Dordrecht ligt op de plaats waar de Merwede zich splitst in de Noord en de Oude Maas. De gemeente Dordrecht omvat het gehele Eiland van Dordrecht. De inwoners noemen hun stad veelal Dordt. Dordrecht werd voor het eerst vermeld in een tekst uit de twaalfde eeuw, toen de stad nog werd aangeduid als Thuredrech, en kreeg in 1220 stadsrechten. In de middeleeuwen ontwikkelde de stad zich als belangrijke handelsstad en stapelplaats. De binnenstad laat nog steeds dit rijke verleden zien. Een mooie binnenhaven, mooie (historische) musea en gezellige terrasjes maken dit een stad die je echt een keer moet bezoeken. Ik schrijf in twee blogs over deze stad. Deze over de vele bezienswaardigheden en een volgende over de musea.

Bezienswaardigheden

De stad heeft vele rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten en twee beschermde stadsgezichten: Rijksbeschermd gezicht 19e-eeuwse Schil Dordrecht en Rijksbeschermd gezicht Dordrecht. Langs de oude havens staan historische koopmanshuizen. Bijzonder zijn de ongeveer vijftig huizen met Dordtse gevel, een eigen geveltype dat in de 16e eeuw werd ontwikkeld als meesterproef van het metselaarsgilde.

Villa Augustus – Dordrecht

Verbaas je over dit prachtige monumentale pand. Wandel met de kinderen door de grote tuin en ontdek wat er allemaal groeit in de moestuin en de boomgaard. Midden in de groentetuin, gevestigd in het voormalige pompgebouw, ligt het Restaurant van Villa Augustus. De hele dag geopend, zeven dagen per week, met ruimte voor 200 gasten. Het restaurant is het ideaal van tuinman en kok, want wat is er mooier: van het vroege voorjaar tot diep in de winter is hier in de tuin het Nederlandse seizoen zichtbaar en oogstbaar. Inspirerend voor beiden. Alle groenten, fruit en kruiden gaan direct na de oogst naar de koks. Vanuit de open keuken, het hart van het restaurant, maken zij dat zo lekker en mooi mogelijk klaar.

Meer informatie vind je hier.

Groothoofdspoort

De Groothoofdspoort is een nog bestaande stadspoort op het punt waar de drie rivieren, de Oude Maas, de Merwede en de Noord samenkomen. Uit bouwhistorisch onderzoek is gebleken dat de kern van de poort ontstaan is in de veertiende en vijftiende eeuw. Dit kun je zien in de poortdoorgang. De gewelven zijn gotisch van oorsprong. Tijdens de verbouwing van 1618 kreeg de poort een renaissance-uiterlijk. In 1692 werd de kap vervangen door de huidige koepel. Boven de doorgang is de Maeght van Dordrecht te zien. De voorpoort in Lodewijk XV-stijl aan de rivierzijde is uit de 18de eeuw. De maagd is gezeten in een tuin (omheining, die enerzijds haar ongehuwde staat symboliseert, maar anderzijds verwijst naar de onneembaarheid van de stad Dordrecht, omdat zij is omgeven door water). In haar ene hand heeft zij het wapen van Dordrecht en in de andere hand een palmtak. Rondom haar zijn wapens van Nederlandse steden afgebeeld, die in relatie met Dordrecht stonden.

Het Hof

Het Hof is een oud Augustijner klooster waar in 1572 de Eerste Vrije Statenvergadering plaatsvond. Het museum dat er is gevestigd is een onderdeel van het Dordrechts Museum. Het klooster werd gesticht in 1275. Het klooster was een geschenk van Floris V. Rond het binnenplein van het klooster waren een ziekenhuis, een brouwerij, een bakkerij en andere dienstgebouwen gevestigd. Na een brand in 1512 is het hele Hofcomplex in Renaissancestijl herbouwd. De augustijnen hadden waarschijnlijk al in 1283 een huis in Dordrecht. Het waren bedelmonniken die leefden van giften voor geleverde diensten. Augustijnen waren vooral populair vanwege hun bovengemiddelde geleerdheid. Wie toegelaten wilde worden, moest minimaal kunnen lezen of schrijven. Daarna volgden lessen in Latijn, logica, dialectiek, filosofie en theologie. Goede studenten gingen door naar een universiteit. De omwenteling in 1572 betekende ook het einde van de kloosters in Dordrecht. Prior Johan Crabbius werd gevangengezet, en de augustijnenmonniken en priesters vluchtten naar Brussel, waar zij de broederschap van de heilige Antonius oprichtten. De gebouwen van het klooster van de Minderbroeders werden eerst nog enige tijd gebruikt als hospitaal en al in 1573 als geschutgieterij. Hier werden kerkklokken omgesmolten tot wapens die gebruikt werden tijdens de opstand tegen de Spaanse overheersing.

