Volgens de legende zou Rome door Romulus zijn gesticht op de Palatijn. De andere zes oorspronkelijke heuvels zijn de Aventinus of de Aventijn, de Capitolinus, Capitolijn of het Capitool, de Caelius of Coelius, de Esquilinus of de Esquilijn, de Quirinalis of de Quirinaal en de Viminalis of de Viminaal. De Vaticaanse Heuvel ligt ten westen van de Tiber en hoort, evenals de Janiculum, de Velia en de Pincio, niet bij de Zeven Heuvels. 

Lees ook: Bezienswaardigheden Rome; De mooiste pleinen, fonteinen, gebouwen en parken.
Lees ook: Musea in Rome; van Galleria Borghese tot Museo Nazionale Romano
Lees ook; Top 18 kerken en basilieken van Rome

Romeinse Fora

Buiten het Forum Romanum zijn er meer fora te bezoeken.

Forum Boarium

Het Forum Boarium is een oud marktplein in Rome. Het is het oudste forum van Rome en ligt op het kruispunt van enkele belangrijke wegen uit de oudheid. Het betekent Rundermarkt en dit was de plaats waar in het oude Rome de veemarkt werd gehouden. Het forum is gelegen op een vlak stuk land aan de Tiber tussen de heuvels Capitolijn, Aventijn en Palatijn. Hier werden de eerste bruggen van Rome gebouwd. Een oude en belangrijke haven van de stad, de Portus Tiberinus, lag ook aan het forum. Hier werd zout verhandeld dat over de Via Salaria naar andere delen van Italië werd vervoerd. Hierdoor groeide de marktplaats uit tot een dichtbevolkt gebied die op economisch gebied zeer belangrijk was.

Op het forum werden tempels gebouwd. Het grote altaar Ara Maxima Herculis stamde uit de 6e of 5e eeuw v.Chr. en stond naast de tempel van Hercules Invictus. Dit altaar werd verwoest tijdens de grote brand van 64 maar werd herbouwd en is zeker tot de 4e eeuw na Chr. blijven bestaan. De oudst bekende gladiatorengevechten werden hier gehouden.

Tegenwoordig heet het Forum Boarium Piazza Bocca della Verità, naar het bekende beeld La Bocca della Verità dat in het voorportaal van de kerk Santa Maria in Cosmedin staat. De ronde Tempel van Hercules Invictus uit de 2e eeuw v.Chr. en de Tempel van Portunus uit de 1e eeuw v.Chr. werden in de Middeleeuwen omgebouwd tot kerk en zijn zo bewaard gebleven. In de 20e eeuw zijn beide tempels gerestaureerd naar hun oude uiterlijk. Het antieke dak van de Tempel van Hercules is wel verloren gegaan. Van een onbekende ronde tempel is bekend dat deze tijdens het pontificaat van paus Sixtus V aan het eind van de 16e eeuw is afgebroken. De overige Romeinse gebouwen zijn gedurende de Middeleeuwen al verdwenen, toen het plein volgebouwd werd met kleine winkels.

Forum Holitorium

Het Forum Holitarium ligt tussen de voet van de Capitolijnheuvel en de Tiber. Nadat Julius Caesar al eerder het bouwterrein had vrijgemaakt, liet keizer Augustus het Theater van Marcellus bouwen over een deel van het Forum Holitorium. Het theater werd in 12 v.Chr. ingewijd. In 388 werd de groentemarkt verplaatst naar een andere plaats op het Marsveld. Naast een marktplaats was het Forum Holitorium, evenals het Forum Romanum en Forum Boarium, een heilige plaats waar tempels werden opgericht. Er stond hier een vroege tempel voor Venus. Tijdens het tijdperk van de Romeinse Republiek stonden er zeker zes tempels op het forum. Vier aan de huidige Via del Teatro Marcello en drie op de Area sacra di Sant’Omobono, een archeologische opgraving bij de kerk Sant’Omobono. Naast de tempels stond er ook een grote portius op het forum, waarvan de fundamenten ook zijn opgegraven. De restanten van de tempels van Junos Sospita, Janus en Spes zijn in de Middeleeuwen ingebouwd in de kerk San Nicola in Carcere. De Tempel van Pietas, godin van de Plicht, was de meest noordelijke tempel en had twee binnenpleinen, waarvan er een was gewijd aan Diana, de godin van de maan en de jacht. Deze tempel werd door Julius Caesar afgebroken om plaats te maken voor het Theater van Marcellus. De Tempel van Janus is gebouwd na de gewonnen Slag bij Mylae. De huidige restanten dateren uit 90 v.Chr. Acht van de zuilen van staan nog overeind en zijn ingebouwd in de muur van de San Nicola in Carcere. De Tempel van Juno Sospita werd gebouwd tussen 197 en 194 v.Chr. De Tempel van Juno Sospita is geheel ingebouwd in de San Nicola in Carcere en in de crypte onder de kerk is het podium van de tempel nog te zien. Andere resten zijn opgegraven achter de apsis van de kerk. De Tempel van Spes, godin van de hoop, is de zuidelijke tempel. De Toscaanse zuilen zijn er zes ingebouwd in de zuidelijke muur van de San Nicola.

Keizerlijke fora

De keizerlijke fora bestaan uit een serie van fora, gebouwd in een tijdsbestek van 150 jaar (tussen 46 v.Chr. en 113 n.Chr.). De fora waren het hart van het Romeinse Rijk gedurende de laatste jaren van de Republiek en het Keizerrijk. De keizerlijke fora maken geen deel uit van het Forum Romanum, dat belangrijkste openbare plein was tijdens de Republiek. Het Forum Romanum was te klein geworden om alle staatszaken en handel af te wikkelen. Hierdoor begon er een steeds grotere vraag te ontstaan naar een grotere plaats om de openbare zaken af te handelen.

Forum Romanum

Het oude centrum van de stad, het Forum Romanum, werd, in opdracht van Julius Caesar, uitgebreid met een nieuw forum, het Forum van Caesar dat direct ten noorden van het oude lag. Het had een klassieke, rechthoekige vorm en was aan drie kanten met zuilengangen omgeven. Het plein werd aan de achterzijde bekroond door de Tempel van Venus Genetrix. Ongeveer vijftig jaar later breidde Augustus het complex verder uit in oostelijke richting. Het Forum van Augustus was ongeveer even groot als het Forum van Caesar. Aan de achterkant werd het begrensd door een hoge muur, om het voor overslaande branden uit de Subura te behoeden. Hier stond de belangrijke Tempel van Mars Ultor.

