Stedentrip Lissabon: Tips en bezienswaardigheden

Lissabon is de hoofdstad en de grootste stad van Portugal. De stad ligt op de rechteroever van de Taag, op korte afstand van de Atlantische Oceaan. Volgens een legende is het gesticht door de Griekse held Odysseus. De Feniciers, de Romeinen en de moslims hebben de regio bestuurd. In de 12de eeuw werd het zelfstandig en liet koning Alfonso een fort bouwen, later omgebouwd tot koninklijk paleis. Lissabon heeft een aantal rijke periodes gekend en veel van de gebouwen zijn uit die tijd. Ook heeft er een aardbeving plaatsgevonden waarbij een deel van de stad vernield is. Dat deel is moderner heropgebouwd. Samen met Linda ben ik hier in de voorjaarsvakantie van 2009 geweest en ik geef je hier mijn tips voor een stedentrip naar Lissabon.

Lees ook: Populairste vakantie bestemmingen in Europa met kinderen

Centrum Lissabon

Praça dos Restauradores

Praça dos Restauradores is het drukste gedeelte van de stad, vooral de centraal gelegen pleinen Rossio en Praça da Figueira. Het gebied, compleet herbouwd na de aardbeving van 1755, is één van de eerste voorbeelden van stadsplanning in Europa. Nu worden de neoclassicistische gebouwen aan de brede straten en pleinen bezet door kantoren. De sfeer kunt u het beste proeven op een terrasje.
Rossio-station is een 19e-eeuws gebouw in Manuelstijl met twee Moorse hoefijzervormige bogen.

Casa do Alentejo

Casa do Alentejo werd in 1919 gerestaureerd en heeft een rustig interieur met een neomoorse patio en een fontein. Er is een restaurant gevestigd.

Rossioplein

Het grote Rossioplein, dat voorheen Praça Dom Pedro IV heette, vormt al zes eeuwen lang het zenuwcentrum van Lissabon. In de loop van de geschiedenis is het plein het toneel geweest van stierengevechten, festivals, militaire parades en ketterverbrandingen door de Inquisitie. In het midden staat een standbeeld van Dom Pedro IV, de eerste keizer van het onafhankelijke Brazilië. Aan de voet van het standbeeld staan allegorische vrouwenfiguren – Gerechtigheid, Wijsheid, Kracht, Gematigdheid – kwaliteiten die vreemd genoeg aan Dom Pedro worden toegeschreven. Halverwege de 19e eeuw werd het plein geplaveid met mozaïeken met golfpatroon, waaraan het de bijnaam “het plein van de golfbeweging” te danken heeft. In het midden is een deel van het ontwerp bewaard. Aan de noordkant van het plein staat het “Teatro Nacional Dona Maria II”. Het neoclassicistische gebouw werd rond 1840 gebouwd door de Italiaan Fortunato Lodi. Na een brand in 1964 werd het interieur in de jaren zeventig herbouwd. Op het fronton is Gil Vicente te zien, de grondlegger van het Portugese theater.

Praça da Figueira

Voor de aardbeving van 1755 stond op dit plein, dat zich naast het Rossio bevindt, het Hospital de Todos-os-Santos (Allerheiligenhospitaal). In het nieuwe ontwerp van De Pombal kreeg het plein de rol van de centrale markt. In 1885 kwam er een overdekte markt, maar deze is in de jaren vijftig gesloopt. Nu zijn er in de vier verdiepingen tellende gebouwen hotels, winkels en cafés gevestigd en het plein niet langer een marktplein. Het opvallendst zijn nog de vele duiven op en rond Leopoldo de Almeida’s bronzen ruiterstandbeeld van João, dat werd opgericht in 1971.

Rua Augusta

De Rua Augusta, een levendige autovrije straat die is versierd met mozaïeken en omgeven door boetieks en terrassen, is de deftigste straat in de Baixa. Straatartiesten zorgen voor amusement, terwijl straatventers loterijkaartjes, boeken en souvenirs verkopen.

Elevador de Santa Justa

Deze neogotische lift, ook bekend als de Elevador do Carmo, werd rond 1900 gebouwd door de Fransman Raoul Mesnier du Ponsard, een leerling van Alexandre Gustave Eiffel. Het ijzeren, met filigreinwerk versierde gevaarte is één van de excentriekere bezienswaardigheden van de Baixa. Bovenin kun je via de brug naar de wijk Bairro Alto lopen. Ook heb je boven een mooi uitzicht op het Rossio, de Baixa, het kasteel op de heuvel, de rivier en de ruines van de Carmo-kerk. De brand die in 1988 de Chiado-buurt verwoestte werd vlakbij de lift geblust.

