Pompeii is een Romeinse stad in de Italiaanse provincie Napels en was ooit een Romeinse provinciestad tot die in 79 n.Chr. werd bedekt door as als gevolg van een uitbarsting van de Vesuvius. Het is daardoor één van de best bewaarde Romeinse steden geworden en wereldberoemd. Als docent geschiedenis vond ik het altijd erg leuk om over deze stad les te geven als ik met de Romeinse Tijd bezig was. Daarom wilde ik er ook al lange tijd naar toe. Toen ik in 2008 op vakantie was in Rome, ben ik er dan ook een dagje naar toe geweest. Dit was met de trein via Napels, maar dat is een flinke reis. Vanaf het station in Pompeii loop je door het moderne winkelcentrum direct door naar de archeologische opgravingen. Makkelijker is het natuurlijk als je al in de omgeving van Napels bent. Als je hier rondloopt lijkt het alsof de tijd heeft stil gestaan en kan je je heel goed inleven hoe het hier moet zijn geweest in de Romeinse tijd. 


Lees ook: Ostia Antica; haven van Rome in de Romeinse tijd

Geschiedenis

Pompeii is in de 7e eeuw v.Chr. ontstaan toen mensen zich vestigden op een verhoging in het landschap langs de rivier de Sarno. In de 6e eeuw stond het stadje onder Etruskische invloed. Na de zeeslag bij Cumae in 474 v.Chr., toen de Etrusken werden verslagen, kwam de stad in de invloedssfeer van de Samnieten. In de 3e eeuw kreeg Pompeii de status van bondgenoot van de Romeinen, maar was het nog niet Romeins. In de jaren 91-89 v.Chr. deed het mee aan de Bondgenotenoorlog tegen Rome, waarbij het samen met Stabiae en Herculaneum werd verslagen door de Romeinse dictator Sulla. Daarna maakte deze dictator de stad tot een Romeinse colonia met de officiële naam Colonia Veneria Cornelia Pompeianorum. De naam Veneria verwees naar Venus, de beschermgodin van de stad, en Cornelia was overgenomen uit de familienaam van Sulla. In de Romeinse tijd was het een bloeiende stad met. In 59 n.Chr. vonden er hevige rellen plaats in het amfitheater tussen inwoners van Pompeii en het naburige Nuceria, waarbij vele doden vielen. Het was voor keizer Nero aanleiding het amfitheater voor tien jaar te sluiten. Het voorval is beschreven door Tacitus. In 62 of 63 n.Chr. werd Pompeii door een aardbeving grotendeels verwoest.

Op 24 augustus 79 n.Chr. ten tijde van keizer Titus volgde de fatale uitbarsting van de Vesuvius, die Pompeii bedekte met een vier meter dikke laag vulkanische as en brokstukken. Na de uitbarsting troffen de voormalige inwoners een enorme vlakte aan, ze hebben pogingen gedaan om gangen te graven om bezittingen te redden zoals een aantal fresco’s die zijn meegenomen. Dit was niet zonder gevaar, want de as bevatte giftige stoffen en een deel van de tunnels stortte in waardoor het dodental verder opliep.

Resten van Pompeii werden voor het eerst teruggevonden bij de aanleg van het Sarnokanaal in 1594-1600. In de jaren daarna zijn er aardig wat plunderingen geweest. In 1748 werden opgravingen gedaan onder supervisie van Karel van Bourbon, de koning van Napels. Ook Napoleon heeft een bijdrage geleverd aan de opgravingen. Het verhaal gaat dat als er gasten kwamen er snel wat potten werden verstopt zodat het leek alsof ze de hele dag schatten vonden. De eerste serieuze opgravingen begonnen in 1860 onder leiding van de archeoloog Giuseppe Fiorelli. Hij was ook degene die een methode bedacht om gipsafgietsels van de slachtoffers te maken. Inmiddels is Pompeii voor 4/5 deel opgegraven. Na de uitbarsting van de Vesuvius is het stadje 2 km van zee komen te liggen.

