Breda is al heel lang de belangrijkste stad van West-Brabant en is de oude hoofdstad van de Baronie van Breda, waaronder onder meer de huidige steden Roosendaal, Etten-Leur en Oosterhout behoorden. Tot 1535 was Breda een ommuurde stad. Buiten de muren ontstonden een aantal nederzettingen. Toen de stadsmuren werden vervangen door een omwalling, werden ze aan de binnenstad toegevoegd. De ruimte ertussen werd in de 18e eeuw gebruikt voor militaire activiteiten. De welvaart in de stad nam toe door o.a. de lakenhandel en de aanwezigheid van het Hof van de Nassaus. Na de Tachtigjarige Oorlog was de stad alleen nog een vestings- en garnizoensstad. Nog steeds is de Koninklijk Militaire Academie in Breda en ook het hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht. Breda heeft een mooie, oude binnenstad, met veel groen en gezellige cafeetjes en restaurants. Je kunt er ook prima winkelen. Breda wordt ook wel eens de parel in het zuiden genoemd, ik kom hier al sinds mijn tienertijd en geef jullie hier mijn tips.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk

De Onze-Lieve-Vrouwekerk is het belangrijkste monument en heeft bovendien een nationale betekenis. Een onderdeel van de kerk is namelijk de Prinsenkapel, die het mausoleum is van de vroege voorvaderen van onze koninklijke familie, het geslacht van Nassau-Dillenburg. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam Breda in Spaanse handen en werd Delft de nieuwe laatste rustplaats. De kerk staat aan de Grote Markt. Het is een kruisbasiliek in de stijl van de Brabantse gotiek. De kerk is hét herkenningspunt van Breda. De toren van de kerk, 97 meter hoog, is op sommige dagen te beklimmen. Boven is er een prachtig uitzicht over de Grote Markt en de stad. Het kerkgebouw is gratis te bezichtigen en wordt vaak gebruikt voor concerten. De kerk is sinds 1637 protestants. Er wordt tegenwoordig nog tien maal per jaar een kerkdienst gehouden. Wel wordt er nog veel getrouwd, gedoopt en herdacht in de kerk.

In 1410 werd begonnen met de huidige kerk. In 1457 stortte de oude toren in, tussen 1468 tot 1509 werd de huidige toren gebouwd. Hierna kwamen de zijkapellen van het schip en de Prinsenkapel ten noorden van het koor. Ten slotte werd de kooromgang gebouwd. In 1566 vond de Beeldenstorm plaats in de kerk.

De Prinsenkapel ten noorden van het koor is het mausoleum van de voorvaderen van de Nederlandse koninklijke familie. Hier vind je het Praalgraf van Engelbrecht II van Nassau. De kapel was in eerste instantie bedoeld als familiekapel, waarin getrouwd kon worden en waar ook familieleden begraven konden worden. Uiteindelijk werden er zeventien leden van de familie in de kapel begraven. Een bijzonder onderdeel van de kapel zijn de gewelfschilderingen, die uit 1533 dateren en worden toegeschreven aan een Italiaanse frescoschilder. In de kapel hangt ook de triptiek “De vinding van het ware kruis” van de kunstschilder Jan van Scorel. De Prinsenkapel is vijf jaar gesloten geweest voor restauratie. De gewelfschilderingen werden compleet gerestaureerd, waarbij alle overschilderingen die in de loop van de tijd waren aangebracht, met een scalpel minutieus werden verwijderd.

De kerk heeft een voor Nederlandse begrippen grote hoeveelheid kunstvoorwerpen die de Hervorming hebben overleefd. Hieronder vallen vooral de grafmonumenten uit de veertiende tot zestiende eeuw op. Verder zijn er in de kerk een aantal opvallende muurschilderingen, waaronder een vijftiende-eeuwse Verkondiging in de stijl van de Vlaamse Primitieven, een mooi kerkorgel, een 15de-eeuws koorgestoelte en een 17de-eeuwse preekstoel.

