Oudenaarde is een mooie, oude stad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De stad was in heel Europa bekend om haar wandtapijtenproductie, een nijverheid die vooral in de zestiende eeuw tot in de achttiende eeuw bloeide. Vandaag wordt de stad weleens de parel van de Vlaamse Ardennen genoemd. Het heeft een groot marktplein met het beroemde stadhuis. Op dit plein kun je genieten van het zonnetje en de mooie gevels en gebouwen. Lekker eten en drinken of wat winkelen, het is allemaal mogelijk op en in de buurt van het grote plein. De stad is, net als andere steden in de regio, bekend van het wielrennen. Er zijn dan ook vele fietstochten die de stad aandoen en je zult vele wielrenners op de terrassen zien zitten. Ook zijn er twee totaal verschillende musea in deze stad. Buiten de stad vind je nog een aantal natuurgebieden. Kortom, ik neem je mee naar deze misschien wat onbekendere stad, die een bezoek echt meer dan waard is. Goed bereikbaar met de trein vanuit steden als Brugge, Gent, Kortrijk, Brussel en Antwerpen en is goed te combineren met een bezoek aan de dorpjes Ieper of Roeselare.

Lees ook: Wallonië Picardië; Uitjes en bezienswaardigheden in de provincie Henegouwen

Geschiedenis Oudenaarde

Oudenaarde is gesticht aan de linkeroever van de Schelde, die lange tijd de grens vormde tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. In het jaar 1030 wilde graaf Boudewijn IV van Vlaanderen er een burcht te bouwen. De toren van Oudenaarde moest dienstdoen als tegenhanger van de vestiging die de Duitse keizer aan de overzijde van de rivier in Ename had laten bouwen. In de dertiende eeuw werd de donjon vervangen door een groter kasteel. Graaf Filips van de Elzas gaf de stad in 1150 stadsrechten. Er ontstonden twee stedelijke vestingen; Oudenaarde op de linker- en Pamele op de rechteroever van de Schelde. Pas in 1558 versmolten beide stadskernen. Oudenaarde verloor zijn versterkingen na de slag bij Bouvines in 1214 en werd ingenomen door Gent in 1383.

De stad is ook de geschiedenis ingegaan als geboorteplaats van Margaretha van Parma. Keizer Karel V verwekte in Oudenaarde een kind bij weversdochter Johanna van der Gheynst. Hun kind zou van 1559 tot 1567 als landvoogdes over de Nederlanden regeren.In 1555 trad keizer Karel af als heer der Nederlanden. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips II. Onder diens terreurregime viel de Oudenaardse wandtapijtenindustrie nagenoeg stil. Dat was in die tijd de belangrijkste bron van inkomsten voor Oudenaarde en daardoor waren er in 1556 meer dan achtduizend werklozen in de stad. Met de komst van Alva emigreerden talloze stedelingen naar de Noordelijke Nederlanden. Die toestand duurde voort totdat Alexander Farnese de stad Oudenaarde op 6 juli 1582 innam. In 1658 en in 1667 vielen de Fransen Oudenaarde binnen. Daarop werd in 1668 de vrede van Aken gesloten. De stad werd daarbij aan Frankrijk toegewezen. Op 11 juli 1708 waren Oudenaarde en omgeving het toneel van een belangrijke veldslag in de Spaanse Successieoorlog. Tijdens de slag bij Oudenaarde versloegen de Engelsen en de Nederlanders het Franse leger. Op 11 mei 1745 vielen de Fransen Oudenaarde opnieuw binnen tijdens de slag bij Fontenoy. De Oostenrijkers, Engelsen en Nederlanders leden toen een nederlaag tegen de Fransen, die door Maurits van Saksen werden aangevoerd.
In de Eerste Wereldoorlog werd tijdens de slag aan de Schelde van 1 november 1918 onder meer de Sint-Walburgakerk zwaar beschadigd. Nadat de geallieerden zich in november 1918 hadden gehergroepeerd werd Oudenaarde door de Duitsers aangevallen met gifgassen. Ze maakten daarbij veel burgerslachtoffers.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Oudenaarde opnieuw beschoten. De beschadigingen waren toen beperkt. Niettemin duurde het tot het jaar 1949 voordat ook die schade volledig hersteld was. Tot in de negentiende eeuw werd de stad door stadswallen omringd. In de twintigste eeuw werd de binnenstad opengebroken. Op het stadsplein werden enkele oude gevelhuisjes gesloopt. Daardoor ontstond de brede doorgang naar de markt. Pas in 2006 werd het „gat in de markt” opnieuw gedicht. Vroeger kronkelde nog een zijtak van de Schelde door het centrum van de stad. In de jaren vijftig werd die echter goeddeels gedempt. Tot vandaag zijn er nog resten van te zien achter de stadsbibliotheek en in het stadspark.