Handel en nijverheid

In Pompeii leefde men van de productie van wijn, olijfolie, vissaus en puimsteen. De vruchtbare grond bij de Vesuvius leende zich goed voor landbouw. Vooral de wijnbouw en de olieproductie waren bedoeld voor de export. Graan werd voor de eigen behoefte verbouwd. Villa’s buiten de stadsmuren hadden vaak een wijnpers en een wijnkelder. In de buurt van het amfitheater was zelfs een wijngaard binnen de stadsmuren.

Een ander exportproduct vormde garum, de door de Romeinen veel gebruikte vissaus. Waarschijnlijk vingen de Pompeianen de benodigde vis niet zelf, maar werd niet-afgewerkte garum aangevoerd uit Spanje om in Pompeii zijn eindbewerking te krijgen met zout, dat in de buurt werd gewonnen. Het Pompeiaanse garum was in de hele Romeinse wereld bekend, hoewel tot nu slechts één garum-werkplaats is teruggevonden.

De textielnijverheid was in Pompeii een vrij grote bedrijfstak. De bewerking van ruwe wollen stoffen door vollers was een specialisme. Daarbij werden ruwe wollen stoffen gebruiksklaar gemaakt door ze te wassen in urine en ze te ontvetten met vollersaarde. De benodigde urine werd gewonnen in kruiken die her en der in de stad waren opgehangen. Er zijn acht kleinere en drie grote vollerijen teruggevonden, die grote stenen bakken hebben voor de diverse bewerkingen van de stoffen. Na bewerking in de vollerij was de stof geschikt om er tunica’s, toga’s en andere kledingstukken van te maken.

De exportproducten werden via de aan de Sarno gelegen haven vervoerd. Daar werden ook overzeese producten aangevoerd. Om deze handel financieel mogelijk te maken waren er handelsbanken. In het Huis van Lucius Caecilius Iucundus werd een houten kist met meer dan 100 wastabletten teruggevonden, die het archief van zijn handelsbank bevatten.

In de stad bevonden zich vele bakkerijen, die je kunt herkennen aan de aanwezigheid van cilindervormige maalstenen en stenen bakovens. Ook zijn er huizen van diverse gespecialiseerde beroepsbeoefenaars teruggevonden.

  • Er was bijvoorbeeld een ijzerhandelaar; vele ijzeren werktuigen zijn teruggevonden.
  • In het Huis van de chirurg is een verzameling metalen medische instrumenten teruggevonden.
  • Tegenover de Stabiaanse thermen waren barbiers gevestigd.
    De winkels waren gevestigd in het aan de straatkant gelegen deel van de huizen en werkplaatsen.
  • Aan de straten lag ook een groot aantal cafetaria’s. Deze worden meestal thermopolium genoemd, omdat men er warme dranken verkocht. Deze werden verwarmd door een warmwaterreservoir in een hoek. Men verkocht ook gekoelde dranken en hapjes zoals worsten en koeken. Er zijn er 89 zijn teruggevonden, en ze zijn makkelijk te herkennen aan een L-vormige toonbank met marmerplaten waarin zich aardewerken potten bevinden voor de drankjes en hapjes. Klanten konden staande aan de straat iets eten of drinken, soms ook binnen zitten. Het zit nog steeds in de Italiaanse cultuur om buitenshuis te ontbijten met een hapje en drankje als je onderweg bent naar je werk of afspraak.
  • In veel van deze cafetaria’s of kroegen waren ook bordelen gehuisvest. Er zijn er daarvan al meer dan 25 teruggevonden. Er was slechts één bordeel dat niet aan een kroeg was verbonden: het Lupanar. Het had twee verdiepingen, waarvan de bovenverdieping luxer was. Boven de deuren naar de kamertjes zijn fresco’s met verschillende seksuele posities aangebracht. Dit is één van de beroemdste gebouwen in Pompeii.