Praça do Comércio

Dit gigantische plein, dat bij de lokale bewoners beter bekend staat als het Tereiro do Paço (Paleisplein), was 400 jaar lang de locatie van het koninklijk paleis. Manuel I verplaatste de koninklijke residentie in 1511 van het Castelo de São Jorge naar een beter locatie aan de rivier. Het eerste paleis, met zijn 70.000 boeken tellende bibliotheek, werd verwoest tijdens de aardbeving van 1755. Bij de wederopbouw van de stad werd het plein het belangrijkste project van de plannen van De Pombal.

Het nieuwe paleis bestond uit ruime gebouwen met galerijen aan drie zijden van het plein. Na de revolutie van 1910 werden er regeringsgebouwen van gemaakt en werden ze republikeins roze geschilderd. Later verving men deze verflaag weer door koninklijk geel. Aan de zuidzijde staan twee vierkante torens. Hier ziet men uit over de brede rivier de Taag. Dit is de mooiste toegangspoort tot Lissabon, en personen van koninklijken bloede en ambassadeurs gingen vroeger aan land over de marmeren trap bij de rivier.

Midden op het plein staat het ruiterstandbeeld van koning José I dat in 1775 werd opgericht door Machado de Castro, de toonaangevende Portugese beeldhouwer van de 18e eeuw. Aan het bronzen paard dat slangen vertrapt ontleende het plein zijn derde naam, het “Plein van het Zwarte Paard”. Via de triomfboog aan de noordkant van het plein komt men in de Rua Augusta. Op 1 februari 1908 werden koning Carlos en zijn zoon Luís Felipe vermoord toen ze dit plein passeerden. In 1974 was het plein het toneel van de opstand van de Beweging van het Leger, die het Caetano-regime omverwierp na een geweldloze revolutie.

Alfama

Het is moeilijk voor te stellen dat deze buurt ooit de meest begeerde wijk van Lissabon was. In de Moorse tijd werd de stad begrensd door de steegjes rond het versterkte kasteel. De aftakeling begon al in de Middeleeuwen, toen de rijke bewoners uit angst voor aardbevingen naar het westen verhuisden en de wijk aan de vissers en armen lieten. De gebouwen weerstonden de aardbeving van 1755 en hoewel er geen Moorse huizen meer overeind staan, heeft de wijk zijn indeling behouden.

Santa Engrácia

Eén van Lissabons mooiste monumenten is de hoog oprijzende koepel van deze kerk. De oorspronkelijke kerk is tijdens een storm in 1681 ingestort. Het leggen van de eerste steen van het nieuwe barokke monument in 1682 markeert het begin van een 284 jaar durende lijdensweg die leidde tot de verzuchting dat de Santa Engrácia nooit af zou komen. Hij werd dan ook pas in 1966 voltooid. De binnenkant is geplaveid met gekleurd marmer en wordt bekroond door een enorme koepel. Net als in het Nationale Pantheon zie je hier grafmonumenten van Portugese helden als Vasco da Gama, Alfonso de Albuquerque en Hendrik de Zeevaarder.

São Vicente de Fora

De H. Vincentius werd in 1173 uitgeroepen tot Lissabons patroonheilige. Zijn stoffelijke resten werden overgeplaatst van de Algarve naar een kerk op deze plek buiten (fora) de stadsmuren. De gevel in gebroken wit, voltooid in 1627, is sober en symmetrisch, met aan beide zijden torens en boven de ingang beelden van de heiligen Vincentius, Augustinus en Sebastiaan. Binnen valt je oog onmiddellijk op het barokke baldakijn boven het altaar dat wordt geflankeerd door levensgrote houten beelden. Het aangrenzende voormalige Augustijnerklooster, dat via het schip van de kerk bereikt kan worden, heeft zijn 16e-eeuwse cisterne en resten van het voormalige klooster behouden, maar wordt vooral bezocht vanwege de mooie 18e-eeuwse azulejos. Tot de panelen in de hal van de eerste kloostergang behoren levendige, maar historisch onnauwkeurige taferelen van Alfonso Henriques die Lissabon en Santarém aanvalt. De tegels rond de kloostergang stellen de fabels van la Fontaine voor. Een doorgang achter in de kerk leidt naar het refectorium, dat in 1885 is veranderd in het Bragança-pantheon. Hier staan de sarcofagen van bijna alle koningen en koninginnen.