Stadhuis Oudenaarde

Oudenaarde is in de eerste plaats beroemd om zijn stadhuis, dat bekendstaat als schoolvoorbeeld van de Brabantse laatgotiek. In 1525 was het oude schepenhuis in verval en de kans was groot dat het zou instorten. Daarom moest er een nieuw gebouw komen. Het stadhuis en de lakenhal ernaast werden gebouwd tussen 1525 en 1536. De lakenwevers konden in deze hal hun producten opslaan, en ze werden er ook gekeurd.

Op de spits van het stadhuis staat een bronzen beeld van de plaatselijke volksheld Hanske de Krijger. Volgens de legende stond stadswachter Hanske op de uitkijk voor de komst van keizer Karel V. Maar omdat hij in slaap viel, stond de keizer voor gesloten poorten. Hij zou hierop de mensen van Oudenaarde de raad gegeven hebben om voor hun stadswachter een bril te kopen. Deze bril staat vandaag nog op het wapenschild van de stad.

Het oorspronkelijke plan was een U-vormige aanleg, maar werd vervangen door een L-vormige. De rechterzijgevel, aan de Nederstraat, werd niet voltooid. Deze gevel, opgetrokken in Doorniks kalksteen, bevat zichtbaar delen uit het oude schepenhuis. De twee aangebouwde traveeën uiterst rechts (een torenachtige vorm) met getralied venster, dateren uit 1509-1510. De getraliede ruimte was het secreet of de archiefkamer. De begane grond diende waarschijnlijk als opslagruimte, terwijl de eerste verdieping door het stadsbestuur werd gebruikt.

Het oude schepenhuis had een belfort en de voorgevel was naar de Hoogstraat gericht en was aan de zijde van de Markt door verschillende huizen omgeven. Bij het bouwen van het stadhuis werd gebruikgemaakt van verschillende materialen: baksteen, zandsteen, kalkzandsteen, hout uit de streek van Bergen, ijzer uit Spanje, en lood en bladgoud uit Antwerpen. De belangrijkste zalen zijn de Volkszaal, de Schepenzaal, de Oppervoogdenkamer, de Zilverkamer en daarnaast nog de Lakenhalle en het museum. De Volkszaal heeft als belangrijkste bezienswaardigheden de schoorsteenmantel en de zoldering. In deze ruimte werd handel gedreven.

In de Schepenzaal hangen een aantal schilderijen van bekende bezoekers van de stad Oudenaarde, waaronder bijvoorbeeld Margaretha van Parma. Nu doet deze zaal dienst als trouwzaal.

Voor het stadhuis is een grote fontein met ook opspuitende fonteintjes waar kinderen gillend van plezier doorheen rennen op de warme dagen. Er zijn banken omheen geplaatst waar je heerlijk even kunt zitten om wat te drinken of een broodje of een ijsje te eten.

Stadsbibliotheek

Tegenover de Sint-Walburgakerk ligt de stadsbibliotheek. Dit classicistische bouwwerk dateert uit de achttiende eeuw en wordt soms het „Vleeshuis” genoemd, omdat de Oudenaardse slagersgilde er destijds haar onderkomen had. Het Vleeshuis werd gebouwd ter vervanging van een oudere overdekte vleesmarkt uit de veertiende eeuw.

