Zwangerschapsdiabetes, of zwangerschapssuiker zoals veel mensen het zeggen, is een aandoening die je kan ontwikkelen tijdens je zwangerschap. Veel vrouwen worden daar tijdens hun zwangerschap op getest, je weet wel, met zo’n mierzoet drankje en dan bloedprikken. In Nederland komt het bij zeker 1 op de 10 zwangere vrouwen voor. Zoals je wel kunt begrijpen brengt dit verschillende gezondheidsklachten met zich mee en is het allemaal niet zonder risico’s. Wat zwangerschapsdiabetes precies is, de gevaren ervan en hoe de behandeling eruit ziet, zal ik hieronder toelichten. Ik ben echter geen arts en zal dit ook nooit worden. Neem bij twijfel of vragen altijd contact op met een deskundige! Maar wat is het nou precies? En wat zijn de gevolgen voor de moeder en de baby?

Lees ook: Overzicht van zwangerschapskwaaltjes en klachten per week / maand.

Koolhydraten

Om goed uit te leggen wat zwangerschapsdiabetes is moeten we eerst even weer terug naar de basis. Ons eten bestaat uit drie verschillende bouwstoffen: vetten, eiwitten en koolhydraten. Het lichaam heeft alle drie de bouwstoffen nodig om te kunnen functioneren. Je hebt het nodig om de processen in je lichaam goed te kunnen laten functioneren, en voor energie. Koolhydraten zijn de suikers die het lichaam nodig heeft. Daarmee wordt natuurlijk suiker zelf mee bedoeld, maar ook vezels en zetmeel. Producten als brood, fruit, aardappels, en rijst bevatten veel koolhydraten. Suiker zijn ook koolhydraten, dat zit natuurlijk in koekjes, snoepjes en andere lekkere en (o zo jammer!) vaak ongezonde dingen.

Insuline

Als je koolhydraten eet dan zet het lichaam deze om in glucose. Glucose kunnen de weefsels gebruiken om energie van te maken. De glucose komt in eerste instantie in het bloed zodat het bij de weefsels kan komen. Vrij snel nadat je koolhydraten hebt gegeten stijgt de glucosegehalte in je bloed, dat heet je bloedsuiker. Bij een te hoge bloedsuiker krijgt de alvleesklier (een klein orgaan vlak bij de lever) een signaaltje. De cellen in de alvleesklier gaan dan insuline aanmaken en die haalt vervolgens het te veel aan bloedsuiker uit het bloed en slaat het ergens in het lichaam op. Dat zijn reserves die je lichaam weer aan kan spreken als de bloedsuiker te laag wordt.

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Als je zwanger bent zorgen zwangerschapshormonen ervoor dat je minder gevoelig bent voor insuline. Meestal maakt je lichaam dan zelf meer insuline aan, maar soms gaat dat ook wel eens niet goed. Op dat moment ontstaat er een tijdelijke vorm van diabetes: zwangerschapsdiabetes. Dit ontstaat meestal tussen de 24e en 28e zwangerschapsweek en zal direct na de bevalling weer verdwijnen.

Diabetes type 1 en 2

Als je diabetes heb, suikerziekte dus, dan gaat er iets niet goed met de glucoseregulatie in je lichaam. Je hebt twee vormen van diabetes, je hebt diabetes type 1 en diabetes type 2. Diabetes type 1 is eigenlijk een auto-immuunziekte, dat betekent dat je weerstand cellen in je eigen lichaam gaat aanvallen. In het geval van diabetes type 1 betekent dit dat de cellen in de alvleesklier worden aangevallen, waardoor die niet meer (voldoende) insuline aan kunnen maken. Het gevolg is dus dat de bloedsuiker steeds te hoog is, met alle gevolgen van dien. Bij diabetes type 1 moet de bloedsuikerspiegel goed in de gaten gehouden worden en moeten patiënten insuline spuiten als dat nodig is.
Bij diabetes type 2 wordt het lichaam langzaam minder gevoelig voor insuline. Het lichaam maakt in eerst instantie meer insuline aan om de bloedsuiker goed te blijven regelen, maar dat wordt steeds minder waardoor de bloedsuiker steeds hoog blijft. Ze noemen dit ook wel eens ouderdomsdiabetes omdat het vaker bij ouderen voorkomt. Maar de laatste jaren komt deze vorm van diabetes ook meer voor bij jongere mensen, dat komt waarschijnlijk omdat er steeds meer en ongezonder gegeten wordt.