Straten

Het zuidwestelijke deel rondom het Forum en het Foro Triangolare vormt het oudste deel van de stad. In de Samnitische tijd is de stad uitgebreid volgens een schaakbordpatroon. Pompeii had een 3 km lange stadsmuur met 8 poorten. Van twee ervan is de antieke naam bekend: de Porta Salina (nu Porta di Ercolano) en de Porta Urbulana (nu Porta di Sarno). De hoofdstraat die van oost naar west loopt, wordt met de Italiaanse naam Via dell’Abbondanza (Straat van de overvloed) aangeduid, naar de afbeelding van de godin Fortuna met een hoorn des overvloeds op een fontein. Daarnaast heb je de Via di Nola. De belangrijkste dwarstraat van noord naar zuid was de Via Stabiana. De straten zijn meestal tussen de 2,4 en 4,5 m. breed en geplaveid met grote blokken basalt. In de straten lopen sporen van de wagens, die er voor een deel ingesleten zijn, maar er in smalle straten ook van tevoren in werden aangebracht.

De meeste straten hebben trottoirs die ongeveer 30 cm. hoog zijn. In de stoepranden zijn soms gaten geboord waaraan paarden of muilezels konden worden vastgemaakt. Om de straten over te kunnen steken zijn er op veel plaatsen stapstenen. Over de straten werd het afvalwater en regenwater afgevoerd, hierdoor kregen de inwoners geen vieze voeten. De Romeinen waren hun tijd dus al ver vooruit met deze voorganger van de zebra paden en trottoirs. De wagens pasten hier precies tussendoor, omdat ze allemaal dezelfde asbreedte hadden. In de meeste straten konden wagens elkaar niet passeren en was er eenrichtingsverkeer.

Op de kruispunten waren er kapelletjes voor de Lares compitales, die de buurt beschermden.

Archeologen hebben Pompeii ingedeeld in 9 regio’s die weer zijn opgedeeld in insula’s. Dat zijn door straten omgeven huizenblokken. Het woord insula wordt in Pompeii dus niet, zoals bijvoorbeeld in Ostia Antica, waar ik eerder over heb geschreven, gebruikt voor een flatgebouw met huurkamers. In de Romeinse tijd kwamen er ook villa’s buiten de stadsmuren, zoals de Villa dei Misteri. Er is ook een naam bekend van een wijk buiten de muren, de Pagus Augustus Felix Suburbanus. Misschien was er ook een Oplontis, een buiten de muren gelegen villagebied van Pompeii.

De watervoorziening

In de tijd van Sulla (ca. 80 v.Chr.) werd een aquaduct aangelegd dat zijn oorsprong had in de buurt van Avella. In de tijd van Augustus, werd Pompeii echter op een nieuw aquaduct aangesloten, de Aqua Augusta (of Serino Aquaduct), die vanaf het huidige Serino over 96 km. naar het eindpunt in Misenum liep. Hij had een aparte aftakking naar Pompeii. In Pompeii kwam het water op het hoogste punt aan de noordkant de stad in. Daar lag het Waterkasteel, waar volgens berekeningen van deskundigen 42 liter water per seconde naar binnen stroomde. Het is een kubusvormig bakstenen gebouw, dat gebruikt werd als watertoren. Vanuit het Waterkasteel werd het water via drie uitgangen, die met een schuivensysteem gecontroleerd werden, verdeeld en via loden pijpen onder het plaveisel naar de badhuizen, fonteinen en de huizen van de rijken geleid. De meeste burgers moesten hun drinkwater met amforen halen bij één van de ongeveer 40 fonteinen in de stad.

Huizen

De huizen in Pompeii waren voor het grootste deel typisch Italische atriumhuizen. Het atrium vormde het centrale gedeelte in dit huis. In het verlengde van het atrium lag meestal een binnentuin in de vorm van een peristylium, een onderdeel dat uit de Hellenistische bouwkunst was overgenomen. Rond atrium en peristylium lagen de verschillende woon- en werkvertrekken. De huizen hadden doorgaans ook een bovenverdieping, maar daar is bijna nooit iets van bewaard gebleven. Veel huizen waren verbonden met een werkplaats. Vaak was er een winkel of een bar op de begane grond aan de straatkant.