  • Onder keizer Vespasianus werd een tempelcomplex gebouwd, gescheiden van de fora van Caesar en Augustus door het Argiletum, de straat tussen het Forum Romanum en de Subura. Met de aanleg van het complex, de Vredestempel, werd de verovering van Jeruzalem en de overwinning in de Joodse oorlog gevierd. Hoewel het formeel gezien geen echt forum was door het ontbreken van openbare instellingen, stond het complex in latere jaren wel bekend als Forum Pacis en hoort het bij de keizerlijke fora.
  • De Vredestempel lag een stuk van het Argiletum af en de onbebouwde rechthoekige ruimte tussen de tempel en het Forum van Augustus, werd door Domitianus gebruikt om een klein forum op aan te leggen. Het nieuwe forum werd pas voltooid na de dood van Domitianus onder zijn opvolger Nerva, die het inwijdde en het zijn eigen naam gaf. Het wordt ook wel het Forum Transitorium (“Doorgangsforum”) genoemd, omdat het op het Argiletum stond en de toegang vormde tot de Fora vanaf de Subura.

Lees ook: Forum Romanum; Bezienswaardigheden; Palatijn, Curia Julia, Capitool, Boog van Titus, Tempel van Vesta en meer!

Forum van Trajanus

Het laatst gebouwde en tevens grootste en indrukwekkendste van de keizerlijke fora was het Forum van Trajanus. Trajanus opende het forum in 113 om de verovering van Dacië te vieren. Op het forum stond de beroemde Basilica Ulpia, de grootste basilica uit de Romeinse wereld.

De zuil van Trajanus is een antieke triomfzuil. Hij werd gebouwd in 107-112 n.C. op het Forum van Trajanus en ingewijd in 113 n.C. Het monument is waarschijnlijk oorspronkelijk bedoeld als grafmonument voor de as van keizer Trajanus. Het is een triomfzuil om de overwinning van Trajanus op het opstandige Dacië (nu Roemenië) te herdenken in de Dacische Oorlogen (101-102 en 105-106 n.C.). De 29,78 meter hoge zuil bestaat uit totaal 29 blokken marmer. Binnenin is een wenteltrap van 185 treden, die naar het platform boven op de zuil leidt. Er zijn 43 nauwe gleuven aangebracht voor de lichtinval. Op de zuil is spiraalsgewijs een ca. 200 m lang fries aangebracht waarop, als een soort doorlopend stripverhaal, de veldtochten van Trajanus in Dacië zijn afgebeeld. De hoogte van het fries loopt op van 90 cm aan de onderkant tot 1,25 m bovenaan. De blokken marmer die nodig waren voor de zuil werden aangevoerd uit de Luna-groeve bij het huidige Carrara, 300 km ten noorden van Rome. Hoogstwaarschijnlijk liep het transport via de rivieren Aniene en de Tiber. Eenmaal aangekomen bij het Marmorata district in Rome, ten noorden van de plaats waar de zuil werd opgericht, werden de blokken uitgeladen en verder getransporteerd door de straten van Rome. De omvang van de blokken was zo groot dat alleen de hoofdstraten met een minimale breedte van 4,1 m konden worden gebruikt. Zelfs voor het oude Rome moeten dit opmerkelijke transporten zijn geweest.

De bas-reliëfs zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en detaillering en daardoor meesterwerken van de beeldhouwkunst. De diepte van het reliëf is 5 cm. Er staan 2500 mensen afgebeeld. De afbeeldingen moeten niet als een realistische weergave van de oorlogshandelingen worden gezien, maar als een epische verwerking ervan. De keizer zelf is 60 keer afgebeeld, maar nooit tijdens een gevechtshandeling. De reliëfs vormen een belangrijke bron voor onze kennis van het Romeinse leger. Oorspronkelijk stond de zuil midden tussen de twee bibliotheken van het Forum van Trajanus in. Vanaf de eerste verdieping van deze gebouwen had men een goed uitzicht op de reliëfs die toen levendig beschilderd waren. Er zijn bij onderzoek nog sporen van pigmenten gevonden. Terwijl van de gebouwen op het Forum van Trajanus slechts schamele resten over zijn, is de zuil uitzonderlijk goed bewaard gebleven, omdat hij in de Middeleeuwen als uitkijktoren werd gebruikt. De zuil staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats. In 1588 liet paus Sixtus V er een beeld van de heilige Petrus op plaatsen. Wat er met het oorspronkelijke beeld van Trajanus is gebeurd is niet bekend.

Romeinse Tempels

Pantheon

Het Pantheon is een antieke tempel in Rome uit de 2e eeuw n.Chr. Het is een herbouw van een eerder pantheon op deze plaats die in 80 door brand werd verwoest. Pantheon betekent gewijd aan alle goden. Het Pantheon is een van de best bewaard gebleven Romeinse gebouwen ter wereld. Dit komt doordat het in de 7e eeuw werd omgebouwd tot kerk en continu in gebruik is gebleven en onderhouden. Het Pantheon is nog steeds in gebruik als rooms-katholieke kerk en is gewijd aan de Heilige Maria en de martelaren. Het heeft de kerkelijke eretitel basilica minor. Keizer Hadrianus liet tussen 119 en 125 het Pantheon geheel herbouwen, waarbij het zijn huidige ronde vorm kreeg. De oorspronkelijke wijdingstekst die Agrippa als opdrachtgever vermeldde werd ook op het nieuwe gebouw aangebracht. Op de gevel aan de voorzijde staat in bronzen letters: M · AGRIPPA · L · F · COS · TERTIUM · FECIT Dit betekent: ‘Marcus Agrippa, zoon van Lucius, voor de derde maal consul, heeft dit gebouwd’. Hoewel het huidige Pantheon onder Hadrianus werd gebouwd, liet hij niet zijn eigen naam op de gevel vereeuwigen, omdat hij daarmee de senaat voor het hoofd zou stoten.

Na de val van het West-Romeinse Rijk bleef het Pantheon in bezit van de Byzantijnse keizers, hoewel zij geen werkelijke macht meer hadden in Rome. Keizer Phocas schonk de tempel in 609 aan paus Bonifatius IV. Deze paus maakte van het Pantheon een kerk, de Santa Maria ad Martyres. Om die reden is het Pantheon nooit afgebroken, wat bij de meeste andere niet-christelijke tempels in Rome wel is gedaan. Vanaf de renaissance werd het Pantheon gebruikt als begraafplaats voor vooraanstaande Italianen, van wie Rafaël en Victor Emmanuel II de bekendste zijn. Het Pantheon is nog in goede staat, maar mist de bronzen plafondbekleding van de koepel. In opdracht van paus Urbanus VIII zijn de bronzen omlijsting van de cassettes in het gewelf en de bronzen ornamenten van de portico omgesmolten. Voor de rotunda, het ronde deel van het gebouw, bevindt zich een portico bestaande uit drie rijen Korinthische zuilen (acht in de eerste rij, zestien in totaal). De rotunda zelf heeft naast de apsis, die precies tegenover de ingang ligt, zes nissen die elk gedragen worden door twee Korintische zuilen. Elke nis heeft aan beide kanten twee Korintische pilasters. De koepel heeft vijf ringen met cassetten. Deze is in metselwerk en ongewapend beton uitgevoerd met een centrale opening, de oculus, met een diameter van 8,7 meter. Deze opening is ook echt open en het regent dus soms naar binnen. De vloer is licht gebogen om het regenwater af te voeren. De koepel van het Pantheon bleef tot 1434 de grootste koepel ter wereld, toen in Florence een grotere koepel werd gezet op de Santa Maria del Fiore. De koepel van het Pantheon blijft echter tot op vandaag nog altijd de grootste koepel van ongewapend beton ter wereld.