Waterpoort Spanjaardsgat

Het Spanjaardsgat is een waterpoort die ligt tussen de Granaattoren en de Duiventoren van het Kasteel van Breda. De waterpoort is alleen vanaf de buitenkant te zien. Het ligt bij de Haven. Het Spanjaardsgat symboliseert het gat dat de Spanjaarden in hun verdediging lieten vallen in 1590. Schipper Adriaen van Bergen zou hier een aantal soldaten de stad in hebben gesmokkeld om de Spanjaarden te verdrijven (in werkelijkheid is dit ergens anders gebeurd). Van Bergen heeft met zijn turfschip verder gevaren naar de waterpoort van het Kasteel van Breda aan de huidige Academiesingel. Het Spanjaardsgat is 20 jaar na de gebeurtenis met het Turfschip van Breda gebouwd. De Spanjaardsgatconcerten worden jaarlijks gehouden op een ponton in het Spanjaardsgat. Het is een gratis muziekevenement.
Op de zaterdag drie weken voor 5 december komt Sinterklaas aan met de boot, meert dan even voorbij het Spanjaardsgat aan en wordt daar door de burgemeester van Breda verwelkomd. Tegenwoordig varen er rondvaartboten vanuit de haven langs het Spanjaardsgat over de singels.

Stadhuis van Breda

Het stadhuis van Breda staat op de Grote Markt. Er is een trap aan de voorkant. Hier vinden trouwerijen van de Bredase burgers plaats en ontvangsten van de burgemeester van Breda. Ernaast ligt een klein straatje met poort om aan de achterzijde van het stadhuis te komen. Je ziet een stenen bordestrap met op de balustrade, leeuwen die de wapens van Breda en Brabant dragen. In het stadhuis is een hal en een trappenhuis. Het pand het Liggend Hert is voor de wethouders- en collegekamers. Aan de achterzijde van het stadhuis op het Stadserf staat het beeld de Turfschipper van het Turfschip van Breda met schipper Adriaan van Bergen. Binnen in het stadhuis hangt de tweede kopie van het schilderij van de overgave van Breda.

Boven de ingang staat een beeld van een vrouw met een blinddoek en een weegschaal, vrouwe Justitia. Tot de Franse tijd werd er namelijk ook recht gesproken in het stadhuis. In een vierschaar in de hal waren de schepenen, de griffier en de schout. Aan het eind van de 19de eeuw verhuist dit naar het Gerechtsgebouw Breda aan de Kloosterlaan.

Waalse kerk

De Waalse kerk is een kerk uit de 15e eeuw dicht bij het Begijnhof. De kerk werd in 1440 gesticht door Johanna van Polanen en een eeuw later geschonken aan de Begijnen. Voorheen was de naam de Wendelinuskapel, gewijd aan de Heilige Wendelinus, die beschermde tegen de pest. In 1590 werd het katholieke Breda veroverd door Prins Maurits. De kapel werd van de Begijnen afgenomen en werd ingericht als Waalse Kerk.

Sint-Joostkapel

De Sint-Joostkapel is de oudste kapel van Breda en werd gebouwd omstreeks 1436. De heilige Sint-Joost is de patroonheilige van pestlijders. Vandaar dat deze kapel toen buiten de stadsmuren van Breda stond. In 1637 werd de kapel door de protestanten gesloten. Het gebouw diende daarna onder meer als pakhuis, stal en gevangenis van militairen. Begin 19de eeuw werd de kapel verbouwd tot woning, wat het tot 1945 zou blijven. Op 3 mei 1947 wijdde Mgr. Petrus Hopmans de kapel in. Hij had belooft dat er in Breda een Mariakapel zou terugkomen als de stad de oorlog zonder grote rampen zou doorstaan. Het kapelletje is geopend voor publiek en veel voorbijgangers gaan er binnen om bijvoorbeeld een kaarsje op te steken.