De huizen waren rijkversierd met mozaïeken op de vloeren en fresco’s op de muren. De Romeinse muurschilderkunst wordt ingedeeld in vier Pompeiaanse stijlen. De oudste fresco’s, de eerste Pompeiaanse stijl, dateren van het einde van de Samnitische periode, terwijl de nieuwste, de vierde stijl, kort voor de uitbarsting van de Vesuvius in 79 zijn ontstaan. Van het meubilair in de huizen is zeer weinig bewaard, omdat er vooral hout gebruikt werd. Wel zijn bronzen ornamenten van bijvoorbeeld aanligbedden teruggevonden.

  • Eén van de beroemdste gebouwen is het Huis van de Faun, genoemd naar een bronzen beeldje van een faun in het impluvium. Nadat het huis met een tweede peristylium was uitgebreid, vulde het een heel insula. In een vertrek aan het eerste peristylium lag het beroemde Alexandermozaïek (het origineel vind je in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels, hier ligt sinds 2006 een replica).
  • Het Huis van de Vettii was van de rijke handelaren Aulus Vettius Conviva en Aulus Vettius Restitutus. De schildering van Priapus in de vestibule lijkt te verwijzen naar het feit dat ze hun rijkdom te danken hadden aan de opbrengst van het land. Het huis heeft een mooi gerestaureerde tuin, die voorzien was van allerlei fonteinen. Veel vertrekken zijn voorzien van beroemde fresco’s met mythologische onderwerpen.
  • Het Huis van Loreius Tiburtinus is een soort villa binnen de stadsmuren met een opvallend grote tuin. De eigenaar was priester van Isis. Hij had een tuin op twee niveaus met een mooie loggia en een waterkanaal. Daarmee kon op feestdagen ter ere van Isis de overstroming van de Nijl worden nagebootst.
  • Net buiten de stadsmuren zijn enkele villa’s teruggevonden, landbouwbedrijven met een luxe woongedeelte. De beroemdste is de Villa dei Misteri, waarvan de eigenaar van de wijnbouw leefde. Het had o.a. ruimtes met wijnpersen. De villa is genoemd naar het triclinium met beroemde fresco’s waarop te zien is hoe een meisje wordt ingewijd in de mysteriën van Dionysus.

Amfitheater en theaters

In de uiterste zuidoosthoek, bijna tegen de stadsmuur, ligt het Amfitheater, dat werd gebruikt voor gladiatorengevechten en gevechten met wilde dieren. Waarschijnlijk is dit het oudste stenen amfitheater uit de Romeinse oudheid. Het is niet zoals de meeste amfitheaters met boogconstructies en beton op de grond gebouwd, maar er werd een kuil gegraven, waarin de arena kwam te liggen. De vrijgekomen grond werd er omheen geplaatst als een aarden wal, die door een steunmuur is omgeven, en waarop stenen zitplaatsen werden aangelegd. De toeschouwers moesten aan de buitenkant via trappen die tegen de steunmuur gebouwd waren, naar boven en vervolgens via een omleiding boven op de muur langs trappen naar hun plaatsen.

Op een fresco dat de rellen laat zien in jaar 59 n.C. en dat zich nu in het Nationaal Archeologisch Museum te Napels bevindt, is te zien dat een zonnescherm is gespannen over een deel van de tribunes, kennelijk tussen twee torens van de stadsmuur die direct achter het amfitheater stond. Het theater was bedoeld voor toneelvoorstellingen en ook wel voor politieke bijeenkomsten. Dit theater heeft een geheel ronde orchestra waaromheen in een hoefijzervorm 28 rijen zitplaatsen liggen, verdeeld in drie ringen. In totaal was er ruimte voor ongeveer 5000 personen.

Achter het podium rees een versierde achterwand op, die ooit drie verdiepingen hoog was. Hierachter ligt een grote quadriporticus die oorspronkelijk diende als een soort foyer voor de toeschouwers. In de zuilengangen waren winkeltjes waar de toeschouwers tijdens de pauzes versnaperingen konden kopen. Deze porticus werd echter na 62/63 n.C. in gebruik genomen als onderkomen voor gladiatoren.