Bloedsuiker tijdens de zwangerschap

Tijdens een zwangerschap komen er veel hormonen in je lichaam, deze hormonen zorgen ervoor dat het lichaam minder goed op insuline reageert. Als het goed is maak je tijdens je zwangerschap meer insuline aan waardoor je bloedsuiker alsnog goed blijft. Maar soms gebeurt dat niet of te weinig. Daardoor blijft er dus te veel suiker in het bloed. Dit noem je zwangerschapsdiabetes.

Zwangerschapsdiabetes

Ongeveer 1 op de 10 vrouwen ontwikkelt zwangerschapsdiabetes. Zwangerschapsdiabetes ontstaat meestal tussen de 24ste en de 28ste week van een zwangerschap, en het gaat na de bevalling direct weer over. Het is gelukkig goed te behandelen waardoor de moeder en de baby gezond blijven. Maar het is dus wel belangrijk dat er getest wordt op zwangerschapsdiabetes zodat de behandeling snel ingezet kan worden. Niet alle zwangere vrouwen worden getest op zwangerschapsdiabetes. Dat wordt gedaan als je in een risicogroep valt.

Risicogroepen zwangerschapsdiabetes

Niet elke zwangere vrouw wordt getest op zwangerschapsdiabetes. Maar val je in een risicogroep dan word je er wel op getest. Dit zijn de risicogroepen:

  • Als je bij een eerdere zwangerschap zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • Als je overgewicht had voordat je zwanger was. Dit geldt voor een BMI van 30 en hoger.
  • Als je eerder een zwaar kind hebt gekregen. Zwaarder dan 4500 gram.
  • Als je vader, moeder, broer of zus diabetes type 2 heeft.
  • Als je van Afrikaanse, Zuid-Aziatische of Midden-Oosten afkomst bent.
  • Als je tijdens een eerdere zwangerschap de baby op onverklaarbare manier bent verloren.
  • Je tijdens een eerdere zwangerschap je baby bent verlopen om onverklaarbare redenen
  • Je PCOS (Polycysteus-ovariumsyndroom) hebt
  • Je al eerder zwangerschapsdiabetes gehad hebt

De gevaren van zwangerschapsdiabetes

Indien je als je zwangerschapsdiabetes hebt niet behandeld wordt, dan kan dit ernstige gevolgen hebben voor jezelf, maar ook voor je kindje. Omdat er veel suiker achterblijft in je bloed, krijg je kindje via de placenta ook een hele hoop hiervan binnen. Automatisch zal het kindje zelf insuline gaan produceren om alles weer af te breken. De glucose in het lichaampje zal worden omgezet in vet, waardoor de baby te snel zal gaan groeien en te zwaar wordt. Een verhoogd geboortegewicht kan de bevalling bemoeilijken en de kans op een keizersnede zal toenemen, omdat de baby vaak te groot is voor een natuurlijke bevalling. Naast dat je als moeder zijnde blessures op kunt lopen, is dit bij het kind ook zeker mogelijk. Daarnaast zorgt een verhoogde bloedsuikerspiegel voor een grotere kans op infecties, die meestal zullen ontstaan in de nieren, blaas, baarmoederhals en zelfs in de baarmoeder zelf.

Grote schommelingen in de bloedsuikerspiegel kunnen er bij de baby toe leiden dat de rijping van de longen minder snel verloopt. Ook lijkt het zo te zijn dat kinderen met een hoog geboortegewicht vaak later kan hebben om diabetes type 2 te ontwikkelen. Verder kunnen hoge bloedsuikerspiegels ervoor zorgen dat het kind tijdens de laatste periode van de zwangerschap, last krijgt van een verhoogde insulineafgifte. Het kind loopt na de geboorte een groot risico op en te laag bloedsuikergehalte als de toevoer vanuit de placenta wegvalt. Het is dus van belang om alles zo snel mogelijk te verbeteren om de risico’s te verkleinen.