Piazza della Rotonda is het plein voor het Pantheon. In het midden van het plein staat een fontein, de Pantheonfontein. De fontein werd in 1711 uitgebreid met een stenen bassin en de obelisk van Ramses II op een sokkel versierd met vier dolfijnen.

Meer informatie vind je hier.

Tempel van Hadrianus

De Tempel van Hadrianus was gewijd aan de vergoddelijkte keizer Hadrianus, overleden in 138. Zijn opvolger Antoninus Pius liet de tempel in 145 bouwen op het Marsveld in Rome. Na de val van het Romeinse Rijk raakten de vele heidense tempels in verval en werden afgebroken zodat de stenen, het marmer en de zuilen konden worden hergebruikt in nieuwe paleizen en kerken. Ook de Tempel van Hadrianus is zo grotendeels verdwenen. Omdat de resterende muur in de middeleeuwen werd gebruikt om een fort te bouwen, is een deel van de tempel bewaard gebleven. Elf zuilen en de noordoostelijke muur staan nog overeind. De Korinthische zuilen zijn gemaakt van marmer en zijn 15 meter hoog. De zuilen hebben een sierlijk fronton, dat door de eeuwen heen beschadigd is. Oorspronkelijk waren er 13 zuilen aan de beide lange zijden, en 8 aan de korte. De zuilen staan op een vijf meter hoog podium, dat door het gestegen straatniveau onder de grond verdwenen is. De zuilen lijken direct op de straat te staan. Recht voor de zuilen is de grond gedeeltelijk weggegraven waardoor het podium en het oude straatniveau weer te zien zijn. De tempel was rijkversierd met afbeeldingen en oorlogstrofeeën uit het hele Romeinse rijk. Een aantal van deze decoraties zijn nu te zien in musea in Rome en Napels, zoals het Capitolijns Museum. De tempel stond vroeger in een grote rechthoekige porticus, waarvan de hoofdingang aan de Via Lata, de huidige Via del Corso, stond. In 1695 zijn de 11 resterende zuilen opgenomen in een nieuw gebouw aan de Piazza Pietra, dat rond deze tijd ontworpen was. In het gebouw zetelde een pauselijk douanekantoor. Later is in dit pand de Romeinse aandelenbeurs gevestigd, die er nog steeds zit.

De tempel van Mars Ultor

De “Tempel van Mars de Wreker” was de belangrijkste tempel die ten tijde van Augustus in Rome werd gebouwd. De tempel was gebouwd met wit marmer uit Carrara en had aan drie kanten een zuilengang met acht zuilen. De achterkant was aangebouwd tegen de muur, die het Forum van Augustus van de wijk Subura scheidde. Een beeldengroep op een sokkel van Egyptisch albast stond in het midden van de tempel. Mars Ultor had een baard en leunde op zijn lans. Amor gaf Mars’ zwaard aan de elegant geklede geliefde van Mars, Venus.

In de cella werden het zwaard van Julius Caesar en insignia van de legioenen bewaard. De vloer was betegeld met alle marmersoorten uit het Middellandse Zeegebied. Er waren nissen met standbeelden. De tempel van Mars Ultor speelde een belangrijke rol in de rijksideologie. Augustus bezocht de tempel regelmatig met zijn kleinzonen om hen de standbeelden van grote Romeinen te laten zien. Ook rekruten en dienstplichtigen moesten een bezoek brengen aan de tempel, evenals ten strijde trekkende veldheren.

Augustus beval de senaat om voortaan in deze tempel over oorlog en vrede en triomftochten te vergaderen. Augustus kende voortaan aan elke generaal die een triomftocht hield of de triomfale eretekenen ontving een standbeeld toe. De verslagen vijanden legden hun eed van trouw af in deze tempel.

Antieke theaters en circussen

Colosseum

Het Colosseum in Rome, ook wel het Flavisch Amfitheater genoemd, was het grootste amfitheater in het Romeinse Rijk. Het amfitheater werd in juli 2007 tot één van de zeven nieuwe wereldwonderen gekozen en is één van de bekendste bezienswaardigheden in Rome waar iedere dag vele toeristen op afkomen. Hoewel het Colosseum niet meer de originele afmetingen heeft, is het nog steeds een indrukwekkend geheel en komen er dagelijks duizenden toeristen. Wist je dat het Colosseum ook staat afgebeeld op de Italiaanse 5 eurocent? In de omgeving van het amfitheater vind je ook veel verklede Romeinen of andere straatartiesten die hier geld mee proberen te verdienen, wees er op bedacht dat als je hiervan een foto maakt of samen op de foto gaat, ze een vergoeding verwachten. Het mooiste uitzicht op het Colosseum heb je trouwens vanaf het Forum Romanum!

Lees ook: Colosseum Rome bezoeken; grootste amfitheater bouwwerk uit Romeinse tijd

Amphitheatrum Castrense

Het Amphitheatrum Castrense is een antiek Romeins amfitheater in Rome. Naast het Colosseum is dit het tweede amfitheater in de stad, waar restanten van bewaard zijn gebleven. Het is gebouwd in de eerste helft van de 3e eeuw en het maakte deel uit van het keizerlijke complex bij het Sessorium. In tegenstelling tot veel andere amfitheaters is het geheel uit baksteen gebouwd, in plaats van tufsteen. Het heeft een elliptische vorm. Er was plaats voor ongeveer 3.500 toeschouwers. Dit waren waarschijnlijk voornamelijk leden van de keizerlijke hofhouding en hun familie. Aanvankelijk waren er 3 verdiepingen met 48 open arcaden. Net als bij het Colosseum kon over de tribunes een groot zeil worden gespannen, om de bezoekers te beschermen tegen de hitte van de zon. Tegen de façade waren pilasters en Korinthische zuilen gemetseld.

Tussen 271 en 275 werd een nieuwe stadsmuur om Rome gebouwd. De muur kruiste ook de plaats waar het Amphitheatrum Castrense staat. In plaats van het amfitheater af te breken werd het simpelweg in de muur opgenomen. Hiervoor werden de arcaden aan de buitenzijde van de muur dichtgemetseld en de tribunes en binnenmuur gesloopt. Dit was veel goedkoper en sneller dan een nieuw stuk muur te bouwen. Een aantal andere gebouwen onderging hetzelfde lot en werd ook in de stadsmuur opgenomen. Omdat de Aureliaanse Muur voor de verdediging van de stad altijd is onderhouden, is het Amphitheatrum Castrense ook blijven bestaan. Tussen 1556 en 1557 werd het amfitheater verbouwd. De tweede en derde verdieping werden daarbij vrijwel geheel afgebroken. In de 18e eeuw lieten de monniken van het nabijgelegen klooster nog enkele delen afbreken, om ruimte te maken voor hun nieuwe huisvesting. Nu is er alleen nog een buitenmuur. Het amfitheater wordt nu als binnentuin gebruikt voor de pastorie van de basiliek Santa Croce in Gerusalemme en is niet toegankelijk voor publiek.

Theater van Marcellus

Tijdens de bloeitijd van de Romeinse Republiek bestond er veel verzet tegen de bouw van permanente, vaste theaters in steen zoals die in Griekenland bestonden. De conservatieve Romeinse zeden waren een tegenstelling met de theatervoorstellingen. Alleen de oprichting van theatergebouwen in hout werd toegestaan. De bouw begon al onder Julius Caesar, die het bouwterrein liet ontruimen, maar het theater werd pas voltooid in 11 v.Chr. onder Augustus, die het in 12 v.Chr. toewijdde aan de gedachtenis van zijn neef en schoonzoon Marcellus. De keuze voor het bouwterrein was vanwege de nabijheid van de tempel van Apollo, voor wie al vroeg in de Republikeinse periode religieuze spelen werden gehouden.

Toen het halfronde theater in 11 v.Chr. klaar was, was het meer dan 30 meter hoog. De cavea had een diameter van 130 meter. Het theater bood plaats aan 14.000 toeschouwers, daarvan konden er 12.000 zitten. Het theater had 3 niveaus, en elk niveau had zijn eigen bouwstijl: Dorisch, Ionisch en Korinthisch. Tegenwoordig zijn alleen restanten van de onderste twee verdiepingen te zien. Het theater was zeer luxueus ingericht. De gehele cavea was bekleed met marmer en het geheel was gebouwd uit cement, tufa en gewone stenen. Het waren de Romeinen zelf die begonnen aan de aftakeling van het theater van Marcellus. In 370 na Chr. nam men enkele grote steenblokken weg om de schade aan de nabijgelegen Pons Cestius te herstellen. Na 1400 kwam het gebouw in handen van de familie Savelli, die er later in de 16e eeuw boven de tweede bogenrij een woonverdieping liet bouwen.

Het Circus Maximus

Het “grootste circus” was in de oudheid een groot stadion in het centrum van Rome. Het circus werd voornamelijk gebruikt voor de populaire wagenrennen. Het was gebouwd in de vallei tussen de Palatijn en Aventijn. Volgens de overlevering hield Romulus op deze plaats het Consualia-festival, waarbij de Sabijnse maagdenroof plaatsvond. Tijdens dit festival organiseerde Romulus paardenrennen, die zo boeiend waren dat niemand nog zijn ogen ervan af kon houden. Zo konden de Romeinen de aanwezige Sabijnen verrassen en hun dochters ontvoeren. In de 6e eeuw v.Chr. werd de beek die door de vallei stroomde, gekanaliseerd en overbrugd. De Romeinen zaten op de glooiende hellingen van de heuvels om naar de races te kijken die werden georganiseerd vanwege het feest van het Oktoberpaard. In de Republikeinse tijd werden voor het eerst houten tribunes gebouwd. Ook werden de eerste stallen en startkooien voor de paarden gebouwd. De renbaan zelf werd in tweeën gedeeld door een 217 meter lange verhoging, de spina (Latijn voor ruggengraat). Dit was oorspronkelijk de beek die door het dal liep en die later werd gekanaliseerd en gedeeltelijk overdekt. Binnen het circus werd de beek Euripus genoemd en het water stroomde altijd onder de spina door. Op de uiteinden van de spina stonden de metae (eindpalen) waar de wagens om heen moesten rijden. De spina had verder een aantal kleine heiligdommen zoals de Ara Consi en uiteindelijk twee Egyptische obelisken.

Julius Caesar begreep goed dat het volk brood en spelen wilde hebben en liet het Circus rond 50 v.Chr. verder uitbreiden. De renbaan bereikte toen zijn maximale grootte van 600 meter lang en 225 meter breed. Keizer Augustus liet de keizerlijke loge bouwen en haalde in 10 v.Chr. de eerste obelisk uit Egypte die op de spina werd geplaatst. In de tijd van keizer Claudius werden de eerste stenen tribunes gebouwd. Deze tribunes werden volledig verwoest bij de grote brand van Rome in 64. Het Circus Maximus werd volledig herbouwd met stenen tribunes die met marmer bekleed werden. De senaat liet in 81 in de korte oostelijke zijde de grote triomfboog ter ere van keizer Titus bouwen. Deze boog had drie doorgangen en diende als toegang tot het Circus.

Keizer Domitianus liet een nieuw paleis bouwen op de Palatijn. Dit paleis had een groot balkon dat uitkeek op het Circus Maximus, zodat de keizerlijke familie vanuit het paleis naar de races kon kijken. In de arcaden op de begane grond waren allerlei winkels, wedkantoren en bordelen gevestigd. Op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk konden ongeveer 150.000 toeschouwers in het circus plaatsnemen om de wedstrijden te bekijken. Vrouwen en mannen mochten gewoon naast elkaar plaatsnemen, iets wat in het Colosseum en de theaters zeker niet de gewoonte was. Het Circus Maximus is tot 549 in gebruik geweest. In de eeuwen daarna raakte het sterk in verval. De tribunes werden afgebroken zodat de stenen en het marmer gebruikt konden worden om nieuwe kerken en paleizen te bouwen. Na de Renaissance was er al bijna niets meer van het grote bouwwerk overgebleven. Op de renbaan verschenen industriële gebouwen, die pas in de 20e eeuw werden afgebroken, toen Benito Mussolini dit historische terrein wilde gebruiken voor zijn grote publieke manifestaties en tentoonstellingen.
Het Circus was bedoeld voor wagenrennen. Op de aangewezen feestdagen werden vanaf de tijd van keizer Nero 24 races per dag gehouden. In uitzonderlijke gevallen kon dit zelfs oplopen tot zelfs 100 races per dag. Meestal werd er met een vierspan gereden, maar soms reden ze ook met acht paarden. De wagens startten vanuit de carceres waar twaalf startkooien naast elkaar stonden. In een vijf kilometer lange race moesten de wagens zeven keer om de spina heen rijden. Bij de metae, de keerpalen op de hoeken van de spina, was het de bedoeling om de bocht zo kort mogelijk te nemen om zo de tegenstanders te hinderen. Vele wagens sloegen hier om, waarbij het regelmatig voorkwam dat de menners uit de wagens vielen, werden meegesleurd door de paarden en zo dood gingen. Dit tot groot vermaak van het Romeinse publiek. Op de spina stonden aan beide uiteinden zeven eieren en zeven, met water gevulde, bronzen dolfijnen opgesteld, waarmee de verreden rondes werden afgeteld. Bij iedere doorkomst werd een ei verwijderd en een dolfijn omgekiept zodat het water in een marmeren bak terechtkwam.

