een kind wel of niet door te laten stromen naar groep 3. De leeftijdsgrens kan op 3 manieren worden vastgesteld:

  • 33% van de scholen houdt 1 januari als peildatum aan
  • 50% van de scholen gaat uit van 1 oktober als grens om te beslissen of het kind na de zomervakantie naar groep 2 of groep 3 doorstroomt.
  • De overige scholen houden geen datum als criterium aan.

Wat zegt de inspectie

De inspectie van onderwijs wijst op diverse onderzoeken die uitwijzen dat de meeste kinderen die groep 2 overdoen daar tijdelijk profijt van hebben. Op de korte termijn doen deze kinderen het beter in groep 3 en soms ook 4, maar op de lange termijn zijn de effecten niet altijd gunstig te noemen. Veel van deze kinderen ontwikkelen een achterstand in de latere leerjaren.

Na een kleuterverlenging mag je in groep 3 t/m 8 nog één keer een jaar overdoen. Er zijn kinderen die 2 keer een jaar zouden moeten overdoen en daardoor de overstap naar het speciaal basisonderwijs (SBO) of vervroegde uitstroom groep 7 naar het praktijkonderwijs maken.

Volgens de inspectie moet de overgangsbeslissing van herfstleerlingen gebaseerd zijn op het aansluiten van de ontwikkeling van de leerlingen. Daar dus goed naar kijken en dit als school met ouders te delen.

De inspectie ziet het liefst een zo min mogelijk onderbroken ontwikkeling, dus geen doublures of kleuterverlenging. Maar er kunnen redenen zijn waarom dit juist wel nodig is en ook beter voor de leerling

Factoren die meespelen bij beslissing voor wel of geen doorstroom naar groep 3

Individuele kindfactoren

  • Zelfstandigheid: Een school kan kijken naar in hoeverre het kind zelfstandig is. In groep 3 zitten leerlingen niet meer in de kring (of een stuk minder als bij de kleuters) en werken ze aan hun eigen tafeltje aan vakken als taal, rekenen, schrijven en spelling. Met de steeds grotere klassen wordt er een beroep gedaan op hun zelfstandigheid. Welke kinderen kunnen er na de klassikale instructie zelfstandig aan de slag? Als een kind iets niet begrijpt, kan dit het dan eerst zelf oplossen?
  • Concentratie: Behalve naar de zelfstandigheid kijken de kleuterjuffen ook naar de concentratieboog van een kind. Om een rekenles of taalles binnen de tijd af te maken is het van belang dat een kind geconcentreerd kan werken aan een taak. Er zijn kinderen die van nature wat dromerig zijn. Veel van de uitleg gaat langs ze heen en als het tijd is om aan het werk te gaan, dan zien ze buiten door het raam van alles langsvliegen of kijken ze naar de kleding van andere kinderen of de juf. En hoe goed pikt de leerling de klassikale instructie op? Heeft het de concentratie om zelfstandig de opdracht uit de instructie te filteren en aan de slag te gaan?
  • Zelfvertrouwen: Een kind met zelfvertrouwen weet waar het goed in is. Dingen die lastiger zijn schrikken hem of haar niet erg af, het mantra: van proberen kun je leren, is op hun lijf geschreven. En juist in die grote overgang van groep 2 maar 3 is zelfvertrouwen erg welkom. De hele dag door leren de kinderen nieuwe dingen. Letters, cijfers, sommetjes, woordjes en zinnetjes lezen, letters aan elkaar schrijven in een strijdschrift.. Het tempo ligt hoog in groep 3 en de hele dag door zijn er nieuwe dingen te leren. Fouten maken is niet erg daarvoor zit je op school. Een kind dat echter erg onzeker is kan fouten gaan vermijden, faalangst ontwikkelen en daardoor zelfs een leerstop hebben. Er wordt niks nieuws meer geleerd omdat het kind zo bezig is met of het wel of niet gaat lukken.

Fysieke kenmerken

  • Als een kind met zijn arm over zijn hoofd zijn oor kan aanraken wordt dit gezien als het punt dat de hersenhelften goed met elkaar samenwerken. En dit is weer nodig om het lees- en rekenproces te kunnen starten, net als de start van de zwemles.
  • Een kind wat lang voor zijn leeftijd is krijgt wel eens het voordeel van de twijfel om toch in groep 3 te starten. Om met kop en schouders uit te steken boven de groep 2-leerlingen kan voor de leerling zorgen voor onzekere gevoelens, zo vertelt juf Annefloor. Maar de randvoorwaarden zoals concentratie en zelfvertrouwen moeten dan wel aanwezig zijn.

