Stedentrip Praag: Bezienswaardigheden & interessante plaatsen

Na mijn blogs over Wenen en Boedapest, kon een blog over Praag natuurlijk niet achterblijven. Deze prachtige oude stad is een must see voor iedereen die van mooie oude kunststeden houdt en van geschiedenis. Mooie pleinen, kerken, een hoger gelegen burcht, een oude joodse wijk met ladingen geschiedenis en emotie, maar ook parken, paleizen, heerlijke restaurants, winkelcentra enz. Ik was hier in de zomer van 2009 twee hele weken en ik ga er zeker over een paar jaar nog eens naar terug! In deze blog vertel ik over de stad en haar bezienswaardigheden, ingedeeld per wijk. Er komt nóg een blog, maar dan over de uitstapjes vanuit Praag. Want ook buiten de stad is ontzettend veel te zien en te doen.

Lees ook: Uitstapjes in omgeving van Praag; Liberc, Kutna Hora & Teresin

Bezienswaardigheden in Staré Město (de oude stad van Praag)

De Oude Stad is van oudsher het bruisend centrum van Praag, maar ook het decor van veel historische gebeurtenissen. De belangrijkste straten van dit gebied volgen grotendeels de contouren van de oude vestingwerken, die niet meer bestaan. Na Příkopě, dat “op de gracht” betekent, geeft aan dat de straat is aangelegd op de gracht die de  Oude Stad van de Nieuwe scheidde. Samen vormen deze wijken het centrum van Praag.

  • Kostel Sv. Jiljí (St.-Aegidiuskerk/Sint-Gillskerk): Op het prachtige gotische Zuidportaal na is deze kerk helemaal barok. De gewelven zijn met fresco’s beschilderd. In het belangrijkste fresco, De triomf der Dominicanen, zijn St.-Dominicus en zijn monniken te zien als zij de paus helpen om de Kerk tegen ketters te beschermen.
  • Clementinum (Klementinum): Op verzoek van Ferdinand I kwamen in 1556 Jezuïeten naar Praag om het werk van de hussieten ongedaan te maken. Ze namen hun intrek in het oude dominicanenklooster, dat ze in de volgende twee eeuwen uitbouwden tot het grootste complex van de stad na de Praagse Burcht. Zo bouwden zij de St.-Salvatorkerk met machtige beelden van de apostelen. Toen de Jezuïeten de universiteit gingen beheren moesten dertig huizen wijken. De weelderige Barokbibliotheekzaal met een trompe-l’oeilschildering op het plafond, dateert van 1727. Ook de Spiegelkapel en de Sterrenwacht dateren uit de 18e eeuw. Toen de paus in 1773 de orde ontbond, verlieten de jezuïeten Praag. Het Clementinum werd uiteindelijk de Nationale Bibliotheek. Er zijn hier twee kerken te bezichtigen: St.-Salvatorkerk en de St.-Clementiuskerk en de Astronomische toren.
  • De Karlovastraat is een smalle, slingerende straat, die uit de 12de eeuw stamt en lag op de Koninklijke Weg naar de Praagse Burcht, die werd afgelegd bij kroningsceremonies. Er staan nog veel gotische en renaissancistische huizen, waarin veelal toeristische winkels zijn gevestigd. In het Huis met de Gouden Slang (nr. 18) vestigde de Armeniër Deodatus Damajan in 1714 een café, waar hij lasterlijke pamfletten verspreidde. Er zit nu een restaurant. Op de barokke gevel van het Huis met de Gouden Bron (nr. 3) zie je reliëfs van St.-Rochus en St.-Sebastiaan, die de stad bescherming moesten bieden tegen de pest.
  • Het Clam-Gallaspaleis is het stadsarchief. De gevel, één van de mooiste van heel Praag, werd begin 18e eeuw ontworpen. Let op de prachtige stenen trap met daarboven een plafond met fresco’s.
  • De rijkversierde Sint-Nicolaaskerk is gebouwd rond 1730. Praag staat vol kerken met schitterende barok interieur, maar dit is één van de mooiste. De brede voorgevel is versierd met standbeelden en bustes. De kerk heeft een kruisvorm en een tamelijk vierkante koepel.
  • Het Plein Oude Stad (Staroměstské náměstí) is verkeersvrij en omringd door oude gebouwen, veel toeristen, maar toch een unieke sfeer van de kleurrijke geschiedenis van Praag.
  • Je ziet het Jan Hus-monument dat is neergezet in 1915, 500 jaar na zijn dood op de brandstapel wegens ketterij. Voor de Tsjechen is hij een nationale held. Het beeldt hussieten en protestanten uit die rond Hus staan, terwijl een moeder met kind de wedergeboorte symboliseren. Vanaf de onthulling is het monument een symbool van verzet tegen buitenlandse inmenging, van de val van het Habsburgse Rijk tot de invasie van de Warschaupacttroepen in 1968.
  • Ook zie je het Kinskýpaleis. Het heeft een gepleisterde voorgevel en beelden van de vier elementen op het dak. Het heeft een laatbarokke gevel, die ook een aantal rococo-elementen bevat. Vanaf hier kondigde premier Gottwald de communistische staat Tsjecho-Slowakije af.
  • Rechts van het paleis staat op nr. 13 het gotische Huis bij de Stenen Bel, dat bij een restauratie zijn oorspronkelijke gevel heeft teruggekregen. Aan de overkant van het plein zie je het Oude stadhuis met de beroemde astronomische klok. Deze klok trekt elk uur vele kijkers. De klok bestaat uit drie delen. In het midden bevindt zich de eigenlijke klok, die ook de beweging van de zon en de maan langs de dierenriem toont volgens het in de 15de eeuw heersende geocentrische beeld van het universum. Eronder zie je de kalender: de tekens uit de dierenriem en de plattelandstaferelen symboliseren de 12 maanden van het jaar.