Begijnhof

Begijnen zijn geen nonnen omdat zij alleen de gelofte van kuisheid en gehoorzaamheid afleggen, niet van armoede. Rijke begijnen woonden in het begijnhof in hun eigen huis, terwijl arme begijnen samenwoonden in grotere conventhuizen (gemeenschapshuizen). Vaak was er in een begijnhof een hospitaal, een bakkerij, een wasserij. De huizen weken qua type en architectuur niet veel af van de gewone huizen in de stad. Begijnhoven werden zowel geestelijk als wereldlijk goed beschermd. Oorspronkelijk verbleven de begijnen achter de Sint-Walburgakerk. In de 15e eeuw kregen zij een onderkomen op de huidige plaats. Vroeger was het begijnhof volledig door water omringd. Opvallend is het kleurrijke barokpoortje met de beeltenis van de heilige Rochus, een pestheilige. De meeste kleine witte woningen werden heropgebouwd in de 19e en 20e eeuw; slechts enkele dateren uit de 17e eeuw. De laatste begijn overleed in 1960. Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werd de 16e-eeuwse kapel vernield maar later herbouwd. Het oudste gebouw dateert uit 1500 en was het woonhuis van de rector, de heer Van de Velde die door de geuzen in de Schelde werd geworpen en verdronk. De huisjes zijn nu omgebouwd tot serviceflats voor gepensioneerden.

Ohiobrug

De stad heeft vier bruggen over de Schelde. De meest bijzondere is de Ohiobrug.Vóór de Eerste Wereldoorlog verbond een stalen brug over de Schelde Eine met Nederename. Deze brug werd in 1881 ingehuldigd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de brug in 1914 opgeblazen door het Belgisch leger om de Duitse aanval te vertragen.Na hun doorbraak in 1914 trokken de Duitsers vrij spoedig een houten noodbrug op, die door hen werd vernietigd in oktober 1918 om de laatste geallieerde opmars voor de Schelde te stuiten. Begin november 1918, tijdens de Slag aan de Schelde, bereikte het geallieerde tegenoffensief de Schelde. Ter hoogte van de Ohiobrug zorgden de Fransen toen voor het materieel, terwijl eenheden van de Amerikaanse 37th Division American Expeditionary Force (A.E.F.) een tijdelijke pontonbrug bouwden, waarvan het middelste stuk telkens moest worden weggetrokken om de doorvaart van de schepen toe te laten.

De brug werd herbouwd in 1928 en was de eerste brug in spanbeton in België. Ze werd geschonken door de Amerikaanse staat Ohio om de Slag aan de Schelde te herdenken. Op de Ohiobrug werden vier beelden van Amerikaanse bizons geplaatst. In het begin van de Tweede Wereldoorlog werd in mei 1940 de brug door de Britse genie opgeblazen. Er werd een tijdelijke noodbrug opgetrokken. In 1954 ontwierp men een nieuwe brug die geschikt was voor binnenschepen tot 300 ton en sterk leek op de vorige, maar breder was en een draagwijdte had van 37 meter. De bizons werden teruggeplaatst. De vier bizons die de leuningen sierden, zijn bewaard gebleven en vind je nu aan de toegangsweg naar de brug. Op de oorspronkelijke brug stonden de vier bizons in aanvalshouding met de koppen naar elkaar toe. Nu staan ze op 250 meter van elkaar en met de achterkant naar elkaar gericht.

Musea in Oudenaarde

Mou-museum; Museum Oudenaarde en Vlaamse Ardennen

Binnenin het stadhuis is tegenwoordig het MOU-museum te vinden (Museum Oudenaarde en Vlaamse Ardennen), waar wandtapijten en zilverwerk worden tentoongesteld en er een tentoonstelling is over de geschiedenis van de stad. Oudenaarde was een belangrijk wandtapijtenproductiecentrum. In het museum hangt een collectie Oudenaardse wandtapijten of verdures. De totale verzameling telt momenteel 23 wandtapijten. Dertien daarvan worden permanent tentoongesteld in de bovenlakenhalle van het stadhuis. Oudenaarde was ook een belangrijk edelsmeedcentrum tussen de 15e en de 18e eeuw. In het museum staat een prachtige collectie Oudenaards zilver van Ernest De Boever-Alligoridès, aangevuld met andere topstukken Europees zilver.