Castelo de São Jorge

Na de herovering van Lissabon op de moren in 1147 liet koning Afonso Henriques hun fort op de heuveltop ombouwen tot de residentie van de Portugese koningen. In 1511 bouwde Manuel I een luxueuzer paleis aan wat nu de Praça do Comércio is, waarna het oude kasteel dienstdeed als theater, gevangenis en wapendepot. Na de aardbeving van 1755 bleef het een ruïne tot 1938, toen Salazar met een grote restauratie begon. De “Middeleeuwse” muren werden weer opgebouwd en men legde tuinen aan met watervogels.

Miradouro de Santa Luzia

Het uitzicht vanaf dit door bougainvilles begroeide terras strekt zich uit over Alfama in de richting van de Taag. Dit is een aangename plek om uit te rusten.

Kathedraal Sé

Drie jaar nadat Afonso Henriques Lissabon in 1150 op de Moren had heroverd, bouwde hij een kathedraal op de plek van de oude moskee voor de eerste bisschop van Lissabon, de Engelse kruisvaarder Gilbert of Hastings. Sé is een afkorting voor Sedes Episcopalis, de zetel van een bisschop.

Casa dos Bicos

Dit opvallende huis, bezet met ruitvormige stenen (bicos), werd in 1523 gebouwd voor Brás de Albuquerque, de onechte zoon van Afonso, de onderkoning van India en veroveraar van Goa en Malakka. De vreemde gevel heeft een aangepaste stijl die in de 16e eeuw populair was in Europa. Het gebouw werd gebruikt voor het zouten van vis.

Convento de Madre Deus

Hierin vind je het Museu Nacional do Azulejo; het nationaal tegelmuseum. Hoogtepunten zijn:

  • Madre de Deus: overdadig versierde kerk.
  • Kruisgang: gracieus in Manuelstijl.
  • Nossa Senhora da Vida: 16e-eeuws altaarstuk. Hierop is de H. Johannes te zien en de aanbidding door de herders.

Bairro Alto, Chiado en Estrela

De op een heuvel gelegen Bairro Alto, aan het eind van de 16e eeuw aangelegd in schaakbordpatroon, is één van de mooiste wijken van de stad (vindt de reisgids). Aanvankelijk woonden er rijke burgers die de beruchte Alfama waren ontvlucht. In de 19e eeuw was het een vervallen buurt. Nu vindt men er veel werkplaatsen en goedkope restaurants en een bruisend nachtleven. Van een geheel andere allure is de Chiado, een chique winkelbuurt waar de rijke inwoners van Lissabon hun inkopen doen. Hier ligt ook hotel Martinhal Chiado met appartementen om te huren. De Estrela in het noorden wordt beheerst door een reusachtige koepelbasiliek en drukbezochte tuinen.

Igreja do Carmo

De gotische ruines van deze karmelietenkerk, die is gebouwd op een heuvel met uitzicht op de Baixa, zijn een indrukwekkende getuigenis van de aardbeving uit 1755. Op het moment dat de dienst in volle gang was, kwamen tonnen steen van het instortende gebouw naar beneden en raakten de gelovigen eronder. De kerk, gesticht aan het eind van de 14e eeuw door Nuno Álavares Pereira, de commandant die karmeliet werd, was ooit de grootste in Lissabon. In het schip en het koor, dat ondanks de beving overeind bleef, is tegenwoordig een archeologisch museum te vinden met een kleine, gevarieerde collectie sarcofagen, beelden, keramiek en mozaïeken.

Tot de oudere Europese schatten behoren een deel van een Visigotische zuil en een Romeinse tombe die is versierd met reliëfs van de Muzen. Ook zijn er vondsten uit Mexico en Zuid-Amerika te zien, waaronder oude mummies.

Vlakbij de overblijfselen, in de Largo do Carmo, staat de Chafariz do Carmo, een 18e-eeuwse fontein die is versierd met vier dolfijnen.

São Roque

Achter de gevel van deze kerk gaat een rijk interieur schuil. De kerk werd aan het eind van de 16e eeuw gesticht door de jezuïetenorde, die toen zeer machtig was. In 1742 werd opdracht gegeven tot de bouw van de kapel van Johannes de Doper (achterin links). De in Rome gebouwde kapel werd verfraaid met lapis lazuli, albast, amethist, kostbaar marmer, goud, zilver en mozaïeken, en gezegend door de paus in de kerk Sant’ Antonio dei Portoghesi in Rome. Daarna werd de kapel in drie schepen naar Lissabon gebracht. De oudste en interessantste tegels in de kerk zijn te vinden in de derde kapel rechts. Ze beschermen tegen de pest. Ook fraai zijn de geschilderde scènes van het Laatste Oordeel op het plafond en de sacristie met zijn uitgediepte plafond, evenals de panelen met het leven van de H. Franciscus Xaverius, de 16e-eeuwse jezuïetenmissionaris.