In 1572 vond in de Statenzaal, de voormalige refter van het Augustijnenklooster, de Eerste Vrije Statenvergadering plaats. Twaalf steden onder leiding van Dordrecht zwoeren Filips II af en erkenden alleen Willem van Oranje als hun stadhouder. De wapenschilden van die twaalf steden zijn nog te zien in de glas-in-loodramen in de Statenzaal. Alle belangrijke steden van Holland hadden afgevaardigden gestuurd. Edelen, Watergeuzen en afgevaardigden van de prins van Oranje waren ook aanwezig. De vergadering sprak zich uit tegen de Spaanse koning Filips II en voor vrijheid van godsdienst. Zij erkenden Willem van Oranje als stadhouder en gaven hem geld voor de oorlog tegen Spanje. Het Hof heeft in de loop van de tijd verschillende functies gehad: als gemeentehuis, werd er recht gesproken en werden er belangrijke buitenlandse gasten ontvangen. Ook heeft het gebouw dienstgedaan als woonhuis voor Willem van Oranje en de graaf van Leicester. Onder Maurits en Frederik Hendrik werd het klooster verfraaid en kreeg het de naam Prinsenhof. Bij de vredesonderhandelingen met Spanje in 1648 speelde de Statenzaal nog een rol als plaats van onderhandeling. Daarna werd het stil en raakte het Hof langzamerhand in verval. In 1835 kocht de gemeente Dordrecht het complex en vestigde er een tijdje een school in.

Van 1969 tot 1972 werd het Hofcomplex gerestaureerd. Tegenwoordig doet het gebouw dienst als cultureel centrum. Zo worden er bijvoorbeeld door Stichting ’t Hof klassieke muziek concerten georganiseerd. Ook is hier het Regionaal Archief Dordrecht gevestigd, dat het archief van de stad Dordrecht en vele buurgemeenten bewaart. Het depot van het archief bevindt zich ergens anders, dus bezoekers moeten stukken die ze willen inzien ruim op tijd aanvragen. Sinds 2015 is ook het ‘Hof van NLD’ er gevestigd, een museum over de geschiedenis, cultuur en ontwikkeling van Nederland.

Meer informatie vind je hier.

Stadhuis

Het Stadhuis is in 1383 door Vlaamse kooplieden gebouwd. De Vlaamse kooplieden gebruikten het gebouw als markthal voor handel in lakense stoffen. De klokken die in het gebouw hangen zijn uit 1449 en een aantal uit 1514. Sinds 1544 is het gebouw in gebruik door de bestuurders van de stad. Het plein voor het stadhuis werd in 1679 aangelegd; de gevel en trap met leeuwen dateren uit de 19e eeuw. In 1572 werd door Adriaan van Blijenburg in dit gebouw de beslissing genomen om de Staatse kant te kiezen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarna de Inname van Dordrecht (1572) een feit werd. In 1975 is het stadsbestuur verhuisd naar het stadskantoor op de Spuiboulevard en wordt het gebouw gebruikt voor evenementen, zoals voor huwelijksceremonies.

Scheffersplein

Het Scheffersplein is een plein met verschillende uitgaansgelegenheden en in de zomermaanden is het plein ingericht met terrassen. Het plein is genoemd naar de Dordrechtse schilder Ary Scheffer. Het standbeeld van Ary Scheffer op het Scheffersplein in Dordrecht is gemaakt door Joseph Mezzara naar het ontwerp van Ary’s dochter Cornelia. Het beeld werd onthuld in 1862.

Visbrug

De Visbrug is een brug over de voormalige Voorstraathaven. Ter hoogte van de Visbrug sloot deze haven aan op de oude Thuredricht. De brug verbindt de Visstraat met de Groenmarkt. Op de Visbrug staat het standbeeld van de gebroeders De Witt (1918). Diverse monumentale gebouwen zijn rond de brug te bezichtigen, zoals de De Gulden Os.

Vishal

In de vishal aan de Vismarkt werd vroeger vis verkocht, die werd aangevoerd vanaf het aan grenzende water van de Knolhaven, onder andere steur en zalm uit de toen nog niet vervuilde rivieren. De Vismarkt loopt vanaf de Varkenmarkt tot aan de Knolhaven.