Sint-Antoniuskathedraal

De Sint-Antoniuskathedraal is de kathedrale kerk van het bisdom Breda. De kathedraal is gewijd aan de heilige Antonius van Padua. De Sint-Antoniuskerk is een zogenaamde Waterstaatskerk, een kerk waarvan de bouw grotendeels betaald werd door de landelijke overheid en om die reden onder toezicht stond van ingenieurs van Waterstaat. De kerk werd gebouwd in 1837 in neoclassicistische stijl. Je ziet dit vooral aan de buitenkant voornamelijk in de voorgevel. Drie soorten zuilen uit de klassieke oudheid zijn duidelijk te onderscheiden: van onder naar boven Dorisch, Ionisch en Korinthisch. Het fronton onder de klokkenstoel lijkt op een Griekse tempel. Het bovenste torentje lijkt op een Romeins of Grieks liefdestempeltje. De kerk werd gebouwd als parochiekerk maar werd in 1853 de eerste kathedraal van het bisdom. Tijdens de Dag van de Bedevaart vindt in de Antoniuskerk een eucharistieviering plaats.

De kerk heeft een prachtig in hout gesneden preekstoel over het leven van de heilige Antonius. Ook het Antonius-altaar uit 1899, het hoofdaltaar uit 1888 en de gebrandschilderde ramen zijn erg mooi. Het orgel is gebouwd en in 1910 grondig verbouwd door Michaël Maarschalkerweerd.

Theater de Avenue

De Sint-Josephkerk, tegenwoordig Theater De Avenue. Er werd in 1685 een voormalige weverij aan de Waterstraat aangekocht met als doel om er een katholieke schuilkerk in te maken. In 1715 werd het pand afgebroken omdat het niet kon worden onderhouden. Het werd nadien weer opgebouwd en in 1716 opnieuw in gebruik genomen. In 1837 verbouwde men de schuilkerk en bouwde men voor de bestaande gevel een neoclassicistische gevel. In 1890 werd de Sint-Josephkerk gesloten. In de 21e eeuw is het gebouw in gebruik als evenementenlocatie De Avenue. Het gebouw heeft geen kerktoren en in de halsgevel is een nis met daar een beeld van Sint-Jozef.

Bredase Begijnhof

Het Bredase Begijnhof is een door muren omringd complex bestaande uit huisjes en een kleine kerk. De 29 huisjes verdeeld over twee hofjes zijn gegroepeerd rondom een kruidentuin. Hier staat ook een beeldje van twee begijnen in gesprek. Het is gelegen dicht bij het Park Valkenberg. De begijnen waren sinds het eind van de 12e eeuw een beweging van vrome katholieke vrouwen, die in kuisheid een leven van bezinning en gebed wilden leiden. Zij legden niet zoals kloosterlingen een gelofte van eeuwige trouw en armoede af. De begijnen waren veelal van adellijke afkomst. Het ontstond in het bisdom Luik en snel ontstonden in heel Europa gemeenschappen van begijnen.

In Breda ontstond vermoedelijk rond 1240 een begijnengemeenschap. Het Middeleeuwse begijnhof had een gracht eromheen, had een kerk met ommuurd kerkhof, een hoofdgebouw, drie woonhuizen, een ziekenhuis en een open terrein. De eerste houten kapel werd later vervangen door een stenen zaalvormige kerk met rechthoekig koor. Omstreeks 1500 werd deze kerk afgebroken waarna er op dezelfde plaats een nieuwe stenen kerk verscheen, nu met apsis en traptoren. Deze kerk was gewijd aan de Heilige Catharina. Een eikenhouten beeld (circa 1520) en een koperen processiekruis uit deze kerk zijn bewaard gebleven. Deze kerk zou slechts drie decennia bestaan. In 1525 besloot graaf Hendrik III van Nassau-Breda, Heer van Breda, het Kasteel van Breda uit te breiden tot een renaissancepaleis. Het middeleeuwse begijnhof moest daarvoor wijken. De begijnen zagen deze gedwongen verhuizing niet direct zitten, waarna jarenlange onderhandelingen volgden. In 1531 werd met toestemming van de bisschop van Luik een overeenkomst gesloten voor verplaatsing van het hof naar de huidige locatie aan de Catharinastraat. Tegen een vergoeding van 600 gulden verhuisden de begijnen in 1535 naar de huidige locatie. Hier kregen ze de beschikking over de St. Wendelinuskapel. Het oorspronkelijke middeleeuwse complex werd afgebroken in 1535.

