Vanaf 1640 was de oude handelsstad Gotha hoofdstad van het gebied Saksen-(Coburg)-Gotha, ook wel bekend door prins Albert, de man van koningin Victoria van Engeland, die hier vandaan kwam. Het is een leuk, divers stadje, met een Altstadt en boven op de heuvel het grote kastelencomplex Friedenstein. Het is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Vanuit Erfurt was het maar een klein half uur met de trein. Maar ook vanuit andere steden is het goed te bereiken. De ICE vanuit Frankfurt naar Dresden/Leipzig stopt ook in Gotha. Binnen Gotha rijden er bussen en trams. Schloss Friedenstein is in een kwartier te lopen vanaf het station en vanaf Friedenstein is het niet ver naar de Altstadt. Ik was hier een dagje vanuit Erfurt in het najaar van 2019. Een deel van het kasteel werd toen gerestaureerd en was niet te bezichtigen. Check dus van te voren altijd de website van het kasteel voor de laatste informatie.

Hauptmarkt & Rathaus

Centraal punt van de stad is het rechthoekige marktplein, de Hauptmarkt, met voorname herenhuizen en een Rathaus uit de 16de eeuw, dat in een oranjerode kleur is geschilderd. Daarom wordt het ook het wel Rode Stadhuis genoemd. Het is in renaissancestijl gebouwd en heeft door een renovatie in de late 19e eeuw ook invloeden van de Neorenaissance. Het portaal aan de noordkant is van rond 1850 en is versierd met portretten van Ernestijnse hertogen, terwijl de ingang aan de westkant wapenschilden toont. Er is een toren van 35 meter hoog, die sinds 1997 een uitkijkplatform heeft. Binnen zijn de burgemeesters afgebeeld met individuele portretten sinds de tijd van het nationaalsocialisme tot nu. In de voormalige raadszaal zie je een reliëf van de keurvorst Johann Friedrich I.

Van 1640 tot 1646 was het de residentie van de eerste hertog van Saksen-Gotha-Altenburg, Ernst I, totdat hij verhuisde naar het kasteel Friedenstein, dat op zijn verzoek werd gebouwd. Na de stadbrand in 1665 vond de wederopbouw plaats. De grote raadzaal op de tweede verdieping werd in 1852 opgericht.

Het gebouw heeft de luchtaanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels overleefd. Het is de officiële residentie van de burgemeester en heeft enkele kantoren van het stadsbestuur. Het stadsbestuur zit in het voormalige kasteelhotel Gotha aan de Ekhofplatz 24. De toren is te beklimmen.

Meer informatie vind je hier.

Neumarkt

Vlakbij kwam een tweede stadsplein: de Neumarkt. Tot 1810 werden beide stadsdelen door een muur beschermd. Daarna moest de stadsverdediging plaatsmaken voor brede boulevards. De protestantse Margarethenkirche, een laatgotische hallenkerk am Neumarkt, is één van de oudste gebouwen in de stad. De kerk werd voor het eerst genoemd in 1064, en sinds 1405 was hier een Latijnse school. Vanaf 1494 werd de Romaanse basiliek afgebroken en gebouwd op de fundamenten van een laatgotische halkerk.

Het koor en de puntvensters waren versierd met maaswerk. Gotische kenmerken zijn nog steeds te zien in de sacristie (een gewelfd plafond), in het torenvenster en in het hoofdportaal genaamd “Brautportal”. Al in 1522 verkondigde de predikant van St. Margarethen, Johann Langenhan, het evangelie. De Reformatie begon net. Langenhan maakte van de Margarethenkirche en zijn gemeenschap de eerste evangelische Lutherse kerk in Gotha. In die tijd had Gotha ongeveer evenveel inwoners als Dresden of Leipzig. De stad verloor haar belang nadat het fort Grimmenstein werd afgebroken. Het feit dat er geen kanonnen waren gestationeerd op de toren van St. Margarethen, is te wijten aan het feit dat de toren werd gespaard. Hongersnood, pest en twee stadsbranden veroorzaakten een geleidelijke achteruitgang van de kerk of de vernietiging ervan. De hertog van Gotha Ernst der Fromme, die het hertogdom Saksen-Gotha in 1640 oprichtte, zorgde voor de wederopbouw van de kerk. Er kwam onder andere een nieuw orgel. In 1652 was het werk voltooid en konden veel gelovigen samen feest vieren in de nieuw gebouwde kerk. Pijlers, preekstoel, galerijen en koor waren in barokke stijl.

Eind jaren tachtig begon de renovatie. Delen van de kerk werden gescheiden met glas. Er zijn gemeenschapskamers gecreëerd die kunnen worden samengevoegd tot een winterkerk. Vanwege de transparantie van de glazen wand heeft de bezoeker van de Winterkerk altijd het gevoel in de kerk te zitten, hoewel die gescheiden is van het schip.

