Vaccineren: van zwangerschap tot tienertijd

In Nederland worden bijna alle kinderen voor 12 veelvoorkomende infectieziekten gevaccineerd. Maar wist je dat er ook vaccinaties zijn die (nog) niet in het rijksvaccinatieprogramma zitten, die toch zinvol kunnen zijn? Ik had dat van bepaalde vaccins graag eerder willen weten, nu ben ik te laat om mijn baby in te enten tegen het rotavirus.

Wat is vaccineren?

Vaccineren – ook wel inenten genoemd – is het inbrengen van precies die hoeveelheid van een ziekteverwekker zodat je wel antistoffen aanmaakt, maar er niet echt ziek van wordt. Op die manier kan je immuun worden voor bepaalde ziekten: je kan ze meestal gedurende jaren of zelfs levenslang niet meer krijgen. Bij sommige ziekten kan je nog wel een beetje ziek worden, maar veel minder dan als je de ziekte zou krijgen zonder eerst gevaccineerd te zijn. Soms moet je meerdere keren gevaccineerd worden voor dezelfde ziekte. Dat komt dan omdat er niet (altijd) genoeg antistoffen aangemaakt worden na één inenting.

Waarom niet vaccineren

Vaccinatie is niet verplicht, wel wordt het rijksvaccinatieprogramma kosteloos aangeboden via het consultatiebureau. Er zijn ouders die ervoor kiezen om hun kind niet, gedeeltelijk of later te vaccineren.

  • Zo zijn er ouders die geloven dat God beslist over ziekte, en dat de mens daarom niet moet proberen dat te beïnvloeden.
  • Er zijn ook ouders die ervan overtuigd zijn dat de vaccins niet goed zijn voor hun kind. Ondanks dat hier geen overtuigend wetenschappelijk bewijs voor is, wordt er soms beweerd dat kinderen van bepaalde vaccins ziek kunnen worden, en bijvoorbeeld suikerziekte of autisme zouden ontwikkelen.
  • Een andere overweging die wordt gemaakt is om kinderen de ziekten eventueel wel door te laten maken, omdat ze hierdoor een sterker immuunsysteem zouden krijgen. Maar het blijkt vaak juist andersom te zijn: een vaccin beschermt vaak beter dan het doormaken van de ziekte zelf. En het immuunsysteem krijgt al genoeg andere onschuldige ziekten om mee te oefenen.
  • Ook wordt er soms juist gezegd dat het te heftig zou zijn voor het immuunsysteem. Maar het zijn sterk verzwakte ziekteverwekkers, of dode of maar delen ervan, die worden toegediend, daarom word je er ook niet zo ziek van. De bijwerkingen komen meestal van een overactief immuunsysteem. De echte ziekte doormaken is een veel zwaardere, langer durende belasting voor het immuunsysteem.
  • Van sommige van de infectieziekten wordt gezegd dat ze niet zo gevaarlijk zijn, zoals de bof of de mazelen, inenting zou daarom niet nodig zijn. Misschien is het verloop van de ziekte zelf niet altijd heftig, maar toch kan het vervelende gevolgen hebben. Van de mazelen kan een kind langdurig verzwakt zijn en vatbaarder voor andere infectieziekten. Ik ken meerdere mannen die onvruchtbaar zijn geworden, zeer waarschijnlijk omdat ze de bof hebben gehad.

Lees ook: Waarom wel of niet vaccineren?

Kudde-immuniteit door iedereen te vaccineren

Als een groot deel van de bevolking ingeënt is, zal een besmettelijke ziekte zich veel moeilijker kunnen verspreiden. Welk percentage ingeënt moet zijn om dat te bereiken is afhankelijk van de mate van besmettelijkheid van de ziekte, de werkzaamheid van een vaccin en de mate van contact tussen mensen. Bij de infectieziekten waarvoor ingeënt wordt, ligt dat meestal tussen de 80 en de 95%. Daarom steken besmettelijke ziekten soms nog de kop op. De kudde-immuniteit is de belangrijkste werking van het rijksvaccinatieprogramma. Daardoor zijn bijvoorbeeld jonge baby’s die nog niet ingeënt zijn of kinderen die niet worden ingeënt, alsnog beschermd: ze komen de ziekten hoogstwaarschijnlijk niet tegen.