Hofjes

Dordrecht kent ook nog enkele hofjes: onder andere de Regenten- en Lenghenhof 1755), de Arend Maartenshof (1625), de Van Slingelandthof (1542), en de Clara en Mariahof (1880).

Ingeklemd tussen het Bagijnhof en de Vriesestraat ligt het uit 1755 daterende Regenten- of Lenghenhof. Het hof bestaat eigenlijk uit 4 hofjes die door poorten met elkaar verbonden zijn. Aan de kant van het Bagijnhof geeft een poort in Lodewijk XV-stijl toegang tot het hof, dat in totaal 52 woningen telt, inclusief een regentenkamer in rococostijl. De Dordtse koopman en reder Gijsbert de Lengh heeft zijn geld en naam aan het hofje gegeven. In het jaar van zijn overlijden, 1755, werden langs het Bagijnhof de eerste huisjes gebouwd.

Eerst was het hofje bedoeld om arme gezinnen een dak boven het hoofd te geven. Ook arme, oude, ongetrouwde vrouwen, vaak gepensioneerde dienstbodes, kregen er een huisje toegewezen. Tegenwoordig zijn het uitsluitend vrouwen die het Regenten- of Lenghenhofje bewonen. Toegang via Bagijnhof en Vriesestraat; tussen 9.00 en 18.00 uur.

Arend Maartenshof

Het Arend Maartenshof werd gebouwd in 1625 en werd vernoemd naar de oprichter Arend Maartenszoon. Hij probeerde zijn reputatie te verbeteren door het bouwen van 38 woningen voor arme vrouwen. Arend Maartenszoon was namelijk lange tijd meer geïnteresseerd in het verkrijgen van zo veel mogelijk geld dan dat hij zich om zijn medemens bekommerde. In de Museumstraat, op nummer 56, geeft een rijk versierd renaissancepoortje toegang tot de binnentuin van het Arend Maartenshof. Bezoekers worden er verwelkomd met de woorden ‘Naeckt kom ick, naeckt scheyde ick’. Ook de spreuk ‘Vita Vapor’ ofwel ‘het leven is een damp’ staat op het zandstenen poortje te lezen.

Het hofje telt 38 woningen. Rechts van de ingang ligt de regentenkamer. Door op de knop in de muur te drukken gaat het licht aan in de kamer. Je ziet er een interieur uit 1701 met een portrettengalerij van de stichter en eerste regenten. De schildering boven de schoorsteenmantel en de plafondschildering zijn gemaakt door Arnold Houbraken (1660-1719). De schilderingen verwijzen naar de goede daad van Arend Maartenszoon. In de tuin staan platanen rond de waterput. Nu mogen ook jongere vrouwen en echtparen en zelfs alleenstaande mannen in de huisjes wonen. Op twee voorwaarden: bewoners moeten van onberispelijk gedrag zijn en ze moeten de woonomgeving liefdevol verzorgen. Het hofje ligt naast het Dordrechts Museum en is overdag toegankelijk voor publiek.

Molen Kyck over den Dyck

Op de Noordendijk staat de laatst overgebleven molen: Molen Kyck over den Dyck. De oorspronkelijke molen werd gebouwd in 1612 en was een houten standerdkorenmolen. Deze molen maalde mout, dat als grondstof diende voor de Dordtse bierbrouwers. In 1713 werd de kleine standerdmolen vervangen door de huidige stenen stellingmolen. Sinds 1739 werd overgegaan op het malen van koren. In 1871 werd de molen getroffen door een windhoos waarbij de beide roeden en as afbraken en de stelling werd beschadigd. De Gemeente Dordrecht was eigenaar van 1952 tot 1997. Sindsdien is de molen eigendom van de Stichting Molen Kyck over den Dyck, van 1999 tot 2001 is ze maalvaardig gerestaureerd, en daarna operationeel dankzij een kring vrijwilligers.

Meer informatie vind je hier.