Hertog Ernst de Vrome werd in 1675 begraven als het eerste lid van het Huis van Saksen-Gotha-Altenburg in de kluis onder het heiligdom. Totdat de nieuwe koninklijke crypte in Schloss Friedenstein in 1680 klaar was, werden de doden in Sankt Margarethen begraven, waaronder de vrouw van Ernst, hertogin Elisabeth Sophia, en enkele van de vroeg overleden kinderen van het paar. Je ziet de epitaaf voor Ernst en Elisabeth Sophia op de noordelijke muur. Het graf is niet te bezoeken.

Meer informatie vind je hier.

Augustinerkirche

De Augustinerkirche, vroeger de kloosterkerk van de Augustijner kluizenaars, is tegenwoordig een protestantse parochiekerk. In 1216 stichtten cisterciënzer nonnen een klooster in Gotha, dat in 1258 in het bezit kwam van de Augustijner monniken. Ze breidden het klooster uit en bouwden een nieuwe kerk. Na de Reformatie en de ontbinding van het Augustijner klooster werd de kerk in 1676 herbouwd onder hertog Ernst I door Andreas Rudolph in vroege barokstijl. Er kwamen galerijen met twee verdiepingen. De beroemdste prediker in de Augustijner kerk was de monnik Martin Luther. In 1524 werd de kerk protestants.

De voormalige kloosterkerk is een hallenkerk met een lang koor, die in de jaren dertig sterk werd ingekort. In de nieuw gecreëerde ruimte werd een winterkerk gevestigd. De buitenkant van de kerk is eenvoudig en de kerk heeft geen toren. Het indrukwekkende altaarstuk werd in 1844 gemaakt door de hofschilder Paul Emil Jacobs. Binnen zie je verder een Schmid Böhm-orgel in vroege barokstijl, de Fürstenloge en de vroegbarokke preekstoel. Rechts van het altaar staat de grafzerk van de hervormer en hoofdinspecteur Friedrich Myconius. Het orgel werd in 1993 gebouwd in de orgelkast van de broers Wedemann uit het jaar 1692.  De kerk grenst in het noorden aan het voormalige Augustijner klooster. Er is ook het volledig bewaard gebleven gotische klooster uit 1366. Langs de muren staan grafstenen en grafschriften.

Meer informatie vind je hier.

Wasserkunst Gotha

De Wasserkunst Gotha is een in 1895 voltooid systeem van putten en fonteinen. Ook zorgt het voor de lokale watervoorziening. Het is een trefpunt in de historische stad Gotha. Met de toenemende bevolking en frequente branden voldeden de stadfonteinen niet langer aan de eisen, dus in de 15e eeuw werd het Leinakanal gebouwd om de stad te voorzien van water uit het Thüringer Woud. Een houten gemaal in de stad kon het water naar Schloss Friedenstein vervoeren. In de loop van de tijd heeft dit gezorgd voor een groot pijpleidingsysteem voor het leveren van water aan de gebouwen, vijvers en fonteinen.

Het Leinakanalwasser beheerde ook tal van molens en stroomde door het midden van de stad. Aan de top van de belangrijkste markt, direct onder het kasteel, stond sinds 1387, de bergmolen op Schlossberg. Nadat de molen in mei 1895 was gesloopt, werd de nieuwe waterkunst uit die stenen gebouwd en op 15 oktober 1895 plechtig ingewijd.

Het nieuwe pompstation in de kelder van het Lucas-Cranach-Haus is nog steeds in gebruik. Dit barokke gebouw met twee verdiepingen bevindt zich op de plaats van een gebouw dat ooit toebehoorde aan de renaissanceschilder Lucas Cranach de Oude (1472-1553). Hij trouwde met Barbara Brengbier in 1504. Het gebouw was van haar vader, raadslid Jost Brengbier. Later werd het pand overgenomen door Lucas Cranach de Oude. Van dit gebouw zijn alleen de kelder met een prachtig kruisgewelf, het portaal met schilden en een huislogo origineel behouden gebleven. Het huidige gebouw is uit 1632. Het portaal toont de wapenschilden van de families Dasch (een tas) en Cranach (gevleugelde slang). Het gebouw wordt nu gebruikt voor verschillende evenementen en tentoonstellingen. Sinds 1872 (400e verjaardag van Cranach) wordt het gebouw het “Lucas Cranach Haus” genoemd.

Schloss Friedenstein

De belangrijkste reden om Gotha te bezoeken is het paleis van de hertogen van Sachsen-Gotha. Het staat op een heuvel, omringd door een groot park en een Oranjerie. Het werd gebouwd halverwege de 17de eeuw, dus rond het einde van de Dertigjarige Oorlog. Dat verklaart meteen de naam Friedenstein. Maar veel vertrouwen in de vrede hadden de hertogen blijkbaar niet, want in het omliggende park zijn verschillende verdedigingswerken aangebracht. Ernst I. (1601-1675), hertog van Saksen-Gotha-Altenburg, bouwde deze woning tussen de jaren 1643 en 1654 op de ruines van het kasteel Grimmstein. De bouw begon nog tijdens de Dertigjarige Oorlog en mede daarom noemde hij het symbolisch “Friedenstein”. Het werd nooit verwoest. In het noorden ligt de hoofdvleugel van vier verdiepingen met de hertogelijke appartementen en de kasteelkerk, verbonden met twee zijvleugels van drie verdiepingen. Deze leiden naar het zuiden in twee paviljoengebouwen met vier verdiepingen. De zalen en kamers zijn bewaard in hun oorspronkelijke vorm en ontworpen in de stijl van hoge barok en het vroege classicisme.

