De dood. Het hoort helaas bij het leven. En dat de dood bij het leven hoort, dat leren (jonge) kinderen ook. Want vroeg of laat krijgen zij ook te maken met iemand die overlijdt. Wat is wijsheid? Neem je je kind mee naar de begrafenis? Hoe ga je er mee om? Mogen ze in de kist kijken? Er is niet één goed antwoord. Het is bijna een jaar geleden dat onze komkommeroma (de overgrootmoeder van onze kinderen) overleed. Maar het voelt nog als de dag van gisteren. En niet alleen voor mij, ook voor onze dochters van 8 & 5 jaar jong. Ik neem je mee terug naar het moment dat een behoorlijke impact had op ons gezin.

Telefoontje

Laat in de avond worden we gebeld door mijn schoonmoeder. En dat is gek, want ze weet dat wij meestal rond 22:00 uur naar bed vertrekken. Mijn maag draait om, want dit kan nooit veel goeds betekenen. “Komkommeroma is in het ziekenhuis opgenomen en we weten niet of ze de volgende dag haalt.” Mijn man reageert nuchter en ik luister mee. Hij hangt op en we kijken elkaar aan. Ik kan mijn tranen niet bedwingen en begin te ratelen.

“We moeten er nu langs. Kom, we halen de meiden uit bed. Ik bel mijn ouders op. Bel je moeder terug en vraag of we langs mogen komen.” Mijn man zegt niets en omarmt me. We kijken elkaar nog een keer aan en hij zegt: “Aniet, laat de meiden slapen. Zij hebben er niets aan.” Ik wil hier niets van weten. “Laten we het dan aan de meiden zelf vragen.” Hij stemt in. We lopen naar boven en ik maak onze oudste wakker. Ik stel haar de vraag en geef een korte uitleg. Beide meiden willen graag mee en ondertussen hoor ik onze achterdeur open gaan, wat betekent dat mijn ouders binnenkomen. Wat ons doet besluiten om onze jongste van 1 jaar lekker te laten slapen.

Midden in de nacht

Midden in de nacht (nou ja, zo voelde het voor onze dochter), ofwel 22:15 uur, rijden we in het donker naar het ziekenhuis. De meiden zitten met hun knuffels en onesies achterin de auto. We parkeren onze auto’s en lopen het ziekenhuis in. Het ziekenhuis is nagenoeg verlaten en dat is best indrukwekkend voor zowel onze meiden als voor ons.

We komen aan bij oma’s kamer en zien haar in bed liggen. Oma slaapt. We lopen naar haar toe en praten tegen oma. Onze oom zit aan de kant van het bed en zegt: “Moeder, Dirkjan & Anita en de meiden zijn er.” “Oh, wat leuk”, horen we zachtjes uit de mond van komkommeroma komen. En dat is het laatste wat we van oma gehoord hebben. Maar wat zijn deze woorden belangrijk voor de meiden en mij. Ik vind het zo waardevol dat ze nog heeft gehoord dat we langs zijn gekomen en dat ze dit op prijs stelde. Na tien minuten vertrekken we uit de kamer en roepen onze meiden: “Doei oma!” We vertellen ze dat dit de laatste keer kan zijn geweest dat ze hun oma levend hebben gezien. De tranen vloeien bij de meiden. Maar het voelt voor ons goed om dit duidelijk te maken.

De volgende dag

De volgende dag is oma er nog en willen de meiden graag nog een keer langsgaan. Ik neem een Donald Duck mee en een magneetbordje waar ze op kunnen schrijven. We zijn samen met haar zoon en schoondochter, maar oma is niet meer aanspreekbaar. We praten met elkaar en doen (hoe gek het ook klinkt) spelletjes op het magneetbordje. We halen verhalen op van oma en drinken thee. De meiden dartelen vrolijk om het ziekenhuisbed heen. En ook al praat oma niet meer, slaapt ze de hele tijd en ziet ze er gek uit, de meiden vinden het vooral fijn om bij komkommeroma te zijn. Na een tijdje vertrekken we weer en hoor ik weer: “Doei, oma!”. Dit keer voor het laatst.