Huis te Merwede

Huis te Merwe(de) of Kasteel Ter Merwe is een voormalig middeleeuws kasteel ten oosten van de stad Dordrecht aan de Merwede. Het kasteel is gebouwd tussen de jaren 1307 en 1335 op het knooppunt van de rivieren Oude Maas, Noord en Merwede, als plaats waar het stapelrecht werd uitgeoefend. Huis te Merwede is één van de oudste kasteelruïnes in Nederland (al vanaf 1418). Van het kasteel resteert nog een 14e-eeuwse toren met muren van ongeveer twee meter dikte, die achter een gevangenis en een industrieterrein ligt. Jarenlang werd de ruïne, die tegenwoordig eigendom van de gemeente en vrij te bezichtigen is, verwaarloosd en ging hij schuil tussen oeverbegroeiing. In 2000 echter stelde de gemeentelijke archeoloog Johan Hendriks een plan op om de ruïne aan te pakken. Dit plan is gedeeltelijk gerealiseerd in een opknapbeurt in 2010, waarbij begroeiing en graffiti werden verwijderd, met behulp van hergebruikte stoepranden werd gepoogd om de gehele fundering van het huis zichtbaar te maken, een groot informatiebord werd geplaatst en een wandelroute werd aangelegd. De toegang werd vernoemd naar de voornaam van de heren van het Huis te Merwede: het Heer Danielspad.

Meer informatie vind je hier.

De Biesbosch

De Biesbosch is een nationaal park, het icoon van de Biesbosch is de bever. Er leven hier meer dan 300 bevers. Voor kinderen natuurlijk helemaal geweldig om tijdens het varen naar de bevers te kunnen uitkijken. Naast bevers leven er hier vele andere diersoorten zoals vossen, reeën, boommarters en hazen. Tijdens je vaartocht zal je vooral ook heel veel vogels tegenkomen. Je kan kiezen tussen een rondvaart met een fluisterboot, bijvoorbeeld vanaf het Museumeiland Biesbosch (Brabant), of bij het Biesboschcentrum Dordrecht (Zuid-Holland) zelf een fluisterboot huren.

Ook is er de mogelijkheid om te vissen. Er zwemmen hier vele soorten rond, zoals brasem, vliegvissen en ook rivierkarpers. Er zijn voldoende aanlegmogelijkheden en steigertjes zodat er ook voldoende mogelijkheden zijn om te picknicken en wandelen in deze prachtige omgeving.

Meer informatie over Museumeiland Biesbosch vind je hier en Biesboschcentrum Dordrecht hier.

Lees ook: Fluisterboot / sloep Nederland huren met kinderen; dit zijn de mooiste vaartochten / gebieden!

Musea in Dordrecht

Dordrechts Museum

Het Dordrechts Museum is opgericht in 1842 en is één van de oudste musea van Nederland. De collectie omvat meer dan zes eeuwen Nederlandse schilderkunst: van meesters uit de Gouden Eeuw tot eigentijdse kunstenaars. De verzameling vormt het uitgangspunt voor een wisselend tentoonstelling- en activiteitenprogramma.
In 1842 zonden vijf Dordtse burgers een brief naar hun stadgenoten. Zij stelden voor om tot de oprichting van een genootschap te komen dat zou moeten zorgen voor een depot van werk van oude en levende meesters zodat jonge kunstenaars geïnspireerd zouden raken door dat werk. De stad stelde een deel van de toen pas gebouwde Boterbeurs ter beschikking en gaf een jaarlijkse subsidie. De verzameling werd pas van betekenis na het legaat van Leendert Dupper Wzn. die behalve een ton goud ook zijn eigen grote kunstverzameling legateerde; zijn verzameling is de basis van de huidige collectie. In 1900 volgde het legaat Marjolin-Scheffer, het echtpaar van wie Cornelia Scheffer de dochter van Ary Scheffer was en waarmee vele schilderijen van haar vader in de collectie kwamen.
De vaste collectie van het museum wordt tentoongesteld naar periode en/of stijl. De collectie gaat over de Nederlandse schilderkunst vanaf de renaissance tot en met de hedendaagse kunst. Via een vaste looproute door het museum kunnen bezoekers ervoor kiezen om vanaf het verleden naar het heden te lopen of andersom.
De collectie van kunst uit barok c.q. Gouden Eeuw bestaat grotendeels uit werken van: Aelbert Cuyp, Ferdinand Bol en Nicolaes Maes.
De collectie impressionistische kunst omvat werken van onder meer de Haagse school.

Meer informatie vind je hier.

