De Wachau is een schitterend gebied in Neder-Oostenrijk, ongeveer 80 km ten westen van Wenen. Door de 30 km lange vallei tussen Krems an der Donau en Melk stroomt de Donau. Het klimaat is hier mild en daarom worden er hier druiven en abrikozen verbouwd voor bijvoorbeeld wijn en likeuren. De regio staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Er woonden al mensen in dit gebied vanaf de prehistorie. Bekende toeristische trekpleisters in de streek zijn Melk, met een beroemde abdij waar ik al eerder over geschreven heb; Krems, Dürnstein, een plaatsje aan de Donau met een barokke kerk en een ruïne; kasteelmuseum Aggstein in de gemeente Schönbühel-Aggsbach en Spitz. Over deze plaatsen ga ik in deze blog meer vertellen. Bij Melk en bij Krems zijn er bruggen over de Donau. Daartussen zijn er alleen drie veerpontverbindingen tussen de linker- en de rechteroever van de Donau. Eén van die veerpontverbindingen is alleen voor passagiers en fietsers.

Dürnstein

Dit plaatsje is misschien wel, samen met Melk, het beroemdste stukje aan de Doanu. In 2003 maakte ik een boottocht door de Wachau en het is werkelijk prachtig. Van verre zie je al de beroemde blauwwitte toren van de voormalige abdij, de Augustiner-Chorherrenstift uit 1410.

Meer informatie vind je hier.

Beschwipste Marillen

Er wonen in het stadje nog geen 900 mensen, maar dat wil niet zeggen dat het er rustig is. Grote groepen toeristen worden hier elke dag door de straatjes geleid. De Hauptgasse is de belangrijkste straat met allerlei winkeltjes. Hier kun je ook marillen kopen. Dit is de plaatselijke abrikozensoort. Ze worden verwerkt in allerlei producten: taarten, jams, likeur, bonbons enzovoort. Bekend zijn de “Beschwipste Marillen”; abrikozen die in marillenlikeur worden gedrenkt.

Burg Dürnstein

Hoog boven de oude binnenstad vind je de overblijfselen van Burg Dürnstein. Hier loop je in ongeveer 20 minuten naar toe. Hier is de Engelse koning Richard Leeuwenhart gevangen genomen door de Babenbergse hertog Leopold V in 1192, toen hij op de terugreis was van een kruistocht naar het Heilige Land. In Dürnstein moest hij wachten tot hij vrijgekocht zou worden. Uiteraard heb je een prachtig uitzicht vanaf de ruïne. Het rotskasteel werd gebouwd in het midden van de 12e eeuw. Azzo van Gobatsburg, stamvader van de Kuenringer, verwierf het gebied rond het kasteel van het klooster Tegernsee. Zijn kleinzoon Hadmar I bouwde het kasteel. De stad Dürnstein en het kasteel zijn verbonden door een verdedigingsmuur, een uitgebreide stadsmuur. Boven de kapel bevond zich ooit de binnenplaats. In 1588 werd het kasteel gerestaureerd als een fort. In 1645 veroverden de Zweden in de laatste fase van de Dertigjarige Oorlog ook Dürnstein. Toen ze zich terugtrokken, bliezen de Zweden de poorten van het kasteel op. Vanaf de 17de eeuw is het niet meer bewoond geweest en raakte het vervallen.

Ruine Aggstein

Ruine Aggstein is een kasteel uit de middeleeuwen dat gerestaureerd is en nu te bezichtigen is als museum. Het ligt boven op een heuvel tussen de groene hellingen van het Dunkelsteiner Wald. Er gaat een steile weg naar toe. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de Wachau. De vroegere bewoners stonden er om bekend dat ze op een foute manier tol hebben geheven. Er zijn vele griezelige verhalen bekend over de middeleeuwse bewoners.

Het kasteel werd waarschijnlijk gebouwd aan het begin van de 12e eeuw door Manegold III van Acchispach (Aggsbach). In 1181 kwam het in het bezit van de familie Kuenring van Aggsbach-Gansbach. Het werd belegerd en veroverd in 1230/31 tijdens de opstand onder leiding van Hadmar III en zijn vazallen tegen hertog Frederik II van Oostenrijk. In 1429 erfde hertog Albert V het kasteel en droeg het over aan zijn kamerheer Jörg (Georg) Scheck von Wald. Albrecht gaf hem de opdracht om het verwoeste kasteel weer op te bouwen om de doorgang van schepen op de Donau te beveiligen. In 1438 kreeg Scheck von Wald het recht op tolgelden voor schepen die stroomopwaarts varen. In ruil daarvoor moest hij de jaagpaden onderhouden waarmee de schepen stroomopwaarts werden getrokken. Daarnaast bouwde hij een tolhuis aan de rivieroever. Na verloop van tijd werd hij een roversbaron en plunderde de schepen op de Donau. Daarom werd zijn bijnaam “Schreckenwald”, vanwege zijn wreedheid tegen de bevolking.

