Misschien wel één van de bekendste en meest toeristische plekjes in Nederland is Giethoorn. Dit is een dorp in de kop van Overijssel en ligt tussen Steenwijk en Meppel. Het dorp is bekend vanwege de bruggetjes, waterwegen en punters. Sommigen noemen het ‘Hollands Venetië’. Ik zie zelf de vergelijking niet zo, want Venetië is een oude stad met nauwe straatjes en steegjes en oude gebouwen, terwijl Giethoorn een groen dorp is met boerderijen en huizen. Maar het zal voornamelijk te maken hebben met de bootjes en de bruggen over het water. Het is wel degelijk een plek waar je ooit eens geweest moet zijn, ook als Nederlander. En misschien is deze zomer wel het juiste moment, nu we wat minder Aziatische toeristen zullen hebben vanwege de wereldwijde coronapandemie. In dit blog ga ik je vertellen over de geschiedenis van dit dorp en wat je kunt zien en doen.

Giethoorn

Giethoorn is langgerekt en bestaat uit drie buurten. In het noorden is dat het Noordeinde, dan de Middenbuurt en ten slotte het Zuideinde. De Dorpsgracht is de centrale as van Giethoorn en eindigt in het zuiden in het Zuideindiger Wijde. De boerderijen en huizen zijn gescheiden door kavelsloten waarover vlonders liggen die de huispercelen verbinden. De bultrugboerderij is karakteristiek voor Giethoorn. De boerderij lijkt een bult te hebben doordat de schuur hoger is dan het woonhuis.
Door de turfwinning ontstonden plassen en meren. Om de turf te vervoeren werden vaarten en sloten gegraven. Vele huizen zijn op eilandjes gebouwd, die alleen via bruggetjes te bereiken zijn. De meeste van de meer dan 176 bruggen zijn privé-eigendom.

De enige doorgaande verbinding door het oude dorp over land is een fiets- en wandelpad dat van het Noordeinde naar het Zuideinde loopt. Het verkeer vindt vooral plaats over het water. Het belangrijkste traditionele vaartuig dat hiervoor gebruikt werd, was de punter, voortbewogen met een punterboom. Tegenwoordig wordt er nauwelijks nog gepunterd.

Vaartocht Giethoorn

Giethoorn ligt in een waterrijk gebied met verschillende grote en kleinere meren, waarop veel aan watersport wordt gedaan. Nabij het dorp zelf liggen het Bovenwijde en het Zuideindigerwijde, iets zuidelijker liggen de uitgestrekte plassen Belterwijde en Beulakerwijde. Watersportcentra liggen o.a. bij Blauwe Hand en bij Ronduite. Een rondje door het dorp varen is enorm populair, de hoofdstraat is echter eenrichtingsverkeer om ongelukken te voorkomen. Wel kan het hier enorm druk zijn waardoor je in een file terecht komt op het water. In het begin is het ook wel even wennen aan het varen, is toch net andersom dan in een auto. Je ziet ook precies waar je kan starten omdat daar bootjes alle kanten opdraaien tot ze het doorhebben. De meeste boten kunnen wel tegen een stootje, maar zijn natuurlijk niet bedoeld als botsbootjes.

Als je een boot huurt krijg je een routekaart mee waarmee je op stap gaat. De meeste routes beginnen in het dorp zelf waarbij je vanuit het zuiden richting het noorden vaart langs de boerderijen en restaurants, dit vanwege het eenrichtingsverkeer. Hier en daar is het mogelijk om aan te leggen om even uit te stappen of een foto te maken van een van de bruggen. Vanaf de molen ga je richting het grote meer waar je alle ruimte hebt om te varen. In het midden ligt er ook een eilandje waar je aan kan leggen om even uit te stappen. Zeker om zomerse dagen is dit een heerlijke plek om te picknicken of even een duik te nemen in het water. Het water is hier vrij ondiep dus je kan tot vrij ver lopen zonder helemaal onder te gaan, ook met kinderen. Aan de zuidkant van het eiland is er een stuk afgezet met lint waar ze helemaal veilig kunnen spelen.

