Na een paar nachten weinig geslapen te hebben en vroeg opgestaan te hebben, werd vandaag dit ritme voortgezet. Al om half zeven ging de wekker zodat we tegen zeven uur in de auto zaten (gelukkig was alles al ingepakt) en de weg op konden om naar het zuiden af te zakken. Natuurlijk moest er eerst ook nog getankt worden en een ontbijt gehaald, zodat we uiteindelijk pas om half acht echt onderweg waren. Het eerste stuk reed Ruben tot we ergens in België pauze hielden om te wisselen en even wat koffie te drinken. Vlak voor Antwerpen kwamen we in de file terecht dus reden we via de Liefkenshoektunnel richting Gent, Brugge en vervolgens Calais. Hier hadden we een dubbele paspoortcontrole, wat ik niet doorhad dus bij de tweede doorreed en dus achteruit moest. Vervolgens moesten we inchecken, gelukkig deden ze er niet moeilijk over dat we te laat waren, en kregen we te horen dat we rij 601 moesten volgen; het was echt een gigantisch doolhof, maar al snel kon ik de auto de boot oprijden.

Lees ook: Rondreis Europa met kinderen en gezin; wel of niet roadtrip al dan niet met baby? 

Calais – Dover

Aan boord gingen we naar het passagiersdek waar we even iets hebben gelezen en vervolgens naar de krijtrotsen van Dover hebben gekeken. Ondanks de vermoeidheid was het een erg mooie tocht en kregen we steeds meer zin in deze paar dagen weg. Om half één lokale tijd kwamen we aan en konden we de rotsen van dichtbij bekijken.

Leeds Castle & Ightham Mote Kent

Vanaf hier volgden we de snelweg richting Londen tot aan Leeds Castle, deze was erg prijzig dus wilden we niet naar binnen en helaas lag het ook buiten het zichtsbereik. Daarom reden we verder naar Igtham Mote, Ruben had hier een documentaire van gezien en wilde hier daarom graag heen. Helaas was dit huis gesloten, dus konden we weer verder. Gelukkig bleek een paar kilometer verderop de weg langs het huis te lopen, zodat we over de schutting konden kijken en toch het huis konden zien. Dat was pas een staaltje vakmanschap, midden in de gigantische tuinen waar Engelse landhuizen bekend om staan.

Hever Castle

De volgende en laatste tussenstop van vandaag was Hever Castle, dit kasteel staat bekend als het kasteel waar Anne Boleyn is opgegroeid. Begin 19e eeuw is dit door een Amerikaan gekocht en helemaal gerestaureerd naar de 17e eeuwse stijl en zijn er gigantische tuinen aangelegd. Na een wandeling door het kasteel met de mooie, ingerichte kamers (helaas mocht je geen foto’s maken) liepen we door naar de vele tuinen, met onder andere een schaakspel van conifeer, een waterdoolhof, een ‘normaal’ doolhof, een Italiaanse tuin, rozentuin en nog veel meer.

Gilwell Park

Het was ondertussen al vrij laat geworden, en nog anderhalf uur rijden naar Gilwell Park, dus besloten we in één keer door te rijden. Nadat we eenmaal op de M25 (de rondweg van Londen) zaten was het erg makkelijk. Gelukkig zaten we aan de goede kant en stonden we niet in de gigantische file bij de toltunnel zoals de andere kant. Tegen zeven uur kwamen we aan op Gilwell park en was het even zoeken na de kampeerbeheerder. Op het gigantische veld stonden slechts twee groepen, een Nederlandse en een Duitse groep, dus mochten we zelf kiezen waar we wilden staan. Terwijl Ruben de tent opzette probeerde ik op de nieuwe gaspit te koken, wat best goed ging. Na een heerlijke kampeermaaltijd was er nog genoeg tijd om een rondje te lopen over het landgoed. Het was voor mij alweer drie jaar geleden, maar de belangrijkste bezienswaardigheden kon ik gelukkig nog herinneren. Zo zijn we bij de eikenboom geweest waar de gilwellkralen vandaan komen, the walk of faith met veldjes voor ieder geloof, de camper, de palen met bordjes die naar alle wereldjamborees wijzen en over het activiteitenterrein compleet met zwembaden, vijvers om vlotten te bouwen, klimmuren, klimmachines, high ropes, teambuildingsvelden en nog veel meer. Die avond gingen we voor het eerst sinds lange tijd vroeg naar bed…

