HPV staat voor humaan papillomavirus. Dit virus bestaat in veel verschillende vormen. Typen 16 en 18 kunnen baarmoederhalskanker veroorzaken, maar het virus kan ook kanker in de vagina, schaamlippen, anus, penis, mondholte, keel en slokdarm veroorzaken. HPV-types 6 en 11 kunnen bijvoorbeeld genitale wratten veroorzaken. Niet alleen meisjes en vrouwen, maar ook jongens en mannen hebben dus voordeel bij de HPV-vaccinatie. De kans om baarmoederhalskanker te krijgen nadat je het HPV-vaccin hebt gehad, is maar liefst 75% minder dan zonder vaccinatie. Er is dus nog wel een kans op deze vorm van kanker, net als andere vormen van kanker die veroorzaakt kunnen worden door HPV, omdat er ook andere oorzaken zijn voor deze vormen van kanker.

Rijksvaccinatieprogramma

Sinds 2006 wordt het HPV-vaccin gebruikt, en sinds 2009 wordt het HPV-vaccin ook aangeboden door de overheid via het Rijksvaccinatieprogramma. In eerste instantie is het vaccin gemaakt om het aantal gevallen van baarmoederhalskanker te verminderen, en werden dus alleen meisjes gevaccineerd omdat zij een baarmoeder hebben. De HPV-vaccinatie voor jongens zit echter niet in het Rijksvaccinatieprogramma, maar zij kunnen zich wel op eigen kosten laten vaccineren bij de huisarts. Vanaf juni 2019 wordt het ook door de Gezondheidsraad geadviseerd dat jongens zich laten vaccineren. Vanaf 2021 krijgen jongens dan ook het HPV-vaccin aangeboden via het Rijksvaccinatieprogramma.

Alle meisjes in Nederland worden automatisch uitgenodigd voor de HPV-vaccinatie van het Rijksvaccinatieprogramma in het jaar dat ze 13 worden. Tot de leeftijd van 18 jaar hebben ze recht op deze vaccinatie; vrouwen van 18 jaar en ouder die de HPV-vaccinatie alsnog willen halen, kunnen dit op eigen kosten doen via hun huisarts. Het vaccin heeft de beste werking als het wordt gegeven wanneer iemand nog geen HPV-infectie heeft gehad en nog géén geslachtsgemeenschap heeft gehad, vandaar dat meisjes al vrij jong het vaccin krijgen aangeboden.
De vaccinaties worden gegeven door de GGD of door een Centrum voor Jeugd en Gezin, afhankelijk van de regio waarin je woont.

Meisjes tussen de 12 en 15 jaar oud, hoeven maar twee keer de HPV-vaccinatie te halen, omdat dat voldoende is voor de opbouw van goede langdurige bescherming tegen HPV. Meisjes vanaf 15 jaar oud wordt drie prikken geadviseerd. Het gaat dan om de leeftijd bij de eerste vaccinatie; als de eerste prik namelijk vóór de leeftijd van 15 jaar is gegeven en de tweede een half jaar later wordt gegeven als het meisje al 15 is geworden, zijn deze twee prikken voldoende; maar als de eerste vaccinatie pas na de vijftiende verjaardag wordt gegeven, zijn er nog twee HPV-vaccinaties nodig. Tussen de twee of drie vaccinaties zit een periode van een half jaar.

Wat zijn de eventuele bijwerkingen?

Veel mensen hebben na de vaccinatie helemaal geen last. Maar soms kunnen er wel lichte bijwerkingen optreden, zoals eigenlijk bij alle vaccinaties:

  • Slaperigheid
  • Hoofdpijn
  • Plaatselijke roodheid, zwelling en pijn op de injectieplaats
  • De bijwerkingen gaan na een aantal dagen al over.