Vlak naast het theater zie je het goed bewaarde Odeion. Dit ‘kleine theater’ diende voor muziek- en zangvoorstellingen. Het was overdekt voor een goede akoestiek. Het stamt uit de tijd van Sulla (ca. 80 v.Chr.) en had ruim 1000 zitplaatsen.

Forum

Het forum is een groot, uitzonderlijk lang plein voor handel, bestuur en goden- en keizercultus. Op de voorgrond van het forum zie je het spreekgestoelte, rechts het podium van het Capitolium en op de achtergrond de Vesuvius. Het met grote platen travertijn bedekte plein was omringd door een wandelgalerij met een colonnade van twee verdiepingen zuilen, de onderste Dorisch en de bovenste Ionisch. Deze is aangelegd in de 2e eeuw v.Chr. uit tufsteen en later voor een deel vervangen door travertijn. De galerij onttrok de gebouwen rondom het plein aan het zicht en daardoor viel het Capitolium, de tempel voor Jupiter, Juno en Minerva, op het middendeel des te meer op.

  • Het hoge podium is bewaard met de onderkanten van de twaalf Corinthische zuilen van het voorportaal, die voor de drievoudige cella stond.
  • De tempel, geflankeerd door twee erebogen, sloot de noordkant van het forum af.
  • Verder bevinden zich op het middengedeelte aan de westkant de resten van het spreekgestoelte en aan de zuidkant enkele sokkels waarop beelden van vooraanstaande burgers stonden.
  • Aan de zuidkant liggen drie gebouwtjes naast elkaar die gebruikt werden voor het bestuur van de stad: het gebouw van de burgemeesters die zich ook met rechtspraak bezighielden en de schatkist bewaakten, het archief en een raadsgebouw.
  • Aan de oostkant hiervan ligt, aan de overkant van de weg, het Comitium (gebouw voor verkiezingen). Het had oorspronkelijk vijf ingangen aan de forumkant en vijf uitgangen aan de Via dell’ Abbondanza, zodat de menigte goed kon doorstromen bij verkiezingen.
  • In de zuidwesthoek staat de Basilica, de hal voor handel en rechtspraak. Dit gebouw had in de lengterichting drie schepen, gescheiden door zuilen. De ingang lag aan de korte kant aan het forum.
  • Aan de westkant van het forum ligt, gescheiden door de weg naar de Porta Marina, naast de Basilica de Tempel van Apollo. Deze tempel ligt met zijn zijkant aan het forum. De tempel zelf staat op een hoog podium met een altaar ervoor, in een tempeldomein dat is omgeven door 48 zuilen. Rechts tussen de zuilen staat een bronzen beeld van Apollo (het origineel vind je in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels) en links een deel van een bronzen beeld van zijn zuster Diana. Ook staat er een Ionische zuil met een marmeren zonnewijzer voor de tempel.
  • Tegen de ommuring van de Apollotempel aan het forum staat de Mensa Ponderaria, de officiële tafel voor de controle van maten en gewichten. Na de muur van de Apollotempel volgt het Forum Holitorium, de groentemarkt, dat nu in gebruik is als opslagplaats voor losse vondsten uit Pompeii. Aan de westkant liggen ook een openbare latrine en de staatskas.
  • Aan de oostkant ligt het Gebouw van Eumachia. Het was geschonken door Eumachia, een priesteres van Venus, zoals twee inscripties vermelden. Door een fraai met versierd marmer omlijste ingang kom je in een binnenhof. De functie van het gebouw is niet goed bekend; het was mogelijk een slavenmarkt of een opslagplaats of een ruimte voor feesten ter ere van Concordia.
  • Naast het Gebouw van Eumachia ligt de zogenaamde Tempel van Vespasianus, een heiligdom dat in oorsprong al uit de tijd van Augustus stamt, en aan de keizercultus was gewijd. Voor de resten van het tempelgebouw staat een mooi marmeren altaar met een reliëf van een offerscène. Daarnaast is het Heiligdom van de Lares, een met bontgekleurde marmerplaten bedekte ruimte voor de Laren, de beschermgoden van de stad.
  • Het laatste gebouw aan de oostkant is het Macellum, een overdekte markt. Het was vooral een vlees- en vismarkt, maar in de winkeltjes aan de oost- en noordkant zijn ook sporen van graan en fruit gevonden. De winkeltjes liggen rondom een hof. In het midden daarvan staan op een polygonaal pleintje twaalf sokkels waarin houten palen werden gestoken die een kegelvormig dak droegen, waaronder vis werd verkocht.