Cognitieve kenmerken

  • Er zijn scholen die de regel hanteren dat een kind 15 letters moet kennen. Dit om zo het leerproces van het lezen te verspoedigen.
  • Een andere veelvoorkomende eis is dat kinderen de auditieve analyse en auditieve synthese beheersen. Met auditieve analyse wordt bedoeld dat een kind een heel woord in losse letters kan verdelen, ook wel ‘ hakken’ genoemd. Het woord boom spreken ze dan uit als b-oo-m.
  • Auditieve synthese betekent de losse letters als een heel woord samenvoegen, ook wel ‘plakken’ door de leerkracht genoemd. V – i – s wordt dan vis.
  • Bij tellen kan het een eis zijn dat de leerling tot en met 20 kan tellen, de cijfers tot 10 kan schrijven en herkennen en ook begrippen als meer / minder / evenveel begrijpt en kan toepassen.

Tips om de overgang van groep 2 naar 3 minder groot te maken en zo kleuterverlenging tegen te gaan

Scholen kunnen een groep 2 / 3 creëren. Op deze wijze kunnen de kinderen van groep 2 alvast spelenderwijs wat proeven van groep 3. Zo horen ze de letters die groep 3 leert, doen ze in de kringen tellen en horen de rekeninstructie. Op deze manier wordt er op natuurlijke wijze adaptief onderwijs geboden. Adaptief wil zeggen: op verschillende niveaus. Kinderen in groep 2 die al erg bezig zijn met letters krijgen zo uitdaging. Kinderen in groep 3 die juist nog meer spel en spelenderwijs leren nodig hebben kunnen dit door deze combinatie juist weer krijgen.

Kinderen leren van elkaar meer dan van de leerkracht blijkt uit een ander onderzoek. Het is daarom reuze leerzaam en sociaal gezien ook een verrijking. Leren van oudere kinderen is ook een grote plus voor een kleuter.

In plaats van klassikaal onderwijs, onderwijs aanbieden op niveau. Dit vraagt om een plan op maat per leerling. De leerling die groep 3 start met bijvoorbeeld een grote letterkennis maar het eerder genoemde ‘ hakken en plakken ‘ nog lastig vindt, kan een plannetje krijgen waarin staat hoe dit leerpunt in activiteiten uitgewerkt wordt. Bijvoorbeeld door met letterstroken het hakken en plakken visueel te maken, of met een onderwijsassistent het woord in klapjes te verdelen. Dit kan ook in een klein groepje gebeuren, ook weer om zo van elkaar te leren.

Voorstanders van kleuterverlenging

Zelfs in een schoolteam kunnen leerkrachten nog verdeeld zijn over wel of geen kleuterverlenging.

Enkele voorstanders van de kleuterverlenging geven de volgende argumenten:

  • Een kind met een kleuterverlenging doet langer over de basisschool en gaat met 12 jaar van school naar de middelbare in plaats van met 11. Dit kan als voordeel hebben dat het kind net wat sterker is om op de middelbare school te starten. Fysiek kan het kind net wat langer zijn met 12 jaar waardoor het minder opvalt tussen andere eerstejaars. Ook kan het zijn dat het zo meer aansluiting heeft met andere brugklassers.
  • Door een kleuterverlenging start een kind sterker aan groep 3. Door een jaar langer aan de basisvoorwaarden te werken, die nodig zijn voor groep 3 zijn de kinderen ‘ rijper’. Dit uit zich in een langere concentratieboog, of een betere zelfredzaamheid, meer tijd voor het beheersen van de letters en cijfers tot en met 20.
  • Als een herfstleerling wel overgaat naar groep 3, zo delen voorstanders van de kleuterverlenging, dan heeft deze al meteen een fikse inhaalslag te maken met veel extra hulp door hulpjuffen, extra instructie, huiswerk wat thuis geoefend dient te worden (voorlezen, leesmapjes, cijferbladen of schrijfbladen) en kan bijvoorbeeld extra uit de klas gehaald worden voor deze hulp.
    Het kind kan zo geen kind zijn, zo zeggen deze voorstanders.
  • Kinderen die doorgaan zijn sociaalemotioneel gezien jonger en dit verschil wordt steeds groter naarmate hij of zij verder komt in de basisschool. Dit kan zich uiten in moeilijk tegen het verlies kunnen, buitensporig opzien tegen uitjes of nieuwe situaties zoals een kamp, emotioneel snel huilen of juist erg boos worden en geen goede match kunnen vinden met klasgenoten door deze kloof.