Romeinse triomfbogen

Boog van Constantijn

De boog van Constantijn is opgericht ter herinnering aan de overwinning van Constantijn de Grote op Maxentius tijdens de slag bij de Milvische brug in 312 na Christus. Het 21 meter hoge monument is gemaakt van marmer en baksteen, en werd voltooid in 315. Keizer Constantijn vierde hiermee zijn eerste decennium als heerser. De boog met drie doorgangen is gebouwd naar het voorbeeld van de honderd jaar oudere Boog van Septimius Severus op het Forum Romanum. De Boog van Constantijn is gebouwd over de Via Triumphalis, de weg waarover de keizers vroeger tijdens hun triomftocht naar de Capitolijn trokken. Vanuit het zuiden naderend, rijst rechts achter de boog het Colosseum en links de door Maxentius herstelde Tempel van Venus en Roma op.

Voor de boog zijn delen van oudere monumenten uit Rome gebruikt. Zo komen de reliëfs en beelden uit tempels van Trajanus, Hadrianus en Marcus Aurelius. Je ziet zes smalle friezen, die de roemrijke overwinning op Maxentius in verschillende taferelen voorstellen: het vertrek van Constantijns leger uit Milaan, het beleg van Verona, de slag bij de Milvische Brug, de triomfantelijke intocht in Rome, de toespraak op het Forum en de uitdeling aan het volk in het Circus Maximus. Tijdens de middeleeuwen werd de triomfboog opgenomen in een fort, waardoor deze bewaard bleef. De boog werd in de 18e eeuw voor het eerst weer in haar oude staat hersteld.

Boeven de boog is een inscriptie te zien. De vertaling luidt:

Aan keizer Caesar Flavius Constantijn, de grootste
vrome en gelukkige Augustus hebben Senaat en Volk van Rome,
omdat hij door goddelijke inspiratie en zijn grote
geest met zijn leger in een rechtvaardige strijd
de staat zowel van een tiran
als van al zijn aanhangers
in één keer heeft bevrijd,
deze boog versierd met triomfen gewijd.

Het bouwen van een triomfboog na een militaire overwinning of een ander historisch feit, vond hierna veel navolging. Zoals met de Arc de Triomphe te Parijs, de Brandenburger Tor in Berlijn en de triomfboog in het Jubelpark in Brussel.

Boog van Janus

De Boog van Janus is een Romeinse triomfboog gebouwd rond 356 n.Chr. in opdracht van keizer Constantius II ter ere van zijn vader Constantijn de Grote. De oorspronkelijke naam was dan ook Arcus divi Constantini, de boog van de vergoddelijkte Constantijn. Janus was de Romeinse god van de poorten en bruggen, maar deze naam voor de boog is pas na de Romeinse tijd bedacht. De boog is gebouwd in het Velabrum, de vallei tussen de belangrijkste heuvels van Rome, de Capitolijn en de Palatijn. Het Velabrum vormde de belangrijke verbinding tussen het Forum Romanum en het Forum Boarium. De Boog van Janus stond waarschijnlijk op een kruising van vier wegen en kon zo als overdekte handelsplaats gebruikt worden. Direct onder de boog stroomt de Cloaca Maxima, het antieke riool van Rome.

De Boog van Janus heeft vier gelijke zijden. Het is de enige van dit type in Rome die bewaard is gebleven. De boog is gebouwd uit baksteen en bekleed met marmer, dat afkomstig was van oudere monumenten. In alle vier de zijden zijn twee rijen met halfronde nissen aangebracht, 48 in totaal, waar ooit beelden instonden. Iedere nis werd vroeger geflankeerd door twee kleine zuilen, kenmerkend in de vierde eeuw. De sluitstenen van de vier bogen waren versierd met goddelijke figuren. Op de noordelijke en oostelijke zijden zijn nog de afbeeldingen van de godinnen Minerva en Roma te zien. In de middeleeuwen werd de Boog van Janus ingebouwd in een fort voor de familie Frangipani en op het dak van de boog werd een toren gebouwd. In 1827 werd het fort afgebroken en de boog in oorspronkelijke staat hersteld. Samen met de middeleeuwse toren werd echter ook de oorspronkelijke attiek per ongeluk verwijderd. Ter vervanging is nu een laag piramidevormig dak geplaatst.

Stadsmuren

Muur van Servius Tullius

De Muur van Servius Tullius is een antieke stadsmuur van Rome. De muur staat ook bekend als de Servische Muur of de Republikeinse Muur en is genoemd naar de zesde koning van Rome, Servius Tullius. Deze koning zou in de 6e eeuw v.Chr. de eerste muur om de oude stad gebouwd hebben. De toenmalige stadsmuur volgde ongeveer de lijn van de Pomerium, de heilige grens van het oude Rome, en omsloot zes van de zeven heuvels van Rome. De Aventijn viel hier echter buiten. Later werd de stadsmuur versterkt en werd de Aventijn binnen de stadsgrenzen getrokken. De muur werd gebouwd door losse blokken tufsteen in rijen te stapelen, hierbij werd geen gebruik gemaakt van cement.

Waar mogelijk werd de muur bovenaan de hellingen van de heuvels gebouwd, maar in het noordoosten van de stad was dit niet mogelijk en werd de muur op vlak terrein gebouwd. Dit deel van de muur wordt de agger genoemd, en werd extra verstevigd met een hoge aarden wal die tegen de muur was geplaatst. Voor de muur werd een gracht gegraven.

In de middeleeuwen werd veel van de resterende muur afgebroken omdat de grote tufstenen blokken goed gebruikt konden worden in de fundering van nieuw te bouwen kerken en andere bouwwerken. Een paar fragmenten van de muur zijn bewaard gebleven. De langste sectie staat naast de ingang van het station Termini en hoorde bij de agger. Andere kleinere delen zijn verspreid over de stad teruggevonden. De Porta Caelimontana bestaat nog steeds. De poort is in de oudheid al ingebouwd in een aquaduct en staat tegenwoordig aan de via di San Paolo della Croce. De Porta Sanqualis, in het centrum van de stad, is gedeeltelijk teruggevonden en is opgenomen in de kelder van een filiaal van de Italiaanse bank.

De Aureliaanse Muur

Rond het begin van de jaartelling was het Romeinse rijk zo machtig geworden dat geen vijand goed genoeg was om de hoofdstad aan te vallen. Daarbij was de stad Rome sterk gegroeid en stond de bebouwing al buiten de omwalling. De Muur van Servius Tullius verloor zo zijn functie en verdween langzaam uit de stad. De oorspronkelijke stadspoorten werden afgebroken en vervangen door sierlijke triomfbogen.
Aurelianus zag in dat een aanval op Rome een probleem zou worden en gaf opdracht tot de bouw van een nieuwe stadsmuur, die een groot deel van de toenmalige stad zou omringen.