Als je het meer verlaat kan je kiezen voor een korte route terug richting het dorp of een groter rondje (circa 3 uur) waarbij je ook door het Natuurgebied de Weerribben vaart. Dit is weer een vrij smalle vaargeul, maar het verkeer kan hier wel vanaf twee kanten komen. Onderweg kan je koeien tegenkomen en je kan ervoor kiezen om aan te leggen bij de uitkijktoren om die te beklimmen. Onderweg zal je hier veel vogels tegenkomen.

Op veel plaatsen in het dorp zijn boten te huur. Voor een groot deel betreft het motor- en fluisterbootjes, maar ook punters van polyester of hout, met of zonder motor zijn te huur. De punters zonder motor moeten dan door het dorp gepunterd worden. Ook zijn er zeilpunters te huur. Een aantal bedrijven bieden tevens rondvaarten (met en zonder arrangement) door het dorp aan zodat je niet zelf hoeft te sturen. Tot slot zijn er ook mogelijkheden voor kano’s en suppen, deze zijn wel een stuk trager dan de rest en blijft dus een uitdaging als je er achter zit.

Meer informatie over de rondvaart vind je hier en huren hier.

Nationaal Park Weerribben-Wieden

Giethoorn is gelegen in de Wieden, en aan de rand van een zeer uitgestrekt Nationaal Park. De Wieden bestaan, voor zover eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten, uit ongeveer 6000 hectare aan plassen, rietlanden, moerasbossen, natte weilanden en ander natuurgebied. Je vindt hier onder andere de krabbenscheer, waterlelie, zwarte stern, roerdomp en snoek. Sinds 2002 is ook de otter weer aanwezig in het gebied, nadat hij ongeveer 40 jaar geleden was uitgestorven. Daarnaast komt de zeldzame grote vuurvlinder voor en een groot aantal libellensoorten, waaronder de groene glazenmaker.

De volgende bezoekers-/informatiecentra zijn in het Nationaal Park Weerribben-Wieden aanwezig:

  • Het Buitencentrum Weerribben, Ossenzijl
  • Informatieruimte van het nationaal park, Kalenberg
  • Het Bezoekerscentrum De Wieden, Sint Jansklooster
  • Schoonewelle Centrum Natuur en Ambacht, Zwartsluis

Meer informatie vind je hier.

Vogeluitkijkhut De Auken

Door Natuurmonumenten is in 2001 de verhoogde vogelkijkhut geplaatst in de ‘hoogwaterzone’ ten noorden van Giethoorn (De Auken). Het is een interessant gebied: midden in het broedgebied van purperreiger, roerdomp en bijzondere zangvogels. In 2004 zijn de eerste broedende lepelaars waargenomen. De vogelkijkhut is alleen wandelend te bereiken. Je kunt parkeren op de Auken bij een bruggetje. Vervolgens geven de borden de richting van het wandelpad aan. Het wandelpad loopt door een ‘verdronken’ bos en komt uiteindelijk uit bij de vogelkijkhut. De hut is nogal open, maar als je jouw hoofd een beetje binnenhoudt, komen de vogels tot vlak bij de hut.

Doopsgezinde dorpskerk

De Doopsgezinde dorpskerk behoort tot de oudste van het land. Tussen 1563 en 1565 bezocht Leenaert Bouwens deze gemeente en doopte er 5 personen.
Al in de 16e eeuw wordt de gemeente in tweeën gesplitst. Voortaan zou er een gemeente zijn van Giethoorn Noordzij en één van Giethoorn Zuidzij. De splitsing die eerst alleen maar geografisch van aard was, kreeg al vrij vroeg ook godsdienstige betekenis. De Zuidzij sloot zich aan bij de Zonsche Sociëteit, terwijl de Noordzij zich aansloot bij de Dantziger Oude Vlamingen, de meest behoudende groep onder de Doopsgezinden. Tot 1890 leefden de twee Doopsgezinde gemeenten naast elkaar voort. Op 2 januari 1890 kwam de kerkenraad van Zuidzij samen met alle leden van de gemeente Noordzij om over een samensmelting te spreken. Het resultaat was dat alle leden overgingen.