Ook voor de moeder blijft het nog heel erg lang spannend. De kans om blijvende diabetes te ontwikkelen in de eerste 10 jaar na een zwangerschap is 40 tot 50 procent hoger dan bij vrouwen die geen last hebben gehad van zwangerschapsdiabetes. Bij een nieuwe zwangerschap ontstaat overigens bijna altijd weer diabetes.

Symptomen

Zwangerschapsdiabetes verloopt meestal zonder dat je klachten hebt. Als er klachten voorkomen dan zijn dat deze:

  • Je hebt veel dorst. Dit komt omdat je bloedsuiker te hoog is, en als je bloed te geconcentreerd is dan geven je hersenen een dorstsignaal af.
  • Je moest veel plassen. Dat komt omdat je veel drinkt vanwege de dorst die hierboven beschreven is.
  • Je baby is te groot voor de zwangerschapsduur. Dat komt omdat hoeveelheid suiker in het bloed ook naar de baby gaat, die er op zijn beurt te hard van groeit.

Gevolgen voor de baby

  • Zwangerschapsdiabetes kan gevolgen hebben voor de baby. Zeker als het niet op tijd gezien en behandeld wordt.
  • Door de sterkte schommelingen van het bloedsuiker kan de rijping van de longblaasjes langzamer verlopen.
  • Door de hoge bloedsuiker kan de baby een te hoog geboortegewicht hebben.
  • Een te grote baby kan tijdens de bevalling in moeilijkheden komen, hij kan bijvoorbeeld een schouderblessure krijgen.
  • Door een hoge bloedsuikerspiegel tijdens de laatste weken van de zwangerschap went het lichaam van de baby aan die hoge bloedsuiker en maakt het steeds veel insuline aan. Als na de bevalling de bloedtoevoer van de moeder stopt dan maakt het lichaam van de baby nog wel veel insuline aan waardoor de bloedsuiker van de baby te laag kan worden. Dit is een risico voor de eerste twee dagen en moet dus in de gaten gehouden worden.
  • Ook op de langere termijn kan een onbehandelde zwangerschapsdiabetes gevolgen hebben voor het kind. Tijdens de zwangerschap is de baby dan gewend aan de hoge bloedsuikers en dat kan gevolgen hebben voor de stofwisseling. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen op volwassen leeftijd een iets verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van de diabetes type 2.

Glucose intolerantie test

Als je in een risicogroep valt als zwangere dan moet je vaak rond de 24 weken zwangerschap een glucoseintolerantietest doen. Dat houd in dat ze de suikerwaarde in je bloed willen meten voor en nadat je suiker hebt gehad. Meestal is de afspraak in de ochtend en mag je de dag er voor na 22.00 uur niets meer eten. Dan kom je nuchter in het ziekenhuis om te prikken. Je glucosewaarde moet dan onder de 7,0 mmol/l zijn. Daarna krijg je een drankje met glucose, dit is dus een heel zoet drankje, die je op moet drinken. Vervolgens moet je een tijd lang wachten. Tussendoor mag je niet eten omdat dat natuurlijk de glucosewaarde in het bloed beïnvloed. Meestal moet je na twee uur dan weer bloedprikken, dan hoort de glucosewaarde onder de 7,8 mmol/l te zijn. Als je in een eerdere zwangerschap al zwangerschapsdiabetes hebt gehad dan krijg je deze glucoseintolerantietest al eerder in je zwangerschap.

Lees ook: De Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT) tijdens zwangerschap vanwege risico op zwangerschapssuiker.