In 1463 werd het kasteel opnieuw belegerd door een andere roofbaron, Georg von Stain. Hij versloeg Scheck von Wald en nam het kasteel over als onderpand, omdat de hertog hem geld verschuldigd was. In 1476 werd von Stain verdreven door Ulrich Freiherr von Graveneck die het kasteel regeerde van 1476–77, totdat ook hij werd gedwongen het op te geven. In 1477 ging hertog Leopold III in het kasteel wonen samen met huurders en verzorgers om de invallen te stoppen. In 1529 werd het kasteel verwoest door een groep Turken bij het eerste Turkse beleg van Wenen.

Meer informatie vind je hier.

Krems

Gozzoburg

Ook de Hoher Markt is een bijzondere plek. Hier zie je het voormalige Institut der Englischen Fräulein. De Gozzoburg domineert de zuidelijke kant van de Hohe Markt, het oudste deel van de stad. De oudste delen zijn uit de eerste helft van de 13e eeuw. Het prachtige herenhuis en het administratiegebouw zijn belangrijke vroeggotische gebouwen.

Het is gebouwd met Italiaanse paleizen als model, met de loggia open voor de straat en de hal erboven. Het plafond heeft houten balken uit 1254. Het gebouw werd gebruikt voor hoorzittingen, raadsvergaderingen en officiële functies. In 1548 werd een arcade in renaissancestijl gebouwd op de binnenplaats. Je vindt er een restaurant en een deel van de universiteit zit in het gebouw.

Meer informatie vind je hier.

Steiner Tor

Het herkenningspunt van de stad Krems is de Steiner Tor, een goedbewaarde stadspoort uit 1480, die in 2005 is gerestaureerd. De hoofdtoren is uit de late 15e eeuw en heeft een aantal inscripties aan de buitenkant, als herinnering aan Frederik III. Drie wapenschilden uit 1756 sieren de ingang van de stad, met de gekroonde tweekoppige adelaar op een zwarte achtergrond, aan de rechterkant het wapen van Ladislaus Posthumus, in het midden het wapen van Maria Theresia. Een gedenksteen aan de binnenkant herinnert aan een overstromingsramp, toen in 1573 een botsing van ijs de weg overstroomde. Achter de Steiner Tor begint het voetgangersgebied van Krems, dat sinds de middeleeuwen de hoofdas vormt van de oude stad en naar de Weense brug leidt. Als je er doorheen loopt kom je in het stadcentrum uit.

Pfarrkirche St. Veit

Mooi is de Pfarrplatz met daar de Pfarrkirche St. Veit. Deze kerk wordt ook wel de Dom van de Wachau genoemd. Het komt uit een schenking van keizer Hendrik II in 1014. Pas na 1178 werd St. Veit (Vitus) genoemd als de patroonheilige van de kerk. Van het middeleeuwse kerkgebouw is alleen het onderste deel van de toren uit het begin van de 13e eeuw. Vanwege de slechte staat van de constructie werd het volledig gesloopt en opnieuw gebouwd (1616-1630). Aan de buitenkant ziet de kerk eruit als een streng, vroegbarok gebouw, maar het interieur is uit de 18e eeuw. Het hoogaltaar, koorbanken en preekstoel zijn uit 1733. Verder heeft de kerk mooie plafondschilderingen uit 1787 en een hoofdaltaar uit 1734. Aan de noordoostkant van de kerk is een kleine kapel, uit 1739. Het is een stenen sculptuur uit de eerste helft van de 14e eeuw, in laatgotische stijl.

Meer informatie vind je hier.

Piaristenkirche

Vanaf hier kun je via een overdekte opgang naar de laatgotische Piaristenkirche lopen. Op de buitenmuur zijn delen van de kruisweg geschilderd. De rooms-katholieke kerk is de oudste kerk van de stad. Al in de 13de eeuw stond hier een kerk. De kerk is in de 15de eeuw vergroot in laatgotische stijl. Een klein deel is in renaissancestijl. In 1616 werd de kerk overgedragen aan de Jezuïeten, die vervolgens het klooster en de middelbare school bouwden. De toren diende als stadstoren (brandweerkazerne, kloksignaal). Daarom draagt hij – als de enige kerktoren in Oostenrijk – op de top geen kruis, maar het wapenschild.