Vanwege de bescherming door het huis Oranje-Nassau genoot het Begijnhof ook na de Reformatie bescherming van deze familie waardoor het als vrijwel enige katholieke instelling in de stad mocht blijven voortbestaan. Wel werd de kapel afgepakt en ingericht als Waalse kerk. Overigens mochten de begijnen wel in deze kerk begraven blijven worden. Na het wegvallen van de kapel richtten de begijnen twee huizen aan de noordzijde van het Begijnhof in als noodkerk. Deze kerk zou tot de negentiende eeuw dienstdoen. In de negentiende eeuw verbeterde de toestand van de katholieken en kregen zij toestemming om weer eigen kerken te bouwen. In de periode 1836-1838 werd de huidige Sint-Catharinakerk gebouwd, een klein gebouw in neoclassicistische stijl. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw kregen sommige begijnhuisjes een andere bestemming. Ook werd de neoclassicistische poort vervangen door een nieuwe toegangspoort.

Het Begijnhof bestaat uit:

  • De Prinsenpoort, de oorspronkelijke hoofdpoort. In 1544 is de hoofdpoort verplaatst naar de Catharinastraat. Er kwam hier nu een wachthuisje met een smalle poort, de Valkenbergse Poort. De Begijnhuisjes; de nummers 31 tot en met 43 zijn de eerste huisjes die in 1535 zijn gebouwd. Daarna kwamen de nummers 63 tot en met 73. Een begijnhuisje bestond uit twee vertrekken; een voorkamer en een onderkelderde opkamer op de begane grond. Halverwege de 18e eeuw is er een verdieping bovenop gebouwd.
  • De Kosterij. De kosteres was verantwoordelijk voor de kerk en de sacristie. Ze droeg zorg voor de voorbereiding van de mis en het onderhoud van de gewaden en het kerkelijke linnen. Er werden vanaf de twintigste eeuw naast de dagelijkse Mis, ook huwelijks- en begrafenisplechtigheden gehouden.
  • Het Kakhuis uit 1856. Er waren vier kakdozen. Het spoelwater haalden de begijnen bij de pomp. Tot de jaren zeventig zijn ze in gebruik gebleven, daarna kregen de huisjes waterleiding en toiletten. Nu worden de zaden van de kruidentuin er bewaard.
  • Het Tweede hof. In 1825-1859 traden 43 nieuwe begijnen toe. Er kwam een tweede hof van negen huisjes. Op de uitbouw van de huidige pastorie staat een Madonnabeeld.
  • De Kruidentuin. Het was vroeger gebruikelijk om geneeskrachtige kruiden te planten. Later kwamen hier rozen. In 1970 is de kruidentuin in ere hersteld en bestaat uit 20 vakken met ruim 300 kruiden.
  • Het Bleekveld en washuis. Ze deden na 1855 de was voor de parochiekerken. In 1842 werd een spoel- en washuis met hardstenen pomp ingericht.
  • De Infirmerie (verpleeghuis) en huiskerk.
  • Het huis van de hofmeesteres. Iedere drie jaar kozen de begijnen een hofmeesteres. Zij zag toe op de naleving van de regels, beheerde het vermogen en onderhield de contacten met de overheden.
  • Het Novicenhuis. Novicen waren begijnen in opleiding die, onder permanent toezicht van de Novicenmeesteres, hier woonden. Zij werden een jaar lang door haar ingewijd in het leven op het hof. Ze droegen een zwarte kap.
  • Het kleine Breda’s Begijnhof Museum is gevestigd op de Catharinastraat 29, één van de Begijnhuisjes aan het begin van het Begijnhof. Hier is een woonkamer en keuken zoals een begijn vroeger had. Hier wordt er verteld en getoond hoe de begijnen destijds leefden. Ook draait er een film: ‘Bruiden van Christus, over de twee begijnen De Leeuw en Cornelia Frijters’.

Kazernes

Breda heeft eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld als vestingstad en bleef ook na het weghalen van de vestingwallen een garnizoensstad waar grote kazernecomplexen verrezen en ook de Koninklijke Militaire Academie gevestigd werd.

  • De Kloosterkazerne, aan Kloosterplein 20, was een Infanteriekazerne die in 1814 werd gevestigd in de gebouwen van het voormalige Norbertinessenklooster Sint-Catharinadal. Diverse vleugels werden in de loop van de 19e eeuw bijgebouwd, maar in 1993 vertrokken de militairen. Een deel van het complex werd een casino. Op het terrein werd in 1995 het moderne Chassé theater geopend.
  • De Chassékazerne ligt op een terrein dat al sinds de 17e eeuw een militaire bestemming had. In 1765 kwamen de zogeheten Lange Stallen aan de Keizerstraat gereed, waar 264 cavaleriepaarden konden worden ondergebracht. De militairen verlieten het complex in 1993 waarna het een culturele bestemming kreeg.
  • De Seeligkazerne heeft als oudste deel het Klein Arsenaal uit 1640, vernieuwd in 1836. Het Groot Arsenaal is gebouwd in 1771. In 2015 is begonnen dit complex om te bouwen tot een school voor middelbaar beroepsonderwijs.

Andere bijzondere gebouwen

  • De Vishal bevindt zich aan de Haven. Het is een open hal uit het eind van de 18e eeuw met hardstenen Toscaanse zuilen.
  • De Hofhuizen zijn een type grote huizen waarin de hofhouding van de Nassaus resideerde. Ook betekent het een wooncomplex dat rond een binnenplaats was gebouwd met een poort die op de straat uitkwam. De Hofhuizen zijn karakteristiek voor de stad.
  • De overige woonhuizen zijn meestal van na de middeleeuwen, omdat de stadsbranden van 1490 en 1534 de meeste huizen, op de kelders na, hebben verwoest. Het oudste huis is De Iseren Leeu aan de Visserstraat 10, uit 1490. Het bezit in het achterste deel nog restanten van het laat-15e-eeuws houtskelet. Later kreeg de kelder tongewelven. De eclectische voorgevel is uit 1884. Ook de huizen Warenborgh en Huis van Montes (Visserstraat 16-18) werden in 1490 gebouwd. De kapconstructie is nog uit die tijd, terwijl één van de vertrekken 16e-eeuwse muurschilderingen heeft. Na 1534 werden er subsidies voor bakstenen en dakpannen verstrekt en werden de huizen in steen herbouwd. Hoewel de meeste van deze huizen in de 19e eeuw van een nieuwe voorgevel werden voorzien, zijn nog resten van deze huizen te vinden in de vorm van kelders en balklagen, zoals Vismarktstraat 18-18a. Ook huis Het Kleyn Beerken aan de Sint-Jansstraat 20 is kort na 1534 gebouwd boven een 15e-eeuwse kelder. Omstreeks 1550 werd het achterhuis gebouwd. Later in de 17e eeuw werden de gevels soberder en strakker vormgegeven. Voorbeelden zijn Huis de Vogelstruys aan de Havermarkt 21 uit 1665.

Natuur

In Breda is het Valkenberg bij het kasteel van Breda het bekendste park. Het is een stadspark, maar het was vroeger de tuin van het kasteel. Aan de ingang van dit park is het Baroniemonument uit 1905, dat werd ontworpen door architect Pierre Cuypers en werd onthuld door Koningin Wilhelmina, mede om de bijzondere band tussen het Oranjehuis en Breda te benadrukken. Op Koningsdag wordt in dit park een grote kindervrijmarkt gehouden.

Een ander groot park bij het centrum is het Wilhelminapark. In dit park staat, ter herinnering aan de Poolse bevrijders, een Duitse Panthertank die door de Polen in 1945 aan de stad werd geschonken. Ook zijn er nog het Burgemeester van Sonsbeeckpark in de wijk Boeimeer. In het centrum bevindt zich de Willem Merkxtuin, een kleine tuin achter de voormalige hofhuizen in de Catharinastraat.

Breda is bekend om zijn bosrijke omgeving, vooral ten zuiden van de stad. Een bekend  natuurgebied is het Markdal. Het Mastbos is het oudste cultuurbos van Nederland. Het Liesbos bij Princenhage en het Ulvenhoutse Bos staan bekend om hun diverse natuur. Naar het zuidoosten toe loopt het bosgebied over in de Chaamse Bossen en de Strijbeekse Heide. Alles samen is dit uitgestrekte geheel van cultuurbossen een grote toeristische trekpleister. In Breda-Zuid is een Bezoekerscentrum Wolfslaar waar regelmatig tentoonstellingen worden gehouden. Ook is hier kinderboerderij Wolfslaar.

Musea

  • Het Stedelijk Museum Breda is een museum voor erfgoed en geschiedenis van de stad en voor actuele beeldcultuur. Het museum komt voort uit Breda’s Museum en Museum of the Image werd in 2017 geopend in het Oudemannenhuis aan de Boschstraat.
  • Breda’s Museum is in 1903 ontstaan uit het eerste gemeentelijke museum van de stad. Het heeft een rijke collectie opgebouwd rondom de ontwikkeling van Breda. Ook zijn er deelcollecties gevormd over thema´s als religie, het leger en de industrie. Daarnaast beheerde het museum de stadscollectie van de Gemeente Breda en de collecties van de Vrienden van Breda’s Museum.
  • Het Museum of the Image was vanaf 2011 het museum voor beeldcultuur. Het is een voortzetting van het Graphic Design Museum. De collectie van MOTI omvat grafische vormgeving en digitale beeldcultuur.
  • Het Bierreclame Museum is een museum in de wijk Princenhage, aan de Haagweg in het westen van Breda. Het museum bestaat sinds 4 december 1990. De collectie bevat meer dan duizend reclameborden van diverse merken bier uit West-Europa vanaf het begin 1900 tot en met 1960. Ook zijn er affiches, (antieke) toogkasten, brouwerijmachines, duwkarren en een oude vrachtwagen. Verder zijn er veel oude bierglazen, viltjes, etiketten, neons en lampen te zien.
  • Daarnaast heeft Breda sinds kort een Prison Escape in de koepelgevangenis.

Kasteel Bouvigne

De meeste bezienswaardigheden bevinden zich in de binnenstad van Breda, met uitzondering van het Kasteel Bouvigne. Dit kasteel ligt even buiten de wijk het Ginneken en vlakbij het Mastbos ten zuiden van de stad. Het is onbekend hoe oud het kasteel precies is en hoe het er oorspronkelijk heeft uitgezien. Vanaf 1494 was er op het goed De Boeverie sprake van een stenen huis, omringd door water, en een grote en kleine hoeve. De kleine hoeve stond bij de kruising van de Duivelsbruglaan en de Bouvignelaan, maar is vernietigd tijdens de belegering van Breda in 1624. De grote hoeve was sinds 1614 eigendom van de Prinsen van Oranje en sinds 1881 van de staat. In totaal hadden achter elkaar acht prinsen het kasteel in hun bezit. In 1637 was dit het hoofdkwartier toen Frederik Hendrik de stad Breda belegerde om aan de Spaanse overheersing een eind te maken. Een rijke koffieplanter (George Ruysch) knapte het kasteel op en verfranste de naam naar Bouvigne. Vanaf 1930 kwam het kasteel in handen van de overheid.

Er zijn drie verschillende tuinen: Een Franse tuin, een Engelse tuin, aangelegd rond 1920, en een Duitse tuin, aangelegd in de jaren dertig. In de tuinen staan beelden. De tuinen zijn te bezoeken. Het kasteel is alleen op speciale dagen te bezoeken, bijvoorbeeld op de Brabantse Kastelendag. Achter Kasteel Bouvigne ligt het Markdal.

Ben jij al eens in Breda geweest?

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)