Valkenburg ligt in een dal van het riviertje de Geul. Diverse steile hellingen leiden naar het Centraal Plateau en naar het Plateau van Margraten. Bekende hellingen (onder andere in verband met wielrennen) zijn de Cauberg, de Sibbergrubbe en de Emmaberg. Een deel van de hellingen is bebost. De bodem bestaat uit löss of Limburgse klei. In de ondergrond liggen dikke lagen Limburgse mergel, soms afgewisseld met vuursteen, die beide soms aan de oppervlakte komen. Beide soorten natuursteen worden al eeuwenlang gewonnen en hebben hun sporen in het landschap nagelaten.

Lees ook: Limburg met kinderen wat te doen? Leukste activiteiten, goedkope uitjes, bezienswaardigheden en tips dagje uit

Historische & Winkelcentrum

Het stadscentrum van Valkenburg bestaat uit twee delen: de historische kern en het winkelgebied. De middeleeuwse kern van Valkenburg is klein. Een groot deel van de bebouwing is van lokale mergelsteen, wat geleid heeft tot de zelfgekozen titel “Valkenburg Mergelstad”. Het huidige winkelcentrum van Valkenburg bevindt zich ten noorden van de historische kern rondom het Theodoor Dorrenplein. Valkenburg kent verschillende pleinen, alle buiten het historische centrum gelegen. Van west naar oost: Grendelplein, Theodoor Dorrenplein, Walramplein en Berkelplein.

Geschiedenis

Al vele duizenden jaren is er menselijke bewoning in de Geulvallei. Het complex van prehistorische vuursteenmijnen aan de Plenkertstraat was al omstreeks 3300 voor Chr. in werking. Vele gevonden gebruiksvoorwerpen en diverse fundamenten van bouwwerken zijn het bewijs van een vrij intensieve bewoning in de Romeinse tijd. Ten noorden van Valkenburg, lagen enkele villae rusticae: de Romeinse villa Valkenburg-Vogelenzang, de Romeinse villa Valkenburg-Bosstraat en de Romeinse villa Valkenburg-Heihof. De laat-Romeinse wachtpost op de Goudsberg kondigde het einde van de Romeinse en het begin van de Frankische tijd aan.

De naam Valkenburg verwijst waarschijnlijk naar de de jacht met valken, die in de middeleeuwen populair was bij de adel. Waarschijnlijk was het Gosewijn I van Valkenburg, die op de Heunsberg het eerste kasteel van Valkenburg bouwde en van daaruit de stad en het Land van Valkenburg bestuurde. Geleidelijk groeide aan de voet van de Heunsberg een nederzetting, die echter in alle opzichten afhankelijk was van de hooggelegen burcht. De heren van Valkenburg bezaten onder meer het patronaatsrecht van de kerk van Valkenburg en zorgden voor het onderhoud van de verdedigingswerken. Belegeringen en veroveringen typeren de geschiedenis van Valkenburg. Zo werd in 1327 tijdens een belegering door hertog Jan III van Brabant de Geul afgedamd en het stadje onder water gezet.

Leden van het huis Heinsberg-Valkenburg speelden een belangrijke rol in de West-Europese geschiedenis. Twee leden van de familie bekleedden de belangrijke post van aartsbisschop en keurvorst van Keulen: Filips I van Heinsberg en Engelbert II van Valkenburg. In 1352 stierf de Valkenburgse dynastie uit. Toch bleef het Land van Valkenburg min of meer zelfstandig onder Brabants toezicht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vonden diverse belegeringen plaats. In 1644 werd in Valkenburg het simultaneum ingevoerd, wat betekent dat de parochiekerk vanaf dat moment gedeeld moest worden door rooms-katholieken en protestanten. Het kasteel van Valkenburg werd in het rampjaar 1672 verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van konden maken. Slechts twee stadspoorten (de Berkelpoort en de Grendelpoort) en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. De machtige hoogteburcht was nog slechts een ruïne. Valkenburg was vanaf dat moment niet langer een vestingstad, maar bleef bestuurlijk belangrijk.

Rond het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde zich een nieuwe bron van inkomsten in het tot dan toe voornamelijk agrarisch georiënteerde stadje: het toerisme. De opening van de spoorlijn Aken – Maastricht in 1853 met het Station Valkenburg (het oudste nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Nederland) was daarbij erg belangrijk. Om de toeristen van informatie en vermaak te voorzien, werd in 1885 in Valkenburg de eerste VVV van Nederland opgericht. Bij de bevrijding door de Amerikanen in september 1944 werden in Valkenburg grote verwoestingen aangericht, waarbij onder andere alle Geulbruggen en enkele hotels werden opgeblazen.

Cauberg

De Cauberg is een heuvel, helling en straat. De Cauberg is vooral bekend uit de wielersport; de helling werd vele malen in het parcours van belangrijke kampioenschappen opgenomen. Daarnaast zijn er op de Cauberg enkele belangrijke toeristische attracties, gedenktekens en rijksmonumenten. De weg is onderdeel van de provinciale weg 590. De voet van de helling bevindt zich vlak bij de Grendelpoort. Het gebied aan de voet van de Cauberg direct buiten de Grendelpoort heet Grendelplein, een druk uitgaanscentrum met veel hotels, cafés en restaurants. Vanaf het Grendelplein loopt de helling direct vrij steil omhoog in zuidwestelijke richting. De naam Cauberg is mogelijk afgeleid van het Keltische woord kadeir of calm, dat ‘hoogte’ of ‘heuvel’ betekent. De naam Cauberg zou echter ook kunnen afstammen van de familie Van Caldenborgh, afkomstig uit het naburige dorp Berg, die de Cauberg in haar bezit zou hebben gehad.