In 1776 nam de orde van de Piaristen de plaats in van de Jezuïeten. Deze hadden hun eerste filiaal in St. Pölten gesticht in 1749 en werden door keizerin Maria Theresa gevraagd het complex over te nemen dat door de jezuïeten en de kerk in Krems was verlaten. Het barokke interieur bevat een groot aantal werken van de belangrijke Oostenrijkse barokschilder Martin Johann Schmidt, de “Kremser Schmidt” genoemd. Eén van de belangrijkste is het hoogaltaar met de Hemelvaart van de Maagd Maria uit 1756. Ook het rechter zijaltaar, en de altaren op de noordelijke en zuidelijke schipmuren (St. Joseph en St. Aloysius) en het fresco bij de ingang van de Franz Xaver-kapel tegenover het hoofdportaal. Deze werden door de jezuïeten in 1640 aan de kerk gebouwd.

Museum Krems

Het Museum Krems vind je in het voormalige Dominicanen klooster. Rond 1265 werd het schip van de kerk voltooid, en werd het gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. Het koor werd pas 70 jaar later toegevoegd. Het venster boven het kerkportaal komt uit 1891. Het kloostergebouw heeft een trapeziumvormige binnenplaats dat parallel aan de kerk werd gebouwd, meerdere keren uitgebreid en gerenoveerd. Na de ontbinding van de Orde in 1784 door Joseph II, werden de gebouwen gebruikt als knopenfabriek, winkel, theater, bioscoop en brandweerdepot. De restauratie begon in 1961, terwijl ook de originele basiliek werd gerestaureerd. Veel muurschilderingen herinneren aan de oorspronkelijke middeleeuwse staat. De museumcollectie heeft sculpturen en laatgotische platen, tekeningen en schilderijen van Martin Johann Schmidt, en een folkloristische collectie gericht op het wijnbouwgebied. Ook zijn er regelmatig speciale tentoonstellingen en evenementen.

Meer informatie vind je hier.

Melk

Melk is een stadje in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk. Het ligt ten westen van Wenen. De plaats ligt aan de rechteroever van de Donau, die bij Melk via brug overgestoken kan worden. De rivieren de Pielach en de Melk monden bij de plaats Melk in de Donau uit. Het stadje ligt aan de rand van de Wachau, een gedeelte van het Donaudal waar veel wijnbouw is en dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat.

Abdij van Melk

In Melk vind je de wereldberoemde barokke abdij van Melk met schitterende kunst. Vooral de bibliotheek en de kloosterkerk met zijn vele fresco’s, zijn het bezichtigen waard. Keizer Franz Jozef I verbleef hier regelmatig als hij op doorreis was. Minder bekend is het concentratiekamp dat ook te bezoeken is. De abdij is aan de ene kant van het spoor en treinstation en het concentratiekamp is aan de andere kant te vinden. In het stadje zelf zijn ook nog enkele mooie, historische gebouwen te vinden, zoals een kerk, een oud postkantoor en museum en uiteraard allerlei soorten horeca en hotels. Tijdens mijn excursiereis naar Wenen en omgeving in 2003, heb ik ook het prachtige Melk bezocht.

Lees ook: Abdij van Melk

Monument voormalig crematorium

In Melk bevindt zich een monument ter nagedachtenis van de slachtoffers in het werkkamp dat behoorde bij het concentratiekamp Mauthausen. Hier waren ruim 14.000 gevangenen geïnterneerd, waaronder ook Nederlanders. De gevangenen moesten in diepe kwartsmijnen dwangarbeid verrichten ten behoeve van wapenproducent Steyr-Daimler Puch AG. Ruim 5.000 van hen kwamen hier, onder verschrikkelijke omstandigheden, om het leven. Het monument bevindt zich bij het voormalige crematorium en er is een tentoonstellingsruimte ingericht.

Concentratiekamp Mauthausen

De gevangenen van het concentratiekamp Melk werden ingezet bij de productie van kogellagers in een ondergrondse fabriek bij Roggendorf, bij de bouw van het tunnelstelsel van die fabriek of bij andere bouwprojecten. De meeste gevangenen moesten dagelijks per trein of te voet naar Roggendorf, waar ze verder naar de ingang van het tunnelstelsel in de Wachberg moesten lopen. Het geheime project van de ondergrondse kogellagerfabriek was van Albert Speer en/of Hans Kammler en had de codenaam “Projekt Quarz”. Er waren ook plannen voor de productie van vliegtuigmotoren, een ondergronds station en een raffinaderij, maar die plannen zijn niet gerealiseerd. Het gangenstelsel werd in de berg gegraven om de fabriek te beschermen tegen bombardementen van de geallieerden.

De gevangenen werkten in een ploegensysteem en sliepen in de Birago-kazerne. Het werk was zwaar en ze kregen zeer weinig en slecht te eten. Een beruchte kampbeul was Gottlieb Muzikant. Hij doodde gevangenen met dodelijke injecties, door te schieten of te verstikken. De gevangenen hadden weinig contact met de buitenwereld. Wel kwam er regelmatig een bakkersvrouw in het kamp die brood leverde. Zij werd door de gevangenen gewaardeerd. Ook de kamparts Josef Sora werd gewaardeerd. Hij zou zijn best gedaan hebben om de gevangenen met medische hulp bij te staan.

Behalve de slechte voorzieningen werden de gevangenen in het kamp ook mishandeld en vonden er executies plaats op verschillende manieren. Er stierven dagelijks tientallen gevangenen. In de maand januari 1945 stierven bijna 1100 gevangenen. In april 1945 zouden de gevangenen per schip naar Mauthausen gaan. Een klein deel is per schip gegaan, maar het grootste deel van de gevangenen moest langs de Donau lopend naar Mauthausen of Ebensee. Veel van hen hebben dat niet overleefd.

De kampcommandant Julius Ludolf, werd op 11 mei 1946 bij de Dachauprocessen ter dood veroordeeld en op 28 mei 1947 in de gevangenis van Landsberg opgehangen. De SS-officier Gottlieb Muzikant werd in 1959 in Fulda gearresteerd. Hij bekende dat hij in verschillende concentratiekampen 50 gevangenen gedood had. Hij is in 1960 door een Duitse rechtbank tot 35 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Voor de kamparts Josef Sora is later een standbeeld opgericht.

Meer informatie vind je hier.

Spitz

In het begin was de Wachau alleen het stukje tussen Spitz en Weißenkirchen. Het plaatsje Spitz ligt schilderachtig tussen de steile wijnbergen.

Mauritiuskirche

De kern van het plaatsje is bij de laatgotische Mauritiuskirche uit de 13de eeuw. Je ziet er een mooi 18de-eeuws hoogaltaar met engeltjes en een driedelig tabernakel. Het Maria-altaar is ook uit de 18de eeuw. Een aantal van de figuren, waaronder Maria, komt uit de late 16de eeuw. De houten figuren van Christus en de 12 apostelen in de nissen in het middelste gedeelte van de galerijen uit de 4e kwart van de 14e eeuw zijn gekleurd. In nissen bij de pijlers staan ​​twee stenen beelden van St. Benedict en Godehard, uit Niederaltaich in 1500.

Rotes Tor

Vanaf de Kirchenplatz loopt een pad omhoog door de wijnbergen naar de Rotes Tor, een overblijfsel van een middeleeuwse vesting. Dit is één van de stadspoorten van Spitz. De laatste van de zeven poorten die de Zweden in de Dertigjarige Oorlog hebben ingenomen, met hoge tol aan beide kanten. De naam van de poort is een herinnering aan deze bloedige tijd. Het wordt ook Schwedentor genoemd en is een populaire bestemming met een prachtig uitzicht op Spitz. Aan beide kanten van het pad zijn er gezellige wijnlokalen om eens te proeven wat er in deze streek wordt gemaakt. Ook de kleine Wehrkirche St. Michael is erg leuk om even te bezoeken.

Schifffahrtsmuseum

Het Schifffahrtsmuseum vind je in het voormalige Weinlesehof van het Beierse klooster Niederaltaich. Op deze plek werden de druiven ingezameld na de oogst. Het barokpaleis is volledig opnieuw gebouwd en er wordt nu de geschiedenis van de scheepvaart op de Donau getoond en over verteld. Het museum ligt een beetje buiten de gebaande paden, maar is wel goed te combineren met een wandeling door de wijnbergen van en naar het centrum.

Meer informatie vind je hier.

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

Latest posts by Astrid (see all)