Woorden zijn dé sleutel tot alles. Met woorden kun je mama roepen, zeggen dat je een hond voorbij ziet lopen, duidelijk maken dat je hagelslag op je brood wilt… En belangrijker nog: Je kunt zeggen waar je pijn hebt, waarover je je verdrietig voelt of zeggen dat je samen met Sanne met de strijkkralen wilt spelen. Oftewel: met woorden kun je functioneren en het contact aangaan met anderen.

Lees ook: Week van de woordenschat 
Lees ook: Breinontwikkeling baby, peuter en kinderen; Wanneer zijn hersenen volledig ontwikkeld en tips kinderbrein stimuleren
Lees ook: Taalontwikkelingsstoornis (TOS) bij peuter; Wat is het, kenmerken en tips / hulp en gevolgen?
Lees ook: Je kind tweetalig opvoeden / tweede taal leren 

Praten is van levensbelang

En dat is van levensbelang. Kinderen die zich niet goed kunnen uitdrukken, kunnen niet zeggen wat ze bedoelen. Daardoor worden ze gefrustreerd, boos of zelfs bang. Ze kunnen het gevoel krijgen dat ze er niet bij horen, want iedereen praat met elkaar en zij komen er niet uit. Daarom wordt er vanaf het begin veel aandacht gegeven aan taal. Op school, maar ook thuis.

Synoniemen

De eerste paar jaar is het vergroten van de woordenschat het allerbelangrijkst. Want hoe meer woorden je hebt, hoe beter je kunt zeggen wat je bedoelt. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik vind dit leuk’. Maar je kunt ook zeggen: Ik vind dit grappig, Ik vind dit prettig, fijn, gezellig, mooi, en ga zo maar door. Het zijn allemaal positieve woorden, maar geven toch steeds net iets anders aan. De woorden zijn synoniemen van elkaar. Hoe meer synoniemen je weet, hoe preciezer je jezelf kunt uitdrukken.

In dit filmpje zie je hoe belangrijk synoniemen zijn. Het ene jongetje zegt ‘It’s drizzling’, het meisje zegt ‘No, it’s raining!’. Ze hebben allebei gelijk, maar weten niet dat het (nagenoeg) hetzelfde betekent. Resultaat: ruzie. Ik vind het een geweldig mooi filmpje omdat je precies ziet hoe kinderen bezig zijn met het proces van taal. En eerlijk is eerlijk: als het jongetje zegt: ‘You poked my heart!’, dat is té schattig…

Diversiteit aan woorden

Naast synoniemen is het belangrijk om veel verschillende woorden te kennen. Alleen het woord ‘dieren’ of ‘kat’ en ‘hond’ is niet genoeg. Want dan heet een konijn ook kat. Kinderen doen dat in het begin wel, als ze eenmaal een woord weten dan is alles opeens dat woord. Zodra ze nieuwe woorden leren, verdwijnt dat weer. Maar ja, hoe leer je die kleine ukkies nu nieuwe woorden? Hierna lees je allerhande tips om de woordenschat te vergroten.

Veel praten

Veel mensen vinden het een beetje gek om hele verhalen te vertellen tegen een baby. ‘Ze verstaat me toch niet?’. Dat klopt, maar door veel tegen een baby te praten, raken ze gewend aan de melodie van de taal. Ze horen nog niet waar het ene woord stopt en het andere begint, maar ze gaan de klanken wel kennen. Als een baby zo’n 6 á 7 maanden is, gaat het die klanken voor het eerst na proberen te zeggen. In het begin brabbelt elke baby hetzelfde, maar na een tijdje brabbelt een baby al in de klanken van zijn eigen taal. Wetenschappers kunnen zelfs aan het huiltje horen wat voor soort taal het kind om zich heen hoort. Bizar toch?

Ook als je kind wat groter wordt, blijft het belangrijk om veel te praten. Probeer hem of haar een rijke woordenschat aan te bieden. Dus niet elke dag: ‘Hier is je jas’. Maar ook eens: ‘Hier is je blauwe jas.’ Of: ‘Hier is je jas, want het is buiten koud’. Meestal gaat dat automatisch, maar je kunt er ook extra op letten. Je kunt dan gaan vergelijken: ‘Dit is pindakaas, en dit is jam’.

Hoe meer je praat, hoe meer woorden er om hem/haar heen zweven. Zonder dat je het merkt worden al die woorden en klanken opgeslagen in het brein. Een baby van 13 maanden kent gemiddeld 50 woorden, een baby van 14 maanden kent al 100 woorden! Hij gebruikt de woorden nog niet, maar hij begrijpt wat je bedoelt. Dat heet een passieve woordenschat.