De Cauberg speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het toerisme in Valkenburg. In 1898 werd er in het Rotspark een houten uitzichttoren gebouwd, een voorloper van de Wilhelminatoren, die in 1906 op de tegenoverliggende Heunsberg verrees. In de jaren 1960 en ’70 was op het terrein van het huidige Kuurpark een skelterbaan gevestigd. Aan de voet van de Cauberg, op het Grendelplein, staat het monument De Valk, drie bronzen valken op een hardstenen zuil, op de plek waar tot het fatale busongeluk van 1954 het neogotische mergelmonument van Cuypers stond. In het voorjaar wordt hier de Valkenburgse meiboom opgericht; in de winter staat er een grote kerstboom.

Begraafplaats Cauberg

De Begraafplaats Cauberg is aangelegd op een steile helling aan de zuidzijde van de heuvel en heeft terrassen met voor Nederland unieke bovengrondse galerijgraven. De begraafplaats telt bovendien enkele grafmonumenten uit de late 19e en vroege 20e eeuw, waarvan er een aantal rijksmonument zijn. De neogotische grafkapel van de familie Habets is ontworpen door de bekende architect Pierre Cuypers, die enige tijd in Valkenburg woonde. Cuypers maakte ook het ontwerp voor de Romeinse Katakomben en het Valkenburgs Openluchttheater, beide dicht bij de voet van de Cauberg gelegen.

Verzetsmonument

Hogerop de heuvel, vlak bij de eerste bocht, bevindt zich het provinciaal verzetsmonument, op de plek waar in de Tweede Wereldoorlog de jonge verzetsstrijders Sjeng Coenen en Joep Francotte werden gefusilleerd. De zeshoekige gedachteniskapel heeft een langgerekte luifel en een piramidevormig dak. Op de achterwand staan de namen van 324 omgekomen verzetsmensen uit heel Limburg. Naast de kapel staat een vredescarillon met tien bronzen klokken. Vlakbij bevindt zich ook een gedenkteken voor de Valkenburgse wielrenner Jan van Hout die in februari 1945 op 36-jarige leeftijd in het concentratiekamp Neuengamme overleed.

Thermae 2000

Op de top van de Cauberg ligt Thermae 2000 verscholen in het groen. Thermae 2000 werd door twee fysiotherapeuten in 1989 opgericht als kuuroord. Het bijzondere, thermale water is goed voor spieren en gewrichten en heeft bovendien een extra ontspannende werking. Het thermale bronwater van Thermae 2000 komt uit diepe bronnen die al meer dan 40.000 jaar in de kalkrijke Limburgse bodem verscholen hebben gelegen en zit vol spoorelementen en mineralen. De oprichters, fysiotherapeuten Dhr. Jaspars en Dhr. Verschuur, bedachten de basisfilosofie Mens Sana in corpore sano, dat betekent: een gezonde geest in een gezond lichaam. Dat het water uit de Cauberg een bijzondere werking heeft, wordt bevestigd door het Duitse predicaat dat het eigen thermaal bronwater draagt: “Ursprungliches reines Wasser”. Water met heilzame werking met effect op spieren en gewrichten. Verlichtend voor onder andere reumapatiënten, maar voor iedereen een bijzonder ontspannende werking.

Meer informatie vind je hier.

Holland Casino

Ongeveer halverwege de Cauberg bevindt zich aan de noordkant van de weg een vestiging van het Holland Casino. Het landschapspark rondom het casino vormt een eenheid met het Rotspark op de noordelijke helling van de Cauberg en heet sinds begin 21e eeuw Kuurpark Cauberg. Iets verderop vind je het kuuroord Thermae 2000. Het kuuroord is verbonden met het parkeerterrein bij het casino door middel van een voetgangersbrug over de Cauberg. In 2012 werd op de Cauberg de Hill of Fame onthuld, een serie stalen tegels met opschrift, waarmee de wereldkampioenen wielrennen worden geëerd.

Meer informatie vind je hier.

Landal Kasteeldomein de Cauberg

Boven op de Cauberg bevindt zich het Landal Kasteeldomein De Cauberg, onderdeel van Landal GreenParks. Het vakantiepark is gebouwd in postmodernistische stijl met enkele appartementencomplexen in de vorm van Limburgse kasteelhoeven en een aantal vakantiehuizen in vakwerkstijl.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook: Landal Kasteeldomein de Cauberg

Grotten Valkenburg

Fluweelengrot

De Fluweelengrot is één van de gangenstelsels onder Valkenburg. Vanaf ongeveer 1050 gebruikte men dit gangenstelsel voor de mergelwinning, voornamelijk voor de bouw van het kasteel van Valkenburg. Tegenwoordig vormt het gangenstelsel samen met de Valkenburgse kasteelruïne een historisch museum. De grot dankt zijn naam aan Andreas Flouin. In de 17e eeuw was de grot zijn eigendom. Een andere lezing is dat de grot is vernoemd naar het Fluwientje, de steenmarter met een fluweelzachte vacht. Door de winning van mergel is een uitgebreid labyrint van gangen en tunnels ontstaan. De lengte van de Fluweelengrot bedraagt ruim 5 kilometer, waarbij het complete gangenstelsel van alle grotten in Valkenburg meer dan 200 kilometer bedraagt.