Na een soort van uitgeslapen te hebben was het inpakken en gingen we nog even langs bij het Gilwell museum op het Gilwell Park met een kort overzicht van het park, de Gilwell en scouting in het algemeen en bij de scoutshop waar we natuurlijk een badge kochten als bewijs dat we daar waren geweest. In de buurt was het alweer tijd om te tanken en haalden we een ontbijt. Die nacht waren we namelijk bezocht door knaagdieren die ons ontbijt hadden meegenomen ;-) We parkeerden de auto iets verder vlakbij de Theems waar een sluisje was zodat we een mooi uitzicht hadden. Verderop kwamen we vervolgens een gigantische supermarkt tegen, waar we direct boodschappen deden voor de komende twee dagen omdat we dan op Brownsea Island zouden verblijven. Vervolgens was het weer de M25 op tot vrijwel zuidwestelijk waar we afsloegen op een andere motorway richting Stonehenge. Omdat het die ochtend iets langer duurde dan gepland hadden we de rest van het programma geskipt, aangezien dit het interessantste onderdeel was. Halverwege kwamen we langs een servicestation waar we al een tijdje naar zochten om van chauffeur te kunnen wisselen en heeft Ruben zijn eerste echte Starbuckskoffie gedronken. Je kon hier kiezen uit Mcdonalds, Burger King, KFC, Starbucks, een supermarkt en nog een aantal kleine horecagelegenheden, waardoor je erg veel keus had. Nadat deze tocht gemaakt was namen we het mee naar de auto, zodat we verder konden.

Stonehenge

 

Het precieze adres van Stonehenge hadden we niet en er waren geen bordjes dus was het even zoeken voor we het hadden gevonden. Ondertussen zagen we allerlei vliegtuigjes en helikopters overkomen zoals een echte spitfire. Maar na een klein rondje kwamen we op een y-splitsing van provinciale wegen waarbij precies in het midden Stonehenge te zien was. Nadat de auto geparkeerd was en we de Overseas Heritage Pass hadden opgehaald, konden we gratis naar binnen. Of althans, onder het tunneltje door om een rondje te lopen om het omgezette monument. We hadden ervoor gekozen om niet de audio tour te doen, omdat het al vrij laat was. Na het rondje, waarbij helaas halverwege het fototoestel ermee ophield, zijn we nog naar een grafheuvel in de buurt gelopen en weer op weg gegaan.

Salisbury

Vanaf hier reden we terug richting Old Sarum (waar we helaas geen tijd voor hadden om te bezoeken) en het middeleeuwse centrum van Salisbury met een grote kathedraal, tot we bij Ringwoods aankwamen. Hier werd duidelijk dat we de laatste boot naar Brownsea Island om 16.30 uur toch niet zouden halen, dus namen we hier even pauze om naar een nabijgelegen camping te zoeken. Deze was niet ver en ook hier hadden we genoeg keus om een plek uit te zoeken. Terwijl Ruben weer de tent opzette probeerde ik pasta te koken.