Meer informatie vind je hier

Huis de Lalaing

Het Huis de Lalaing is een museum en restauratieatelier in de Pamelewijk. Het is een statige 17e-eeuwse patriciërswoning. Het huis dankt zijn naam aan Filips van Lalaing, heer van Schorisse en stadsgouverneur, die hier woonde in de 16e eeuw. Mogelijk werd Margaretha van Parma in dit huis geboren, de onechte dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst. De stad Oudenaarde kocht het Huis de Lalaing in 1978 en sindsdien is het een restauratieatelier en museum. Oudenaarde was vroeger een belangrijk wandtapijtenproductiecentrum. Het produceerde de verdures. Er is een restauratiewerkplaats. Hier worden historische tapijten, meestal eigendom van de stad, behandeld en voor verdere aftakeling behoed en dit op basis van een sinds 1984 gebruikte wetenschappelijk verantwoorde methode. Na de behandeling worden de historische wandtapijten in de benedenlakenhalle van het stadhuis geëxposeerd.
In het weefatelier worden hedendaagse wandtapijten volgens de oude Oudenaardse technieken gemaakt. Er worden cursussen en demonstraties in weeftechnieken georganiseerd. De educatieve ruimte bevat een ruime collectie foto’s van de weef- en restauratietechnieken. Op dit moment (2019) wordt het gerestaureerd en is een deel ondergebracht in het MOU.

Centrum Ronde van Vlaanderen

Het Centrum Ronde van Vlaanderen of CRVV is een wielermuseum en bezoekerscentrum. De Ronde van Vlaanderen doet elk jaar Oudenaarde aan. Onder meer de beroemde Koppenberg ligt in de Oudenaardse deelgemeente Melden. Sinds 2012 is de stad de aankomstplaats van de wedstrijd. Ook de Koppenbergcross vindt jaarlijks plaats in Melden. Het museum is geopend op 25 februari 2003 als een interactief bezoekers- en belevingscentrum, opgebouwd rond de wielerklassieker de Ronde van Vlaanderen. Er is een uitgebreid archief met beeld- en geluidsmateriaal van oude radio- en televisiereportages te bekijken en te beluisteren. Het is mogelijk ook zelf te fietsen op de “kasseifiets”, de “hellingenfiets” of het op te nemen tegen Peter Van Petegem op de Oude Kwaremont. Het CRVV heeft ook een brasserie en een museumshop. Sinds 2008 is wielerkampioen Freddy Maertens er gastheer.

Meer informatie vind je hier,

Kerken Oudenaarde

Sint-Walburgakerk

De gotische Sint-Walburgakerk werd herbouwd rond het jaar 1150 nadat een eerdere kerk in 1126 deels verwoest werd bij een brand. Van de vroeggotische kerk, waarvan de bouw begon in de eerste helft van de 12e eeuw, is nu alleen het koor in Doornikse kalksteen nog over. In de 15e eeuw werd besloten de kerk te herbouwen in Brabantse gotiek. Boven de gotische toren bevindt zich een barokke kap uit 1620, uitgewerkt door de Oudenaardse kunstenaar en architect Simon I de Pape. In de kerk hangt o.a. ‘De kruisafneming’, een schilderij door Simon II de Pape. De kooromgang werd uit Doornikse zandsteen gemaakt, terwijl voor de recentere delen ook Balegemse steen werd gebruikt. Van het middeleeuws interieur is niets overgebleven, alles werd verwoest tijdens de Beeldenstorm in 1566. Het huidige interieur is in barok en laatbarokstijl. De kerk heeft prachtige beeldhouwwerken, schilderijen en verdures. Er is een 13e-eeuws koor in vroege Scheldegotiek – overblijfsel van de oorspronkelijke kerk. De benedenkerk is gebouwd in Brabantse gotiek (15e-16de eeuw).

