Vandaag, 22 april, is het vijf jaar geleden dat mijn favoriete columnist en schrijver overleed. Alweer vijf jaar dood, maar nog lang niet vergeten. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond nog een lang artikel en maandagavond was er een documentaire op tv. Hij blijkt ook meer boeken te hebben verkocht ná zijn dood dan ervoor. En tóch denk jij nu misschien: eh wie?!

Martin Bril wordt vooral herinnerd om `rokjesdag`. De term bestond al veel langer, maar hij heeft het bekend gemaakt door één van zijn bekende columns. Afgelopen lente is het al een paar keer tijd geweest voor korte rokjes.

“De zon scheen, de hemel was stralend blauw en de belofte van een spoedige rokjesdag, die ene wondere dag in het jaar dat als bij toverslag alle meisjes in korte rokken lopen, hing eindelijk in de lucht.”

Toch wil ik Martin niet alleen onthouden door rokjesdag, maar vooral om zijn schrijfstijl. Martin liet je kijken. Kijken naar de alledaagse dingen, zoals je die zelf niet snel zou zien. Hij zag en beschreef details met een bijzondere opmerkzaamheid en gevoel voor humor. Alles wat er gebeurt op straat, in de trein, op het schoolplein of in zijn gezin verwerkte hij in zijn verhalen. Misschien daarom wel dat ik zo’n fan ben van de You are my wild- serie van Linda op deze blog.

Ik zou hier vele voorbeelden willen geven van de teksten van Martin, maar daar is dit niet de juiste blog voor. Ik kan alleen maar tippen: ga naar de bieb of de boekwinkel en lees eens één van zijn boeken. Toch wil ik twee van zijn verhalen met jullie delen. En om in de sfeer van deze blog te blijven, hebben ze allebei te maken met het gezinsleven.

 

Liefde (uit: Liefde Seks en Regen, intieme berichten)

Het is zo’n wonderlijk moment: in de hele vroege ochtend wakker worden van de vogels. Je draait je nog maar eens een keer om, maar de lakens plakken, bah.

En weer later merk je dat je voortdurend aan je schouder krabt. Jeuk. De halfslaap waar je inmiddels in verzeild bent geraakt, levert van die heldere, absurde droombeelden op die je straks niet meer zult kunnen oproepen. Ze vormen geen verhaal waar je aan deel kunt nemen, ze tuimelen in hun eigen, geheimzinnige verband door je halfslaap.

Even ben je plotseling klaarwakker.

Naast je: het gezicht van je vrouw.

Daarnaast: een kinderhoofd.

Waar komt dát vandaan?

Ooh ja, het onweerde vannacht. Ineens stond de jongste dochter met een klein zaklantarentje in de slaapkamer. “Kruip er maar in”, murmelde je vrouw, en zij schoof jouw kant op – vandaar dat haar gezicht nu zo dichtbij is. Je bekijkt haar eens goed. Het wordt omlijst door wit beddengoed. Je herinnert dat ze vannacht heel erg lag te tandenknarsen. Je hebt haar toen nog op het voorhoofd gezoend. Nu veeg je er een haarlok opzij.

Ze kreunt.

Je probeert je te herinneren wanneer je voor het laatst het gezicht van je vrouw van zo dichtbij hebt bekeken.

Het schiet je niet te binnen.

Het hoofd van je dochter is bijna even groot als dat van haar moeder, kijk het daar nou liggen. Je zou eigenlijk een foto van de twee slapende hoofden moeten maken. Ze hebben dezelfde mond.

Je staat op.

In de keuken stel je vast dat het toch nog vroeger is dan je dacht. De lucht is donkergrijs. De vogels die zingen, zijn de merels; boven het gekwetter klinkt het geile koeren van een duif. Je hoort ook een paar vinken. Als het aan de vogels ligt, moet de zon zo opkomen.