De Aureliaanse muur werd om de stadswijken aan beide zijden van de Tiber gebouwd. Om de muur snel en goedkoop te kunnen bouwen werden veel bestaande bouwwerken versterkt en in de muur opgenomen. Onder andere het Amphitheatrum Castrense, de Castra Praetoria, de Piramide van Cestius en een deel van het Aqua Claudia aquaduct werden zo ingebouwd en bleven om deze reden tot op heden bewaard. Er wordt geschat dat ongeveer tien procent van de muur bestaat uit oudere constructies.

De totale lengte van de muur was bijna 19 kilometer. Om te voorkomen dat vijandelijke schepen via de Tiber de stad konden binnendringen werd een zware ketting gespannen tussen twee torens op beide oevers van de Tiber. Hiermee werd rivier ’s nachts afgesloten. Na de val van het West-Romeinse Rijk in 476, en vooral tijdens de Gotische oorlog (535-554) tussen de Byzantijnen en de Ostrogoten, raakte de stad grotendeels ontvolkt. De Aureliaanse Muur was nu veel te groot voor de kleine stad die resteerde. De Romeinse bevolking concentreerde zich grotendeels op het Marsveld en in Trastevere. In de overige verlaten delen van de stad, bouwden de rijken grote villa’s en werden tuinen aangelegd. Wegens de belangrijke defensieve functie van de Aureliaanse Muur is deze, in tegenstelling tot de vele andere antieke monumenten in Rome, wel altijd onderhouden door de pausen en het stadsbestuur. Op een aantal plaatsen is de muur nog uitgebreid met extra verdedigingswerken en bastions om ook bescherming te kunnen bieden tegen vuurwapens. Plannen om grote delen van de muur te herbouwen zijn wegens geldgebrek nooit uitgevoerd.

In 1642 bouwde paus Urbanus VIII een nieuwe stadsmuur om het stadsdeel op de westelijke Tiberoever. De oudere Aureliaanse Muur in deze wijk viel grotendeels binnen de omwalling van de nieuwe en grotere muur en werd daarom afgebroken. De muur behield zijn defensieve functie tot 20 september 1870, toen tijdens de Italiaanse eenwording de Piëmonteze troepen van het Koninkrijk Italië met kanonnen een bres in de muur sloegen bij de Porta Pia. Door deze bres viel het leger de stad binnen en maakte vervolgens een einde aan de Kerkelijke Staat van paus Pius IX.

Ongeveer 13 kilometer van de muur op de oostelijke Tiberoever is in redelijke staat bewaard gebleven. Vooral het zuidelijke deel is nog in goede staat. Het westelijke deel, op de linkeroever van de Tiber, is op een paar fragmenten na geheel verdwenen nadat in de 16e eeuw de Muur van Urbanus VIII werd gebouwd.

In de Porta San Sebastiano is het Museo delle Mura geopend. Hier wordt informatie gegeven over de bouw van de muur en hoe de verdedigingswerken functioneerden. Tevens is het mogelijk om hier op een deel van de muur te lopen.

Piramide van Cestius

De Piramide van Cestius is een antieke piramide aan de Via Ostiensis vlak bij de Porta San Paolo. De piramide is gebouwd als grafmonument voor Gaius Cestius Epulo(nius) die in 12 v.Chr. overleed. Cestius was gefascineerd door Egypte en zijn piramides. Hierom liet hij in zijn testament opnemen dat van zijn nagelaten geld een piramide als graftombe voor hem gebouwd moest worden. De piramide is gebouwd uit baksteen op een stevige basis van travertijn. De buitenkant is bekleed met marmeren platen. In de grafkamer is nu nog een klein gedeelte van de oude fresco’s zichtbaar. Deze fresco’s stammen waarschijnlijk niet uit de tijd van Cestius maar uit de 2e of 3e eeuw, een indicatie dat in die tijd de piramide al een andere bestemming heeft gekregen. Aan de voorzijde van de piramide langs de Via Ostiensis stonden twee bronzen beelden van Gaius Cestius.

Tussen 271 en 275 werd een nieuwe stadsmuur om Rome gebouwd door keizer Aurelianus. De architecten van de keizer moesten deze muur zo snel en goedkoop mogelijk bouwen. Hierdoor werden vele bestaande gebouwen die de muur zouden kruisen, simpelweg versterkt en erin opgenomen. De Piramide van Cestius onderging hetzelfde lot. De stevige piramide kon uitstekend als versterking gebruikt worden en de muur werd er aan twee zijden tegenaan gebouwd. Doordat de Aureliaanse Muur vanwege zijn belangrijke defensieve functie altijd is onderhouden, is ook de piramide, in tegenstelling tot vele andere antieke monumenten, bewaard gebleven. De Piramide van Cestius staat aan een druk verkeersplein. Aan de achterzijde ligt het Protestants kerkhof van Rome waar diverse beroemdheden hun laatste rustplaats hebben.

Van veraf lijkt de piramide een stuk kleiner dan hij in werkelijkheid is. Het grondniveau rondom de piramide was door de eeuwen heen aanzienlijk gestegen en is in de 17e eeuw pas weer afgegraven. Hierdoor is de piramide vanaf het straatniveau niet volledig te zien. De piramide is in 1999 weer helemaal schoongemaakt om klaar te zijn voor het “Heilig Jaar 2000”. De graftombe is niet geopend voor publiek.
De piramide is geïnspireerd door de Egyptische modellen. De Egyptische stijl kwam in Rome in de mode na de verovering van Egypte in 30 v.Chr. De verhoudingen komen echter niet overeen met de Egyptische piramiden. Doordat de piramide in Rome gebouwd werd met baksteen, kon er een veel steilere hoek gemaakt worden. De Piramide van Cestius lijkt hierdoor veel puntiger dan zijn Egyptische tegenhangers. Dit geeft ook een verklaring waarom piramides op middeleeuwse schilderingen altijd veel puntiger zijn dan in het echt. Destijds was het enige voorbeeld van een piramide in Europa die van Cestius.

Stadspoorten

De Muur had in de tijd van Aurelianus zestien stadspoorten. Twee bestaande poorten van de Castra Praetoria maakten ook deel uit van de Aureliaanse Muur, maar deze werden al enkele jaren na de opname van de Castra in de muur gesloten. Er waren vier hoofdpoorten; de Porta Flaminia en de Porta Appia waar de belangrijkste Romeinse wegen naar het noorden en zuiden begonnen, en de Porta Portuensis en Porta Ostiensis waar de wegen begonnen naar de twee zeehavens op beide oevers van de monding van de Tiber. Deze vier hoofdpoorten hadden allen een dubbele doorgang. De overige poorten hadden een enkelvoudige poort. Er zijn nog elf poorten uit de Romeinse tijd overgebleven. De andere poorten zijn herbouwd of geheel verdwenen.