Tijdens het oorlogsgeweld van 1 november 1918 tijdens de Slag aan de Schelde werd de kerk zwaar beschadigd vooral de toren en het koor. Alle kerken rondom Oudenaarde ten westen van de Schelde werden vernield. De glasramen zijn nog steeds niet hersteld in hun vroegere luister. De toren uit 1498-1624 is 88 m hoog en vormt een duidelijk herkenningspunt tot ver in de omgeving. Als je vanuit Ronse richting Oudenaarde rijdt, heb je een prachtig zicht op de kerk. Volgens de officiële geschiedschrijving is de eerste handbespeelde beiaard in Oudenaarde geplaatst. In 1510 levert een zekere Jan van Spiere in opdracht van het stadsbestuur ‘een clavier in torrekin om te beyaerdene’. Deze beiaard was geplaatst in het stadhuis. In 1967 mocht Oudenaarde zijn nieuwe beiaard in ontvangst nemen. Het instrument telt 49 klokken, is 15.000 kg zwaar en werd gegoten door Petit & Fritsen uit Nederland.

Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele

Verderop aan de rechteroever van de Schelde staat de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele, die tussen 1234 en 1300 werd gebouwd. Het bouwwerk geldt als typisch voorbeeld van Scheldegotiek; zoals de nog zeer romaans aandoende vensters en kooromgang, terwijl de zuilengalerij boven het middenschip al duidelijk gotische kenmerken heeft. Erg leuk zijn ook de hoektorentjes. De kerk was veel rijker dan de oude Sint-Walburgakerk. In deze kerk werd de buitenechtelijke dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst gedoopt. Ze werd Margaretha genoemd en werd later als Margaretha van Parma landvoogdes van de Nederlanden. De instabiliteit van het gebouw heeft te maken met de drassige grond rond en onder de funderingen. De Schelde vloeit amper een paar meter van haar noordwestelijke gevel. Vooral aan de binnenkant van het transept en het priesterkoor is de verzakking duidelijk te zien. Monumentenzorg van de provincie Oost-Vlaanderen controleert de stabiliteit regelmatig.

Abdij van Maagdendale

De abdij van Maagdendale is een cisterciënzerabdij op de Ham. De nonnen van Maagdendale hadden in de 12e eeuw een klooster gesticht in Vloesberg. De onveilige situatie zorgde ervoor dat de abdis aan Arnulf IV, baron van Pamele, vroeg het klooster naar Oudenaarde te mogen overbrengen. In 1233 kreeg de kloostergemeenschap de gronden op de oostelijke oever van de Schelde op de Ham om er een nieuwe abdij te bouwen. In 1408 werd de abdij door overstromingen getroffen. Tijdens de eerste jaren van de Nederlandse Opstand werd de abdij overvallen. De geuzen stalen al het goud- en zilverwerk en brachten veel vernielingen aan binnenin de kerk. In 1684 waren er belangrijke vernielingen door brand ten gevolge van de beschietingen door de Fransen. De wederopbouw duurde tot midden 18e eeuw. Vanaf 1826 kwam het klooster in de handen van de Belgische Staat en werd het van 1830 tot 1966 gebruikt als militaire kazerne. De aanwezigheid van deze kazerne zorgde voor handelsactiviteiten en een bloeiend uitgaansleven met talrijke cafés in de wijk van de Baarstraat. Vanaf 1966 werd het complex ontruimd. De stad Oudenaarde verwierf het monument in ruil voor het onteigende kasteel van Bourgondië. Tegenwoordig vind je in het gebouw de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten en het Stadsarchief.