Verzetsmuseum

Museum 1940-1945, ook wel het Verzetsmuseum genoemd, is opgericht in 1988 en gaat over de Tweede Wereldoorlog en de rol die Dordrecht hierbij speelde. Dordrecht was tijdens de Tweede Wereldoorlog van groot belang vanwege de spoor- en verkeersbruggen bij Moerdijk en Zwijndrecht. In de stad vind je meer dan twintig monumenten en plaquettes die aan de oorlog herinneren. Het museum werd in juni 1988 door prins Bernhard geopend. In het museum zie je ook een plaquette ter herinnering aan twee medewerkers van de politie die in 1944 omkwamen. Verderop aan de Nieuwe Haven staat het huis waar Paul L. Kooiman woonde. Hij was de leider van verzetsgroep Paul en districtscommandant Binnenlandse Strijdkrachten. De plaquette aan de gevel werd in 1988 onthuld.

Meer informatie vind je hier.

Nationaal Onderwijsmuseum

Het Nationaal Onderwijsmuseum (voorheen Nationaal Schoolmuseum) is een cultuurhistorisch museum over de ontwikkeling van het onderwijs in Nederland. Het is sinds 2012 gevestigd in de Zuid-Hollandse stad Dordrecht. Het Nationaal Onderwijsmuseum is in 1981 opgericht en was in Zoetermeer en later in Rotterdam gevestigd. In juli 2015 werd een vernieuwd Nationaal Onderwijsmuseum geopend in gebouw De Holland van architect Sybold van Ravesteyn. Het museum is nu uitgegroeid tot een kennisinstituut met een grote collectie op het gebied van onderwijs. In totaal beheert het museum meer dan 400.000 voorwerpen die op de één of andere manier iets met het Nederlandse onderwijs te maken hebben.

Meer informatie vind je hier.

Huis van Gijn

Huis Van Gijn is een museum, gevestigd in twee monumentale panden aan de Nieuwe Haven. Het hoofdgebouw is de voormalige woning van de naamgever, Simon van Gijn. Het museum is zo opgezet dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan en de bezoeker kan zien hoe het leven er honderd jaar en langer geleden uitzag. In 2004 heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds de Museumprijs toegekend aan dit museum. In het juryrapport staat te lezen:
“Het huis ademt een sfeer alsof mr. Simon van Gijn ieder moment om de hoek van de kamer kan verschijnen, glas port in de ene hand en een tekening of gravure in de andere. Het museum geeft een uitstekende blik in het leven, de verzameldrang, de huishouding, de oude dag, de filosofie en het milieu van een rijke Dordtenaar. Het is daarmee niet alleen een ode aan Simon van Gijn zelf, maar veeleer ook aan een bepaald mens: de rijke verzamelaar.” Simon van Gijn (1836-1922) was van beroep bankier, maar bovenal verzamelaar. Hij had een brede belangstelling en kocht veel verschillende objecten die hem interesseerden: zilver, keramiek, prenten, maar ook meubels en speelgoed. Alles wat hij verzamelde kreeg een plaatsje in zijn huis. Zo creëerde hij tijdens zijn leven al een ‘museum aan huis’, waar hij regelmatig bezoekers ontving. Hij is geboren in 1836 te Vlaardingen en stierf in 1922 te Dordrecht.

De collectie heeft onder andere: porseleinen borden en schotels, behalve uit China en Japan ook Nederlands aardewerk met afbeeldingen van de Oranje-Nassau’s, antieke klokken, schilderijen en Vlaamse wandtapijten en zilver.