Normale glucosewaarden

Glucosewaarden Zwangerschapsdiabetes

Nuchter > 7,0 mmol/liter
Niet nuchter (2 uur na de maaltijd) > 7,8 mmol/liter

Streefwaarden Zwangerschapsdiabetes

Nuchter < 5,3 mmol/liter

Niet nuchter (1 uur na de maaltijd) < 7,8 mmol/liter
Niet nuchter (2 uur na de maaltijd) < 6,7 mmol/liter

Te hoge waarden

Als je glucosewaarde bij het nuchter prikken hoger was dan 7,0 mmol/l dan kan het zijn dat je niet eens een drankje hoeft te drinken, dan is het meestal al wel duidelijk dat je zwangerschapsdiabetes hebt. Is je glucosewaarde na het drinken van het drankje hoger dan 7,8 mmol/l dan is de kans ook groot dat je zwangerschapsdiabetes hebt. De uitslagen bespreek je met de gynaecoloog en die kan je doorverwijzen naar een diabetesverpleegkundige. Dan wordt er nagedacht over de behandeling.

Voedingsadvies

De behandeling van zwangerschapsdiabetes begint vaak met het volgen van een dieet en meer beweging. Je wordt dan door de verloskundige doorverwezen naar de gyneacoloog. Je krijgt hiervoor adviezen van een diëtist. Vaak krijg je hiermee al je waarden binnen de normale normen. Je controleert minstens twee dagen per week op verschillende momenten van de dag hoe hoog je suiker is. Dit doe je met een bloedglucosemeter, waar je na een vingerprikje op kunt aflezen hoe hoog je zit. Uitleg hierover krijg je van een diabetesverpleegkundige. Indien het dieet niet voldoende helpt dan stap je over op insuline. De internist, diabetesverpleegkundige en diëtist begeleiden je hierbij.

Bij de behandeling van zwangerschapsdiabetes hoort in eerste in instantie een voedingsadvies. Het doel van deze adviezen is dat de glucosewaarden stabiel blijven. Te hoge glucosewaarden kunnen leiden tot schade bij de moeder en de baby. Maar deze schade kan dus voorkomen worden als je er ervoor zorgt dat je glucosewaarden stabiel blijven, en dat kun je doen met een goed dieet. Als je zwangerschapsdiabetes hebt dan is het belangrijk dat je let op je koolhydraten, en dan vooral op de snelle suikers.

Wat zijn dat? Nou ja, je moet het zo zien. Sommige koolhydraatmoleculen zijn lang en het lichaam heeft dan ook wat meer tijd nodig om ze te verwerken. Dat is gunstig want zo stijgt de bloedsuiker niet zo snel. Je hebt ook kortere koolhydraatmoleculen, die kan het lichaam snel opnemen in het bloed waardoor de bloedsuiker dus snel stijgt. En omdat je zwangerschapsdiabetes hebt lukt het het lichaam niet om de bloedsuiker ook weer snel genoeg naar beneden te krijgen, met dus een hoge bloedsuiker tot gevolg. Snelle koolhydraten zijn voornamelijk de suiker die we kennen.

Het advies bij zwangerschapsdiabetes is dus: vermijd zoveel mogelijk snelle koolhydraten. Deze snelle koolhydraten zijn verwerkt in zoete dranken, dus frisdranken, vruchtensappen en ook thee of koffie met suiker. Ook is het verstandig om voorzichtig te zijn met suiker dat verwerkt is in koekjes, snoepjes en ander lekkers.

Begeleiding

Als je zwangerschapsdiabetes hebt dan word je ook goed begeleid. Voor sommige zwangeren met diabetes is het bovenstaande voedingsadvies genoeg, maar soms is er meer nodig. Het kan zijn dat een koolhydraatarm dieet wordt voorgeschreven. En helpt een dieet nog steeds niet voldoende, dan is het nodig om insuline te gaan spuiten.