Tegenstanders van de kleuterverlenging scharen zich onder deze argumenten:

  • Het kan zijn dat de leerling er juist onzeker door wordt, zich voelt falen omdat het niet doorgaat naar groep 3 maar nog een jaar groep 2 moet doen. En aan de start van groep 2 de werkjes als veel te makkelijk ervaart wat het onbegrip over nog een jaar kleuteren meer aanwakkert. Verder maakt het onzeker dat er ineens jongere, kleinere kinderen bijkomen in de klas en de grotere kinderen doorstromen.
  • Vriendjes en vriendinnetjes uit het vorige schooljaar gaan door naar groep 3. En ook al zijn kinderen flexibel en maken ze op jonge leeftijd gemakkelijker vriendjes als bijvoorbeeld in groep 8, het kan een knauw geven en ook een onveilig gevoel bij het kind geven. Alles is weer anders. Misschien een andere juf, een nieuwe klas vol klasgenootjes en de veilige vaste gezichten ver weg op een groot plein.

Kosten

Tegenstanders halen aan hoe duur het is als een kind nog een heel jaar groep 2 volgt. Naar schatting kost het jaarlijks €12 miljoen aan alle kleuters die een jaar verlengen. Extra hulp in groep 3 en een meer adaptief onderwijsprogramma kan als vergelijking minder kosten voor het Rijk.

Niet effectief.. uit onderzoeken blijkt dat een kleuterverlenging op de korte termijn positief is maar niet op de lange termijn. Veel kinderen lopen in hogere klassen vast of achterstanden op. Het is niet bewezen dat een jaar kleuterverlenging zorgt voor een hoger advies van de middelbare school.

Kleuters ontwikkelen zich sprongsgewijs. Het kan dat ze na 6 weken zomervakantie ineens wél die letters beheersen, interesse hebben in de cijfers en de concentratie langer kunnen vasthouden. Dan zouden deze kinderen onterecht een heel jaar moeten overdoen.

Tips gesprek met de school

Stel dat jouw kind een herfstleerling is en de leerkracht je vertelt dat er besloten is om tot kleuterverlenging over te gaan. Het kan zijn dat je dit herkent en het prima vindt. Maar het kan ook zijn dat je dit absoluut niet herkent en er ook helemaal niet achter staan. Wat dan te doen?

  • Vraag een gesprek aan. Zo kun je op een ander moment in alle rust terugkomen over dit besluit. Neem eventueel je partner mee.
  • Vraag de leerkracht wat de redenen zijn om jouw kind nog een jaar te laten kleuteren. Probeer rustig te luisteren en schrijf eventueel in steekwoorden de argumenten op.
  • Zorg dat je zelf ook je argumenten opgeschreven hebt waarom je de doorgang naar groep 3 beter vindt. Deel dit met de juf en vraag hoe zij dit ziet.
  • Kom je er niet uit? Vraag of de intern begeleider (deze is op elke basisschool aanwezig) een observatie in de klas en werksituatie uitvoert en dit in een tweede gesprek met de leerkracht en jou als ouder deelt. Een intern begeleider begeleidt zowel de leerkracht als leerlingen met extra zorg. Hij of zij weet ook welke extra hulp er ingeschakeld kan worden zoals bijvoorbeeld een logopediste of de onderwijsassistente die op school werkt.
  • Bespreek in dit gesprek de bevindingen van de intern begeleider en je eigen visie.
  • Vraag wat je thuis extra kunt doen, bijvoorbeeld gezelschapsspelen om het beginnend rekenen en tellen te stimuleren of extra voorlezen voor de taalontwikkeling. Bied aan om eventueel in eigen tijd met je kind naar de logopediste of fysiotherapeuten te gaan.
  • De school heeft uiteindelijk het beslisrecht, maar een goed gesprek hierover helpt je als ouder.
  • Vertrouwen houden in de school en ook in de relatie met de leerkrachten.

Gaat de beslissing toch door?

Vraag de school welke hulp ze aan je kind gaan bieden om te zorgen dat er na dit jaar wel doorgestroomd kan worden naar groep 3. Scholen zetten dit in een handelingsplan. Vraag om dit handelingsplan en maak om de zoveel weken een afspraak met de leerkracht om de vorderingen te bespreken.

Vertel aan je kind op een geschikt moment dat deze groep 2 langer volgt. Belicht de positieve kant, meer tijd om te spelen, langer oefenen met letters, je bent een goede hulp voor de juf want jij weet al waar de fietsen in de schuur staan of waar alles in de klas opgeruimd wordt..
Vier gaandeweg in het schooljaar de successen. Kon je kind eerst niet tellen tot 10 en na een poosje nu wel? Bak pannenkoeken of knutsel een diploma in elkaar.

Een ieder kind heeft een eigen tempo en als je dit samen met de school je kind gunt, dan komt het met of zonder omweg goed.

Dit artikel is geschreven door een intern begeleider van een basisschool waarvan de naam bekend is bij de redactie.

Redactie Mamaliefde
Latest posts by Redactie Mamaliefde (see all)