De helderheid die je net nog voelde, begint weer om te slaan in slaperigheid. Toch nog maar even liggen. De foto die je wilde maken, ben je vergeten. Nee, het beeld van de twee slapende hoofden heb je in je geheugen opgeslagen.

Je schuift weer in bed.

Je vrouw heeft zich op haar andere zij gedraaid. Je kruipt tegen haar rug aan. Haar warme billen passen precies in de kom van je onderbuik en liezen. De gedachte aan seks passeert, maar er ligt een kind in je bed. Je probeert je ademhaling aan te passen aan die van haar. Buiten vallen de vogels even eerbiedig stil, dan slaap je weer.

Zakmes (uit: Tout va bien, berichten uit Frankrijk)

Hoe oud moet je als jongen zijn om van je vader een zakmes te krijgen? Omdat ik zelf geen jongens heb en me mijn eigen eerste zakmes niet herinner, vraag ik me dat vaak af. Het kan zelfs dat ik nooit een eerste zakmes heb gekregen. Dat verklaart meteen mijn onstuimige liefde voor het mes in alle vormen en gedaanten: een kwestie van compensatie, of wraak op de vaderfiguur met terugwerkende kracht – hoe noemt Freud zoiets?

Maar goed.

Hoe oud?

Zes?

Tien?

Soms zie ik ze voor de etalage van een Franse hengelsportwinkel staan: vader en zoon. Pap heeft een korte broek aan, en zoon van dat stroblonde haar dat alleen Nederlandse kinderen lijken te hebben. Ze staren naar de uitstalling van de messen.

Er is veel te zien voor vader en zoon, maar uiteindelijk valt het jongensoog op het mes dat hij zou willen hebben, het mes dat hij al een tijdje op de korrel heeft, maar waarvoor hij moest wachten op het juiste moment, alleen met vader op stap.

Nee, die niet, veel te gevaarlijk, zegt pap, een beetje laf, want hij denkt aan zijn vrouw die als de dood is voor ongelukken in de kleinste hoekjes en die bovendien de scepter zwaait in zijn leven. Die! Hij wijst naar Mon Premier Opinel, een zakmes met in plaats van een scherpe punt een stomp uiteinde, speciaal ontwikkeld om jongensdromen in de kiem te smoren; welke stoere bink wil nou een mes zonder lekker scherpe punt? En wedden dat het ook niet goed geslepen is? Wat heb je nou aan zo’n mes?

Dat heb ik me ook vaak afgevraagd. Wat kun je eigenlijk met een zakmes, behalve een appel schillen, een punt aan een tak snijden, landjepik spelen, een touwtje doormidden zagen, een schroef aandraaien en een vis fileren?

Nou ja, je kunt het kwijtraken.

Dat is bij nader inzien toch wel een van de belangrijkste eigenschappen van een zakmes. Het is verdwenen voor je er erg in hebt, ik bedoel: in je zak heb je het nooit. Er schuilt, zou je kunnen zeggen, een wijze les in het zakmes, en dat verklaart ook het grote succes ervan. Een beetje man wil overal op voorbereid zijn, maar als het zover is, faalt hij onvermijdelijk, want hij heeft zijn mes niet in zijn zak.

Van die dingen.

Daar gaan vader en zoon, de winkel in. Het is maar goed dat moeder er niet bij is. zij ligt nog lekker op één oor in de caravan. Was ze er wel bij geweest, dan zou ze onmiddellijk geprotesteerd hebben, want natuurlijk gaat vader zoonlief een echt mes met een echte punt geven; grote kans zelfs dat hij voor zichzelf ook een zakmes gaat kopen, het vorige is hij al lang geleden kwijtgeraakt, je weet maar nooit wat het leven je brengt.

Mooi toch, deze illusie.

Even later komen ze weer naar buiten. Vader heeft een plastic zakje in zijn hand, en zoon de hand in zijn zak, om zijn eerste mes geklemd. Hij weet het nog niet, maar de lange lijdensweg van de volwassenheid is voor hem begonnen. Trots en dankbaar kijkt hij op naar zijn vader.

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid