Op een mediterrane vakantie na heb ik nu zo’n vijf keer met mijn baby gezwommen. Hij vindt het heerlijk, áls het water maar warm genoeg is. Het valt nog flink tegen hoe koud het recreatiebad is en helaas wordt lang niet altijd het warme doelgroepenbad gebruikt voor babyzwemlessen bij de zwembaden bij ons. Gemiste kans wat mij betreft. Wij gaan alleen nog maar als het in een warm bad is, anders zit hij de hele babyzwemles aan me vastgeklampt. Van de week had ons mannetje voor het eerst na de zwemles wat energie over om nog wat te dobberen. Nu had ik al verschillende zwemhulpmiddelen in huis gehaald en vandaag dan toch de winnaar gevonden. Voordat ik verklap welke dat is, zal ik eerst de verschillende drijfhulpmiddelen bespreken die er zijn voor je baby.

Lees ook: Babyzwemmen vanaf wanneer en praktische tips

Algemene veiligheid

In de buurt van water

  • In zwembaden is het buiten de zwemlessen meestal verplicht om drijfhulpmiddelen te gebruiken. Deze voorkomen verdrinken niet. Alleen reddingsvesten (geen zwemvesten!) kunnen verdrinken voorkomen, deze kan je al voor baby’s van twee, drie maanden vinden.
  • Zorg dat je je kind zonder zwemdiploma altijd ziet als je bij water in de buurt bent. Het klinkt heel naar, maar verdrinken maakt meestal geen geluid. Zorg dus dat je je kind vast hebt of dichtbij bent en je aandacht erbij hebt.

In het water

Alle drijfhulpmiddelen die ik hier bespreek, voorkomen verdrinken dus niet. Je kan je baby dus nooit alleen laten dobberen, blijf altijd dicht in de buurt. In zee kunnen ze gemakkelijk wegdrijven, houd je kind dan het liefste vast. Voor alle drijfhulpmiddelen kan je het beste kiezen voor keurmerk EN13138. De EN15649 is een vrijwillige norm en stelt minder strenge eisen aan de producten.

Overlevingszwemmen

Vanaf tweeënhalf jaar kunnen peuters leren ‘overlevingszwemmen’. Ze leren dan op hun rug te draaien en te blijven drijven en waar mogelijk naar de kant zwemmen en eventueel op de kant klimmen. Oplettendheid is dan natuurlijk nog steeds vereist, maar het kan wat kostbare minuten opleveren en soms verdrinking voorkomen. In het kader van het leren (overlevings-)zwemmen is het dan ook belangrijk dat kinderen weten hoe het is om zonder drijfhulpmiddelen in het water te zijn. Bij baby-/dreumes-/peuterzwemlessen wordt hier spelenderwijs mee geoefend.

Zwemvleugels of zwembandjes

De oude betrouwbare zwemvleugels moeten natuurlijk als eerste genoemd worden. Je hebt de opblaasbare en de kurken variant. Je doet ze zo hoog mogelijk om de bovenarmen, dichtbij de oksels, en blaast ze dan op. De kans is groot dat je er zelf vroeger ook mee hebt leren zwemmen. Ze worden nog steeds aangeraden om te gebruiken totdat je kind kan zwemmen. Ze slagen er namelijk het beste in om het hoofd boven het water te houden. Het beste is om vleugels te kopen met meerdere luchtkamers. Daarnaast zou ik er ook op letten of er geen vervelende naden tegen de armen aan zitten (uit eigen ervaring van vroeger).

Deze heb ik even geprobeerd, maar leek meneer niet fijn te vinden zitten. Ik zie ze wel veel in het zwembad, dus andere kinderen vinden ze blijkbaar wel prima. Wat ik er ook een nadeel aan vind, is dat je kind verticaal in het water ligt, en dus niet horizontaal zoals de natuurlijke zwemhouding. Omdat ze hoog zitten, zijn ze wel vrij veilig.

Zwembandjes voor baby’s (maat 00) kan je hier vinden.

Let op: Tegenwoordig zijn er zwembandjes met heel hippe dessins, maar kan de onderkant zo breed zijn dat ze makkelijk aan- en uitschuiven, dus totaal niet veilig zijn. Let dus niet alleen op het uiterlijk, maar ook op het ontwerp. Als beide luchtkamers zijn opgeblazen moet je er eigenlijk geen beweging meer in kunnen krijgen. Het makkelijkste gaat het om één kant op te blazen, dan om de arm te steken en vervolgens de tweede kamer op te blazen. Heb je beide bandjes opgeblazen en krijg je hem niet om, maak het bandje en arm dan even nat onder de douche en probeer het dan nog eens.

Zwemzitje / babyfloat

Het zwemzitje zie je ook best vaak. Je kind zit dan in een soort stoeltje met zwemband eraan vast. Het ziet er comfortabel uit en je baby kan ontspannen in het water zitten, zonder zelf te bewegen. Uit Duits onderzoek bleek dat veel zitjes niet stabiel genoeg waren en konden omkieperen. Dat komt doordat het kind vrij laag vastzit (meestal met de benen) en bij baby’s ligt het zwaartepunt van hun lijfje ook nog eens wat hoger. Dat kan natuurlijk heel gevaarlijke situaties opleveren! Voor mij reden genoeg om deze niet aan te schaffen. Mocht je er wel voor willen kiezen, let dan goed op het keurmerk (EN13138). Verder zijn ze in principe geschikt vanaf zes maanden omdat ze (met steun) moeten kunnen zitten. Deze zwemzitjes zijn over het algemeen wel iets duurder dan de zwemvleugels.

Zwemzitjes kan je hier vinden.

Babyzwemkraag / babyswimmer

Deze was mij aangeraden tijdens de zwangerschap. Het is een zwemband die om het nekje gaat. Er wordt natuurlijk voor gezorgd dat er geen vervelende naden rond de nek zitten. Veel baby’s vinden het prachtig, want ze hebben veel bewegingsvrijheid. Het is ook veiliger dan een zwemzitje, omdat je niet om kan kieperen.
Ook hier is de zwemhouding verticaal, wat een beetje tegennatuurlijk is als je baby zelf probeert te zwemmen en vooruit te komen. Toen ik deze met mijn baby van ondertussen bijna zeven maanden uitprobeerde, werd al snel duidelijk dat het niet zou werken. Hij was al veel te sterk en enorm nieuwsgierig. Hij probeerde steeds over de zwemband naar beneden te kijken naar het water, waardoor er water tussen zijn nek en de band kwam, wat hij weer binnen zou kunnen krijgen. Ook protesteerde hij, waa