In 1937 werd er een heel nieuw gedeelte van de grot blootgelegd. Waarbij er diverse vluchtgangen van het kasteel naar de grotten per toeval werden ontdekt. Deze gangen zijn uitgehouwen door vijandelijke legers die op deze manier het kasteel probeerden te ondermijnen. Vanuit het kasteel werden gangen teruggegraven om de vijanden dwars te liggen. Een groot deel van de vluchtgangen is vernietigd/beschadigd door het uitgraven van de Fluweelengrot, men wist niet van het bestaan van de gangetjes af. Een deel van de gangen is in de 20e eeuw gerestaureerd en wordt tegenwoordig gebruikt om via de rondleiding door de Fluweelengrot op de kasteelruïne naar buiten te komen.

In de Franse Tijd vervulde de grot een belangrijke rol. Omdat de kerk niet meer gebruikt mocht worden werd in de grot een kapel gemaakt. Pastoor Widdershoven bracht daar iedere zondag een mis maar gebruikte de kapel ook om te dopen. Bij een doop moest de persoon wel zijn eigen water meenemen: mergelsteen houdt namelijk geen water vast. Ook in de Tweede Wereldoorlog diende de grot als schuilplaats. In het begin van de oorlog werd Valkenburg gespaard voor het oorlogsgeweld. In september 1944 diende de grot als schuilplaats voor de bevolking toen er hevige gevechten plaatsvonden. Ongeveer 400 mensen scholen voor het geweld dat de bevrijding van Valkenburg met zich meebracht. Na 6 dagen en 6 nachten werden zij door de geallieerden bevrijd. Na de bevrijding was de Fluweelengrot een tijd veldhospitaal voor Amerikaanse soldaten. In het gangenstelsel zijn op veel plekken ook nog steeds handtekeningen te vinden die door soldaten zijn achtergelaten. Bijzonder is een aantal silhouetten van de laatste lichting soldaten die de grot bezocht.

Net als het kasteel van Valkenburg wordt de Fluweelengrot beheerd door de stichting kasteelruïne Valkenburg. De grot is te bezoeken met rondleidingen, deze zijn in combinatie met een bezoek aan de Kasteelruïne.

Meer informatie vind je hier.

Gemeentegrot

Aan de rechterzijde ligt, net buiten het centrum van Valkenburg, de ingang van de Gemeentegrot, een mergelgroeve, waar regelmatig rondleidingen worden gegeven. In de groeve zijn gangenstelsels die teruggaan op middeleeuwse mergelwinning, een ondergronds meertje en groot aantal houtskooltekeningen en mergelsculpturen. Schuin tegenover de Gemeentegrot ligt het voormalige klooster van de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria (‘paters van de Cauberg’), dat begin 21e eeuw werd verbouwd tot luxe zorgappartementencomplex Domaine Cauberg.

Meer informatie vind je hier.

Lourdesgrot

Verderop ligt de Lourdesgrot, een replica van de grot in Lourdes. De Valkenburgse Lourdesgrot maakt gebruik van een spelonk in de mergelwand, waardoor het redelijk authentiek overkomt. Bij de grot ligt een openluchtkapel, waar missen worden opgedragen en de rozenkrans wordt gebeden. Op het terrein bevindt zich een winkel voor religieuze artikelen.

Lees ook: Grotten Europa; de mooiste, diepste en bijzondere grotten om te bezoeken.

Musea Valkenburg

Museum Romeinse Katakomben

De Romeinse Katakomben zijn een ondergronds gangenstelsel. Het is een uiterst zorgvuldige replica van delen van de catacomben in Rome. Aan het begin van de 20e eeuw werden in de Heidegroeve onder leiding van architect Pierre Cuypers delen van de belangrijkste catacomben in Rome met grote precisie uitgehouwen in het kalksteen van Valkenburg. De ingang van de Romeinse Katakomben liggen aan de Plenkertstraat vlak bij de De Leeuw bierbrouwerij en de vuursteenmijnen van Valkenburg. In de zestiende eeuw werden in de zachte tufsteenbodem van Rome de ondergrondse begraafplaatsen van de eerste christengemeente herontdekt. In uitgebreide gangenstelsels zijn er duizenden eenvoudige, vaak anonieme, grafnissen uitgehouwen. In de vierde eeuw verkregen deze catacomben een enorme belangstelling en werden toen steeds meer voorzien van decoraties, gewelven, trappen en kapellen.

Meer informatie vind je hier.

Museum Land van Valkenburg

Museum Land van Valkenburg is een museum in het centrum van Valkenburg, in het voormalige raadhuis en postkantoor. De collectie bestaat uit een aantal zeer verschillende verzamelingen op het gebied van geologie, Romeinse en middeleeuwse archeologie, lokale geschiedenis en een bescheiden collectie kunst. De geschiedenis van het gebouw van Museum Land van Valkenburg is ouder dan het museum zelf. Het gebouw dateert uit 1900. Het Streekmuseum werd in 1948 opgericht als museum voor heemkunde van Valkenburg en omgeving. Het museum was eerst gevestigd in kasteel Den Halder, maar verhuisde later naar het voormalig stadhuis/postkantoor. In de jaren 1980 stond het museum bekend onder de naam Museum Oud Stadhoes. In 1990 werd het gebouw gerenoveerd en werden kunst en historie samengevoegd. In 2007 werd de naam gewijzigd in Museum Land van Valkenburg.