  • De Zaal is ingericht in de stijl van Lodewijk XIV. Het interieur stamt van voor 1730, dus meer dan een eeuw voor Simon van Gijn. De vorige bewoners van het huis en hijzelf zorgden ervoor dat de kamer onveranderd bleef, en Van Gijn nam een clausule op in zijn testament waarin dit ook voor de toekomst werd gewaarborgd.
  • De Vriesendorpsalon, deze kamer was het domein van Cornelia Agatha Vriesendorp. Hier ontving mevrouw Van Gijn andere ‘dames van stand’. Een bijzonderheid in deze kamer is de Spaanse roze marmeren schoorsteenmantel.
  • De Eetkamer. Van Gijn was een voornaam en graag gezien persoon in Dordrecht en ontving regelmatig gasten voor het diner. In 1886 liet hij de eetkamer verbouwen en inrichten naar 17e-eeuws voorbeeld met wand- en plafondschilderingen in Hollandse renaissancestijl.
  • De Tuinkamer, waar bewoners met hun gasten een kopje thee dronken of werd er piano gespeeld. Aan het plafond hing een gaskroon, ’s avonds werd er een spelletje gedaan of wat gelezen. Er staat een vitrinekast uit 1886 van gelakt mahonie. Daarnaast is er een tafelpiano die rond 1840 gemaakt is. Deze piano stamt niet uit de boedel van Van Gijn, maar is later geschonken. Tijdens de grote verbouwing van 1886 werd aan de achtergevel van de Tuinkamer een serre bijgebouwd. Vanuit deze serre is er een goed uitzicht op de rozentuin die hij later liet aanleggen.
  • De keuken is na de bouw van het huis in 1729 nauwelijks veranderd, alhoewel het fornuis en keukengerei wel van later tijd zijn. Bij de keuken bevindt zich een kleine provisiekamer waar ingemaakte groenten en vruchten bewaard werden. Via een klein trapje kom je in de kelder die gebruikt werd voor de opslag van wijn.
  • Naast de twee slaapkamers is er een bibliotheek en een studeerkamer met uitzicht op de Nieuwe Haven. Beide ruimtes zijn rond 1886 ingericht in de Hollandse renaissancestijl. Op deze verdieping bevindt zich ook de goudleerkamer met een compleet 17de-eeuws interieur uit een ander Dordts woonhuis.
  • De tweede verdieping was origineel voor het personeel. De ruimtes zijn weer ingericht zoals het toen was, met onder meer en was- en droogruimte voor het personeel, een opbergkamer, slaapkamers en een prentenkamer.
  • De derde verdieping, de Speelgoedzolder is de bovenste verdieping. Na het overlijden van Simon van Gijn in 1922 was er nog veel speelgoed uit zijn kinderjaren aanwezig in zijn huis, deze werden toegevoegd aan de verzameling speelgoed van de Vereeniging Oud-Dordrecht. Door schenkingen is deze collectie uitgegroeid tot een van de grootste en mooiste speelgoedcollecties in Nederland. Te zien zijn onder andere poppenhuizen en blikken speelgoed van vroeger, waaronder een kleine kermis met een zweefmolen met lichtjes.

Meer informatie vind je hier.

Museum Het Dordts Patriciërshuis

Museum Het Dordts Patriciërshuis werd in 2011 geopend. De achterkant van het museum ligt aan de Oude Maas. Het huis werd gebouwd in opdracht van Jacob Trip (1575-1663). Tegen het einde van de 18de eeuw werd het huis bewoond door burgemeester Anthonij van den Santheuvel. Een opmerkelijke kamer is de ronde Maaskamer, die uitzicht biedt op Europa’s drukst bevaren drierivierenpunt van de Oude Maas, de Noord en de Merwede. De stijlkamers zijn ingericht met originele meubels uit de periode van Louis XVI. Het museum heeft ook een collectie tekeningen en schilderkunst met werken van de Dordtse kunstschilders Cornelis Kuipers (1739-1802), Aert Schouman (1710-1792), Johannes Christiaan Schotel (1787-1838) en Leonard de Koningh (1810-1887).

Meer informatie vind je hier.

Boekdruk Museum

Het Boekdruk Museum heeft een actief en werkend grafisch museum. Drukwerk wordt nu voor heel veel dingen gebruikt, maar daar is een lange periode aan vooraf gegaan. Deze ontstaansgeschiedenis kun je zien en beleven in het Boekdruk Museum. De collectie bestaat uit allerlei machines en hulpmiddelen die te maken hebben met de grafische industrie van de vorige eeuw. Je kunt die machines in werking zien. Er worden regelmatig machines en gereedschappen aan de collectie toegevoegd. De doelstelling van het museum is dat alle machines weer gaan en blijven werken, zodat het tijdsbeeld ook voor de volgende generaties behouden blijft.

Meer informatie vind je hier.

Binnenvaartmuseum

Het Binnenvaartmuseum vind je aan boord van de voormalige duwboot René Siegfried en geeft informatie over de historie van de binnenvaart en heeft wisselende tentoonstellingen. Het heeft een geheel gerestaureerde stuurhut en een binnenvaartsimulator. Het museum ligt sinds 2004 in het Wantij bij de voormalige scheepswerf De Biesbosch. Bij deze scheepswerf is het schip in 1963 te water gelaten. Het Binnenvaartmuseum is onderdeel van het Binnenvaartcentrum, dat naast het museum over een groeiend documentatiecentrum over de Nederlandse en internationale binnenvaart beschikt.

