Ben je de drukke stad Praag een beetje zat en wil je graag elders wat zien? Geen probleem, want vanuit Praag kun je zowel met het openbaar vervoer (trein en langeafstandsbussen) als met de auto een aantal bijzondere plaatsen bezoeken. Zo is het prima te combineren met een stedentrip naar Boedapest of Wenen. Toen ik zelf in de zomer van 2009 twee weken in Praag was heb ik een aantal plaatsen bezocht en daarover zal ik jullie hier vertellen. Let op: toen ik er destijds was ben ik voornamelijk met de bus gegaan, omdat die verbindingen destijds beter en goedkoper waren dan met de trein. Dit kan uiteraard nu anders zijn, maar het loont de moeite om het van te voren te onderzoeken.

Theresienstadt

Deze barokke stad, 60 km ten noordwesten van Praag, met zijn kunstige grachtengordels en schaakbordpatroon van straten met kazerne-achtige gebouwen, werd in 1780 gesticht door de Oostenrijkse keizer Jozef II om Bohemen tegen aanvallen uit Pruisen te beschermen. Ter ere van zijn moeder keizerin Maria Theresia kreeg de stad de Duitse naam Theresienstadt. Deze stad werd een eeuw later, in 1866, simpel onder de voet gelopen door het Pruisische leger en werd berucht toen de nazi’s er tijdens de Tweede Wereldoorlog een doorvoerkamp voor joden van maakten, eerst alleen uit Duitsland, maar later ook uit Bohemen en Moravië.

Hoewel de meeste joden uit Midden-Europa sinds de Middeleeuwen te maken hadden met antisemitisme, werden de Joden in Tsjechië nauwelijks gediscrimineerd of vervolgd. Al eeuwenlang waren er Joodse gemeenschappen in Bohemen en Moravië. Synagogen in Praag, Plzeň en andere steden laten de welvaart zien die de Joden in de 19de eeuw genoten. Na de inval in Tsjecho-Slowakije in 1939 maakten de Duitsers zich niet schuldig aan massamoorden zoals ze dat wel in bijvoorbeeld Polen zouden gaan doen. In plaats daarvan deporteerden de Duitsers de Joden uit Bohemen en Moravië naar het nieuwe “getto” Terezín.

Concentratiekamp Terezin

Vanaf november 1941 werden de 3500 inwoners van Terezín elders ondergebracht. De barakken achter de kolossale verdedigingswerken werden veranderd in een concentratiekamp. Hoewel het geen vernietigingskamp was, waren de omstandigheden zo erbarmelijk dat er tijdens de oorlog ongeveer 33000 personen omkwamen door honger en ziekte. Ondanks het grote aantal personen dat hier opeengepakt zat en ondanks de gevangenisachtige condities, hadden de bewoners van Terezín een zekere mate van zelfstandigheid. Ze organiseerden lessen en culturele activiteiten, wat door de nazi’s gebruikt werd om de buitenwacht te laten zien dat de joden goed werden behandeld.

Vanaf oktober 1942 werd Terezín gebruikt als doorgangskamp voor 155000 Joden (105000 onder de 15 jaar). Veel joden die de verschrikkingen van Terezín overleefden, werden naar Poolse getto’s als Lodz vervoerd of rechtstreeks naar Auschwitz en andere vernietigingskampen. Eén van de meest wrange kanten van Terezín was dat de nazi’s een deel van het kamp omtoverden tot een modelkamp. Ze maakten een film die liet zien dat de inwoners een normaal leven leidden: ze bezochten banken en winkels die in feite niet bestonden, er speelden orkestjes en in fraaie tuinen dronk men kopjes thee. Ook liet de film de aankomst van Joodse kinderen uit Holland zien die door de kampcommandant gastvrij werden ontvangen. Wat deze propagandafilm niet liet zien, was dat deze zelfde kinderen een paar dagen later op transport werden gesteld naar Auschwitz.