Het gebouw van Limburgse mergel telt twee bouwlagen en een kapverdieping onder een hoogopgaand schilddak. Het gemeentehuis was gevestigd in het rechter gedeelte van het pand, het postkantoor in het middendeel. Het linkerdeel was als woonhuis in gebruik. De statige entree van het stadhuisgedeelte wordt gevormd door de toegangstrap en het bordes met hardstenen balustrade. Op de balustrade van het balkon zijn twee leeuwen in natuursteen geplaatst, die elk het wapen van Valkenburg vasthouden. Dit middendeel van de gevel wordt bekroond door een achtzijdig torentje en een puntdak waarop een valk is geplaatst. Het torentje bevat een uurwerk, een jaarsteen en twee wapenstenen.

Het middendeel van de frontgevel wordt gedomineerd door een groot venster op de begane grond met tracering in mergel. Hieronder is het embleem van de posterijen aangebracht. Het postkantoor had een eigen entree. De gevel van het voormalig woonhuis ter linkerzijde is hoger dan de rest van het pand. Dit geveldeel heeft een topgeveltje. Op de begane grond bevinden zich de entree, de kassaruimte en de op een verhoging gelegen ontvangstkamer, waar een leestafel staat en een museumwinkel is ingericht. Achter het historische pand bevinden zich een tweetal later gebouwde museumzalen, die voor wisselende exposities benut worden. De tweede verdieping wordt eveneens benut voor tijdelijke exposities, meestal over onderwerpen uit de lokale geschiedenis (onder andere over de Schaelsberger kluis).

Meer informatie vind je hier.

Historische bezienswaardigheden

Oude Molen

De Oude Molen of Banmolen is een watermolen die gebruikmaakte van het water van een tak van het riviertje de Geul en staat midden in Valkenburg. Tegenwoordig draait de Francisturbine nog wel, maar vindt de aandrijving plaats door een elektromotor. In de vroegste molengeschiedenis hadden de Heren van Valkenburg de molen in bezit. Vanaf 1648 was de molen in het bezit van de Raad van State van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De inwoners van 25 dorpen en buurtschappen waren tot de Franse tijd verplicht om hier hun graan te laten malen, vandaar de naam banmolen.

In de 19e eeuw bestond de watermolen uit twee raderen, waarbij het achterste rad gebruikt werd voor het malen van graan en het voorste rad voor het pellen van gerst.
In 1860 werd het grootste gedeelte van het pand gelegen op de linkeroever met de voorste molen afgebroken. Het werd vervangen door een groot molengebouw van mergelsteen en muurankers en had drie verdiepingen. De voorgevel werd toen over de molentak heen gebouwd en het voorste deel werd de “Groote Molen” genoemd. Het achterste deel van de molen (“Boerenmolen” genaamd) bleef gehandhaafd.

In de nacht van 21 op 22 december 1901 brandde de watermolen af. In verband met instortingsgevaar moest de topgevel worden gesloopt. De molen werd herbouwd en men verkreeg in 1902 toestemming van het provinciebestuur om het waterrad te vervangen door een turbine en de over de Geul gelegen gewelven van de voorgevel te vervangen door ijzeren balken. De bestelde turbine werd niet geleverd en de molen had toen alleen nog een waterrad. In 1919 kreeg de watermolen een Francisturbine, die al werkt bij een valhoogte van twee meter. In 1960 kwam de molen stil te staan en verviel het pand langzaam aan tot een krot. In 1984 werd de molen gekocht door Alexis Maria Theodorus Plantaz, die de eigenaar is van de Muggemolen te Eijsden, en ging de Oude Molen gebruiken voor het malen van biologische tarwe en voor andere biologische producten. In 2003 werd het complex gekocht door Vereniging Hendrick de Keyser. In de periode 2004 tot 2006 werd het complex gerestaureerd waardoor de woningen weer bewoond kunnen worden.

Kasteel Oost

Kasteel Oost is een kasteelachtig landhuis, gelegen aan de Oosterweg in een bocht van de rivier de Geul ten oosten van het stadje. Het kasteel is omgeven door een formele tuin en een landschapstuin. De eerste vermelding van het kasteel zou kunnen dateren uit 1340. In 1563 werd de naam “Hof van Oost” voor het eerst genoemd in een document, In 1624 en 1631 gingen de rechten van de heerlijkheid Strucht, waar Oost onder viel, over op de familie De Groot. In het Partagetraktaat van 1661 werd Oost ingedeeld bij de Spaanse gebieden. In 1663 werd het goed opgedragen als een leen van het hertogdom Brabant. Na een overeenkomst door Adriaan II de Groot met de heerlijkheid Schin op Geul noemt de familie zich “heren van Oost op Geul”.
Tijdens en na de Franse tijd was kasteel Oost jarenlang onbewoond, waardoor het in verval raakte. In deze periode fungeerde de kapel als bewaarplaats van goederen van de H.H. Nicolaas en Barbarakerk van Valkenburg. Op de Tranchotkaart uit begin 19e eeuw is een omgracht gebouw te zien met vier vleugels rondom een rechthoekig binnenplein.