  • Op de 69 meter hoge toren heb je een mooi uitzicht over Praag! De toren is gebouwd in 1364 en later voorzien van de erkerkapel. Het interieur van het gebouw is zorgvuldig gerestaureerd. Rondleidingen voeren langs de 15de-eeuwse raadskamer en een gotische kapel. Ook de kerkers in de kelder zijn interessant. Ze werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt door het Tsjechische verzet.
  • Vlakbij het Kinskýpaleis zie je de Kerk van O.L.V. voor Týn. De gotische spitsen van deze kerk zijn hét herkenningsteken van de  Oude Stad. Met de bouw van de huidige kerk werd begonnen in 1365. Al snel speelde hij een belangrijke rol bij de reformatie in Bohemen. Tot 1620 was de kerk de belangrijkste kerk van de hussieten in Praag. In het prachtige noordelijke portaal zie je beelden van het Lijden van Christus. Het interieur is wat donker, maar heeft mooie gotische kruisbeelden, een tinnen doopvont (1414) en een gotische preekstoel.
  • De St.-Jacobuskerk maakte aanvankelijk deel uit van een gotisch klooster van de minderbroeders. Deze franciscanenorde was in 1232 door Wencesclas I naar Praag gehaald. Na een brand in 1689, naar verluidt aangestoken door spionnen van Lodewijk XIV, werd de kerk in barokke stijl herbouwd. Er kwamen ruim twintig zijaltaren bij. Het graf van graaf Vratislav van Mitrovice, is de mooiste barokke tombe van Bohemen. Er wordt gezegd dat de graaf per ongeluk levend zou zijn begraven, want zijn lichaam is naderhand zittend in het graf teruggevonden. Het verhaal over de 400 jaar oude gemummificeerde onderarm die rechts van de ingang hangt, is net zo macaber. Men zegt dat toen een dief de juwelen van de Madonna op het hoogaltaar kwam stelen, de H. Maagd zijn arm pakte en zo stevig vasthield dat deze afgezet moest worden.

Lees ook: Stedentrip Dresden; Tips, bezienswaardigheden en interessante plaatsen

Josefov (Joodse wijk)

De eerste joodse gemeenschap in Praag werd gesticht in 1091. Door de eeuwen heen zijn de joden afwisselend verbannen en getolereerd door de autoriteiten en de christelijke burgers. In het tijdperk van de verlichting aan het eind van de 18de eeuw werd het getto herdoopt als in Jozefstad (Josefov) als eerbetoon aan de hervormingsgezinde Habsburgse keizer Jozef II. Aan het eind van de 19de eeuw werd de wijk vrijwel geheel gesloopt. Gelukkig werd het joodse stadhuis, zes synagogen en de oude joodse begraafplaats – nu deel van het Joods Museum – gespaard. De nazi’s wilden hier een “museum van het uitgestorven joodse ras” stichten, maar na de bevrijding werd in het museum de grootste collectie Joodse kunstvoorwerpen van Europa bijeengebracht. De huidige Joodse gemeenschap in Praag telt zo’n 3000 mensen (inclusief buitenlanders die hun geloof hier praktiseren), naast de circa 1500 mensen van Joodse afkomst.