Badhuizen

Binnen de stadsmuren van Pompeii lagen drie openbare badhuizen (thermen).

  • Het oudst zijn de Stabiaanse Thermen, zo genoemd omdat dit badhuis vlakbij de Stabiaanse poort ligt. Het badhuis had aparte afdelingen voor mannen en vrouwen. Het kleinere vrouwengedeelte, met frigidarium, tepidarium en caldarium, had een ingang aan de zijkant. De palaistra, die ook een openluchtzwembad heeft, hoorde bij het mannengedeelte. Daarvandaan is er een toegang naar de zeer goed bewaarde kleedruimte met nissen voor de kleding. Achter de palaistra bevinden zich een latrine en vier peeskamertjes.
  • De Forumthermen hadden eveneens aparte afdelingen voor mannen en vrouwen. Het vrouwendeel was kleiner en is later ingebouwd. Van het mannendeel zijn een mooi apodyterium bewaard, dat kledingnissen heeft versierd met atlanten, en een caldarium waarin een marmeren waterbekken staat met in bronzen letters op de rand de namen van de magistraten die het hebben laten maken met publiek geld. De relatief kleine palaistra is momenteel in gebruik als restaurant.
  • De Centrale Thermen vormen een groot badcomplex, dat een heel insula in beslag neemt. Men is ergens na de aardbeving van 62/63 n.C. met de bouw begonnen, kennelijk om te voorzien in de behoefte aan een groot, modern badgebouw, maar het is nooit in gebruik genomen. Het complex is omgeven door een muur waarvoor gebruik is gemaakt van materiaal van kapotte gebouwen.
  • Buiten de stadsmuren, bij de Porta Marina, lag nog een thermencomplex dat bekend staat als de Suburbane Thermen. Het was waarschijnlijk een modern complex met als bijzonderheid grote ramen die uitzicht op zee boden. In de kleedruimte bevinden zich erotische fresco’s.

Tempels

Naast de tempels aan het Forum waren er nabij het centrum van Pompeii nog enkele tempels.

  • Een hooggelegen driehoekig terrein aan de rand van het oude stadsgedeelte, tegenwoordig Foro Triangolare (driehoekig forum) genoemd, was een cultusterrein. Er stond een tempel die samen met de Apollotempel de oudste tempel van de stad is geweest. Er was al in de Romeinse tijd weinig meer van over, maar op grond van de bewaard gebleven kapitelen kan de tempel in de 6e eeuw v.Chr. gedateerd worden. In de 2e eeuw v.Chr. werd het terrein omgeven door een zuilengalerij van 95 dorische zuilen. Alleen de zuidwestkant bleef open, zodat de tempel vanaf zee goed zichtbaar was. Voor de tempel staan de resten van drie altaren van tufsteen.
  • Vlak naast de toegang tot het Foro Triangolare ligt de Tempel van Isis. Deze tempel, die in een door hoge muren omgeven domein ligt, is de best bewaarde tempel van Pompeii. Na de opgraving in de 19e eeuw werden de beelden, fresco’s en cultusvoorwerpen uit de tempel overgebracht naar het Nationaal Archeologisch Museum te Napels. In een hoek van het domein is een kleine tempel waar Nijlwater werd bewaard, dat voor cultusdoeleinden diende.
    Eveneens goed zichtbaar vanaf zee was de Tempel van Venus. Deze lag aan de rand van de stad tussen de basilica en de Porta Marina. Venus was de beschermgod van Sulla, die Pompeii tot Romeinse colonia maakte, maar werd ervoor ook al vereerd als Venus Fisica. De tempel is bij de aardbeving in 62/63 n.Chr. in een ruïne veranderd en was in 79 n.Chr. nog niet opgebouwd, waardoor er vrijwel niets van over is.
  • Tegenov