Museumboerderij ’t Olde Maat Uus

Dit is een Giethoornse boerderij uit 1800 met een expositie over 100 jaar wonen en werken in Giethoorn. De boerderij is ingericht in oude stijl, inclusief grutterswinkeltje, vissershuisje, tjaskermolen en hooiberg. Uit persoonlijke verhalen van bijzondere inwoners leer je veel over turfwinning en bijzondere gebruiken. Het vissershuisje en het botenhuis geven een unieke indruk van het eenvoudige bestaan in dit waterrijke dorp. Er is een film, museumwinkeltje met koffiehoek en er is genoeg te ontdekken voor kinderen. Je kunt er een persoonlijke rondleiding door één van de vrijwilligers reserveren of een audiotour in meerdere talen.

Meer informatie vind je hier.

Museum “De Oude Aarde”

In dit museum bevindt zich een expositie van edelstenen, sierstenen en mineralen, en een terrarium. Door de vele ontdekkingsreizen van René Boissevain (de oprichter van het museum) is het museum gevuld met een zeer bijzondere collectie. Je vindt hier o.a. het grootste ei ter wereld, de Amethist geode uit Brazilië en de versteende boomstam uit Amerika.

Meer informatie vind je hier.

Schelpengalerie Gloria Maris

Je vindt de galerie direct aan de dorpsgracht in het centrum. Hier kun je genieten van de wonderlijke schoonheid van de natuur onder water. Ontdek schelpen in de vele variaties, vormen en kleuren. Je ziet hier de kostbare schelp ‘Gloria Maris’, waar de galerie naar vernoemd is. Bewonder de unieke collectie sieraden, vervaardigd van parels en schelpen. Ook voor kinderen is een bezoek aan de galerie een ware beleving.

Meer informatie vind je hier.

Pottenbakkerij Rhoda

Hier wordt aan de Dorpsgracht al 30 jaar handgedraaid keramiek in onder andere de kleur “Gieters blauw” gemaakt.

Meer informatie vind je hier

Giethoorn Floramics

Art pottery Giethoorn Floramics ligt op korte wandelafstand van het centrum langs de beroemde en mooie dorpsgracht. Het atelier is gelegen in een voormalige stal van een 100 jaar oude typisch Gieterse boerderij. Loop over de brug en wandel langs de boerderij naar achteren. Inge van Doornik is een opkomende kunstenaar, die uniek en prachtig handgedraaide of geboetseerde, keramische objecten maakt. Haar werk kun je herkennen aan de bloemen, zowel geboetseerd als geschilderd, met prachtig glanzend en kleurrijk glazuur.

Meer informatie vind je hier.

Histomobil

Veel leuke arrangementen voor jouw uitje in Giethoorn bij Histomobil. Voor een familiedag of teamuitje. Je kunt hier lasergamen – paintballen – glowinggolf – midgetgolf – bootverhuur – escape room – fluisterboot huren enz.

Meer informatie vind je hier.

Bij Giethoorn staat een drietal eenvoudige poldermolentjes van het type Tjasker, te weten: Molengat, Noord, Zuid. Ten zuiden van het dorp staat een kleine Amerikaanse windmotor.

Een stukje geschiedenis:

De eerste vermelding van Giethoorn dateert uit 1225. Flagellanten worden vaak vermeld als stichters van Giethoorn. Deze pioniers zouden veel geitenhoorns gevonden hebben van geiten die zijn doodgegaan tijdens de stormvloed van 1170. Daarom zouden zij hun nederzetting Geytenhorn genoemd hebben. Later werd dat Geythorn, en dankzij het dialect is het Giethoorn geworden. De geitenhoorn is terug te vinden in het wapen van Giethoorn. Taalwetenschappers zeggen echter dat “hoorn” de betekenis “in het water uitspringend hoek land” betekent.