De René Siegfried werd in 1963 gebouwd voor rekening van de Franse staatsrederij Compagnie Française de Navigation Rhénane (CNFR) in Straatsburg. Zij behoorde tot de tweede categorie duwboten en was destijds één van de sterkste boten op de Rijn. In 1989 werd de boot vanwege overcapaciteit in de duwvaart uit de vaart genomen en opgelegd. Door initiatief van de Interessengemeinschaft Rheinschifffahrt e.V. werd het schip van de sloop gered. In de jaren 1990/1991 werd de duwboot omgebouwd tot drijvend museum.

Vroege aanwinsten van het museum zijn een origineel haspel en allerlei scheepsmodellen. In 2007 kwam na 35 jaar een einde aan het vervoer met LASH-bakken. Bak CG S 6013 werd door het museum verworven en dient daarna als uitbreiding van het museum. In 2018 is het Binnenvaartcentrum uitgebreid met het motorschip Marot, van het type Franse motor, dat na in 1947 met Marshallgeld is gebouwd. Ook kreeg de Veerdienst III uit 1895 een ligplaats bij het museum, er zullen vaartochten mee uitgevoerd worden.

Meer informatie vind je hier.

Carel Wüst Museum

Ongeveer 55 auto’s staan er in het Carel Wüst Museum tentoongesteld. De collectie toont de ontwikkeling van de auto. Het belangrijkste hierbij is het verhaal erachter of de persoon die haar bedacht heeft. De auto’s hebben allemaal dienst gedaan en zijn met aandacht voor detail gerestaureerd. De auto’s stonden opgeslagen in diverse loodsen tot George en Marcel Wüst, twee van de drie zoons van Carel Wüst, in 2011 besloten tot oprichting van het museum. Sinds dien is dit cultureel erfgoed ook toegankelijk voor geïnteresseerden.

Meer informatie vind je hier.

Kerken in Dordrecht

Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk

De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk is de grootste kerk van deze stad. Het is een kruisbasiliek in Brabantsgotische stijl met een onafgemaakte toren en de op een na oudste kerk van de stad. In 1572 kwam de kerk in handen van de protestanten. De Grote Kerk heeft een voorganger in romaanse stijl gehad, waarvan de fundamenten bij opgravingwerkzaamheden onder het huidige gebouw zijn gevonden. Het is ook de enige grote stadskerk in het voormalige graafschap Holland die volledig in steen is overwelfd.

Het oudste deel van de tegenwoordige kerk is het Mariakoor, een kapel ten noorden van het hoogkoor die vanaf 1285 werd opgetrokken. Misschien was de verheffing tot kapittelkerk in 1367 aanleiding tot grootscheepse nieuwbouw. De kerk werd in 1457 ernstig beschadigd door een grote stadsbrand, maar vier jaar later was de schade hersteld. Rond 1470 had de kerk haar huidige vorm.

Het interieur van de kerk staat vooral bekend om zijn koorbanken in vroege renaissancestijl, gemaakt in de eerste helft van de 16de eeuw. Op de panelen boven de zittingen zijn zeer minutieus Bijbelse en wereldlijke voorstellingen uitgesneden. Het weelderige koorhek van marmer en koper is uit 1744, de al even overdadige kansel uit 1756. Verder bevinden zich in de kerk talrijke gebeeldhouwde grafzerken. Er zijn een paar neogotische gebrandschilderde ramen en het gedenkraam voor Catharina van Santen (1954), die verschillende delen uit de geschiedenis van Dordrecht weergeven. Het orgel dateert uit 1859. Het beeldhouwwerk rond het orgel stamt uit de 18e eeuw, op het orgel zijn de familiewapens van de kerkrentmeesters aangebracht.

De toren is 65 meter hoog. De toren is scheef. Net als bij bijvoorbeeld de Toren van Pisa komt dit door de drassige ondergrond. Deze was niet stevig genoeg om de toren te kunnen dragen zonder daarbij te verzakken. Het oorspronkelijke plan was de toren te voorzien van een achtkantige verdieping en een spits waarmee hij 108 meter hoog had moeten worden. De scheefstand was in de middeleeuwen de voornaamste reden waarom dat plan niet uitgevoerd werd. In plaats daarvan staan er vier wijzer-klokken op de toren, elk in een eigen stenen paneel. Tussen 1953 en 1973 vond er een restauratie plaats waarbij de scheefstand van 2,25 meter is gestabiliseerd door het aanbrengen van een nieuwe fundering van gewapend beton. De beiaard van de toren behoort, na een uitbreiding in 1999, met zijn 67 klokken en zijn 52.000 kilogram tot de grootste in Europa. De zware basklok van 9830 kilogram is de zwaarste klok van Nederland. Op 4 december 2010 vond in de kerk de officiële presentatie van de Herziene Statenvertaling plaats.