Schlossmuseum

Het in strakke stijl gebouwde slot heeft verschillende musea. Het Schlossmuseum in de noord- en westvleugel laat de uitbundige weelde waarin de hertogen leefden zien en welke kunst zij verzamelden. De Kunstkammer, de kern van alle Gotha-collecties, werd opgericht door hertog Ernst I van Saksen-Gotha-Altenburg (1601-1675), de stamvader van de dynastie. Daarin zijn zowel oude geërfde artistieke bezittingen van zijn voorouders als nieuwe aanwinsten door de eeuwen heen te zien. Hoogtepunten zijn onder andere ivoor-, amber-, zilver- en emaillen werken, een vergulde zilveren olifant uit de werkplaats van de wereldberoemde goudsmid Johann Melchior Dinglinger (1664 – 1731) en een originele hoed van keizer Napoleon I (1769) – 1821). Verder is er de “Neue Münzkabinett”. Er zijn vooral veel gouden munten. Je kunt door een enorme glazen boog lopen, waar 568 originele gouden en zilveren munten uit de oudheid tot de moderne tijd te zien zijn.

Historische Museum

Iets totaal anders is het Historische Museum in de westtoren: het staat vol met objecten uit de oertijd tot de 18de eeuw. Op het moment dat ik er was, werd dit deel gerestaureerd, en was er niet heel veel te zien. Over een paar jaar moet dit af zijn.

Museum der Natur

In diezelfde toren vind je ook het Museum der Natur. In december 2010 opende de nieuwe tentoonstelling “Dieren in de Toren” in de westtoren van het kasteel. Het is een interactieve tentoonstelling. Grote en kleine ontdekkingsreizigers kunnen hier geluiden van dieren beluisteren, onderzoeken, voelen en bekijken. Luipaard en panda, beer, krokodil, pinguïn, slechtvalk, orang-oetan, zeehond en het vogelleven van de tropische bossen zijn hier te zien. Het Natuurmuseum zal de komende jaren nog verder uitbreiden met in totaal vier permanente tentoonstellingen.

Eckhof-Theater

Ook bijzonder is het Eckhof-Theater, een prachtig voorbeeld van 17de-eeuwse theaterbouw. Het is ook het oudste baroktheater ter wereld waar alle techniek (uit 1681) nog werkt. Het jaar 1775 is belangrijk voor de geschiedenis van het Duitse theater. In dit jaar richtte hertog Ernst II van Saksen-Gotha-Altenburg het eerste Duitse hoftheater op. Nu gingen ook de deuren van het theater open voor de betaalde burgerij van de stad. Drie jaar lang, van 1775 tot 1778, vormde het hoftheater het centrum van het Duitse theaterleven. Als herinnering aan de hoogtijdagen van het theater is het auditorium te zien in de kleurenversie van 1775.

Slechts twee maanden van het jaar wordt het barokke Ekhof-theater in Schloss Friedenstein gebruikt. Het Ekhof-festival in juli en augustus toont een toneelstuk uit de 15e tot 18e eeuw. Ook zijn er concerten en theatervoorstellingen. Het hoogtepunt van het festival is het barokfestival in het laatste weekend van augustus. Vanaf 1 november begint de verkoop van de felbegeerde tickets voor het volgende jaar.

Meer informatie over het Ekhof-festival vind je hier.

Herzogliches Museum

Omdat de hertogen zeer veel kunst hadden verzameld, werd tussen 1864 en 1879 achter in het Slotpark een nieuw gebouw neergezet. In dit enorme kunstpaleis vind je nu het Herzogliches Museum. Hier vind je kunstschatten van over de hele wereld en van alle periodes, met daarbij werken van bijvoorbeeld Rubens, van Goyen en Cranach.

Ook zie je er Egyptische mummies, antieke vazen, sculpturen en gouden sieraden, modellen van oude Romeinse gebouwen uit de 18e eeuw en kunstschatten uit China en Japan. Bijzonder zijn ook de keramische collecties, met Italiaans majolica uit de 16e eeuw, Böttger-steengoed en Meissen-porselein uit de 18e eeuw.

Park

Rond het kasteel is er een Engels parklandschap met meren en tuinhuisjes, slingerende paden en volwassen bomen. Deze tuin wordt gezien als de oudste tuin van het Engelse model in Europa (buiten Engeland zelf uiteraard) en is groter dan die in Dessau. Aan de oostkant van het kasteel ligt de barokke tuin met een oranjerie. Deze 18e-eeuwse gebouwen beschikken over unieke architectonische kenmerken, zoals de centrale hal, die is ingericht in een moderne stijl. Hier werden de planten in de wintermaanden geplaatst, maar werden ook gebruikt voor de tuinfestivals. Het heeft een waaiervormige opstelling, met de barokke bloembedden ertussen.

Meer informatie over de geschiedenis van het complex, de musea en het park vind je hier.

Lees ook

Astrid