Executievewat? Grote kans dat je hier nog nooit van hebt gehoord, of dat het een keer de juf is ontvallen op school. Tegenwoordig is er namelijk steeds meer aandacht niet alleen voor de inhoud van wat je moet leren, maar ook op de manier waarop we leren. Hieronder beschrijf ik kort wat de functies inhouden met een paar voorbeelden hoe je thuis kunt oefenen met onder andere plannen en flexibiliteit.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies. Het zijn de hogere functies die in de hersenen plaatsvinden. Zij zorgen ervoor dat de denkprocessen worden aangestuurd om activiteiten te plannen en vol te houden. Als al deze functies optimaal werken dan vormt dit samen tot efficiënt gedrag. Het heeft dus niets te maken met intelligentie of iets dergelijks, maar in hoeverre je in staat bent om je (huis)werk te organiseren en bijvoorbeeld zelfstandig te maken zonder constant afgeleid te worden. Peg Dawson en Richard Guare omschrijven in het boek executieve functies bij kinderen en adolescenten (hier) op een begrijpbare manier hoe de vork in de steel zit met deze functies en hoe je jouw kinderen of jezelf kunt stimuleren om deze functies nog sterker te laten worden.

Huiswerk op de middelbare school

Deze functies komen goed van pas op de middelbare school. Als je kind nog op de basisschool zit hoef je er nog niet per se direct mee te oefenen. Wanneer ze zelf hun huiswerk moeten gaan inplannen, maken, volhouden en inleveren dan wordt er een groot beroep gedaan op deze executieve functies. Dat is het moment waarin ze deze functies meer gaan ontwikkelen en zo nodig met wat extra oefeningen baat kunnen hebben bij deze groei.

De executieve functies

Dawson en Guare onderscheiden elf verschillende executieve functies.

Respons-inhibitie

Dit houdt in dat je kunt nadenken voordat je iets doet. De eerste respons die bij je opkomt, kun je even parkeren. Daarna kun je nadenken of dit wel de juiste reactie is op dit moment. Denk bijvoorbeeld aan een onvoldoende die je krijgt van de docent. Een eerste reactie kan zijn: ‘Dat kan helemaal niet meneer Vos! Ik heb zo goed geleerd. Sukkel, je hebt niet goed nagekeken.’ Wanneer je meer beheersing hebt over je respons dan kun je inzien dat deze reactie niet goed zal vallen bij de docent, waardoor je al met een 0-1 achterstand het gesprek in zult gaan en meneer Vos sneller in de weerstand zal schieten.

Werkgeheugen

Het werkgeheugen zorgt ervoor dat je zaken kunt onthouden. Het werkgeheugen helpt je bij het onthouden van diverse taken. Het werkgeheugen moet ervoor zorgen dat de informatie wordt onthouden die wordt opgedaan tijdens het uitvoeren van de taak.

Emotieregulatie

Jouw emoties te baas blijven tijdens een tegenslag hoort bij emotieregulatie. Zo is het belangrijk om eerst te herkennen en aan te voelen dat je emotioneel raakt bij een bepaalde gebeurtenis. Vanuit hier kun je verder werken naar het beheersen van deze emotie. Denk bijvoorbeeld aan: het dichtslaan bij een examen, vooraf zeggen: ik kan het toch niet, een paniekaanval krijgen of moeite hebben snel te herstellen na een teleurstelling.

Volgehouden aandacht

Het is tegenwoordig niet makkelijk om je aandacht erbij te houden. Overal zijn afleidingen te vinden. Deze afleidingen zijn niet alleen extrinsiek (een appje wat je binnen krijgt), maar ook zeker intrinsiek (de gedachte dat je niet moet vergeten om die tandartsafspraak te verzetten). Hoe zorg je er nou voor dat je voor een langere tijd aan één taak geconcentreerd bezig kan zijn. Daar heb je volgehouden aandacht bij nodig.

Taakinitiatie

Het meteen beginnen met de taak zonder dit uit te stellen. Dat is wat we verstaan onder taakinitiatie.

Planning/Prioriteit

De functie geeft weer hoe je de juiste prioriteiten stelt en vervolgens een kloppende planning kunt maken.

Organisatie

Organisatie is het vermogen om systemen te ontwikkelen om op de hoogte te blijven van informatie en de benodigde materialen. Hierbij kun je denken aan: de juiste boeken mee naar huis nemen om het huiswerk te maken, gymspullen meenemen naar school op de juiste dag.

Timemanagement

Deze vaardigheid draagt bij aan het kunnen inschatten van hoeveel tijd een bepaalde opdracht voltooien kost. Dit helpt je om een haalbare planning te maken.

Doelgericht gedrag

Gericht aan je opdracht bezig gaan, zonder je te laten afleiden en daarna direct je doel te bereiken.

Flexibiliteit

Er mee om kunnen gaan als de leerkracht zegt. De toets wordt een week uitgesteld, terwijl jij als leerling er zo goed voor hebt geleerd. Je kunt je planning aanpassen als er zich tegenslagen voordoen.

Metacognitie

Dit is het vermogen om uit te zoomen en naar je eigen gedrag te kijken. Je kijkt naar je eigen aandeel en kan hierop reflecteren. Wat kan ik de volgende keer beter doen, wat is mijn rol binnen de groep en hoe kan ik de toets de volgende keer anders leren?

Oefeningen om de executieve functies te stimuleren

Welke oefeningen kun je thuis uitvoeren om je kind te helpen bij zijn ontwikkeling met betrekking tot de executieve functies?

