Valkenburg ligt in een dal van het riviertje de Geul. Diverse steile hellingen leiden naar het Centraal Plateau en naar het Plateau van Margraten. Bekende hellingen (onder andere in verband met wielrennen) zijn de Cauberg, de Sibbergrubbe en de Emmaberg. Een deel van de hellingen is bebost. De bodem bestaat uit löss of Limburgse klei. In de ondergrond liggen dikke lagen Limburgse mergel, soms afgewisseld met vuursteen, die beide soms aan de oppervlakte komen. Beide soorten natuursteen worden al eeuwenlang gewonnen en hebben hun sporen in het landschap nagelaten.

Lees ook: Limburg met kinderen wat te doen? Leukste activiteiten, goedkope uitjes, bezienswaardigheden en tips dagje uit

Historische & Winkelcentrum

Het stadscentrum van Valkenburg bestaat uit twee delen: de historische kern en het winkelgebied. De middeleeuwse kern van Valkenburg is klein. Een groot deel van de bebouwing is van lokale mergelsteen, wat geleid heeft tot de zelfgekozen titel “Valkenburg Mergelstad”. Het huidige winkelcentrum van Valkenburg bevindt zich ten noorden van de historische kern rondom het Theodoor Dorrenplein. Valkenburg kent verschillende pleinen, alle buiten het historische centrum gelegen. Van west naar oost: Grendelplein, Theodoor Dorrenplein, Walramplein en Berkelplein.

Geschiedenis

Al vele duizenden jaren is er menselijke bewoning in de Geulvallei. Het complex van prehistorische vuursteenmijnen aan de Plenkertstraat was al omstreeks 3300 voor Chr. in werking. Vele gevonden gebruiksvoorwerpen en diverse fundamenten van bouwwerken zijn het bewijs van een vrij intensieve bewoning in de Romeinse tijd. Ten noorden van Valkenburg, lagen enkele villae rusticae: de Romeinse villa Valkenburg-Vogelenzang, de Romeinse villa Valkenburg-Bosstraat en de Romeinse villa Valkenburg-Heihof. De laat-Romeinse wachtpost op de Goudsberg kondigde het einde van de Romeinse en het begin van de Frankische tijd aan.

De naam Valkenburg verwijst waarschijnlijk naar de de jacht met valken, die in de middeleeuwen populair was bij de adel. Waarschijnlijk was het Gosewijn I van Valkenburg, die op de Heunsberg het eerste kasteel van Valkenburg bouwde en van daaruit de stad en het Land van Valkenburg bestuurde. Geleidelijk groeide aan de voet van de Heunsberg een nederzetting, die echter in alle opzichten afhankelijk was van de hooggelegen burcht. De heren van Valkenburg bezaten onder meer het patronaatsrecht van de kerk van Valkenburg en zorgden voor het onderhoud van de verdedigingswerken. Belegeringen en veroveringen typeren de geschiedenis van Valkenburg. Zo werd in 1327 tijdens een belegering door hertog Jan III van Brabant de Geul afgedamd en het stadje onder water gezet.

Leden van het huis Heinsberg-Valkenburg speelden een belangrijke rol in de West-Europese geschiedenis. Twee leden van de familie bekleedden de belangrijke post van aartsbisschop en keurvorst van Keulen: Filips I van Heinsberg en Engelbert II van Valkenburg. In 1352 stierf de Valkenburgse dynastie uit. Toch bleef het Land van Valkenburg min of meer zelfstandig onder Brabants toezicht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vonden diverse belegeringen plaats. In 1644 werd in Valkenburg het simultaneum ingevoerd, wat betekent dat de parochiekerk vanaf dat moment gedeeld moest worden door rooms-katholieken en protestanten. Het kasteel van Valkenburg werd in het rampjaar 1672 verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van konden maken. Slechts twee stadspoorten (de Berkelpoort en de Grendelpoort) en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. De machtige hoogteburcht was nog slechts een ruïne. Valkenburg was vanaf dat moment niet langer een vestingstad, maar bleef bestuurlijk belangrijk.

Rond het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde zich een nieuwe bron van inkomsten in het tot dan toe voornamelijk agrarisch georiënteerde stadje: het toerisme. De opening van de spoorlijn Aken – Maastricht in 1853 met het Station Valkenburg (het oudste nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Nederland) was daarbij erg belangrijk. Om de toeristen van informatie en vermaak te voorzien, werd in 1885 in Valkenburg de eerste VVV van Nederland opgericht. Bij de bevrijding door de Amerikanen in september 1944 werden in Valkenburg grote verwoestingen aangericht, waarbij onder andere alle Geulbruggen en enkele hotels werden opgeblazen.

Cauberg

De Cauberg is een heuvel, helling en straat. De Cauberg is vooral bekend uit de wielersport; de helling werd vele malen in het parcours van belangrijke kampioenschappen opgenomen. Daarnaast zijn er op de Cauberg enkele belangrijke toeristische attracties, gedenktekens en rijksmonumenten. De weg is onderdeel van de provinciale weg 590. De voet van de helling bevindt zich vlak bij de Grendelpoort. Het gebied aan de voet van de Cauberg direct buiten de Grendelpoort heet Grendelplein, een druk uitgaanscentrum met veel hotels, cafés en restaurants. Vanaf het Grendelplein loopt de helling direct vrij steil omhoog in zuidwestelijke richting. De naam Cauberg is mogelijk afgeleid van het Keltische woord kadeir of calm, dat ‘hoogte&