Peuterpubertijd- Mamaliefde.nl

Peuterpubertijd; overeenkomsten tussen peuters en pubers

De twee-is-nee-fase is het begin / voorloper van die van de ‘threenager’ of ook wel ‘peuterpuber’ genoemd, die duurt tot aan de kleutertijd. De voorgaande fase is er niets bij. Daarin zeiden ze vaak nee, maar deden ze ja omdat ze toch geen ruzie willen hebben met mama. De peuterpubertijd is echter een tijd waarin koppigheid en het beter denken te weten hoogtij vieren. Een herkenbare fase voor veel ouders. Ze zijn te ‘oud’ voor het echte spel voor baby’s en dreumesen maar te jong om al naar school te gaan. 

Tijdens deze periode ontdekt de peuter dat hij een ander wezen is dan zijn ouders. Hij leert hoe de wereld in elkaar steekt en gaat grenzen uittesten. Het probleem met peuters is dat ze natuurlijk nog maar vrij weinig zelf kunnen. Dit staat hun zo gewilde zelfstandigheid behoorlijk in de weg en dat leidt tot frustraties en soms zelfs angst. Verder hebben ze last van stemmingswisselingen, wat voor henzelf ook best verwarrend kan zijn. Het ene moment voelen ze zich ontzettend blij en het volgende zijn ze bang of verdrietig. Ook zijn ze op deze leeftijd nog erg ongeremd. Ze moeten zich nog leren beheersen. Het kan regelmatig voorkomen dat je kind zo wordt meegesleept door zijn emoties, dat er geen land mee te bezeilen is. In feite heeft de peuterpuberteit redelijk veel weg van de gewone puberteit: je kind probeert zelfstandig te worden.

Zoektocht eigen identiteit / mening

Peuters leren in korte tijd weer een hoop nieuwe vaardigheden die ze een stuk zelfstandiger maken, ze worden zindelijk (als ze dat nog niet zijn), leren zichzelf aankleden, zelfstandig spelen etc Daarnaast is het een pittige fase waarin ze net als pubers ontdekken wie ze zijn, wat ze vinden, en het liefst een beetje tegen de grenzen aanschoppen. Als jij links wilt, willen zij rechts. Als je aan tafel zit voor het ontbijt willen ze geen boterham maar een appel.

Nee is ook echt nee

Kon je voorheen nog omkopen, nu is nee gewoon ook echt nee. En dan moet je wel heel erg creatief zijn om daar een ja van te maken. Omkopen, of misschien beter gezegd, afleiden met een alternatief, heeft ook geen enkele nut. Juist als je reageert op de nee, zullen ze doorzetten om hun zin te krijgen omdat ze merken dat ze een gevoelige snaar te pakken hebben.

Selectief geheugen

Voor kinderen geldt dat jij het geheugen bent, zodra jij uit zicht bent gelden de regels opeens niet meer. Niet dat ze het niet meer weten, maar je bent er niet om ze daaraan te helpen herinneren. Met name als ze het niet willen onthouden. Ze hebben dus een selectief geheugen. Met name op de korte termijn willen ze nog wel eens wat vergeten.

Egocentrisme

Je peuter is heel erg met zichzelf bezig en nauwelijks in staat om zich in een ander te verplaatsen. Hij is dus heel erg bezig met zijn eigen ego. Alles moet op zijn manier en alles is van hem. Hij ziet dit gedrag niet als iets verkeerds. Toch komt hij onmiddellijk in opstand als de rollen een keer zijn omgedraaid en jij je (volgens hem) als een dictator gedraagt.

Bang en emotioneel

Je kind leert steeds meer emoties kennen en moet deze nog een plaatsje geven. Daarom dat ze het ene moment heel happy kunnen zijn, het volgende heel verdrietig en daarna heel boos en dan weer heel blij. Een peuter moet nog leren hoe hij met deze emoties om moet gaan. Het beste kan je hem daarin ondersteunen door het gedrag zoveel mogelijk te benoemen en te accepteren, maar wel aangeven wat tolerant gedrag is. Deze wervelstorm van gevoelens maakt hem onzeker en bang. Net als bij een puber kan dat tot een uitbarsting komen in de vorm van een driftbui.

Ze zijn erg gevoelig voor groepsdruk

Tegenover het in het middelpunt van de wereld willen staan, staat de gevoeligheid voor groepsdruk. Met name die van hun ‘peers’ oftewel leeftijdsgenootjes. Zo laten ze onder sociale druk meer toe dan alleen thuis. Kinderen op een peuterspeelzaal kunnen dan ook heel ander gedrag vertonen dan thuis. Zelfs al spelen ze vaak naast elkaar in plaats van echt met elkaar, ze vormen een gezamenlijke opinie. Als er een paar zijn die graag met poppen spelen (met name kinderen die zich wat meer laten horen), wil iedereen in de poppenhoek spelen en is dat favoriet. Als er een paar meisjes roze bekers willen hebben, willen ze allemaal een roze beker etc.

Zelfstandigheid

Je peuter wil het liefste zoveel mogelijk zelf doen en beslissen. Dat is echter een probleem, want dat kan hij niet altijd. En dat is best frustrerend. Daarom wordt je peter boos op zichzelf omdat hij graag zelfstandig wil zijn, maar dat tegelijkertijd nog niet goed durft. Ze hebben een groot zelfvertrouwen en denken dat ze heel wat zelf kunnen. Van brood smeren tot en met aankleden. Ze willen het in ieder geval eerst zelf proberen en pas als het niet lukt mag je helpen.

Bang dat ze iets tekort komen

Ze beginnen begrip te krijgen voor meer of minder en groter of kleiner. Met als gevolg dat als de één een grotere stuk taart krijgt dan de ander, er heibel is. Want stel je voor dat. Ook als de één iets krijgt is het alsof de hele wereld onrecht wordt aangedaan omdat zij dat niet ook krijgen. In materiële zaken, maar zeker ook als het gaat om aandacht.

Geen geduld

Als je peuter iets in gedachten heeft moet het ook direct gebeuren. Het heeft nog nauwelijks besef van tijd zoals vanmiddag, morgen of volgende week. Het moet gelijk. Ook als iets niet helemaal loopt zoals je peuter het in gedachten heeft levert dat behoorlijke frustraties op.

Meer tips over wat wel / niet werkt tijdens de peuterpubertijd vind je hier.

Volgende
Vorige

Comments ( 2 )

  • Echt een heel goed stuk, Linda! Handig ook, als moeder van zowel een peuter als een puber 🙂

  • Allemaal erg herkenbaar. Nu nog uitvogelen hoe ermee om te gaan

Enroll Your Words

CommentLuv badge

To Top
// and these part of the code may be inserted in the end of HTML document of your website to exclude delays in loading of your main content.