Natuurgebieden

t’Ename

Oudenaarde telt vijf natuurgebieden die beheerd worden door Natuurpunt. Het bos t’Ename is de grootste van de vier. Het ligt op grondgebied van de deelgemeentes Ename, Mater en Volkegem. Je vindt er twee bewegwijzerde wandelpaden. Het Mariette Tielemanspad (5,5 km) en het Aardgas Natuurpad (6,2 km). Het herbergt een bijzonder rijke fauna. Het natuurreservaat staat vooral bekend om de verschillende soorten watersalamanders die er voorkomen, waaronder de zeldzame kamsalamander. Ook biedt het bos onderdak aan talloze vogels (boomvalk, bosuil, kwartel, boomklever, kleine bonte specht, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, nachtegaal, vuurgoudhaantje enz.), zoogdieren en insecten.

Het reservaat bestaat vooral uit els en es; hier en daar groeit ook zomereik en haagbeuk, met verschillende stukjes bronbos. In de kruidlaag van het natuurreservaat Bos t’Ename komen heel wat zeldzame plantensoorten voor; één derde van de Vlaamse flora is er vertegenwoordigd. De bekendste soorten die in het bos bloeien zijn boshyacint, salomonszegel, bosanemoon, paarse schubwortel, slanke sleutelbloem, keverorchis, boswederik, donkere ooievaarsbek, echte koekoeksbloem.

Meer informatie vind je hier.

Heurnemeersen

Op de grens van de Oudenaardse deelgemeentes Heurne met Eine vind je de Heurnemeersen. Dit gebied is goed te overzien vanaf het jaagpad. Ook lopen er enkele wandelpaden langs de binnenkant van enkele meanders. Het natuurgebied ligt in de Scheldevallei. Het reservaat bestaat uit afgesneden Scheldemeanders, bossen, graslanden, en moerasvegetaties. Er is een bijzonder rijke fauna. Het belangrijkste zoogdier is de rosse vleermuis die er één van zijn belangrijkste jachtgebieden in de Vlaamse Ardennen vindt omwille van de hoge insectendichtheid. Er komen 55 vogelsoorten broeden waarvan de belangrijkste de rietzanger, rietgors, waterral, en blauwborst zijn. Op trek zijn er soms ook grotere groepen van aalscholver, slobeend en watersnip. Er werden tot nu toe 19 soorten libellen waargenomen, 25 soorten dagvlinders waarvan oranjetipje de belangrijkste is, en meer dan 500 soorten nachtvlinders waarvan enkele zeldzamere moerassoorten zoals valeriaandwergspanner, moeraswalstrospanner en Satijnboogbladroller. Het reservaat bestaat uit bossen, graslanden, ruigten en moerassen, elk met hun typische flora. De binnenbocht van de openbare afgesneden meanders, namelijk Heuvel, De Ster en Ohio, is toegankelijk voor vissers en wandelaars. De buitenbochten, de meander “Dal” en het centrale gedeelte van de Snippenweide is enkel toegankelijk met gids. Deze gebieden kunnen wel bekeken worden vanaf de dijk langs de Schelde.

Langemeersen

Op de grens met Wortegem-Petegem vind je de Langemeersen terug. Dit gebied is enkel toegankelijk met gids. Het is een gebied dat erg populair is bij vogelaars. Hier leven onder andere de grasmus, bosrietzanger, slobeend, kievit, en soms ook het paapje en de sprinkhaanrietzanger als broedvogel. In de winter dan weer buizerd, blauwe kiekendief, watersnip, wulp en goudplevier. Graspiepers en patrijzen bevolken de hooilanden. Vele kleine rietvogels zoals blauwborst, kleine karekiet en rietgors zingen uit de rietkragen aan de perceelsranden en steenuiltjes roepen uit de knotwilgen. De zeldzame soorten van vroeger, zoals de kwartelkoning en de roodborsttapuit, laten zich af en toe in het gebied zien. In de winter zoeken sommige vogels de rust op in de meersen. Veel eenden zoals krakeenden, smienten, watersnippen en af en toe wat ganzen zoeken er hun kost bijeen.