  • Pinkassynagoge werd gesticht in 1479 en in 1535 verder uitgebreid. Tijdens opgravingen zijn interessante resten uit het middeleeuwse getto opgedoken, zoals een mikva, een ritueel bad. Het hart van het huidige gebouw wordt gevormd door een grote zaal met gotische gewelven. De vrouwengalerij dateert van begin 17de eeuw. In de synagoge worden alle Tsjechoslowaakse Joden herdacht die omkwamen in Theresienstadt en andere concentratiekampen. Op de muren van de synagoge staan de namen van de 77.297 slachtoffers. Ook is er een huiveringwekkende tentoonstelling van kindertekeningen uit Theresienstadt.
  • Het Rudolfinum is de thuisbasis van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest. De mooiste concertzaal is de luxueuze Dvořákzaal. Op de gebogen balustrade staan beelden van Tsjechische, Oostenrijkse en Duitse componisten en musici. Van 1918 tot 1939 zetelde hier het Tsjechoslowaakse parlement.
  • Museum voor Decoratieve Kunsten: De verzameling glaswerk van dit museum behoort tot de grootste ter wereld, maar uit ruimtegebrek wordt slechts een klein gedeelte tegelijk geëxposeerd. De grootste trots van het museum is het barokke, 19de-eeuwse en 20ste-eeuwse Boheems kristal. Verder kun je genieten van Meissner porselein, wandtapijten, kleding, stoffen, fotografie en prachtig meubilair.
  • De Maiselsynagoge is aan het eind van de 16de eeuw gebouwd en was de gebedsruimte van burgemeester Mordechai Maisel en zijn familie. Het was de rijkst versierde synagoge van de stad. Maisel, die een fortuin had verdiend door geld te lenen aan Rudolf II, was de financier van de uitgebreide reconstructie van het getto in de renaissance. Toen ik de synagoge bezocht was er een tentoonstelling te zien van Joods zilverwerk en ander smeedwerk uit de renaissance.
  • De kern van het sierlijke, roze-witte gebouw is het oude Joodse stadhuis, dat in 1570-1577 werd gebouwd. Pas later kreeg het zijn fleurige, laatbarokke uiterlijk. De houten klokkentoren op het dak heeft een markante groene spits. Op een tweede klok, op één van de puntgevels, staan Hebreeuwse tekens. Omdat in het Hebreeuws van rechts naar links wordt geschreven, draaien de wijzers “tegen de klok in”.
  • De Hoge Synagoge maakte oorspronkelijk deel uit van het Joodse stadhuis, maar kreeg in 1883 een eigen ingang. Het centrale gewelf met de vele stucornamenten in de benedenruimte laat zien hoe renaissance vormen zich aan de laatgotische smaak aanpasten.
  • Oud-Nieuwsynagoge (Staronová Synagóga): Deze synagoge uit 1270 is de oudste in Europa en één van de eerste gotische gebouwen van Praag. Hij heeft branden, de sanering van de wijk in de 19de eeuw en vele Jodenvervolgingen overleefd. Inwoners van de Joodse Wijk gebruikten de synagoge vaak als schuilplaats. Nog altijd fungeert hij als religieus centrum voor Praagse Joden. Aanvankelijk heette hij de Nieuwe Synagoge, maar na de komst van een nieuwer gebouw (die door brand is verwoest), werd de naam gewijzigd.
  • De Klausensynagoge is een groot barok gebouw met tongewelven. De synagoge werd in 1694 gebouwd ter vervanging van de kleine “cellen”, drie gebouwen die dienst deden als gebedshuis, klaslokaal en ritueel bad. Tot 1939 werden hier nog religieuze diensten gehouden.
  • De neoromaanse Ceremoniezaal uit 1911 staat bij de ingang van de begraafplaats. De zaal werd gebouwd voor de Praagse begrafenisvereniging, die naast het verzorgen van begrafenissen ook liefdadigheidswerk verrichtte. Binnen vind je het vervolg op de expositie over de joodse gebruiken en tradities in de Klausensynagoge, die verhaalt over ziekte en dood in het getto in Praag en in andere gebieden in Bohemen en Moravië.
  • Oude Joodse Begraafplaats: Ruim 300 jaar mochten Joden hun doden uitsluitend op deze bijzondere plek begraven. Hoewel het sinds de opening in 1478 wel iets is uitgebreid, is het verschil tussen toen en nu maar klein. Door ruimtegebrek liggen de doden tot twaalf verdiepingen hoog boven elkaar begraven. Hoewel er 12000 grafstenen zijn te zien, wordt geschat dat er wel 100000 doden liggen.
  • Spaanse synagoge. Ooit stond de oudste synagoge van Praag, de Oude Sjoel, op deze plek. In de 11de eeuw was de Oude Sjoel het middelpunt van de Asjkenazische of oosterse Joden, die toen nog streng gescheiden van de West-Europese Sefardische Joden leefden. De laatste woonden rond de Oud-Nieuwsynagoge. Het huidige Moorse gebouw dateert uit de 2de helft van de 19de eeuw. Het heeft een uitbundige buitenkant en een nog weelderiger gedecoreerd interieur. Het sierpleisterwerk doet denken aan het Alhambra in Spanje, vandaar de naam Spaanse Synagoge. In het gebouw huist een permanente expositie over de geschiedenis van de Joden in de Bohemen.