Het overlijden

Die avond overlijdt onze oma. De meiden huilen hard en kruipen op onze schoot. We vertellen hen dat oma nu geen pijn meer heeft en naar de hemel is gegaan. Naar haar man en overleden kinderen. Ze vinden het maar gek dat de kinderen van oma dood zijn en vragen daar verder over. Het blijft belangrijk om erover te praten.

De begrafenis

En dat komt het onvermijdelijke moment van de begrafenis. Van tevoren was er nog de gelegenheid om oma in de kist te bekijken. We hebben deze vraag aan de meiden voorgelegd met daarbij uitleg hoe oma erbij ligt. Stil, andere huidskleur, niet de oma die ze kennen. Ze besloten om niet te kijken. Kinderen kunnen best goed inschatten in wat ze zelf willen. Zo hebben we ook met hen overlegd of ze naar de begrafenis wilden. Daarbij hebben we uiteraard weer een uitleg gegeven wat het inhoudt.

Mensen om ons heen hebben het nog steeds over het onbedaarlijke gehuil van onze meiden. Het verdriet was groot en vrijwel gedurende de hele dienst. Telkens zagen ze de foto van oma staan en dat herinnerde hen eraan dat oma er niet meer was. Ze zaten bij ons op schoot en zelf moest ik ook huilen. Het is goed mogelijk dat we elkaar aanstaken in onze emotie en zo in onze vicieuze cirkel bleven hangen, maar dat is dan maar zo. Gevoelens kun je niet tegenhouden.

Het moment was daar dat oma naar beneden ging in haar graf. Het is in mijn ogen goed om te zien dat de kist met oma erin daadwerkelijk in de grond zakt. Het is een soort letterlijke afsluiting.

Chocomelk en cake

Na de dienst liepen we terug naar de aula waar we thee en cake tot ons konden nemen. De ogen van de meiden werden groot toen ze zagen dat ze ook chocomelk mochten drinken. En dat ook nog eens met rietje! Om vervolgens door de aula te rennen en tikkertje te spelen met hun nichtjes en neefjes. Kinderen zijn puur in hun emoties en kunnen deze ook weer aan de kant zetten. Ze leven in het moment. Bovendien zijn kinderen erg flexibel en kunnen ze meer aan dan wij vaak denken.

Hoe gaat het nu?

We hebben het nog vaak over komkommeroma. Dat komt omdat ze een knuffel hebben van oma, een voorleesboekje of een verjaardagskaart van een paar jaar geleden. We blijven over haar praten en halen herinneringen op. Daarbij komen er ook tranen tevoorschijn en dat is oké. Ook al zegt onze oudste dochter weleens: “Maar ik wil niet dat ze dood is. En ik wil er niet aan denken, want dan word ik elke keer verdrietig.” Waarop wij aangeven dat verdrietig zijn niet erg is en ze vooral aan oma moet denken en de gedachte niet weg moet stoppen. Want dat werkt toch niet.

De dood staat niet gelijk aan slapen

Wat ik jullie graag wil meegeven is dat je nooit tegen je kind moet zeggen dat oma voor altijd aan het slapen is, als ze is overleden. Dood zijn is namelijk niet hetzelfde als slapen. Kinderen durven niet meer te gaan slapen uit angst dat ze zelf doodgaan en niet meer wakker worden.

Er komt een tijd dat je kind naar een begrafenis ‘moet’. Of althans dat je jouw kind er graag bij wilt hebben. Bijvoorbeeld bij het overlijden van zijn opa of oma. Dan kan het fijner zijn voor jouw kind om eerst een begrafenis bij te wonen van iemand die verder weg staat en die ouder is. In ons geval de overgrootmoeder van onze kinderen. Zij is al ouder en daardoor is het in de ogen van kinderen logischer dat zij een keer overlijdt.

Volg je kind

Neem je kind serieus tijdens een begrafenis en de rouwverwerking. Kinderen kunnen zelf goed aangeven wat ze aankunnen.

Lees ook

Latest posts by Anita Schokker (see all)