Veel lezen

Lezen is ongelooflijk belangrijk voor de ontwikkeling van de woordenschat en het taalbegrip. Je kunt er eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen. Het is echt niet gek om je baby van 3 maanden voor te lezen, je zult zien dat hij/zij er rustig van wordt. Het is dan vanaf het begin een gezellig moment. Ook als je kindje wat ouder is, blijft het belangrijk om voor te lezen. De boekjes worden immers vanzelf moeilijker, en daardoor blijft je kind nieuwe woorden tegenkomen tijdens het voorlezen. Daarnaast kiezen kinderen graag voor makkelijke boeken (logisch, wij lezen ook liever een roman dan een wetenschappelijk proefwerk). Tijdens het voorlezen kun je kiezen voor een wat moeilijker boek, of een boek wat zich ergens afspeelt waar je kind niet veel over weet. Bijvoorbeeld een ander land. Zo kom je vanzelf nieuwe woorden tegen.

Als je een woord ziet waarvan je vermoedt dat je kind die nog niet weet, kun je ook even stoppen. ‘Hé, het gaat over een piramide. Weet jij wat dat is?’ Of leg zelf uit wat het is. ‘Morgen zullen we eens een plaatje van een piramide opzoeken!’, is ook een goed idee. Het woord komt dan de volgende dag terug, en door er een plaatje of filmpje van op te zoeken, krijgt het kind nog meer informatie rondom het woord. Daardoor kan hij/zij het woord beter onthouden.

Tip: een kijk-en-zoekboek werkt ook goed voor het leren van woorden! Het is geen verhaal, maar je moet van alles zoeken. Zie jij de kip? Nee, ik zie wel een geit! Etc. Voor wat oudere kinderen: kies een boek waar je kind nog niet veel over weet. Bijvoorbeeld deze set over boten die je hier vindt.

Lees ook: De leukste zoekboeken voor peuters en kleuters

Samen spelen

Een kind speelt graag en de hersenen staan tijdens het spelen wagenwijd open. Alle nieuwe informatie slurpen ze naar binnen. Daarom is samen spelen een effectieve manier om aan de woordenschat te werken. Pak de ton met blokken er bij en bouw een huis, auto, boerderij en ga zo maar door. Het kind geniet van het spelen, het samen zijn en pikt al die woorden ondertussen op. Heeft je kind geen zin meer? Ga dan mee in zijn beweging, waar wil hij wel mee spelen? Of is het gewoon even klaar? Forceer het niet, want dan heeft het geen zin meer. Een kind leert het best als hij niet weet dat hij leert.

Lekker zingen

Bij veel inburgeringscursussen wordt veel gezongen. Zingen is leuk, het is een sociale activiteit en je leert op een heel andere manier. Zing daarom veel liedjes: in de auto, een liedje voor het slapen gaan of juist bij het wakker worden, of gewoon tijdens het ophangen van de was. Zingen kan bijna altijd, en een valse stem (zoals die van mij) maakt een kind echt niet uit.

Je kunt een liedje zingen zonder dat je weet wat het betekent. Net zoals wij een Spaanse hit kunnen meezingen zonder dat we weten wat we eigenlijk zingen. Daarom is het goed om er gebaren bij te gebruiken. Maak een ronde beweging bij ‘maan’ bijvoorbeeld. Of praat over het liedje: ‘He, weet jij wat maneschijn eigenlijk is?’ Als je kind al wat ouder is, is het ook leuk om een liedje te tekenen. Zing het lied samen, zet hem aan op YouTube en kijk samen naar het filmpje. Haal dan de potloden uit de kast en laat je kind het liedje tekenen. Zo kun je er samen over praten en is het kind heel intensief met de tekst bezig.

Spelletjes spelen

Er zijn heel veel woordspelletjes voor kinderen. Een simpele: ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…’ is in principe ook al een woordspelletje. Door woorden te gebruiken, speel je een spel. Of maak een woordenslang: Iemand zegt een woord: ‘tafel’, en de volgende moet een woord maken met de laatste letter: ‘lief’.
Memorie kun je ook gebruiken, benoem steeds het plaatje. Doordat je memoriekaartjes vaak omdraait, komen de woorden iedere keer terug. Je onthoudt een woord pas nadat het zo’n 7 keer door je