  • Het 13de-eeuwse St.-Agnesklooster ten noordoosten van Josefov raakte in het begin van de 19de eeuw in verval. Tegenwoordig worden in de twee gerestaureerde kerken van het klooster concerten gegeven. In en rond de kloostergang is de schitterende collectie middeleeuwse kunst van het Nationaal Museum ondergebracht. Jarenlang was de middeleeuwse collectie van het Nationaal Museum ondergebracht in het St.-Jorisklooster binnen de Praagse Burcht. Na een reorganisatie is de middeleeuwse collectie verhuisd naar het St.-Agnesklooster, waar de kunstwerken prachtig tot hun recht komen. Het is één van de grootste verzamelingen middeleeuwse kunst van Midden-Europa, met beschilderde panelen, houten madonnabeelden, altaarstukken en schilderijen. Hoewel hun stijlen heel verschillend zijn, zijn vele namen van middeleeuwse schilders niet bekend. Ze worden simpelweg Meester van de stad genoemd waar ze werkten.

Nové Město (de nieuwe stad)

De Nieuwe Stad is niets anders dan een uitbreiding van de Oude Stad die noodzakelijk werd toen de stad uit haar voegen groeide. De Nieuwe Stad werd in 1348 door Karel IV gesticht. De Nieuwe Stad, die in oppervlakte groter was dan de Oude Stad, werd beschermd door vestingwerken die ongeveer 4 km lang waren.

  • Onze-Lieve-Vrouwe van de sneeuw: In 1347 stichtte Karel IV deze kerk ter ere van zijn kroning. De naam verwijst naar een verhaal uit de 4de eeuw, waarin Maria de paus in een droom zou hebben opgedragen een kerk te bouwen op een plek waar het in augustus sneeuwde. De kerk van Karel IV moest 100m lang worden, maar werd nooit voltooid. Vanuit het parkje “Franciscanentuin” heb je een mooi uitzicht op de kerk. De oude kloostertuin van de Franciscanen werd in 1950 opengesteld voor het publiek en is een oase van rust vlak bij het Wenceslasplein. Bij de ingang leidt een gotische poort naar het kelderrestaurant U františkánú. In de jaren tachtig werden enige perken beplant met kruiden die de Franciscanen in de 17de eeuw kweekten. Vanaf hier loop je via een galerij naar het Wenceslasplein.
  • Het Wenceslasplein is een lange brede baan die aan het eind afgesloten wordt door de zuilengang en koepels van het Nationaal Museum. Dit is het commerciële en politieke hart van de stad.
  • Vlakbij de metrohalte in het midden, zien je Café Tramvaj 11 en Hotel Evropa. Dat heeft originele jugendstilkenmerken uit 1906 behouden. Verderop zie je het Fénixpaleis en een monument voor de slachtoffers van het communisme. Dit is de plek waar Jan Palach zichzelf uit protest in brand stak. Sinds de Fluwelen Revolutie wordt het als een onofficiële schrijn onderhouden. Niet ver daar vandaan is het ruiterbeeld van St.-Wenceslas.
  • Het beroemdste monument van het plein, het standbeeld van Wenceslas staat vóór het Nationaal Museum. Toen in 1989 de Fluwelen Revolutie uitbrak, verzamelden zich op het plein grote menigten die werden toegesproken door Václav Havel en de held van de Praagse Lente, Alexander Dubček.
  • Het Nationaal Museum zit in het enorme neorenaissancistische gebouw aan de kop van het Wenceslasplein. De monumentale trap binnen, verlicht door koperen kandelaars, leidt naar het pantheon, een zaal met een koepel waar standbeelden en bustes van prominente Tsjechen op het gebied van politiek, cultuur en wetenschap staan. De collectie omvat voorwerpen op het gebied van mineralogie (met de grootste verzameling stenen van Europa), archeologie, antropologie, numismatiek (muntenverzamelingen) en natuurlijke historie.

Hradčany (de kasteelwijk)

De geschiedenis van Praag begon in de 9de eeuw met de bouw van zijn kasteel, en ook nu nog vormt dit gebied als zetel van de president het hart van de Tsjechische politiek. Het silhouet van de kasteelwijk is misschien wel het beroemdste plaatje van de stad. Dankzij zijn onbeschutte positie domineert het kasteel de skyline van de linkeroever van de Moldau. Vooral ’s avonds is de verlichte burcht, met op de achtergrond de kathedraal erg bijzonder.