Rond 1830 werd het landhuis aangekocht door jonkheer Louis Libert Guillaume Marie de Villers de Pité, lid van de familie De Villers de Pité. Deze liet tussen 1830 en 1839 ingrijpende verbouwingen en restauraties uitvoeren waarbij het gebouw zijn huidige uiterlijk kreeg. De zuidvleugel werd verbouwd in neoclassicistische stijl. Na de Tweede Wereldoorlog werd kasteel Oost als vijandelijk vermogen in beslag genomen door de Nederlandse Staat. In 1950 werd het complex aangekocht door de gemeente Valkenburg-Houthem. In de jaren 1950 werd op een deel van het voormalige landgoed, grenzend aan de bebouwde kom van Valkenburg, de nieuwe woonwijk Oost aangelegd. Van 1951 tot 1971 had het kasteel de functie van landbouwschool en van 1979 tot 1981 was er een letterkundig centrum in gevestigd. In 1996 werden het kasteel en de bijgebouwen opnieuw uitvoerig gerestaureerd. Sinds 2010 is er The International Butler Academy in gevestigd. In het koetshuis is een café-restaurant gevestigd. Ernaast bevindt zich al tientallen jaren een populaire speeltuin.

Het okerkleurige, in mergel opgetrokken kasteel, bestaat uit een hoofdgebouw, twee zijvleugels, een vrijstaand koetshuis en enkele kleinere gebouwen. Het hoofdgebouw heeft een landhuisachtig uiterlijk en werd in de jaren 30 van de 19e eeuw in neoclassicistische stijl verbouwd. De ingang bestaat uit drie identieke deuren aan een hoog bordes, bereikbaar via een brede trap. Daarboven bevindt zich een balkon. De deuren en ramen hebben met elkaar verbonden rondbogen. De twee hoofdverdiepingen worden gedeeld door een kroonlijst. De bedaking bestaat uit een schilddak van leisteen.

De achterzijde van het hoofdgebouw, grenzend aan de kasteeltuin, wordt gekenmerkt door een centrale, halfronde uitbouw met op beide verdiepingen drie rondboogdeuren. Op de benedenverdieping dragen vier Dorische zuilen een balkon. Op de bovenverdieping vormen Ionische pilasters een voortzetting van de klassieke gevel. Een brede trap geeft vanaf het ruime bordes toegang tot een formele tuin in Franse stijl, die overgaat in een Engelse landschapstuin met een mini-zoo, grenzend aan de rivier de Geul.

Verdedigingsbouwwerken Valkenburg

In het centrum van Valkenburg liggen bouwwerken die van strategisch belang waren voor de hoofdstad van het Land van Valkenburg, onder andere de ruïne van het Kasteel Valkenburg (de enige hoogteburcht in Nederland), het Kasteel Den Halder (oorspronkelijk een middeleeuwse vestingtoren, later verbouwd tot kasteelachtig huis), een deel van de middeleeuwse stadsmuur (in het Den Halderpark), de twee stadspoorten Berkelpoort en Grendelpoort. Deze laatste poort is in 2014 gerestaureerd en deels herbouwd, terwijl in hetzelfde jaar ook de reconstructie van de verdwenen Geulpoort is begonnen.

Kasteelruïne Valkenburg

Kasteel Valkenburg is een kasteelruïne. De hoogteburcht ligt op de Heunsberg, een uitloper van het plateau van Margraten. Het kasteel, ooit de burcht van de heren van Valkenburg, werd in 1672 verwoest maar nooit geheel afgebroken. Waarschijnlijk was het Gosewijn I van Valkenburg (uit het Huis Heinsberg), die omstreeks het jaar 1075 op de Heunsberg nabij de Geul het eerste kasteel van Valkenburg bouwde. Deze versterking bestond uit een zware vierkante woontoren van 12 bij 18 meter. De toren was gebouwd van vuursteen en andere harde natuursteensoorten. Al in 1122 werd deze toren vernietigd op bevel van keizer Hendrik V. Op de plek van de verwoeste toren werd door Gosewijn II een nieuw kasteel gebouwd. Deze burcht had de vorm van een zware zestienhoekige toren van mergel. Deze mergel werd uit een dagbouwgroeve gewonnen. De restanten van deze groeve zijn bij vernieuwing van het entreegebouw van de ruïne bij toeval gevonden. De doorsnede van de tweede burcht was 15 meter en de muren waren twee meter dik. De burcht werd weer omringd door een palissade. Aan de voet van de burcht ontwikkelde zich een stadje. Ook Gosewijn II kwam een paar keer in conflict met de Duitse keizer, wat in 1141 opnieuw resulteerde in de verwoesting van het kasteel en het stadje.