Emotionele steun

Het kan best even schrikken zijn als je de diagnose zwangerschapsdiabetes krijgt. Je kunt je zorgen gaan maken over de gezondheid van de baby, en over je eigen gezondheid. Het is belangrijk om deze gevoelens de ruimte te geven. Zorg dat je erover kunt praten en leg je zorgen neer bij de gynaecoloog. Het kan ook heel handig zijn om altijd iemand mee nemen naar de controles zodat je een paar extra oren hebt die misschien weer andere dingen horen dan dat je zelf hoort. Ook als het gaat om het volgen van de voedingsadviezen, vraag daar hulp bij in je omgeving. Vraag je man of vriend ook of hij niet dingen wil eten of drinken in jouw buurt die jij ook lekker vindt maar die je niet mag hebben. Als je naar een verjaardag gaat dan kun je vragen of ze iets voor jou in huis willen halen wat suikervrij is of, als je dat niet fijn vindt om te vragen, neem zelf iets mee dat suikervrij is. Zoek in de winkel naar producten die je lekker vindt waar geen suiker in zit en haal die in huis, dat voorkomt dat je toch behoefte krijgt aan suiker.

Zwangerschapscontroles

Na de diagnose zwangerschapsdiabetes draagt de verloskundige je over aan de gynaecoloog, als je daar nog niet al onder controle was. Dus alle zwangerschapscontroles worden door de gynaecoloog gedaan. Je bloedsuiker wordt natuurlijk goed in de gaten gehouden, en je zult ook meer groeiecho’s krijgen omdat ze graag willen weten of de baby niet te groot wordt. Dreigt de baby inderdaad te groot te worden dan bestaat er een kans dat je eerder wordt ingeleid, als je 38 of 39 weken zwanger bent, om problemen tijdens de bevalling bij moeder en kind te voorkomen.

De bevalling

Zoals hierboven al beschreven is, kan het zijn dat je ingeleid wordt omdat je baby te groot wordt. Dat gebeurt natuurlijk in het ziekenhuis. Maar ook als je niet wordt ingeleid is het de bedoeling dat je in het ziekenhuis bevalt. Tijdens de bevalling wordt je bloedsuikerspiegel extra goed in de gaten gehouden, en het kan zijn dat als je insuline gebruikte dat ze dat aanpassen. Als het nodig is, passen ze de hoeveelheid insuline die je krijgt aan. Vaak wordt een bevalling bij zwangerschapsdiabetes ingeleid in week 38 of 39 van je zwangerschap.

Lees ook: Voortijdig bevalling inleiden voor 40 weken zwangerschap 

Na de bevalling

Behandeling baby na de bevalling

Na de bevalling moet de baby nog wel extra in de gaten gehouden worden als jij zwangerschapsdiabetes hebt gehad. Het kan zijn dat de glucosewaarde van de baby snel daalt na de bevalling, die kans is extra aanwezig als je zelf insuline moest spuiten of als de baby te vroeg geboren is. De baby zal de eerste dagen extra goed in de gaten gehouden worden, en hij zal af en toe een hielprikje krijgen om zijn glucosewaarde te meten. Daalt de waarde inderdaad dan wordt er eerst gekeken of het op te lossen is met voeding, zo niet dan kan het zijn dat er een glucose-infuus nodig is.

Behandeling moeder na de bevalling

Voor jezelf is er na de bevalling geen extra risico meer, sterker nog, de zwangerschapsdiabetes verdwijnt meestal binnen een dag weer. Dus dat is fijn! Meestal is binnen 24 uur na de bevalling de bloedsuikerspiegel weer normaal en kun je ook direct weer met insuline-injecties stoppen. Doe dit in overleg met je internist of diabetesverpleegkundige. Het is wel verstandig om in de week na de bevalling de bloedglucosewaarden nog te meten. Ongeveer 6 tot 8 weken na de bevalling krijg je nog een controle afspraak bij de internist.

Lange termijn

Voor de langere termijn kunnen er wel negatieve gevolgen zijn. Zo is de kans 75% dat je bij een volgende zwangerschap weer zwangerschapsdiabetes ontwikkelt. En ook heb je een verhoogde kans op diabetes type 2 op latere leeftijd als je zwangerschapsdiabetes hebt gehad. Het advies is daarom om elk jaar je glucosewaarde te laten meten bij de huisarts. En het is goed om te weten dat een gezonde leefstijl diabetes kan uitstellen en zelfs voorkomen. Extra reden dus om weinig suiker te eten en lekker veel te bewegen.

Uitgelichte afbeelding 123rf.com

Geke Douw