  • Aartsbisschoppelijk paleis: Dit paleis heeft een fraaie rococogevel. Het werd ontworpen door Wohlmut in opdracht van Ferdinand I die vond dat de aartsbisschop een passend onderkomen verdiende. De stucversiering op de gevel dateert uit de jaren 1760.
  • Schwarzenbergpaleis: Dit paleis is helemaal bedekt met schitterende sgraffito’s (Italiaanse beschilderingen). Oorspronkelijk was dit paleis ontworpen voor de familie Lobkowicz, maar werd in 1719 gekocht door de Schwarzenbergers.
  • Martinizpaleis: Dit is een renaissancistisch paleis waar één van de keizerlijke stadhouders woonde die in 1618 uit het raam werden gegooid. Tijdens de restauratie van dit bouwwerk werden er sgraffitoversieringen met Bijbelse en klassieke taferelen ontdekt.
  • Sternbergpaleis: Links van het aartsbisschoppelijk paleis voert een steegje naar het verscholen Sternbergpaleis. Dit is het hoofdgebouw van de Nationale Galerie, waar een mooie collectie Europese kunst van de Oudheid tot de 18de eeuw is gehuisvest, waaronder oude meesters.
  • De hoofdingang van het kasteel wordt gevormd door de Eerste Binnenplaats. Voor de beelden, kopieën van de Strijdende Giganten van Ignaz Platzer, staan twee erewachten. Iedere dag om twaalf uur kan je hier ook (gratis) de wisseling van de wacht aanschouwen, een enorm spektakel waar vele toeristen op af komen.
  • De Matthiaspoort is een stuk ouder (1614), namelijk het oudste barokke bouwwerk op het kasteelterrein. Oorspronkelijk stond de poort als een soort triomfboog tussen de bruggen die over de grachten voerden, maar tijdens de herbouw werd hij kunstig als reliëf in het nieuwe gedeelte verwerkt. Vanaf dat moment dient de Matthiaspoort als toegang voor de Tweede Binnenplaats. Rechts van de poort leidt een trap naar de ontvangstruimten van de presidentiële vertrekken, die niet voor het publiek toegankelijk zijn.
  • De Tweede Binnenplaats heeft een wat sobere uitstraling. In het midden staat een barokfontein van Hieronymus Kohl (1686) en in de zuidoosthoek zie je de Heilige Kruiskapel. Deze kapel doet tegenwoordig dienst als winkel, waar je ook kaartjes voor concerten kunt kopen. Aan de andere kant (links) van het plein is de schilderijengalerie van de Praagse Burcht. Hier zie je overblijfselen van de 9de-eeuwse Mariakerk.
  • Schilderijengalerie van de Praagse Burcht: Hier vind je een collectie die grotendeels is samengesteld door kunstliefhebber Rudolf II (1583-1611). De keizer is weliswaar de geschiedenis ingegaan als een soort excentriekeling, maar hij was een belangrijk beschermheer van kunsten en wetenschappen en verzamelde een enorm aantal kunstschatten en curiositeiten.
  • In de rechterpassage naar de Derde Binnenplaats kun je blootgelegde overblijfselen van de Romaanse vestingwerken bekijken. Naast de schilderijengalerie is, daar waar je naar de Derde Binnenplaats loopt, het kantoor van de president. Ook zijn daar de Koninklijke Stallen. Hier zijn exposities van hedendaagse kunst te vinden.
  • Op de derde binnenplaats worden toegangskaarten voor de Sint-Vitus en de gebouwen van het kasteel verkocht in het Informatiecentrum van het Praagse kasteel.
  • Meteen als je de Derde Binnenplaats hebt betreden zie je de Sint-Vituskathedraal. De kathedraal is de grootste kerk van Praag, de kerk van het aartsbisdom Praag, de koninklijke en keizerlijke grafkerk en ook de plek waar de regalia (kroonjuwelen) worden bewaard. De 600-jarige geschiedenis van de kathedraal begon met de stichting van het aartsbisdom in 1344. Karel IV wilde dat het gebouwd werd in de Franse, gotische stijl. Het roosvenster beeldt de schepping uit. Aan weerszijden van het venster bevinden zich de beeltenissen van de architecten van de kathedraal en de torens zijn versierd met 14 heiligenbeelden. De belangrijkste attractie in de kathedraal – en daardoor ook vaak erg druk – is de St.-Wenceslaskapel in de zuidelijke dwarsbeuk. De kapel is niet toegankelijk voor publiek, maar kan vanaf de ingangen worden bekeken. De muurschilderingen tonen het lijden van Christus (boven) en het levensverhaal van Wenceslas, de prins van Bohemen (onder).

  • Oud-Koninklijk Paleis: Net als de rest van het kasteelcomplex werd ook dit paleis door vele generaties heersers gebouwd. Steeds weer nieuwe verdiepingen werden op het paleis aangebracht, waardoor de oorspronkelijke muren nu een heel stuk beneden het niveau van de binnenplaats liggen. Als je het bezoekt leer je veel over de geschiedenis van het kasteel. Je ziet onder andere de Groene Kamer, de voormalige rechtbank, de Vladislavzaal (zeer indrukwekkend!) en de Boheemse kanselarij. De ruitertrap, die gemaakt is om zowel heersers als hun gasten te paard deel te kunnen laten nemen aan losbandige festiviteiten zoals steekspelen, brengt je op het Sint-Jorisplein. De rode barokgevel tegenover het koor van de Sint-Vituskathedraal is van de Sint-Jorisbasiliek. Dit is de oudste nog bestaande kerk op het kasteelterrein, die in de Middeleeuwen samen met het aanpalende klooster het centrum van het complex vormde. Binnen worden vanwege de uitstekende akoestiek regelmatig concerten gehouden. Naast een verhoogd koor zie je hier restanten van de originele Romaanse plafondschilderingen.
  • Links naast de basiliek staat het voormalige klooster van de Benedictijnen. Het Sint-Jorisklooster werd in 973 gesticht, maar diverse keren herbouwd. Tegenwoordig vind je hier de omvangrijke collectie barokke en maniëristische kunst in de Bohemen van de Nationale Galerie.
  • Langs de noordkant van de Sint-Vituskathedraal loopt de Vikářská, waar de Kruittoren staat. Tijdens de bouw van de noordelijke vestingwerken aan het eind van de 15de eeuw deed de toren dienst als buskruitlaboratorium.
  • Ook het sfeervolle Gouden Straatje, ook wel Goudmakersstraatje genoemd, maakt deel uit van de vestingwerken achter het Sint-Jorisklooster. Dit is erg beroemd, maar ook erg druk en zit vol met toeristenwinkeltjes.
  • Bij de Zwarte Toren heb je de oostpoort en daarmee het einde van het kasteelterrein bereikt.
  • Net voor de poort zie je rechts het Lobkowitzpaleis. In dit gebouw is het Historisch Museum. In de ruimten krijg je een chronologisch overzicht vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling tot aan de revoluties van 1848.
  • Onder het kasteel zijn de koninklijke tuinen. De tuinen zijn beroemd om hun azalea’s en vormen een prachtige locatie om even uit te rusten of om wat te wandelen. Verder is er een moderne broeikas. In de tuinen vind je de balspelbaan. Achter in de tuinen staat het Belvédère, dat Keizer Ferdinand I in 1537 voor zijn vrouw Anna liet bouwen. Het heeft Ionische zuilen en een dak als een omgekeerde scheepsromp in blauwgroen koper.
  • Voor de Belvédère staat een renaissancefontein. De fontein staat bekend als de “zingende fontein”, naar het geluid dat het water maakt wanneer het in het bekken valt. Als je jouw hoofd onder het bekken houdt, kun je een vaag gebrom horen.