Giethoorn was een nederzetting van veenontginners. De ontginning is begonnen vanaf de oostoever van het Giethoornsche Meer en bestond uit naar het oosten gerichte gebieden die gescheiden werden door watergangen, zoals de Cornelisgracht en de Walengracht. Door de ontginning door de eeuwen heen werd het dorp oostwaarts verplaatst. De laatste keer gebeurde dat in de 17e eeuw, waarbij het dorp van de Gieterse Dijk (later Beukersweg) naar het gebied van de huidige Dorpsgracht verplaatst werd. Rond 1750 schakelde het dorp over op veehouderij. De grachten waren eerst gegraven voor de afvoer van turf, maar werden nu belangrijk voor het landbouwbedrijf. Giethoorn kreeg het karakter van een waterdorp met een gracht met een voetpad met voor de scheepvaart afneembare vlonders. Daarnaast kwamen de typerende hoge bruggetjes. Deze moesten hoog zijn om in de boot staande punteraars en hoog met hooi beladen bokken vrije doorgang te kunnen verlenen. De boten werden ook gebruikt voor vervoer naar omliggende plaatsen als Steenwijk, Meppel, Zwartsluis en Blokzijl. Er ontwikkelde zich een vaarcultuur met eigen Gieterse scheepstypen. De Gieterse punter is daarvan de bekendste. Dit is een boot van ongeveer 6,30 meter lang en met een grootste breedte van 1,45 meter. De punter werd gebruikt voor allerlei transport. Winkeliers, zoals de bakker, gingen ermee rond door het dorp om hun waar te verkopen. Arbeiders die werkzaam waren in de turfmakerij of het snijden van biezen en riet, gingen ermee naar hun werk en konden dan een deel van de oogst meenemen in de punter. Verder werd de punter gebruikt voor begrafenissen en huwelijksfeesten. Ook veermannen die op marktdagen naar Steenwijk of Meppel afreisden om handelswaar te kopen of te verkopen gebruikten hiervoor lange tijd de punter. Ook visite kwam vaak per punter op bezoek.

Iets groter dan de punter is het Gieterse vlot, tussen de 8 en 11 meter lang en de breedte schommelde rond de 2 meter. Het werd gebruik voor transport van melkbussen, hooi, turf, hout, mest en riet. Met behulp van een veervlot is een tijd een veerdienst naar de markt in Meppel onderhouden. Vlotten werden geboomd en bij gunstige wind gezeild. Het grootste schip dat in Giethoorn gebruikt werd, was de Gieterse bok, die meer dan 12 meter lang kon zijn en soms een kajuit had. De bok werd gebruikt voor de zwaarste transporten en grote hoeveelheden hooi, maar ook grootvee werd vervoerd met de bok. Bokken werden ook door puntermakers verhuurd aan bijvoorbeeld boeren, soms voor een jaar, die deze dan weer onderverhuurden aan anderen voor bepaalde werkzaamheden. Bokken werden geboomd en bij gunstige wind ook gezeild.

De roeiboot was de kleinste boot die traditioneel in Giethoorn werd gebruikt en werd plaatselijk ‘botie’ genoemd. Deze waren 4 à 5 meter lang. Deze werd in tegenstelling tot de andere vaartuigen geroeid. Deze bootjes werden gebruikt om te melken of om kleine, snelle tripjes te doen. Ook rietsnijden en het snijden van andere waterplanten voor dakbedekking was een bron van inkomsten. Visserij was ook belangrijk in het Giethoorn in de 19e eeuw/begin 20ste eeuw. Aan zandwinning werd ook gedaan. Dat zand werd met behulp van punters van de bodem van het Bovenwijde gehaald. In 1950 kwam, na een korte opleving in de Tweede Wereldoorlog, de turfwinning in het gebied rond Giethoorn ten einde.

Bert Haanstra nam in Giethoorn in 1958 zijn speelfilmdebuut Fanfare op, een film over twee rivaliserende fanfares in het fictieve dorpje Lagerwiede. Na het verschijnen van de film Fanfare nam het toerisme sterk toe. Het werd de belangrijkste bron van inkomsten. De vaarboeren verdwenen uit het dorpsbeeld. De boerderijen werden omgebouwd tot woningen en werden meestal niet meer bewoond door de lokale bevolking. De gronden van vaarboeren komen geleidelijk aan in het bezit van de Natuurmonumenten. Langs het Kanaal Beukers-Steenwijk kwamen jachthavens en andere voorzieningen voor de watersport.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)