Huidige vaccinatiegraad

In Nederland wordt momenteel onder baby’s en peuters gemiddeld een vaccinatiegraad van 90% en voor een aantal ziekten 92-93% gehaald. Dat is vrij hoog, al is het hoger geweest. Lokaal zijn er wel gemeenten waar de vaccinatiegraad soms onder de 80% komt. Daardoor ontstaan er met enige regelmaat epidemieën:

  • polio zowel in 1978 als in 1992/1993
  • mazelen in 1999/2000, 2008 en 2013/2014
  • rodehond in 2004/2005
  • de bof in 2007 en 2011/2012

Lees ook: Mazelen; aantal besmettingen met 400% gestegen

Bijwerkingen van vaccinaties

Van de meeste inentingen krijgen kindjes geen of lichte bijwerkingen. Denk dan aan wat pijn op de plek van de inenting, jeuk, uitslag, verhoging of koorts. Kindjes worden vaak wat huileriger of slapen soms wat meer. Zijn de bijwerkingen erger, zoals bijvoorbeeld hoge koorts of koorts die aanhoudt, overleg dan met je huisarts.

Rijksvaccinatieprogramma

Het rijksvaccinatieprogramma beschermt tegen 12 besmettelijke infectieziekten. Het is zo samengesteld dat de vaccins gegeven worden op het moment dat ze optimale bescherming bieden, zodat kinderen langdurig en ook tijdens de vaccinatieperiode zo goed mogelijk beschermd zijn tegen veelvoorkomende infectieziekten, die mogelijk gevaarlijk zijn of nare bijwerkingen kunnen hebben. De vaccins worden zoveel mogelijk samengevoegd en tegelijkertijd gegeven, zodat het aantal prikken en het aantal prikmomenten minimaal is. Deze worden in principe gegeven door de arts van het consultatiebureau of de schoolarts, ook is het mogelijk om je te laten prikken bij de huisarts. Er worden nooit meer dan twee prikken per keer gegeven, niet omdat het immuunsysteem dat niet aankan, maar omdat niet fijn is voor het kind.

Leeftijd Vaccinatie 1 Vaccinatie 2
6 – 9 weken DKTP-Hib-HepB Pneumokokken
3 maanden DKTP-Hib-HepB
4 maanden DKTP-Hib-HepB Pneumokokken
11 maanden DKTP-Hib-HepB Pneumokokken
14 maanden BMR Meningokokken ACWY
4 jaar DKTP
9 jaar DTP BMR
Meisjes van 12 jaar HPV HPV

Toelichting:

  • DKTP: difterie / kinkhoest / tetanus / polio, op 9-jarige leeftijd zonder kinkhoest
  • BMR: bof / mazelen / rodehond
  • HepB: Hepatitis B
  • Hib-ziekten, pneumokokken en meningokokken kunnen o.a. leiden tot een hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging
  • HPV-virus kan baarmoederhalskanker veroorzaken

Meer informatie over het rijksvaccinatieprogramma vind je hier.

Extra vaccinaties

Tijdens de zwangerschap: kinkhoest

In de loop van 2019 zal deze worden vergoed, maar tot die tijd is het nog voor eigen rekening. Kinkhoest is een zeer besmettelijke ziekte die in het bijzonder gevaarlijk kan zijn voor kleine baby’s. Daarom wordt de eerste vaccinatie vaak met 6 weken gegeven, uiterlijk met 9 weken. Als er lokaal een kinkhoestepidemie heerst, wordt hij al met 4 weken gegeven. Die eerste weken is je kindje onbeschermd. Als je hem dan ook wil beschermen, kan je je tijdens de zwangerschap laten vaccineren. Dit doe je het liefst tussen 28 en 32 weken, uiterlijk met 38 weken. Dan krijgt je baby’tje de antistoffen die je als moeder aanmaakt en is hij voldoende beschermd tot aan de vaccinaties, het vervangt ze niet.

Eigen ervaring kinkhoestvaccin tijdens de zwangerschap

Toen ik dit vroeg bij de huisarts was het even uitzoeken hoe het werkte, ze waren er niet mee bekend. Uiteindelijk heeft de huisarts een recept uitgeschreven voor het DKTP-vaccin, heb ik dit afgehaald bij de apotheek en heeft de assistente van de huisarts het gezet. Even wat gedoe, en de kosten (ik geloof een paar tientjes) zijn voor eigen rekening, maar dat was het me wel waard.

Lees ook: Kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap

Baby’s van anderhalf tot zes maanden: Rotavirus

Het rotavirus zit niet in het rijksvaccinatieprogramma. In de loop van 2019 zal het wel aangeboden worden aan baby’s die te vroeg zijn geboren, een laag geboortegewicht hebben of een aangeboren afwijking hebben, omdat het bij hen vaak erger is.

Ernst van het virus

Het rotavirus lijkt erg op een buikgriep en uitdroging is het grootste gevaar. Er worden jaarlijks 3500 kinderen opgenomen in het ziekenhuis met het rotavirus, waarvan de meeste tussen 6 maanden en 2 jaar. Er overlijden jaarlijks gemiddeld 6-7 kinderen aan.

Toediening van het vaccin

Het vaccin dat bestaat uit druppeltjes in de mond (geen prik!) en het wordt 2 of 3 keer gegeven, voor de leeftijd van 24 of 32 weken (beide afhankelijk van welk vaccin er wordt gebruikt). De eerste dosis moet tussen 6 en 12 weken worden gegeven en tussen de vaccinaties moet 4 weken zitten. Het biedt minstens 2 jaar bescherming voor 80-98% voor een ernstig verloop van de ziekte.

Waterpokken

Vijfennegentig procent van de kinderen in Nederland krijgen de waterpokken voor de leeftijd van 6 jaar. Het is over het algemeen geen ernstige ziekte, wel heel vervelend. Je krijgt jeukende blaasjes die kunnen ontsteken en je kunt er littekens aan overhouden. Op latere leeftijd kan men hier gordelroos door krijgen. Het is wel gevaarlijk voor zwangere vrouwen die het nooit hebben gehad, en na de bevalling voor hun pasgeboren baby’s.

Het vaccin tegen waterpokken

De bescherming na een vaccin is minder sterk dan na het doorlopen van de ziekte. Als je de waterpokken hebt gehad, ben je doorgaans levenslang beschermd. Na 1 vaccin is de bescherming 83%, na een herhaling van het vaccin nas 4-8 weken loopt dit op tot 95%. Veertien jaar na de 2 vaccins loopt dat terug naar 90%.

Vaccineren of toch ziek laten worden?

Het is dus de vraag of het niet krijgen van de ziekte op jonge leeftijd opweegt tegen het mogelijk alsnog krijgen van de waterpokken op een verkeerd moment. Persoonlijk zou ik een dochter in elk geval de ziekte liever op jonge leeftijd laten doorlopen, bij een zoon ben ik er nog niet uit.

Vaccinatie op vakantie

Als je op vakantie gaat, is het goed om even te kijken of je kind geen vaccinaties zou moeten krijgen in die periode en of er in het land waar je heengaat wellicht ziekten zijn waar je jouw kind nu eerder voor moet vaccineren. Dat geldt bijvoorbeeld voor het BMR-vaccin, wat al vanaf 6 maanden gegeven kan worden bij reizen naar het buitenland. Overigens is je kindje later wel iets minder goed beschermd na een heel vroege vaccinatie (6 maanden), ook na een extra herhaling. Als het met 9 maanden wordt gegeven, is dit effect minder. Verder heeft je kindje, net als jij, mogelijk vaccinaties nodig die niet in het rijksvaccinatieprogramma zitten, zoals hepatitis A.

Tips bij een vaccinatie

  • Zorg dat je weet wanneer er wordt gevaccineerd bij een bezoek aan het consultatiebureau. Als jij ervan schrikt, voelt je kindje dat ook.
  • Probeer zelf zo rustig mogelijk te blijven, je kindje kalmeert dan sneller.
  • Houd een speentje en/of wat speelgoed bij de hand voor tijdens de prik en een voeding voor daarna bij jonge baby’s.
  • Plan de dag van de vaccinatie en de dag daarna niet teveel, zorg dat er veel tijd is om te knuffelen of te slapen, als je kindje wat last heeft van bijwerkingen.
  • Kijk van tevoren of je jouw kindje eventueel een paracetamol mag geven en hoeveel. Dit zijn doorgaans de zetpillen van 60mg, handig om die voor de zekerheid in huis te hebben als je kindje koortsig wordt. Overleg wel altijd bij het consultatiebureau of de huisarts voordat je medicatie geeft.

Bron: rivm.nl

Female doctor makes a vaccination to a child photo from Shutterstock / Oksana Kuzmina

Hanna

Hanna

Ik ben begin dertig, getrouwd, trotse mama van een kleine knuffelkont/dondersteen ('18). Mijn achtergrond is in de ontwikkelingspsychologie en ik heb ervaring in het onderwijs. Ik zit momenteel in de luxe positie dat ik thuis kan zijn bij mijn mannetje. Vanuit huis klus ik wat bij als vertaler en blogger. Ik hou van weetjes, gadgets en verdiep me graag in maatschappelijke vraagstukken.
Hanna

No Comments

Enroll Your Words

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

To Top