Porta del Popolo

De Porta del Popolo is eeuwenlang de belangrijkste toegang tot Rome geweest. Bij deze poort begint de antieke Via Flaminia, die nog steeds in gebruik is. Het gedeelte van deze weg binnen de Aureliaanse Muur hoort ook bij de Via Flaminia, maar heet tegenwoordig “Via del Corso”. De weg loopt van de Capitolijnse heuvel, via het Marsveld naar de Milvische Brug en vandaar verder naar Rimini. Over deze weg reisden de vele pelgrims uit Noordwest-Europa naar Rome en Vaticaanstad. Paus Sixtus IV wilde een grootse entree in zijn stad voor de pelgrims en gaf opdracht een nieuwe poort te bouwen. De poort dankt zijn naam aan de nabijgelegen kerk, Santa Maria del Popolo, op het bekende plein met dezelfde naam, Piazza del Popolo. De poort is gebouwd is 1561. De zuilen aan de buitenzijde zijn afkomstig van de Oude Sint-Pietersbasiliek die toen net gesloopt was om plaats te maken voor de huidige basiliek. In 1655 kwam de voormalige Zweedse koningin Christina naar Rome. Ze had zich in Brussel laten bekeren tot het katholicisme. Hierna emigreerde ze naar Rome, waar paus Alexander VII haar met grote eer ontving. De paus liet de binnenzijde van de poort opnieuw ontwerpen door Bernini. Het familiewapen van deze paus, de zes stenen met een ster, hangt boven de poort. Hieronder hangt een plaquette met de Latijnse text “Felici Faustoque Ingressui” waarmee Christina welkom werd geheten. In 1877 werden de twee vierkante torens van de poort gesloopt om ruimte te maken voor twee extra doorgangen. Het ontwerp van de buitenkant van de poort is toen aangepast. Op dezelfde plaats waar de huidige Porta del Popolo staat, stond vroeger de antieke Romeinse Porta Flaminia. Dit was de oorspronkelijke poort van de Aureliaanse Muur, gebouwd tussen 271 en 275. De poort was één van de vier hoofdpoorten in de Aureliaanse Muur en had daarom een dubbele doorgang. Deze poort werd in de 16e eeuw afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe Porta del Popolo.

Porta Asinaria

De Porta Asinaria was oorspronkelijk één van de kleinere poorten. Hier begon in de oudheid de Via Asinaria. Het imposante uiterlijk heeft te maken met de nabijheid van het Lateraanse paleis, de Pauselijke residentie tot 1309. De poort die keizer Aurelianus liet bouwen aan het eind van de 3e eeuw bestond slechts uit een enkele doorgang zonder torens. Honorius liet in 401 en 402 grote verbeteringen aan de Aureliaanse Muur aanbrengen. De muur werd verhoogd en de poorten verstevigd. Honorius liet twee halfronde torens naast de Porta Asinaria bouwen, de doorgang werd verbreed en een binnenpoort bijgebouwd. In de middeleeuwen zijn de twee torens herbouwd. De Porta Asinaria is rond 2005 weer geheel gerestaureerd. Bij de opgravingen die daarbij werden gedaan, werd de binnenplaats weer teruggevonden.

Porta Latina

Door de Porta Latina ging de Via Latina, een oude Romeinse weg die naar de regio Campanië liep. De oorspronkelijke poort werd tussen 270 en 280 gebouwd door Keizer Aurelianus. Van deze poort is niet veel meer bekend. De huidige poort stamt uit de tijd van Keizer Honorius, die in 401 grote verbeteringen in de Aureliaanse Muur liet aanbrengen. De poort werd met een verdieping verhoogd en aan de buitenzijde bekleed met travertijn om de bakstenen constructie te verstevigen. Boven de doorgang werd een galerij met vijf ramen gemaakt, een zesde raam is nog in het baksteen ernaast geplaatst. In deze tijd zijn ook de twee halfronde torens gebouwd en de kantelen op de poort geplaatst. De linker toren is in de 12e eeuw herbouwd. Dit is nog goed te zien aan de afwijkende stenen en bouwstijl. De poort is goed bewaard gebleven. Door het weinige verkeer in de buurt is het niet nodig geweest extra openingen in de Aureliaanse Muur te maken, zoals op veel andere plaatsen wel gedaan is. Vlak achter de poort staat ook nog de kleine kapel San Giovanni in Oleo. Deze is gebouwd in 1509, op de plaats waar volgens de legende zou Johannes werd gemarteld.

Porta Nomentana

Bij de Porta Nomentana begon vroeger de Via Nomentana. Deze weg, die nog steeds bestaat, loopt naar de stad Mentana, in de oudheid Nomenta genaamd. De Porta Nomentana is de enige poort in de Aureliaanse Muur die niet tijdens de grote werkzaamheden van keizer Honorius in 401 versterkt is. Alle andere nog bestaande antieke poorten zijn bekleed met travertijn om de bakstenen constructie te verstevigen. Dit is het laatste voorbeeld van hoe een Aureliaanse stadspoort er oorspronkelijk uitzag. Om veiligheidsredenen werd de poort dichtgemaakt. De Porta Nomentana is nog wel te herkennen aan de nog bestaande oostelijke halfronde toren die tegen de muur aan gebouwd is. De westelijke toren is aan het begin van de 19e eeuw afgebroken om een Romeinse graftombe te onderzoeken die zich onder de toren bevond.

Porta Pia & Porta San Giovanni

In de Renaissance zijn de Porta Pia en de Porta San Giovanni in de muur bijgebouwd. Bij de Porta Pia begint de Via Nomentana. Deze weg, uit de Romeinse tijd, loopt naar de stad Mentana, in de oudheid Nomentana genaamd De poort is in 1564 gebouwd door Michelangelo in opdracht van Paus Pius IV. In 1561 wilde Paus Pius IV een mooie rechte weg laten aanleggen tussen zijn zomerpaleis op de Quirinaal en de brug over de rivier Aniene van de Via Nomentana. Hiervoor liet hij de Via Nomentana verleggen en ongeveer 75 meter aan de rechterzijde van de oude Porta Nomentana een nieuwe poort bouwen. Dit is de Porta Pia, die in een rechte lijn staat met de nieuwe weg. De Paus liet zowel de poort als het deel van de weg binnen de Aureliaanse Muur, de Via Pia, naar zichzelf vernoemen. Bij de Inname van Rome op 20 september 1870 stuitte het Italiaanse leger op de Aureliaanse muur. Vlak bij de Porta Pia sloegen zij een bres in deze muur en trokken daar de stad binnen. Daarmee werd de Kerkelijke Staat van Pius IX beëindigd en werd de eenwording van Italië voltooid. Er is een monument opgericht dat herinnert aan deze belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Italië. In het centrale gedeelte van de Porta Pia is nu een museum gewijd aan de Italiaanse troepen die destijds Rome binnenvielen.