Omstreeks 1200 werd een tienhoekige toren gebouwd ter vervanging van de veel grotere zestienhoekige toren. De palissade werd vervangen door een stenen schildmuur en er kwamen andere bijgebouwen op het kasteelterrein. Omstreeks 1250 stond er een complex waar de huidige putkamer, een deel van de huidige kapel en een voorloper van de huidige ridderzaal deel van uitmaken. In de eerste helft van de 14e eeuw werd het kasteelterrein vergroot door middel van het storten van puin. De tienhoekige toren verdween. Hiervoor in de plaats kwam een groot gebouw met twee vleugels omringd door een ruime schildmuur voorzien van twee zware, ronde verdedigingstorens. In 1352 stierf de Valkenburgse dynastie uit en verwierf Brabant door aankoop het Land van Valkenburg. Toch bleef het kasteel van Valkenburg van belang. In latere jaren bewoonden de drossaarden namens de hertogen van Brabant het kasteel en zorgden voor het behoud van de verdedigingswerken. De drossaard Dirk van Pallandt zorgde er in 1465 voor dat het beleg door de Luikenaren kon worden afgeslagen.

Op 26 mei 1672, aan het begin van de Hollandse Oorlog, werd kasteel Valkenburg ingenomen door Franse troepen met als doel Maastricht te veroveren. Toen Staatse troepen op 6 december erin slaagden Valkenburg te heroveren werd besloten om het kasteel en de stadswallen te verwoesten. De hoogteburcht werd op bevel van stadhouder Willem III opgeblazen en de vesting ontmanteld. Van de vesting Valkenburg zijn nu alleen de kasteelruïne, een verdedigingstoren (opgenomen in het stadskasteel Den Halder), twee stadspoorten (de Berkelpoort en de Grendelpoort) en een deel van de stadswallen over.

Na een verwoestende stadsbrand in 1773 gebruikten de Valkenburgers de kasteelruïne als steengroeve om de verwoeste huizen in Valkenburg weer op te bouwen.
Vanaf 2005 werden diverse delen van de vesting Valkenburg gerestaureerd en in sommige gevallen herbouwd. Ook de kasteelruïne is in deze periode opnieuw gerestaureerd en beter toegankelijk gemaakt. In 2013 werden een glazen entreegebouw aan het Grendelplein, een nieuwe lift en een horecapaviljoen in gebruik genomen.

Aan de zuidkant van het kasteel ligt de dwingel, een verdiept aangelegde toegangsweg tussen hoge muren en rotswanden, aan het einde waarvan zich de kasteelpoort bevond. De dwingel stond onder voortdurende bewaking. Vanaf de kasteelmuren konden kwaadwillende bezoekers worden bestookt door onder anderen boogschutters. In het kasteel zijn nog diverse tunnels en kazematten aanwezig. Enkele tunnels staan in verbinding met de Fluweelengrot en konden als uiterste vluchtwegen worden benut.

Wat tegenwoordig de ridderzaal wordt genoemd is in feite de benedenverdieping van de eigenlijke zaal. Waarschijnlijk waren hier keukens en dienstvertrekken gevestigd. De zware pilaren ondersteunden de gotische gewelven waarop. Na de verwoesting van het kasteel door Jan III van Brabant in 1329 werd de woonvleugel in de jaren daarna door Dirk IV opnieuw gebouwd in gotische stijl.

Zoals de meeste kastelen bezat ook het kasteel van Valkenburg een eigen kapel. In de slotkapel werd dagelijks een mis opgedragen, waarschijnlijk door de pastoor of een kapelaan van de H.H. Nicolaas en Barbarakerk. In 1226 wordt in Valkenburg voor het eerst van een kerk gesproken. In 1281 wordt deze kerk losgemaakt van de moederkerk in Oud-Valkenburg en wordt Valkenburg een zelfstandige parochie.

De ruïne kan zowel zelfstandig als met een rondleiding bezocht worden en in de vakantieperiodes vinden er geregeld speciale activiteiten zoals roofvogelshows plaats. De opbrengsten uit de ticketverkoop worden vrijwel geheel gebruikt om de kasteelruïne in stand te houden. In 2012 en 2013 is het gehele entreegebied van de kasteelruïne vernieuwd en toegankelijk gemaakt voor mindervaliden. Op het terrein bevindt zich tevens een modern horecapaviljoen uit 2013 met een groot terras.

Meer informatie vind je hier.

Stadsmuur

De stadsmuur verbond het kasteel en de twee bolwerken van de vesting Valkenburg. De vesting was grotendeels omgeven door een singelgracht. Aan de noordzijde vormde de rivier de Geul een natuurlijke gracht. Bij de bewaard gebleven westelijke stadsmuur is in 2014 de verdwenen stadsgracht opnieuw uitgegraven. Vlakbij de gereconstrueerde Geulpoort zijn delen van de aansluitende stadsmuur herbouwd. Ook zijn er plannen om delen van de stadsmuur bij de Berkelpoort en op het Walramplein te herbouwen.

De stadsmuur werd op regelmatige afstanden onderbroken door verdedigingstorens. Bij herstelwerkzaamheden van de Geulkades zijn in de afgelopen jaren fundamenten van een vijftal halfronde torens of rondelen teruggevonden. Deze locaties worden nu gemarkeerd door middel van halfronde houten uitzichtplatforms.
Er waren ook drie stadspoorten: de Grendelpoort, de Berkelpoort en de Geulpoort of Molenpoort. Daarnaast waren er nog een aantal kleine doorgangen in de stadsmuur. Zo lag de Nieuwpoort waarschijnlijk bij de Sint Pieterstraat; de Drenckpoort was een zijpoortje van de Geulpoort of lag ter plaatse van de nog bestaande westelijke walmuur. Verder waren er nog de Oliepoort en de Meipoort.