Loreto en Strahov

  • Loretoheiligdom: Kort na de Katholieke overwinning in de Slag op de Witte Berg in 1629 is dit gebouwd op gezag van Kateřina Lobkowitcz. De Tsjechische aristocrate wilde de legende van het Santa Casa hooghouden – het “heilige huis” in Nazareth waar aartsengel Gabriël Maria de geboorte van Christus aankondigde en dat in 1295 op miraculeuze wijze naar Loreto in Italië was verplaatst. Halverwege de 13de eeuw heroverden de islamitische legers het Heilige Land. In die tijd waren twee broers priors van de Franciscanenkloosters Haifa en Nazareth. Volgens de legende namen de broers op hun vlucht het ontmantelde Santa Casa mee om het steen voor steen weer op te bouwen bij Renecati, het huidige Loreto, in Italië. Veel pelgrims deden het huis op hun reis naar Rome aan. Toen de katholieke Habsburgers tijdens de Contrareformatie probeerden om de hussieten weer tot het “ware geloof” te brengen, gebruikten zij deze vrome legende om hun woorden kracht bij te zetten. Door het hele land lieten zij replica’s van Santa Casa bouwen. De bekendste en mooiste van alle ligt midden in het Loretoheiligdom van Praag.
  • Elk uur klinkt er een bijzonder concert, gespeeld door de klokken van de barokke klokkentoren. De legende wil dat de uitbraak van een plaag een Praagse moeder en haar kinderen zwaar trof. Het ene na het andere kind werd ziek en met het laatste geld dat ze nog had, betaalde ze voor het luiden van de klokken na de dood van elk kind. Nadat ze allemaal dood waren, werd zij zelf ziek en stierf, maar er was natuurlijk niemand om de klokken voor haar te laten luiden. Toen begonnen de klokken van Loreto plotseling uit zichzelf een lofzang voor Maria te spelen. De melodie wordt tot de dag van vandaag gespeeld.
  • Černínpaleis: Het 150 m brede paleis, in 1669 gebouwd voor graaf Černín van Chudenice, de keizerlijke ambassadeur in Venetië, is het eerste echt barokke gebouw van Praag. Het paleis met 29 Korinthische halfzuilen torent hoog uit boven het groene pleintje dat het van het Loretoheiligdom scheidt. Het enorme gebouw had veel te lijden van zijn ligging op de hoogste heuvels van Praag. De Fransen plunderden het in 1742 en ook het Pruisische bombardement in 1757 bracht veel schade toe.
  • Strahovklooster: Je komt het complex binnen via een forse barokke toegangspoort. Het beeld bovenop is van St. Norbertus. Recht vooruit zit de ingang van de abdijkerk, de Maria-Hemelvaartkerk. Links staat de hoog oprijzende voormalige St.-Rochuskerk, in 1612 gebouwd in opdracht van Rudolf II. Tegenwoordig wordt hij gebruikt als tentoonstellingsruimte. Op de enorme binnenplaats hebben de monniken, die sinds 1989 weer terug zijn, een restaurant met terras gebouwd. In de voormalige kloostergebouwen zijn nu twee van de mooiste barokbibliotheken van Europa ondergebracht.  Via een gang kom je in de Theologische Zaal, de oudste van de twee bibliotheken. De boekenkasten zijn nog ouder dan de bibliotheek zelf. Het oudste manuscript is een 9de-eeuwse lectionarium, het Strahov-evangelie, waarvan de voorkant met juwelen is bedekt. Een kopie is te zien naast de ingang van de Theologische Zaal. In de kloostergang is een galerie, waar een deel van de eigen kunstcollectie van het klooster is ondergebracht.
  • Uitkijktoren/Petřintoren: Dit is een miniversie van de Eiffeltoren in Parijs, die vier keer zo groot is. De minitoren is een teken van de nauwe banden die de twee steden hadden aan het eind van de 19de eeuw. Hij werd speciaal gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1891 en kwam in 1930 op deze plek te staan. Het is een hele klim naar het uitzichtpunt – bijna 300 treden – maar het uitzicht over de stad en de omgeving is adembenemend.
  • Achter de toren liggen de resten van vestingwallen die bekend stonden als de Hongermuur. In de jaren 1360 begon Karel IV met de bouw van fortificaties als werkgelegenheidsproject voor hongerige werklozen. De resten van deze wallen zijn behoorlijk imposant: ze zijn bijna 1200 m lang en vormen de verbinding tussen Újezd en het Strahovklooster.
  • Observatorium: Hier kun je een paar van de zeer krachtige telescopen uitproberen. Er is een kleine historische tentoonstelling met astronomische instrumenten, vooral bedoeld voor kinderen. Vlak bij de sterrenwacht ligt de Rozentuin, waar je heerlijk kunt zitten.

Vyšehrad en een stukje Nové Mešto

  • Je komt deze wijk binnen via de Táborpoort en iets verderop via de Leopoldpoort. Beide poorten stammen uit het midden van de 17de-eeuw. De Taborpoort was de hoofdingang van het fort, maar om de citadel te bereiken moest je ook door de imposante, barokke Leopoldpoort.
  • Iets verderop zie je de St-Martinusrotonde. Dit is een kleine Romaanse kerk uit de 11de eeuw. De kerk werd tussen 1870 en 1880 mooi gerestaureerd en is één van de oudste kerken van het land.
  • Loop de K rotundě in langs de resten van de St.-Laurentiusbasiliek en naar een esplanade hoog boven de muren, van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op de rivier. Houd rechts en loop het pad verder af naar volgende uitzichtpunten. Je kunt op een rotspunt de gotische ruïnes zien die bekend staan als het Bad van Libuše. Verder zijn ook de Burcht en de Petřinheuvel te zien.
  • Karelsplein: Het midden 19de eeuw aangelegde park op het plein is een vredige en welkome plek om tot rust te komen, hoewel je door de vele bomen niet van verre uitzichten kunt genieten. De beelden in het park stellen figuren uit de geschiedenis van Tsjechië voor.
  • Tot de 19e eeuw bleef de voornaamste functie van het plein veemarkt, daarnaast werden er brandhout, kolen en andere waren verhandeld. Aan de noordzijde staat het Stadhuis Nieuwe Stad, aan de zuidzijde de imponerende St-Ignatiuskerk. Daarnaast staat het tamelijk onopvallende voormalige jezuïetencollege. Het is nu een academisch ziekenhuis, dat is verbonden aan de Karelsuniversiteit. Deze universiteit is in verschillende gebouwen aan en rond het plein gehuisvest.
  • Stadhuis Nieuwe Stad: In 1960 werd bij het Stadhuis Nieuwe Stad een standbeeld onthuld van de hussitische predikant Jan Želivský. Het beeld herinnert aan de eerste en bloedigste Praagse “defenestratie”. Op 30 juli 1419 leidde hij een groep die bij het stadhuis de vrijlating van enkele gevangen eiste. Na weigering bestormde men het gebouw en gooide de katholieke raadsleden uit het raam. De overlevenden werden beneden alsnog met een hooivork gedood.