Miradouro de São Pedro de Alcântara

Van het uitzichtpunt kun je uitkijken over de Baixa en op het oosten van Lissabon. Op een van tegels gemaakte kaart die tegen de balustrade is geplaatst, zijn de herkenningspunten beneden aangegeven. Het panorama strekt zich uit van de kantelen van het Castelo de São Jorge, dat omringd door heuvels, in het zuidoosten staat, tot de 18e-eeuwse kerk Penha da França in het noordwesten. Ook het kloostercomplex Igreja da Graça is zichtbaar, en in de verte zie je de contouren van São Vicente de Fora, herkenbaar aan de symmetrische torens die de witte gevel flankeren. Het beeld in de tuin stamt uit 1904 en stelt Eduardo Coelho voor, oprichter van de krant Diário de Notícias. Onder hem zie je een krantenjongen die exemplaren rondbrengt van het dagblad. De grote kranten waren ooit in deze buurt gevestigd, maar tegenwoordig is de pers in het westen van de stad te vinden. Het uitzicht is vooral fraai tijdens zonsondergang.

Palácio de São Bento

In dit enorme neoclassicistische gebouw zetelt het Portugese parlement. Aan het eind van de 16e eeuw werd het gebouwd als het benedictijnenklooster São Bento. Na afschaffing van de religieuze orden in 1834 werd het de zetel van het parlement. Het is overdadig ingericht met marmeren zuilen en neoclassicistische beelden.

Basilica da Estrela

In de tweede helft van de 18e eeuw zwoer Maria I, de dochter van José I, een kerk te zullen bouwen als haar zoon een troonopvolger zou worden. Haar wens ging in vervulling en in 1779 begon de bouw van de basiliek. Haar zoon José stierf echter twee jaar voor de voltooiing van de kerk. De enorme koepelbasiliek staat op een heuvel ten westen van de stad en is één van de meest opvallende bouwwerken van Lissabon. De kerk, een vereenvoudigde versie van de basiliek in Mafra, werd gebouwd door architecten van de Mafra-school in laatbarokke en neoclassicistische stijl. De gevel heeft twee identieke klokkentorens en is versierd met beelden van heiligen en allegorische figuren. Het ruime en lichte interieur is voorzien van grijs, roze en geel marmer. De tombe in empirestijl van Maria I, die stierf in Brazilië, staat in het rechter dwarsschip. In een afgesloten ruimte staat “De geboorte van Christus” dat uit ruim 500 beeldjes bestaat.

Museu Nacional de Arte Antiga

De nationale kunstcollectie van Portugal is ondergebracht in een 17e-eeuws paleis dat werd gebouwd voor de graven van Alvor. Bijzonder zijn bijvoorbeeld “De verering van de H. Vincentius” (op de 2e verdieping), Europese kunst (14e tot 19e eeuw) met o.a. H. Antonius door Hiëronymus Bosch, Ecce Homo en Maria, Kind en Heiligen en de Alberto-kapel uit de 16e eeuw. (op de begane grond)

Belém

Aan de monding van de Taag, waar de ontdekkingstochten begonnen, ligt de wijk Belém, die onlosmakelijk is verbonden met de Portugese Gouden Eeuw der Ontdekkingsreizen. Aan de rivierpromenade liggen gezellige cafés. Op zonnige dagen heerst in Belém de sfeer van een badplaats. Voordat de Taag zich terugtrok, keken de monniken in het klooster uit over de rivier en zagen ze de schepen voorbijvaren. Tegenwoordig wordt het klooster van de schilderachtige rivieroever van Belém gescheiden door de drukke Avenida da Índia. Ook ratelen er nu de hele dag door zilveren en gele treinen langs het klooster.