Rooigembeekvallei

De Rooigembeekvallei strekt zich uit langs de vallei van de Rooigem(se)beek op het grondgebied van de Oudenaardse deelgemeente Mullem. Door het gebied heen loopt de bewegwijzerde wandelroute ‘Rooigemsebeek’ (5,5 of 12,3 km). Ze start op het dorpsplein van Mullem.
Het gebied bestaat uit een valleibos, valleigrasland, ruigten, poelen en vijvers. Begin jaren ‘90 werd er vanwege de VLM-ruilverkavelingen een wachtbekken aangelegd tegen overstromingen, en vistrappen en een rietveld voor waterzuivering. In het valleigebied van de Rooigem(se)beek komen allerlei diersoorten voor: haas, vos, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel, veldmuis, bosmuis, dwergmuis, ijsvogel, dodaars, buizerd, steenuil, bruine kiekendief, kwartel, watersnip, houtsnip, veldleeuwerik, vinpootsalamander en rouwmantel. De Rooigem(se)beekvallei herbergt talloze planten zoals middelste waterranonkel, bosbingelkruid, slanke sleutelbloem, gele dovenetel, bosereprijs, ijle zegge, moeraswalstro, paarse schubwortel en bosbies.

Het Volkegembos in Volkegem

Eind 2001 werd door de stad Oudenaarde drie hectare aangeplant, de rest (11 ha) verbost spontaan op de voormalige akkers. In 2003 werd door de plaatselijke werkgroep Bos t’Ename drie hectare aangeplant met streekeigen plantgoed en in 2004 werd nog eens twee hectare aangeplant op de rechterflank van de beek. Jonge ouders planten bovendien bomen bij in het aangrenzende geboortebos “Steenbergbos”. Het Volkegembos is bestemd als stadsbos. De bedoeling is om het Volkegembos op termijn te laten uitgroeien tot een bosgebied van 30 ha dat via de Riedekensbeek aansluit op het Bos t’Ename. Het natuurgebied kan worden verkend langs een bewegwijzerde wandelroute (“Volkegempad”, 4 km) en via het wandelknooppuntennetwerk ‘Vlaamse Ardennen Zwalmvallei’.

Oudenaardse brouwerijen

Oudenaarde is bekend om zijn bruine bieren. Plaatselijke bieren en/of brouwerijen zijn onder meer Cnudde, Ename, Felix, Liefmans en Roman. Hoewel de meeste Oudenaardse brouwerijen tegenwoordig door grotere concerns zijn overgenomen, wordt het bier nog steeds in Oudenaarde gebrouwen. Vier brouwerijen zetten tot vandaag nog steeds de rijke Oudenaardse biertraditie verder: Roman, Liefmans, Cnudde en Smisje. Vooral de typische bruine bieren maar ook de kriekbieren zijn erg populair.

Brouwerij Roman

Als oudste familiebrouwerij van België, staat Brouwerij Roman bekend om zijn rijke assortiment aan bieren. Die worden één voor één gebrouwen op ambachtelijke wijze. Al bijna 5 eeuwen lang staat de familie Roman aan het hoofd van de Brouwerij. Het verhaal start in 1545 bij Joos Roman. Er was een herberg, een boerderij, een maalderij, een mouterij en natuurlijk ook een brouwerij. Bier brouwen was toen maar één van de vele activiteiten die er gebeurden. Het was pas later, naarmate de volgende generaties aan het roer kwamen, dat bier brouwen de hoofdactiviteit van de familie werd.

Benieuwd hoe jouw favoriete bier tot leven komt? Dan kun je zowel doordeweeks het hele jaar door als op zaterdagnamiddag tussen maart en oktober een bezoek brengen aan de brouwerij. Tijdens de week is het bezoek voorbehouden voor groepen vanaf 15 personen. Op zaterdag is het mogelijk om de brouwerij individueel te bezoeken. Het bezoek duurt ongeveer twee uur en bestaat uit een rondleiding met gids en een proeverij. Achteraf krijgt iedere bezoeker ook nog een geschenkset mee naar huis.

Meer informatie vind je hier.

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

Latest posts by Astrid (see all)