Malá Strana

Malá Strana (Kleine Zijde) ligt aan de voet van het Praagse kasteel. Het is een wijk met een geheel eigen identiteit, een soort schilderachtig eiland dat door brede parken en de Moldau van de rest van de stad wordt gescheiden. In 1257 kreeg Malá Strana stadsrechten, waardoor het de op één na oudste van de vijf historische steden is waaruit Praag bestaat.

  • Karelsbrug (Karlův Most): Dit is één van de mooiste bezienswaardigheden van Praag: een unieke combinatie van gotische architectuur en barokke sculptuur. De eerste stenen brug werd hier in de tweede helft van de 12de eeuw gebouwd, ter vervanging van een 10de-eeuwse houten brug, die wat verder naar het noorden lag. Deze Judithbrug, genoemd naar de vrouw van koning Vladislav I, leeft nog altijd voort in de funderingen van de pijlers in de Moldau en de kleinere van de twee torens aan de kant van Malá Strana. In 1342 stortte de Judithbrug in, waarna Karel IV in 1357 de eerste steen voor de nieuwe gotische brug legde. Tijdens de Middeleeuwen stonden er geen beeldhouwwerken op de brug. De enige versiering was een kruis dat bij verschillende gelegenheden werd vernieuwd. De dertig beelden op de brug werden in een tijdperk van 250 jaar geplaatst. Veel werken zijn replica’s; de meest waardevolle bevinden zich in het Lapdarium van het Nationaal Museum. Het eerste beeld dat op de brug geplaatst werd was dat van de Heilige Johannes van Nepomuk (15), waarna er tussen 1706 en 1714 nog 21 beelden bij werden gezet.
  • Na de brug loop je rechtsaf de Na Kampě in naar de Cihelná. In deze straat vind je de Praagse juwelencollectie. De collectie (17de eeuw tot nu) omvat onder andere originele Fabergé-eieren en Tsjechoslowaakse juwelen die de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958 opluisterden.
  • Het Kampa en het museum Kampa (in een molen). Dit deel van de stad met zijn watermolens en tuinen wordt ook wel Klein Venetië genoemd. Het park op het eiland bestaat uit de met elkaar verbonden tuinen van voormalige paleizen en biedt een prachtig uitzicht op de Oude Stad. Een groot deel van het eiland wordt in beslag genomen door het Kampapark, een mooie groenstrook langs de oevers van de rivier. In het park bevindt zich Museum Kampa dat gevestigd is in een oude watermolen. De molen is prachtig verbouwd. Verder is het een modern museum met moderne kunst.
  • Plein Kleine Zijde (Malostranské Náměstí). Het centrum van Malá Strana werd en wordt nog altijd gevormd door dit plein. Een plein dat in tweeën wordt gedeeld door de Sint-Nicolaaskerk en het voormalige Jezuïetencollege. In de zomer kan de toren worden beklommen, met een prachtig uitzicht over de omliggende daken. In het interieur is vooral de schitterende plafondschildering in het schip een bezienswaardigheid. Het is één van de grootste van Europa en beeldt taferelen uit het leven van de Heilige Nicolaas uit.
  • Waldsteinpaleis: Het eerste barokpaleis van Praag werd tussen 1624 en 1630 gebouwd Vandaag de dag is dit één van de gebouwen van het Tsjechische parlement. Tot de openbare ruimten behoren de maniëristische en vroegbarokke centrale zaal met prachtige plafondschilderingen van Baccio di Bianca. Via de ridderzaal met zijn aparte 19de-eeuwse leren wandenbekleding komt je bij een mooie ronde gehoorzaal en een mythologische gang die versierd is met taferelen van Ovidius en Vergilius. Breng beslist een bezoek aan de paleistuinen. Het pronkstuk van de tuinen is een loggia met drie bogen, die rijkelijk versierd is met fresco’s. Verder vind je hier een groot vogelhuis, een mooie vijver en een bijzondere namaakgrot die een groot deel van de tuinmuren beslaat.

Ben jij al eens in Praag geweest?

Summary
Review Date
Reviewed Item
Stedentrip Praag; Tips en bezienswaardigheden voor weekendje weg / vakantie
Author Rating
51star1star1star1star1star
Astrid

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

No Comments

Enroll Your Words

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

To Top