Christchurch

Na het eten gingen we op weg naar Christchurch, zodat we hiermee op het programma van de zaterdag zouden besparen. Dit nabijgelegen dorpje had een oude kern met een kerk, Normandisch koophuis en een kasteelruïne. Dit lag allemaal zeer romantisch gelegen in de monding van de rivier Avon waar we een korte wandeling langs hebben gemaakt. Op het dorpsplein was er een groep huisvrouwen uit de buurt in opvallende zwart/paars/gele kleding oude volksdansen aan het opvoeren. Vervolgens reden we door naar Poole om alvast te zoeken waar we de volgende ochtend moesten zijn. Dit was ook niet zo heel erg makkelijk; na het opgegeven adres, het toeristenbureau, de bordjes met veerhaven, niets leek ons de juiste weg te wijzen. Uiteindelijk, net toen we de hoop opgaven, reden we langs het stukje kade dat niet was afgesloten, hier lag echter een boot waarop stond dat het naar Brownsea island ging. Na een korte controle door Ruben bleek dit ook zo te zijn, dus wisten we in ieder geval waar we de volgende ochtend moesten zijn. Ondertussen kwam ik erachter dat we een ander probleem hadden; door al het rondjes rijden en camping zoeken waren we vergeten hoe de camping heette of waar het lag. En omdat we nu ook van een andere richting kwamen was het op goed geluk terugrijden naar Ringwoods en vanaf daar proberen de camping terug te vinden. En ja hoor, nog voordat we bij Ringwoods kwamen zagen we de campingbordjes en konden we heerlijk in ons eigen bedje kruipen.

Poole Harbour

Vanochtend was het lekker relaxt; rustig opstaan, ontbijten en inpakken waarna we naar Poole Harbour reden. Hier parkeerden we de auto in de parkeergarage die om de hoek van de kade bleek te zijn, waar de gele huisjes stonden waar we boottickets konden kopen. Nadat we de bagage hadden opgehaald konden we mee met de boot van half twaalf. Een kwartier later stonden we op het eiland waar we eerst toegang moesten betalen voor het natuurpark voor we door konden lopen naar het kampeerterrein dat aan de andere kant van het eiland lag. Hier had ik me niet echt op voorbereid dus kwamen we erg moe aan.

Brownsea Island

In de shop kregen we een heerlijk glaasje koud water en kochten we alvast de badges voordat we te horen kregen dat we weer zelf mochten kiezen waar de tent op te zetten. We kozen hiervoor voor het hoogste punt, vlakbij de rand met het uitzicht over de baai, maar dan onder een paar bomen tegen de warmte van het zonlicht. Nadat Ruben batterijen had gekocht bij de kade (de reservebatterijen lagen nog in de auto) en ik de tent had opgezet, hadden we de rest van de middag om heerlijk niets te doen en een boek te lezen. Natuurlijk hebben we nog wel een wandeling gemaakt over het strand en na het heerlijke avondeten dat Ruben heeft gemaakt, over de hei en door het bos op zoek naar hertjes. Die we wel vonden, maar helaas niet op de foto kregen. Het was veel makkelijker om de zeldzame rode eekhoorn op de foto te zetten, aangezien die nog net niet de tent in liep, en de pauw die voortdurend bij de tafel bleef lopen. Ook zagen we fazanten, konijnen en heel veel soorten vogels. Na de wandeling was er een school voor onze tent aan het spelen dus bleven we nog even lezen voor we naar bed gingen.

Helaas waren de batterijen van allebei onze telefoons leeg, waardoor we geen idee meer hadden van tijd. Nadat we even wakker hadden gelegen besloten we toch op te staan en konden we genieten van het heerlijke uitzicht. Ondertussen waren we al gewend aan het ritme van opstaan en inpakken waardoor dit steeds sneller ging. Tegen half tien waren we klaar, maar moesten we nog wachten op de warden waar we moesten betalen. Dus had ik nog even de tijd om verder te lezen. We liepen dit keer via het Mariakerkje terug, wat net zoals bijna alles op Brownsea Island, eigendom was van scouting. Zelfs op de graven op de begraafplaats en de kussens stonden scoutinglogo’s. In de toeristenshop kochten we nog wat kaarten voor het thuisfront waarna we naar één van de boten konden die speciaal extra waren uitgevaren om de vele scoutinggroepen over te zetten. Het waren vooral veel bevers en cubscouts. We mochten nu ook kiezen of we met deze boot direct terug wilden of nog wachten op de boot die een rondje eiland zou doen. Aangezien we al genoeg van het eiland hadden gezien, kozen we voor de eerste optie.

