Als je baby vier maanden is kun je beginnen met het geven van vaste bijvoeding, al dan niet gepureerd. Bij onze zoon zijn we met vijf maanden begonnen. Met name omdat hij bij de controle op het consultatiebureau niet zo heel veel was aangekomen. De borstvoeding is op die leeftijd echter nog steeds het belangrijkste, het bevat alle voedingsstoffen die meneer nodig heeft. Daarom is er ook sprake van bijvoeding. We begonnen met het geven van een lepeltjespapje. En later met een fruit- en groentenhapje. Het advies of je eerst moet beginnen met groenten of fruit wisselt per jaar dus dat moet je op gevoel doen en kijken naar wat je kind aangeeft.

Lees ook: Borst- of flesvoeding; wat heb je nodig en moet je in huis hebben?

Voeding baby 0 tot 4 maanden

In deze periode krijgen baby’s enkel borst- of flesvoeding.

Bij borstvoeding betekend dit gemiddeld 8 tot 10 voedingen per dag, waarbij er gelet wordt op de vraag van de baby. Na vier maanden is dit meestal teruggebracht naar 5 a 6 keer per dag, om de drie uur. Krijgt de baby gekolfde melk dan zal dit meestal 200 mL zijn. Over het algemeen zorgt borstvoeding ervoor dat de baby ‘slechts’ een poepluier per week heeft.

Lees ook: Borstvoeding; moedermelk geven aan je baby. Alles van de eerste colostrum, tot aan aanmaak, problemen en lactatiekundige.
Lees ook: Colostrum; eerste baby melk na zwangerschap. Van wat is het tot werking, en ervaringen.

Bij flesvoeding wordt er in eerste instantie ook 8 tot 10 keer gevoed met maximaal 50 mL (de inhoud van de maag van een pasgeboren baby). In vier maanden loopt dat terug naar 5 keer per dag 210 mL en gemiddeld een poepluier per dag. Voor baby’s die veel last hebben van reflux kan een oplossing met johannesbroodpitmeel proberen.

Lees ook: Flesvoeding schema voor je baby met tijden en hoeveelheden per maand en ervaringen 
Lees ook: Flesweigeraar; Tips voor als je baby fles niet snapt / kunstvoeding weigert

Voeding 4 tot 6 maanden

Op deze leeftijd is melkvoeding nog steeds de belangrijkste voeding voor je baby. Vaste voeding is een zogenaamde bijvoeding.

Als je borstvoeding geeft zullen dit minimaal 4 a 5 voedingen per dag zijn, meer mag je natuurlijk altijd op verzoek geven.

Als je flesvoeding geeft zijn dit 4 a 5 flesjes om de 5/6 uur van 150 tot 210 mL per flesje.

Daarnaast kan je kiezen voor de introductie van vaste voeding. Vroeger adviseerde het consultatiebureau om te wachten tot 6 maanden voor er begonnen kan worden met de eerste hapjes vaste voeding. Het voedingscentrum adviseert dit nog steeds. Tegenwoordig wordt er meer gekeken naar de baby zelf en kan dit ook al vanaf vier maanden. Als een baby smakgeluidjes gaat maken, of je nadoet tijdens het eten kan dit een signaal zijn dat hij er klaar voor is. Het geven van bijvoeding kan echter wel betekenen dat de melkproductie terugloopt. De kans op voedselallergie is groter als je pas na 6 maanden begint met bijvoeding van je baby. Onderzoekers raden daarom tegenwoordig aan te starten met de eerste oefenhapjes vanaf 4 maanden. Twijfel je of je met 4 of 6 maanden moet beginnen lees dan eens dit verhaal. Eerder beginnen met vast voedsel kan het risico op het ontwikkelen van een voedselovergevoeligheid vergroten en een negatief effect hebben op je melkproductie.

Met oefenhapjes went je baby aan andere smaken dan die van warme melk. Hij leert happen van een lepel en oefent de mondspieren. Dit is goed om te leren praten straks. Een andere manier van eten is wennen. Je baby zuigt meer van het lepeltje dan dat hij hapt. Maar je zult zien: het gaat steeds beter. De eerste hapjes vervangen nog geen borst- of flesvoeding, een eetlepel fruit of groenten per dag is meer dan voldoende. Wel kun je het aanbieden van de oefenhapjes het beste proberen op het moment dat je baby anders een voeding krijgt. Vul dit aan met de gewone melkvoeding. Langzaamaan eet je baby steeds meer en vervangt het één borst- of flesvoeding zodat je kan gaan afbouwen. Als je baby gewend is aan vast voedsel, is het tijd voor een tweede vaste voeding.

De eerste stapjes kunnen zijn het vervangen van de fles rond 9 uur door een flesje met rijstebloem, maïsmeel of pap, aangemaakt met nutrilon of moedermelk (voor het laatste is er speciale biologische rijstebloem op de markt). Dit verdraagt je baby het beste en zo leert je baby te happen van een lepel. Rond 15.00 kan er een kleiner flesje gegeven worden in combinatie meteen paar hapjes groenten of fruit. Als een baby maar een hapje wilt of het uitspuugt is dit geen probleem, dit hoort bij het leerproces. Gemiddeld moet een baby iets 10x geproefd hebben voordat het gewend is aan de nieuwe smaak.

Na een paar dagen kun je je baby laten proeven van fijngemalen fruit en groente. Zorg ervoor dat het eten gepureerd en half vloeibaar is. Pap, fruit en groenten kun je bijvoorbeeld aanlengen met de melk die je baby gewend is te drinken. Je kunt groente en fruit ook stomen of koken en af laten koelen. Dan is het vruchtvlees zachter. Waar je mee begint maakt niet uit, zolang het een paar hapjes zijn. Borstvoeding blijft het belangrijkste. In het begin kun je verschillende smaken beter niet mengen. Je baby heeft tijd nodig om te wennen aan de verschillende smaken. Deze onderscheidt hij beter als je ze apart aanbiedt. Als je baby eenmaal aan verschillende soorten is gewend, kun je ze natuurlijk wel mengen. De vaste voeding is dus nog geen vervanging van een fles, maar meer bedoeld aan het wennen van nieuwe structuren en een nieuwe handeling.

Vaste voeding baby 6 tot 8 maanden

Borstvoeding bevat de eerste zes maanden alle benodigde voedingsstoffen voor een gezonde, voldragen baby. Bovendien voorziet borstvoeding in een emotionele behoefte van het kind. De Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef adviseren dan ook om in ieder geval zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Na die eerste zes maanden zijn de meeste baby’s toe aan het leren eten van ander voedsel; hun darmen zijn voldoende uitgerijpt om de eerste kleine hapjes te kunnen verteren.

In deze periode blijft melkvoeding de standaard ‘maaltijd’ van een baby maar kan je fijngemalen hapjes rustig vervangen door vaster voedsel. Een baby mag zijn eerste boterhamkorstjes gaan eten (om te oefenen met kauwen). Het groenten en of fruithapje mag ook minder fijn zijn, zo kan je zacht