Meer informatie vind je hier.

Augustijnenkerk

De Augustijnenkerk is ook aan het Hof gelegen. De Augustijnenkerk behoorde bij het Augustijnenklooster en werd oorspronkelijk gebouwd rond 1293. In de tweede helft van de 15e eeuw is de kerk uitgebreid met een zijbeuk. De voorgevel, in classicistische stijl, is uit 1773. De kerk werd tussen 1994 en 1996 gerestaureerd en bezit een Maarschalkerweerdorgel uit 1899. In de tijd voor de reformatie hebben verschillende families kapellen in de kerk laten bouwen: Quekel, Drenkwaert en Van Beveren. De eerste hervormde kerkdienst in de Augustijnenkerk vond plaats op zondag 27 juli 1572, ruim een maand na de omwenteling toen Dordrecht de poorten opende voor de Watergeuzen. In de zeventiende eeuw was de grond in de kerk met grafstenen van een aantal aanzienlijke Dordtse families. Rond 1795 werden deze gedenktekens beschadigd of weggebroken en diende de kerk enige tijd als stalling voor de paarden van de Fransen. De kerk is eigendom van de Nederlands Hervormde Gemeente van Dordrecht.

Meer informatie vind je hier.

Een stukje geschiedenis

De stad Dordrecht ontstond aan het riviertje de Thure middenin een gebied van veenmoerassen. De Thure was een zijtak van de rivier de Dubbel en liep ongeveer ter hoogte van het huidige Bagijnhof. De oorspronkelijke naam van Dordrecht is Thuredrith. Dit betekent “doorwaadbare plaats in de rivier Thure”. De Hollandse graaf Willem I bevestigde in 1220 de stadsrechten van Dordrecht. Na Geertruidenberg (1213) is Dordrecht daarmee de tweede stad waarvan bekend is dat het vrijheden van de Hollandse graaf kreeg. Door haar strategische ligging en het verkrijgen van stapelrecht in 1299 werd de stad een belangrijke handelsplaats, vooral in wijn, hout en graan. Rond 1400 had de stad ruim 8000 inwoners, en was het de grootste stad van Holland. In 1421 kwam Dordrecht door de Sint-Elisabethsvloed, waarbij grote delen van het achterland (Grote Waard) voorgoed verdronken, op een eiland te liggen. In 1572 kwam in Dordrecht de Eerste Vrije Statenvergadering bijeen. Vertegenwoordigers van alle Hollandse steden erkenden stadhouder Willem I, prins van Oranje, en steunden de opstand tegen de Spanjaarden. In 1618-1619 vond in Dordrecht, centrum van de reformatie, de Synode van Dordrecht plaats, waarbij de remonstranten tegenover de contraremonstranten stonden en waar het besluit viel tot de Bijbelvertaling die in 1637 de Statenbijbel zou opleveren, de eerste officiële vertaling in de Nederlandse taal.

Tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) werd Johan de Witt, zoon van mr. Jacob de Witt, als raadspensionaris naar voren geschoven. Onder zijn leiding werd in 1654 vrede met Engeland gesloten waarbij de Akte van Seclusie werd opgenomen. Deze akte moest voorkomen dat de zoon van Willem II stadhouder zou worden. Op 20 augustus 1672 echter werden Johan en zijn broer Cornelis de Witt in Den Haag gelyncht. Willem III, verdacht van het complot, werd datzelfde jaar stadhouder. Op 26 juli 1783 werd het exercitiegenootschap “De Vrijheid” opgericht. De Patriotten wilden de oude vrijheid heroveren op de Oranjes. Nederland was al ruim tweehonderd jaar een republiek, erfopvolging hoorde daar niet in thuis. Al snel volgden meerdere steden. Stadhouder Willem V vluchtte uit Holland. Op 18 september 1787 zwichtte Dordrecht voor de troepen van de Pruisische koning Frederik Willem, de zwager van Willem V. In 1815 werd de zoon van de laatste stadhouder de eerste Koning der Nederlanden.

In de winter van 1944-1945 werden Dordrecht en omgeving het middelpunt van de strijd in de Tweede Wereldoorlog. De grens tussen bevrijd en bezet gebied lag toen bij het Hollandsch Diep.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)