In juni 1944 werd het leven van alledag in scène gezet voor een delegatie van het Rode Kruis. Zij kregen de barakken niet te zien waar de Joden in beestachtige omstandigheden probeerden te overleven. Zij werden rondgereden in een auto, maar wisten niet dat de chauffeur geen gettobewoner was, maar een SS-officier. De delegatieleden werden voor de gek gehouden en brachten een positief rapport uit over het getto. Toen de Russische troepen het kamp op 8 mei 1945 bevrijdden, troffen zij 17500 uitgemergelde overlevenden aan, onder wie de schrijvers Ivan Klíma en Arnoš Lustig die aangrijpende verhalen schreven over hun ervaringen in de oorlog en in het kamp. Maar veel schrijvers en kunstenaars die naar Terezín gingen, zijn nooit teruggekomen.

Zelfs in dit verschrikkelijke oord wisten de Joden nog een cultureel leven in stand te houden: toneelstukken en opera’s werden opgevoerd, er werd aan sport gedaan, kinderen tekenden en schilderden en maakten gedichten. Ook was er een jazzband die de Ghetto Swingers heette. De kinderopera Brundibar werd tientallen keren opgevoerd, maar de opera De keizer van Atlantis werd verboden omdat het overduidelijk een satire was op Hitler. Dus is in Terezín ook veel te zien dat hoop geeft: de niet te stuiten creativiteit van mensen van alle leeftijden en uit alle streken van Europa, die wisten dat zij nooit meer thuis zouden komen.

Meer informatie vind je hier.

Muzeum Ghetta

In het Muzeum Ghetta vlakbij het centrale plein, wordt een goed beeld gegeven van de verschrikkingen van het kamp. Dit museum is in 1991 geopend. In het museum staat een monument voor de duizenden kinderen die hier zijn gestorven. De tekeningen die zij gemaakt hebben, gaan door merg en been. Een video laat stukken van nazi-propagandafilms zien waarin de waarheid over Terezín werd verdraaid. Als contrast laat de video tekeningen zien die de werkelijkheid van het kamp tonen. Eén van de barakken van het kamp is de Magdeburgkazerne. Deze barak ligt een paar blokken naar het zuiden, aan Tyršova, in het gebouw waarin de bestuursraad van het getto zetelde. Allerlei voorwerpen geven een indruk van het culturele leven in het kamp. Ze laten zien hoe musici, kunstenaars en schrijvers in deze barre omstandigheden toch door probeerden te gaan met hun werk. Ook is er een reconstructie van een vrouwenslaapzaal en zijn er aangrijpende tekeningen van het leven in het overvolle getto. Sommige kunstenaars die betaald werden voor deze tekeningen, werden naar de Kleine Vesting (zie hierna) ontboden en geëxecuteerd omdat ze zich met hun realistische tekeningen schuldig hadden gemaakt aan de “propaganda van de verschrikkingen”

Meer informatie vind je hier.

Malá pevnost

Net zo angstaanjagend is een rondleiding door het ten zuiden van de stad gelegen (aan de andere kant van de rivier de Ohře) Malá pevnost (Kleine Vesting). Wanneer je de vesting annex gevangenis nadert, zie je de uitgestrekte Christelijke en Joodse begraafplaats. De meeste grafstenen hebben geen namen. Binnen de vesting zelf kun je de benauwde cellenblokken zien en de cellen die gebruikt werden voor eenzame opsluiting. Deze gruwelijke gevangenis gebruikten de Oostenrijkers om politieke tegenstanders van het Habsburgse regime op te sluiten: Gavrilo Princip, de moordenaar van aartshertog Franz Ferdinand werd hier gevangen gezet. Hij overleed in 1919 aan tuberculose, maar de dood werd zonder twijfel bespoedigd door de vochtige muren en het armoedig voedsel. Dit was echter nog niets vergeleken met de omstandigheden tijdens de Duitse bezetting, toen de Gestapo hier leden van het Tsjechische verzet opsloot. Na de oorlog was het de beurt van de Tsjechoslowaakse Duitsers, van wie er hier duizenden werden gevangengezet. Rondleidingen geven een goede indruk van de wreedheden van het naziregime.

Meer informatie vind je hier.

Crematorium

Het crematorium, dat een kilometer ten zuiden van het hoofdmuseum ligt, werd gebruikt om de lijken op te ruimen van de 2500 personen die in de vesting stierven of werden geëxecuteerd en van nog minstens 30000 mensen die in de getto stierven.

Joodse Begraafplaats

Ernaast ligt de Joodse begraafplaats. In de oorlog lagen hier massagraven, en toen er geen plek meer was, werden er lijken verbrand.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)