Toen het HPV-vaccin werd geïntroduceerd in Nederland, ontstonden enkele verhalen en geruchten over de bijwerkingen van het vaccin tegen baarmoederhalskanker. Men beweerde dat het vaccin zou leiden tot chronische vermoeidheidsklachten en dat je er onvruchtbaar van zou kunnen worden. Beide geruchten zijn weerlegd: ten eerste werkt de vaccinatie op het afweersysteem en niet op de voortplantingsorganen, waardoor het vaccin niet kan leiden tot onvruchtbaarheid. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de relatie tussen het vaccin en het optreden van chronische vermoeidheid; er werd gekeken of klachten van chronische vermoeidheid vaker voorkomen bij meisjes die het HPV-vaccin hebben gehad vergeleken met meisjes die deze vaccinatie niet hebben gehad, en daaruit kwam dat er geen verschil is.

Omdat er toch angst lijkt te zijn onder ouders en jonge meisjes tegen het HPV-vaccin, bestaat er een online keuzehulp die ouders of meisjes kunnen invullen op de website hpvkeuzehulp.nl. Ze kunnen dan aangeven of ze het eens zijn met bepaalde stellingen, bijvoorbeeld: “Mijn dochter is nog niet seksueel actief, dus hoeft ze de HPV-intenting (nog) niet te krijgen”. Vervolgens geeft de website commentaar op jouw oordeel over deze stelling, bijvoorbeeld dat het vaccin juist de beste bescherming biedt voor meisjes die nog geen geslachtsgemeenschap hebben gehad. Uiteindelijk geeft de website een uitslag met of je wel of niet neigt naar het vaccineren met het HPV-vaccin.

HPV-vaccins

In Nederland zijn er drie vaccins tegen HPV geregistreerd die bescherming bieden tegen de meest voorkomende hoog-risico HPV-virussen. Twee van de drie HPV-vaccins beschermen bovendien tegen de meest voorkomende laag-risico HPV-virussen. Alle vaccinaties moeten meerdere keren gegeven worden voor een goed effect, afhankelijk van de leeftijd twee of drie keer. Dit zijn de geregistreerde vaccins in Nederland:

  • Gardasil®. Dit vaccin beschermt tegen de virus types 6, 11, 16 en 18. Personen van 9 t/m 13 jaar hebben twee prikken nodig, en personen vanaf 14 jaar dienen dit vaccin drie keer te krijgen.
  • Gardasil 9®. Dit vaccin beschermt tegen de virus types 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58. Personen van 9 t/m 14 jaar hebben twee prikken nodig, en personen vanaf 15 jaar dienen dit vaccin drie keer te krijgen.
  • Cervarix®. Dit vaccin beschermt tegen de virus types 16 en 18. Personen van 9 t/m 14 jaar hebben twee prikken nodig, en personen vanaf 15 jaar dienen dit vaccin drie keer te krijgen.

In het HPV-vaccin zitten eiwitverbindingen die lijken op delen van het HPV-virus. Je kan echter van de HPV-vaccinatie géén HPV-infectie krijgen. Tegen de eiwitverbindingen maakt het menselijk afweersysteem afweerstoffen na intenting, waardoor je na de vaccinatie geen HPV-besmetting kan oplopen, echter wordt alleen bescherming geboden tegen de types die in het vaccin zitten.

Het HPV-vaccin bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  • Antigenen: onschadelijk gemaakte delen van het virus waartegen bescherming wordt opgewekt.
  • Hulpstoffen: stoffen die aan het vaccin worden toegevoegd om bijvoorbeeld de werkzaamheid te verbeteren, de houdbaarheid te verlengen, het vaccin stabiel te houden en de toediening te vergemakkelijken.
  • Reststoffen: zoveel mogelijk reststoffen worden verwijderd voordat het vaccin in gebruik wordt genomen. Het zijn resten van stoffen uit het productieproces van het vaccin. De zeer kleine hoeveelheden die nog kunnen achterblijven zijn echter niet schadelijk.
  • De precieze bestanddelen van de vaccins zijn te vinden in de bijsluiters van de vaccin, die zijn hier te vinden op de website van het Rijksvaccinatieprogrammma.

Lees ook

Jisca