Respons-inhibitie

Wanneer je weet dat het cijfer voor die ene toets belangrijk is voor je kind en je weet dat hij nogal direct (en daardoor vrij lomp) kan reageren, kun je het op deze situatie voorbereiden door een rollenspel te spelen. Je kunt alvast oefenen dat hij een onvoldoende krijgt. En natuurlijk kun je ook oefenen dat hij een voldoende krijgt. De docent zal er vast van kunnen genieten als hij een gat in de lucht springt.

Werkgeheugen

Een simpel geheugenspelletje kan al helpen: zoals een theedoek met allerlei spulletjes eronder. Vervolgens haal je één voorwerp weg en hij/zij moet raden (of eigenlijk weten) welk voorwerp dat is. Of oefen bijvoorbeeld het spel; ik ga op reis en neem mee, waarbij er telkens een voorwerp aan het lijstje toegevoegd wordt en je dus meer moet gaan onthouden.

Emotieregulatie

Opzien tegen een toets en daardoor dichtslaan is niet wenselijk. Faalangst kan een behoorlijke sta-in-de-weg zijn voor je kind. Laat je kind eens op papier zetten wat de slechtst mogelijke uitkomst zal zijn als hij een onvoldoende haalt. Mogelijk ziet hij of zij dan in dat de wereld niet vergaat bij een onvoldoende.

Soms zie je het gebeuren bij één bepaald vak, wat jouw kind minder goed ligt. Daar heeft iedereen wel last van. Zorg voor een goede planning, goede leerstrategieën (mindmap, zelf inhoudelijke vragen stellen over de lesstof, laten overhoren, samenvatting en herhalen) en dan heeft je kind van tevoren alles gedaan om het goed voor te bereiden. Zeg dit ook tegen je kind, hopelijk haalt het de druk weg.

Volgehouden aandacht

Dit kun je het beste leren door een timer te zetten. Uiteindelijk is het doel 25 minuten leren en 5 minuten pauze. En dit driemaal achter elkaar als je zoveel huiswerk hebt. Daarna mag je een pauze van een half uur. In het begin kan dit misschien lang zijn, dus dan kun je de wekker op 10 minuten zetten en later uitbreiden.

Taakinitiatie

Als je thuiskomt uit school wil je vaak eerst even wat drinken en eten. Gewoon lekker doen. Daarna is het wel belangrijk om direct aan je huiswerk te beginnen. Van uitstel komt afstel namelijk. Zorg dat je een beloning in het zicht hebt. Je mag daarna lekker gamen, zonder dat je in je achterhoofd hebt zitten dat je nog moet leren voor Engels.

Planning/Prioriteit

Je kunt samen met je kind een planning maken voor de aankomende week met betrekking tot het huiswerk. In het begin doen jullie het echt samen en na verloop van tijd bouw je dit af. In het begin vertel je nog van tevoren waar hij aan moet denken en naderhand controleer je de planning alleen nog. Denk eraan dat je de planning concreet maakt. Niet alleen: Frans leren.
Maar: Maandag 15:00-15:45 Geschiedenis, hoofdstuk 9. Paragraaf 4 en 5 doorlezen, mindmap maken.
Dinsdag 16:00 – 16:30 Geschiedenis mindmap leren en vragen stellen over de lesstof.

Organisatie

Zorg voor een eigen werkplek voor je kind met zo min mogelijk prikkels. Dat wil zeggen: een eigen bureau op zijn kamer. Een opgeruimd bureau welteverstaan. Help hem bij zijn huiswerkplanner op te laten schrijven welke boeken hij welke dag mee moet nemen naar huis voor zijn huiswerk. Scheelt een hoop heen en weer fietsen 😊.

Timemanagement

Laat je kind op zijn huiswerkplanner schrijven hoe lang hij nodig denkt te hebben voor de huiswerkopdracht of het leerwerk. En naderhand de daadwerkelijke tijd. Zo krijgt hij inzichtelijk hoe goed hij al is in het inschatten.

Doelgericht gedrag

Dit is nog wel een uitdaging voor veel leerlingen, maar ook voor mij. Ik laat mij tegenwoordig ook snel afleiden door mijn telefoon of iemand die langsloopt. Bovendien is een gesprek met iemand veel leuker dan het leren voor die ene toets. Probeer je kind duidelijk te maken dat hij of zij de telefoon het beste even uit het zicht kan neerleggen en in zijn of haar pauze van 5 minuten even naar beneden te lopen te lezen welke belangrijke berichten hij heeft gemist. En hopende dat hij of zij dan inziet dat het geen ramp is om 30 minuten niet actief te zijn op Instagram.

Flexibiliteit

Het flexibel worden en leren omgaan met tegenslagen is ook voornamelijk levenservaring en het opdoen van deze tegenslagen en hoe ga je hiermee om. Blijven praten met je kinderen is belangrijk. Desnoods via WhatsApp 😉.

Metacognitie

Vooraf aan een toets kun je met jouw kind opschrijven hoe vaak, hoe lang, hoe lang van tevoren en op welke manier hij heeft geleerd voor de toets. Als je naderhand het cijfer hoort van je kind, kunnen jullie bekijken of dit het gewenste resultaat heeft. Want dan kan hij mooi op deze manier ook voor de andere toetsen leren. Is het niet het gewenste resultaat, dan kunnen jullie samen kijken waar er wat bijgeschaafd dient te worden.

Beloon het proces!

Nu hoop je dat het gedrag wordt beloond met voldoendes. Maar dit hoeft niet. Ik wil je meegeven dat het belangrijk is om te focussen op het proces wat je kind ondergaat. Maakt hij daarin groei mee? Beloon dit dan, dat is heel belangrijk. Die voldoendes volgen dan later wel.

Lees ook

Anita Schokker