Museu Nacional dos Coches

Deze collectie koetsen is misschien wel de mooiste van Europa. Het museum is ondergebracht in de oostvleugel van het Palácio de Belém, die vroeger diende als manege en in 1726 werd gebouwd. Vanaf de bovenste galerij bekeek de koninklijke familie haar prachtige Lusitano’s die rondliepen in de arena. In 1905 werd de manege tot museum omgebouwd door de vrouw van koning Carlos, Dona Amélia, wier roze rijmantel te zien is. De uit Portugal, Italië, Frankrijk, Oostenrijk en Spanje afkomstige koetsen omspannen drie eeuwen en variëren van eenvoudig tot kitscherig. In de belangrijkste galerij, die is uitgevoerd in Louis XVI-stijl en fraai beschilderde plafonds heeft, staan twee rijen koetsen van het koninklijk huis. De tentoonstelling begint met de eenvoudige 17e-eeuwse, in hout en rood leer uitgevoerde koets van koning Filips II van Spanje. Gaandeweg worden de koetsen steeds sierlijker – roodfluwelen en gouden interieurs, de koets zelf fraai versierd met allegorische voorstellingen en koninklijke schilden. Aan het eind van de rij staan drie barokke koetsen, in Rome gemaakt voor de Portugese ambassadeur van het Vaticaan. De extravagante, maar weinig comfortabele koetsen wegen 5 ton en zijn verfraaid met een pluchen interieur en levensgrote vergulde beelden. In de volgende galerij staan koninklijke koetsen: cabriolets, landauers en ponykoetsen voor de jonge leden van het koningshuis. Ook staat er een 19-eeuwse taxi, uitgevoerd in zwart en groen, tot voor kort ook de kleur van de Lissabonse taxi’s. de 18e-eeuwse chaise, waarvan de leren kap is voorzien van sinistere, oogvormige gaten, werd in de tijd van De Pombal gemaakt toen versiering uit den boze was.

Palácio de Belém

Dit zomerpaleis had ooit tuinen die grensden aan de rivier. In de 18e eeuw werd het gekocht door Joã V, die rijk was geworden door goudhandel in Brazilië. Hij verbouwde het paleis, liet een manege toevoegen en paste het interieur aan. Toen in 1755 de aardbeving toesloeg, verbleven de koning en zijn familie hier en overleefden ze het natuurgeweld dat Lissabon verwoestte. Het roze bouwwerk is nu de zetel van de president.

Jardim Agrícola Tropical

Dit vredige park met zijn vijvers, watervogels en pauwen is verassend rustig. Het werd begin deze eeuw aangelegd als onderzoekscentrum van het instituut voor Tropische Wetenschappen en doet eerder denken aan een arboretum dan een bloementuin. De nadruk ligt op zeldzame en bedreigde tropische planten en bomen. De oosterse tuin met zijn slootjes, bruggen en hibiscus is toegankelijk via een Chinese poort.

Mostreiro dos Jerónimos

 

Het klooster, dat de rijkdom in het tijdperk van de ontdekkingsreizen weerspiegelt, is het hoogtepunt van de Manuel-architectuur. Manuel I gaf rond 1501, vlak na Vasco da Gama’s terugkeer van zijn historische reis, opdracht tot de bouw, die met “pepergeld” werd bekostigd; een heffing op kruiden, edelstenen en goud. Het klooster werd tot 1834 bestuurd door de Orde van H. Hiëronymus. In dat jaar werden de religieuze orden ontbonden.

Bijzonder zijn:

  • Zuidportaal: de geometrische architectuur van het portaal wordt beheerst door de uitbundige versieringen. João de Castilho verenigt religieuze thema’s, zoals dit beeld van de H. Hiëronymus, met wereldse motieven.
  • Kloostergang: de bouw in Manuelstijl door João de Castilho werd voltooid in 1544. De bogen en balustraden zijn versierd met verfijnd maaswerk.
  • Schip: het spectaculaire gewelf van de kerk Santa Maria wordt gestut door slanke pilaren. Ze reiken tot het plafond en brengen ruimtelijkheid en harmonie.
  • Refectorium: de muren van het refectorium zijn bedekt met 18e-eeuwse azulejos, en met een paneel van de Spijziging van de vijfduizend.
  • Fontein: in de vorm van een leeuw, het symbool van de H. Hiëronymus.

Torre de Belém

Deze toren werd tussen 1515 en 1521 in de opdracht van Manuel I midden op de Taag gebouwd als fort. Dit juweel van Manuel-architectuur, het vertrekpunt van zeelieden die de handelsroutes verkenden, werd het symbool van de Portugese expansiedrift. De schoonheid van de toren ligt vooral in de inrichting. Het gotische interieur onder het terras, dat diende als opslagruimte voor wapens en als gevangenis, is sober, maar de privévertrekken zijn vanwege de loggia en het uitzicht een bezoek waard.