De Porta San Giovanni is in 1574 in opdracht van Paus Gregorius XIII gebouwd door Giacomo del Duca, een leerling van Michelangelo. Vlak naast de poort staat de antieke Porta Asinaria, de oorspronkelijke poort van de Aureliaanse Muur. Deze poort was niet meer bruikbaar doordat hier eeuwenlang een verzamelplaats was voor afval en andere rommel, waardoor het grondniveau na 1300 jaar te veel was gestegen. Bij deze poort begon vroeger de Via Campina, het deel bij de Porta San Giovanni wordt tegenwoordig Via Appia Nuovo genoemd. De Porta San Giovanni dankt zijn naam aan de nabijgelegen basiliek Sint-Jan van Lateranen. In de eerste helft van de 20e eeuw is de verkeersdrukte in deze wijk enorm toegenomen. Om de vele auto’s in en uit de stad te kunnen laten zijn er een aantal grote doorgangen in de Aureliaanse Muur bijgemaakt.

Thermen van Caracalla

De Thermen van Caracalla is een badencomplex dat de Romeinse keizer Septimius Severus en zijn zoon Caracalla lieten bouwen. Met zijn oppervlakte van ongeveer 11 ha was ditt het grootste thermencomplex tot dan toe en bood plaats aan 2500 gasten waarvan er 1600 tegelijk konden baden. De imposante ruïnes van de thermen met restanten van schitterende mozaïeken zijn in Rome nog te zien aan de avenue “Viale delle Terme di Caracalla”. ’s Zomers worden de ruïnes gebruikt voor het opvoeren van schilderachtige Italiaanse opera’s in de open lucht.

De thermen van Caracalla zijn uitzonderlijk in lijn van keizerlijke thermen vanwege de omvang, locatie en de mogelijkheden die het haar gasten bood, maar vooral ook om de decoraties. Doordat de thermen destijds buiten de stad zijn gebouwd, verkeren ze vandaag de dag nog in zeer goede staat. De thermen zijn langs de Via Appia gebouwd, in een wijk waar de kapitaalkrachtigen van Rome woonden. De ruimte van het landelijk gelegen gebied bood de mogelijkheid om de thermen groots aan te pakken. Zo bevonden zich naast het badhuis ook twee bibliotheken, winkels, kantoren, tuinen, terrassen, de waterreservoirs en een speciaal aangelegd aquaduct. Het aquaduct was een directe vertakking van de centrale lijn naar Rome. Deze vertakking verzorgde de watertoevoer van de thermen.

De thermen van Caracalla waren rijk gedecoreerd. Veel muren waren bekleed met marmer, mozaïeken of geschilderde stucco. Tweederde van de vloer was bedekt met vloermozaïeken. Er zouden zeer veel sculpturen geweest zijn, want naast vrijstaande beelden wordt gedacht dat de 108 nissen gevuld waren met sculpturen. De vloeren van de vier hoofdruimtes, die op de centrale as van het gebouw liggen, waren bedekt met marmer. De mozaïeken waren voornamelijk geometrisch. Er zijn twee typen mozaïeken te onderscheiden; zwart/witte en gekleurde mozaïeken.

La Bocca della Verita

La Bocca della Verità ofwel De Mond der Waarheid is een beroemde gebeeldhouwde afbeelding van een menselijk hoofd bij de Piazza Bocca della Verità. Het hoofd is afgebeeld op een grote marmeren schijf die stamt uit de Romeinse oudheid en vermoedelijk als onderdeel van een fontein of putdeksel gebruikt was. Het gezicht stelt waarschijnlijk een riviergod voor. Sinds de 17e eeuw staat La Bocca della Verità opgesteld in het voorportaal van de kerk Santa Maria in Cosmedin. De Mond der Waarheid staat bekend als een eeuwenoude leugendetector. Een middeleeuwse legende vertelt dat van ieder die zijn hand in de mond steekt en een leugen spreekt zijn hand afgebeten zal worden.
De Bocca della Verità is uitgegroeid tot een grote toeristische attractie in Rome. Op drukke dagen staan soms honderden mensen in de rij om hun hand in de mond te steken en de legende op waarheid te testen.

Catacomben van Sint-Calixtus

De catacomben van Sint-Calixtus werden gegraven aan het einde van de 2e eeuw. In 1854 werden deze catacomben ontdekt door de archeoloog Giovanni Battista de Rossi; hij noemde ze “het kleine Vaticaan, het centrale monument van al de christelijke kerkhoven”.
Eerst was de grafkelder aangelegd als privécrypte. Na schenking van deze ruimte aan de Kerk van Rome werd de crypte herbouwd en omgevormd tot begraafplaats van de pausen. In deze crypte werden negen pausen begraven en acht bisschoppen uit de 3e eeuw. Hun namen zijn in het Grieks geschreven, volgens het officieel gebruik van de Kerk van die tijd. De negen pausen die er begraven liggen zijn Pontianus (230-235), Anterus (235-236), Fabianus (236-250), Lucius I (253-254), Stefanus I (254-257), Sixtus II (257-258), Dionysius (259-268), Felix I (269-274) en Eutychianus (275-283). In de 4e eeuw veranderde Paus Damasus I de crypte in een onderaards kerkje. Hij liet er een altaar plaatsen, waarvan nu nog de marmeren basis te zien is. In de zoldering liet hij een lichtkoker bouwen. Op de twee kolommen uit de 4e eeuw werd een architraaf geplaatst, waaraan bronzen lampen hingen ter ere van de martelaren.

Meer informatie vind je hier.

Catacomben van Sint-Sebastiaan

De Catacomben van Sint-Sebastiaan is een vroegchristelijke begraafplaats aan de Via Appia buiten de stadsmuur van Rome. De necropool is vernoemd naar de heilige Sint-Sebastiaan die tijdens de christenvervolging rond 300 n.Chr. onder keizer Diocletianus de marteldood stierf en hier later begraven werd. De catacomben zijn ouder. Ze zijn ontstaan toen enkele heidense graven via ondergrondse gangen met elkaar verbonden werden. Vanaf de 2e eeuw groeide dit alles uit tot een enorm gangenstelsel. In de nissen lagen de graven van duizenden overleden Christenen. Toen het Christendom in de vierde eeuw meer en meer geaccepteerd werd en uiteindelijk de staatsgodsdienst werd, zijn de stoffelijke resten herbegraven in de kerken in en om Rome. Op dit moment liggen er geen stoffelijke resten meer in de Catacomben. Volgens een legende zou hier ook een tijdelijke graf voor Petrus en Paulus zijn geweest. Ten tijde van keizer Constantijn de Grote werd boven de catacomben een basiliek gebouwd ter ere van deze apostelen, de Basilica Apostolorum. Later werd deze ook naar de martelaar Sebastiaan genoemd, de Basilica di San Sebastiano. In een crypte onder de kerk ligt deze heilige ook begraven.

Trajan forum stockphoto from Shutterstock / Nattee

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

Latest posts by Astrid (see all)