Southampton

Terug op het vaste land was de eerste stop bij Southampton waar een middeleeuws koopmanshuis stond. Deze bleek echter alleen op zondag geopend te zijn en het Tudorpaleis was gesloten wegens verbouwing. Gelukkig waren er nog genoeg andere ruïnes over uit de middeleeuwen, zoals een groot deel van de stadsmuur en een kerkje wat volgens eigen zeggen misschien wel de oudste kerk van heel Engeland zou zijn. Veel meer dan een paar zeer mooie gevels, ruïnes en stadsmuren was er dus niet en genoten we van een heerlijke pizza langs de kade tussen de enorme cruiseschepen.

Titchfield Abbey

De volgende stop was Titchfield Abbey waar vroeger een grote abdij had gestaan en later een Noormannenpaleis van was gebouwd. Nadat we de entree hadden gevonden bleek dat de ruïne er beter uitzag op de foto’s dan in werkelijkheid. Op de panelen kon je echter duidelijk wel zien wat vroeger abdij is geweest en wat er later aangebouwd is en hoe bijvoorbeeld de houten vloeren waren gemonteerd. Ook waren er zeer mooie tegels bewaard gebleven en lag de hele ruïne goed besloten in een boomgaard. Dit was dus een mooie tussenstop, maar niet helemaal de moeite waard gezien de verwachtingen.

The Long Men

De laatste stop zou zijn bij Battle, met een kort foto- en wisselmoment bij The Long Men in Wilmington. Via een smal weggetje door het dorpje konden we vlakbij de 65 meter lange reus van wit steen komen, waarvan nog steeds onbekend is hoe en sinds wanneer die daar ligt.

Battle of Hastings

We kwamen net op tijd aan in Battle en mochten daarom nog naar binnen. Als eerste trok Ruben direct naar het evenement waarbij een re-enactment groep de thuisbasis van de Tweede Wereldoorlog naspeelde met tenten, vervoersmiddelen en natuurlijk ook koks. Deze stonden over het hele terrein tussen de overblijfselen van de abdijkerk. Van de abdij was vrij veel bewaard gebleven, waardoor je nog helemaal door de zalen kon lopen en de bogen kon zien. Een ander deel van de abdij was eigen terrein van een Engelse school die daar nu gebouwd was, terwijl we er waren was op dat moment net de diploma-uitreiking gaande zodat iedereen erg netjes aangekleed was. Als laatste liepen we een rondje over het Battle Field, waar de grote veldslag in 1066 tussen de Engelsen en Noormannen heeft plaatsgevonden, ten gunste van de laatste groep. Op bordjes stond duidelijk aangegeven hoe deze veldslag was verlopen en het was niet moeilijk voor te stellen hoe dit er aan toe moet zijn gegaan. Voor het museum was het echter al te laat, het monument bleek zelfs eigenlijk al een kwartier dicht te zijn.

Canterbury

Na een stop in het nabijgelegen dorpje Rye voor boodschappen en verderop voor een avondmaaltijd, tegen de tijd dat we in Canterbury aan zouden komen zou het al erg laat zijn, kwamen we op onze eindbestemming. We hadden echter geen adressen van een camping meegenomen, en in tegenstelling tot de zuidkust stonden er ook geen campings aangegeven. Gelukkig kon de man van een benzinestation ons helpen en konden we nog net in de schemer onze tent opzetten voor de laatste overnachting in Engeland, wat natuurlijk gevierd werd met een flesje wijn.

De laatste ochtend hadden we weinig zin om op te staan, en hadden we t