Hoogtepunten:

  • Renaissanceloggia: deze elegante gewelfde loggia, geïnspireerd op de Italiaanse architectuur, geeft de kantelen van de toren een speelse toon.
  • Kapel en de kantelen: zijn versierd met het kruis van de Christusorde.
  • Gewelfde kerker: werd tot de 19e eeuw gebruikt als gevangenis.
  • H. Maagd Maria en het kind: het beeld van Onze-Lieve-Vrouwe-van-de-Behouden-Thuiskomst, symbool van bescherming voor zeelieden.
  • Hemelglobes en scheepstouwen: symbolen van Portugal als zeemacht.

Monument der Ontdekkingen

Dit enorme monument, het Padrão dos Descobrimentos, staat vlak aan het water en werd in 1960 gebouwd ter herdenking van de 500ste verjaardag van de dood van Hendrik de Zeevaarder. Het 52m hoge monument, dat tijdens het Salazar-regime verrees, herinnert aan de zeelieden, ontdekkers en al de anderen die bijdroegen aan de snelle ontwikkeling tijdens het Portugese tijdperk van de ontdekkingsreizen. Het monument heeft de vorm van een karveel. Op de boeg staat het Portugese wapen en boven de ingang hangt het zwaard van het koninklijk Huis van Avis. Hendrik de Zeevaarder staat op de plecht met een karveel in zijn hand. Aan beide zijden van het monument zijn schuin aflopende plateaus waar de Portugese helden van het tijdperk van de ontdekkingsreizen staan. Aan de westkant zien we onder meer dom Manuel I met een hemelglobe, de dichter Camões met een exemplaar van Os Lusíadas, de schilder Nuno Gonçalves met een schilderspalet en vele beroemde cartofagen, kapiteins en koningen. De enorme windroos aan de noordzijde van het monument is een geschenk van Zuid-Afrika uit 1960. Op de kaart, die is versierd met zeemeerminnen en galjoenen, zien we de ontdekkingsroutes uit de 15e en 16e eeuw. In het monument kun je met de lift naar de 6e verdieping, waar een trap naar een fraai uitzicht op Belém en de rivier leidt.

Palácio de Queluz

In 1747 gaf Pedro, de jongste zoon van João V, aan Mateus Vicente de opdracht om zijn 17e-eeuwse jachtverblijf te verbouwen tot een rococopaleis. Eerste kwam het centrale deel, maar na Pedro’s huwelijk in 1760 met de toekomstige Maria I werd het paleis uitgebreid. Het Robillon-paviljoen en de tuinen werden toegevoegd. Ook werd er ruimte gemaakt voor de troonzaal en de muziekzaal veranderd. De koninklijke familie hield er een menagerie op na en ging uit varen op een met azulejos betegeld kanaal.

  • Troonzaal: In de sierlijke troonzaal vonden bals en banketten plaats. Let op de beelden van Atlas.
  • Sala dos Embaixadores: Deze statige zaal werd gebruikt voor diplomatieke audiënties en concerten. Het bijzondere trompe-l’oeil-plafond beeldt de koninklijke familie af.
  • Paleistuinen: De formele tuinen, verfraaid met beelden, fonteinen en hagen, werden veel gebruikt voor amusement. Concerten in de muziekzaal liepen vaak door tot in de Maltatuinen.
  • Sala de D. Quixote: De koninklijke slaapkamer, waarin Pedro IV werd geboren en stierf, heeft een koepelplafond dat de vierkante kamer een rond voorkomen geeft. De schilderingen vertellen het verhaal van Don Quichot.
  • Muziekzaal: Het orkest van Maria I verzorgde hier opera’s en concerten. Boven de vleugel hangt een portret van de koningin.
  • Corredor das Mangas: De muren van de “gang van de mouwen” zijn bedekt met azulejos die de continenten afbeelden, en tevens jachttaferelen.
  • Hangende tuinen: Deze zijn aangelegd over bogen, waardoor de grond voor het paleis hoger ligt dan de omringende tuinen.

Vanuit Lissabon gaan er treinen naar Queluz-Belas.

Ben jij al eens in Lissabon geweest?

Lees ook: Lissabon met kinderen

Summary
Review Date
Reviewed Item
tedentrip Lissabon; Tips, interessante plaatsen en bezienswaardigheden
Author Rating
51star1star1star1star1star
Astrid

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

No Comments

Enroll Your Words

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

To Top