Religieuze gebouwen Valkenburg

Nicolaas en Barbarakerk

De rooms-katholieke H.H. Nicolaas en Barbarakerk is een gotische kerk met een romaanse toren, die eind 19e eeuw door Pierre Cuypers aanzienlijk werd vergroot. De kerk wordt ook wel “oude kerk” genoemd, ter onderscheiding van de “nieuwe kerk”, de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand uit 1961. De kerk van Valkenburg werd voor het eerst genoemd in 1228. In 1281 werd ze parochiekerk. De kerk stond vlak bij de plaats waar in de 14e eeuw de Geulpoort werd gebouwd. De toren dateert uit het midden van de 13e eeuw, maar werd pas in 1463 afgebouwd. De huidige kerk kwam eveneens grotendeels tot stand in de 14e eeuw, maar werd in de 15e eeuw sterk verbouwd.

De kerk heeft twee beschermheiligen, Nicolaas van Myra en Barbara van Nicomedië. Hun naamdagen liggen dicht bij elkaar: 4 en 6 december. De kerk ligt midden in het centrum van Valkenburg. Aan de zuidzijde vind je een plantsoen, met een beeldje van Sint-Nicolaas. Aan de oostzijde vind je een mergelstenen poortje, dat de toegang vanaf de Grotestraat afsluit. De kerk is een laatgotische kerk met een transept en een oudere toren, die romaanse kenmerken heeft. Het koor werd rond 1830 verlengd. De westelijke aanbouw rondom de toren kwam tot stand onder Pierre Cuypers in het laatste kwart van de 19e eeuw. De overige uitbreidingen zijn uit het begin van de 20e eeuw.

Het interieur heeft gotische kruisribgewelven. De aankleding van de kerk is grotendeels het werk van Cuypers. In het interieur vind je een laatgotisch Mariabeeld. Verder heeft de kerk een laat-15e-eeuws corpus, een geschilderd triptiek uit de tweede helft van de 16e eeuw met het leven van de Heilige Remigius, een marmeren doopvont uit ca 1600 en marmeren beelden van de HH. Nicolaas en Barbara uit het begin van de 18e eeuw. De twee eiken koorbanken dateren uit het begin van de 19e eeuw; het hoofdaltaar, de communiebank en de preekstoel uit 1905. De glas-in-loodramen zijn 20e-eeuws.

Meer informatie vind je hier.

Franciscanessenklooster

Het Franciscanessenklooster, ook wel Sint Joseph Instituut genoemd, is een voormalig klooster aan de Oosterweg nr. 1. De neogotische kloosterkapel wordt ook Kloosterkerk genoemd. Het klooster werd opgericht voor de Duitse tak van de Franciscanessen van Heythuysen. De zusters, die uit Duitsland waren verdreven, vestigden er een verzorgingshuis voor weeskinderen, het Sint Joseph Instituut. Het kloostergebouw kwam tot stand in 1883 en de kloosterkapel in 1886. In 1890 werd de noordvleugel toegevoegd, die dienst deed als zusterhuis. Het klooster werd ontworpen in neogotische stijl. In 1961 vertrokken de zusters en verkochten het complex aan de gemeente. Deze liet de bouwvallige delen slopen en de kapel renoveren. Het interieur van de Kloosterkerk werd volledig gemoderniseerd.

Kluis op de Schaelsberg

De kluis op de Schaelsberg (Limburgs: Kloes op de Sjaatsberg) bij Oud-Valkenburg en Walem werd in 1688 gebouwd in opdracht van graaf Gerard Hoen van Cartiels, de toenmalige heer van Kasteel Schaloen. De kluis is vanaf de stichting tot 1930 doorlopend bewoond gebleven. De bekendste broeder was een voormalige Pauselijke Zoeaaf, Hendrikus Weerts, die de kluis bewoonde tussen 1860 en 1889. Vlakbij de Kluis vind je kruiswegstaties in 14 nissen, deels in een cirkel rond een centraal “graf”. De Kluis is gebouwd boven op de Schaelsberg bijna aan de rand van het hellingbos Schaelsbergerbos. De kluis is het doel van een pelgrimage ter ere van de heilige Leonardus van Noblat, en is dus een bedevaartkluis.

Meer informatie vind je hier.

Attracties Valkenburg

Wilhelminatoren en Rodelbaan Valkenburg

De Wilhelminatoren is een uitzichttoren. Het dertig meter hoge rijksmonument uit 1906 staat op de Heunsberg en biedt een weids uitzicht over het Zuid-Limburgse heuvelland. De toren is bereikbaar via een wandelpad of een kabelbaan vanuit het centrum van Valkenburg. Vanuit Sibbe kan de toren ook per auto bereikt worden via de Heunsbergerweg. De Wilhelminatoren heeft een rechthoekige plattegrond en telt zeven bouwlagen. De raketvormige toren is gebouwd van mergelsteen en heeft vier steunberen met gebeeldhouwde, stenen valken. De toren heeft spitsboogvormige stalen vensters en is versierd met waterlijsten, decoratieve smeedijzeren muurankers en waterspuwers. De toren wordt gedekt met een achtzijdig tentdak bekroond met een groot, aluminium kruis, dat ’s avonds en ’s nachts verlicht is en in de wijde omgeving te zien is. De toren kan beklommen worden en biedt een weids uitzicht over het Geuldal en een deel van het Limburgse Heuvelland. Bij helder weer is het mogelijk om vanuit de toren het Duitse Aken en het Belgische Luik te zien liggen.

Na een sportieve klim is het natuurlijk heerlijk genieten op het mooist gelegen terras van Valkenburg. Suis naar beneden over de 375 en 325 meter lange rodelbanen. Geheel automatisch zorgt de sleeplift voor een retourrit terug naar het beginpunt. Je bepaalt zelf je snelheid!! De rodelbanen zijn een super attractie voor zowel jong als oud.

Meer informatie vind je hier.

Sprookjesbos Valkenburg

Sprookjesbos Valkenburg is een kleinschalig themapark. Direct onder het park bevinden zich mergelgrotten, die ook deel uitmaken van het park. Het park richt zich op families met jonge kinderen. Het park werd geopend in 1950 door de Limburgse zakenman Bruno Bruck. Hij kocht het terrein aan de Sibbegrubbe in Valkenburg en liet er een sprookjesbos bouwen voor zijn dochtertje, de vier jaar oude Ully. Daarmee is het één van de oudste themaparken ter wereld. De eerste sprookjestaferelen waren ontworpen en gemaakt door studenten van de kunstacademie. De taferelen stonden verspreid in het bos en waren vermoedelijk gemaakt van gips. Verder was er een restaurant en het waterorgel. Later, in de jaren 1960, werd het mogelijk om bewegende poppen, zogeheten animatronics aan te schaffen en zijn alle sprookjes geleidelijk aan gemoderniseerd. In de jaren 1980 is er nog verder uitgebreid. In 1980 opende een geanimeerde show met bewegende cowboys, de Afrikaanse savanne en in 1986 een zogeheten ‘Log Flume’, beter bekend als de wildwaterbaan. In de jaren negentig volgde ook nog een kleine schipschommel en werden de mergelgrotten bij het park betrokken. Het park is in 2012 verkocht aan een Rotterdamse ondernemer.

Het park ligt op de Heunsberg gebouwd en heeft de hoofdingang onder aan de heuvel. Alle bezoekers lopen dezelfde route langs de sprookjes en attracties: vanuit de hoofdentree loop je naar boven waarna je aan de andere kant de heuvel afdaalt en zo weer bij de hoofdentree uitkomt. Ondanks de geringe oppervlakte is het park erg bosrijk en zijn er ook verschillende deelgebieden te onderscheiden. Het park heeft 17 sprookjes verwerkt en uitgebeeld, de meeste in huisjes achter glas, maar sommige ook in torens of gewoon buiten. De meeste (sprookjes)poppen bewegen.

De mergelgrotten maken deel uit van het park en zijn te vinden bij de hoofdingang. De grotten liggen onder het park. De grotten zijn met de hand uitgegraven, net als veel andere mergelgrotten in en om Valkenburg. De grotten zijn zonder begeleiding van gidsen te bezoeken, wat ze een uitzondering maakt op veel andere mergelgrotten in de buurt. Er is tevens een klein museum gevestigd in de grotten, dat uitleg geeft over het ontstaan en gebruik van de mergelgrotten. Eten en drinken kan onderaan in het park bij de hoofdentree, waar een groot restaurant gevestigd is. Bij de hoofdentree is een souvenirwinkel gevestigd. Halverwege de heuvel kan er gedronken of gesnoept worden in bij ’t Tussendoortje.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook: Sprookjesbos Valkenburg

Pretpark de Valkenier

valkenier - Mamaliefde

Pretpark De Valkenier is een echt familiepark. Zij richten zich op families: kinderen, ouders, opa’s en oma’s, tantes en ooms. De Valkenier is voor iedereen. De meeste attracties zijn geschikt voor alle leeftijden. Ouders en opa’s en oma’s kunnen dus gewoon gezellig mee in de attracties. Daarnaast is dit ook het oudste pretpark van Nederland. Maak een wandeling door het Dino’s Wandelpark, ga spelen in Snoopies Speelland of maak een Safaririt. Het pretpark is zowel in de winter als in de zomer geopend.

Meer informatie vindt je hier.

Lees ook: Dagje uit Pretpark de Valkenier
Lees ook: Limburgsche Stoom Maatschappij; Stoomtrein miljoenenlijn

Wielrennen

Valkenburg is zowel nationaal als internationaal bekend als locatie van wielerevenementen. Zo is er vijf keer het WK wielrennen op de weg verreden en zijn er twee keer etappes van de Ronde van Frankrijk aangekomen. Ook zijn er regelmatig landskampioenschappen en aankomsten in meerdaagse koersen. De Cauberg is een belangrijke klim in de Amstel Gold Race, Nederlands enige wielerklassieker. Sinds 2013 ligt de finish niet langer op de top van deze heuvel, maar een kleine twee kilometer verderop in het dorp Vilt. In 2012 werd de Hill of Fame onthuld op de Cauberg, bestaande uit stalen tegels waarmee de wereldkampioenen wielrennen worden geëerd. Deze dienen ter vervanging van de paaltjes met plaquettes die eerder in het Kuurpark werden geplaatst.

Valkenburg stockphoto from Shutterstock / steve allen

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid