Pompeii is één van de bekendste Romeinse steden, maar er zijn er nog veel meer te vinden in Italië. Ostia was in de Romeinse tijd de havenplaats van Rome. De stad is grotendeels bewaard gebleven en opgegraven, en is één van de best bewaarde Romeinse steden in Italië. De opgravingen liggen bij het moderne plaatsje Ostia Antica, dat met een moderne badplaats Lido di Ostia onderdeel is van de gemeente Rome. De naam is afgeleid van het Latijnse ostium dat riviermonding betekent. Een ideale plaats dus om een bezoek aan geschiedenis te combineren met de kust. Om naar Ostia Antica te gaan pak je metrolijn B en stap je uit bij Piramide. Daar stap je over op de trein naar C Colombo. Het treinstation Roma Porta S Paolo is naast de metro. Je hoeft geen nieuw kaartje te kopen, je kunt gebruik maken van hetzelfde metrokaartje. Je stapt uit bij de halte Ostia Antica. Vanaf daar is het ongeveer vijf minuten lopen. Je volgt gewoon de borden. Ostia Antica is op maandag gesloten.


Geschiedenis

Ostia is gesticht door de vierde koning van Rome, Ancus Martius (640-616 voor Chr.). Waarschijnlijk was er al eerder bewoning op deze plek, omdat de monding van de rivier de Tiber geschikt was voor het aanleggen van zoutpannen voor de zoutwinning. Ostia was in die periode de handelshaven van Rome, toen Rome werd geregeerd door Etruskische koningen. Archeologische vondsten uit de vroegste periode ontbreken echter tot nu toe. Na de verdrijving van de laatste Etruskische koning uit Rome in 509 voor Chr. kwam de rechteroever van de Tiber onder de heerschappij van de Etruskische stad Veii. Na de verovering van Veii in 396 voor Chr. stichtten de Romeinen een vesting op de plaats van het huidige forum van Ostia, die versterkt was met tufstenen muren. Ostia was de militaire haven geworden van Rome. De bevolking werd vrijgesteld van militaire dienstplicht om de haven draaiend te houden. In de tweede eeuw werd Ostia vooral een handelshaven. In de eerste eeuw v.Chr. kreeg Ostia, dat tot dan toe vanuit Rome werd bestuurd, zijn eigen bestuur.

In het begin van de keizertijd werd Ostia langzaam verfraaid. Marcus Agrippa liet in 18-12 v.Chr. een theater bouwen voor 3000 toeschouwers, dat versierd was met marmer, wat nog zeer uitzonderlijk was in die tijd. In de tijd van Augustus werd een aquaduct aangelegd en werden twee tempels aan de noordkant van het forum gebouwd, mogelijk een tempel voor Jupiter en een Capitolium. In de tijd van Vespasianus kreeg de stadsmuur de functie van aquaduct dat water naar de zuidelijke helft van de stad vervoerde. Aan het eind van de eerste eeuw bouwde de Joodse gemeenschap een synagoge. Zijn hoogtepunt beleefde Ostia in de tweede eeuw na Chr. toen er onder de keizers Trajanus, Hadrianus en Antoninus Pius veel nieuwbouw kwam. Daarbij werd er over oudere gebouwen heen gebouwd, waardoor we weinig weten over de oude bebouwing van Ostia. Al sinds het eind van de eerste eeuw werd het grondniveau daarbij een meter verhoogd, mogelijk in verband met overstromingen.

In de tweede eeuw telde de stad 50.000 inwoners, van wie er 17.000 slaven waren. Aan het einde van de tweede eeuw liet keizer Commodus het theater uitbreiden. Deze bloeitijd duurde tot in het begin van de derde eeuw. Geleidelijk verloor Ostia aan belang door de opkomst van Portus, een stadje drie kilometer ten noorden van Ostia.

Tussen de 5de en de 8ste eeuw werd Ostia langzaam verlaten, omdat de stad in verval raakte. Het antieke Ostia werd nog wel gebruikt als vindplaats voor bouwmateriaal: marmeren platen, beeldhouwwerken en zuilen. In de 9de eeuw stichtte paus Gregorius IV (827-844) het naar hem genoemde Gregoriopolis op de plaats van het huidige plaatsje Ostia Antica, ongeveer één kilometer ten oosten van het antieke Ostia. In de 15de eeuw werd hier een vestingtoren gebouwd, en onder paus Sixtus IV werd het fort gebouwd (1483-1486) dat nu nog te bezoeken is. Schatzoeken werd door paus Pius VII verboden. Hij begon ook met de opgravingen. In 1865 werd het museum opgericht in een 14de-eeuws gebouwtje dat eerder als zoutopslag was gebruikt. Vanaf 1938 onder Mussolini, vonden er grootschalige opgravingen plaats. Nu is ongeveer tweederde van de stad blootgelegd.

Begraafplaats (Necropolis) bij de Porta Romana

De necropolis (begraafplaats) van Ostia lag direct buiten de Porta Romana. Als bezoeker van het archeologische park kom je hier als eerste langs. De necropolis bestaat voornamelijk uit columbaria, gezamenlijke graven die bestaan uit muren met nissen waarin urnen hebben gestaan. Hier en daar zijn fragmenten van marmeren of terracotta sarcofagen, maar de necropolis is in de loop der eeuwen door grafrovers flink geplunderd.
Ver buiten de stadspoort werd ook de martelares Aurea in de necropolis begraven. Op haar graf verrees een basilica. Deze werd al in de derde eeuw de zetel van een bisschop. In deze kerk werd in 397 ook Monica, de moeder van Augustinus, begraven, nadat ze op doorreis in een herberg in Ostia was overleden. Deze christelijke basilica was de voorloper van de vijftiende-eeuwse kerk van Santa Aurea in het moderne plaatsje Ostia Antica.

Stadsmuur en poorten

In 63 v.Chr. werden de stadsmuren aangelegd. Met de bouw werd door Cicero begonnen toen hij consul was in 63 v.Chr., en voltooid door P. Clodius Pulcher in 58 v.Chr. De muur was ruim 2100 m. lang, en liep langs de oost-, de zuid- en de westkant van de stad. Aan de kant van de Tiber was de stad waarschijnlijk niet door een muur beschermd. Er waren drie stadspoorten in de muur, de Porta Romana, waar de Via Ostiensis in de richting van Rome begon, de Porta Laurentina, waarvandaan een weg naar de plaats Laurentum liep, en de Porta Marina, de poort aan de kant van de zee. In de muur bevonden zich enkele torens. In de keizertijd was de bescherming van de muur niet meer nodig en werden er gebouwen buiten de muur en zelfs op de muur gebouwd. In de tijd van Vespasianus werd de muur veranderd in een aquaduct. Er is nu nog maar heel weinig van over.

Forum

Het rechthoekige forum van Ostia is op de kruising van de twee hoofdstraten, de decumanus maximus en de cardo maximus, op de plaats waar vroeger het castrum was. Aan de zuidkant van het forum stond de tempel voor Roma en Augustus. Fragmenten van de rijke versiering zijn bevestigd aan een moderne muur. Het forum komt uit de tijd van Hadrianus. Oudere gebouwen werden gesloopt om ruimte te maken. Het rechthoekige plein was omgeven door een zuilengalerij. Aan de noordkant werd het Capitolium, de tempel voor de Capitolijnse trias, aangelegd. Het staat op een enorm podium en is in zijn huidige toestand meer dan 17 m. hoog. Van de rijke marmeren versiering is nu niet veel meer over. Aan de westkant van het forum staan een basilica en de curia; het gebouw van de gemeenteraad.

Tempels en andere religieuze gebouwen

Ostia kende als kosmopolitische havenplaats een grote variëteit aan religies. Enkele van de oudste tempels liggen aan de Via della foce op een heilig terrein uit de republikeinse tijd: een Herculestempel en twee kleine tempels. Van de tempels zijn de podia en delen van de cellamuren nog overgebleven. De tempel van Hercules werd gebouwd in de periode 125-50 v.Chr. Erin staat een standbeeld van C. Cartilius Poplicola, een vooraanstaande inwoner uit de 1e eeuw v.Chr., die naakt is afgebeeld.

De traditionele godsdienst was dominant op het forum. Aan de zuidkant stond een tempel voor Roma en Augustus, en aan de noordkant stond het enorme Capitolium voor de Capitolijnse trias, op de plaats waar eerder vermoedelijk al een kleiner Capitolium was en een tempel voor Jupiter. Het Forum van de Corporaties was aangelegd rondom een tempel, die waarschijnlijk aan de havengod Portunus of de graangodin Ceres was gewijd.

De keizercultus was op meerdere plaatsen vertegenwoordigd. In de kazerne van de brandweer is bijvoorbeeld een augusteum (heiligdom voor de keizer) te vinden dat in 207 in de kazerne werd aangelegd. Er staan nog verschillende bases van keizerbeelden met inscripties en er is een zwart-wit mozaïek met een offerscène. Ook de zogenaamde Ronde tempel, was waarschijnlijk aan de keizercultus gewijd. Bij de opgravingen werden talloze beelden en portretten van leden van de keizerfamilies gevonden. De tempel stamt uit de derde eeuw en is een kleine uitvoering van het Pantheon in Rome. Hij had een groot, rechthoekige voorhof. Acht zuilen langs de zijkanten droegen de koepel en de muren waren 2m. dik.

Bijzonder is het grote aantal heiligdommen voor Mithras in Ostia. Tot nu toe zijn er 18 gevonden. Ze hebben allen dezelfde vorm: een smalle langwerpige ruimte met banken langs de lange kanten waarop de ingewijden aanlagen. De cultusruimtes bootsten de grotten in Perzië na waar Mithras oorspronkelijk werd vereerd. Achterin stond een altaar en een afbeelding van Mithras die de stier doodt. Diverse symbolen die te maken hebben met de zeven verschillende stadia van inwijding, zijn vaak afgebeeld in mozaïeken. Eén van de best bewaarde is het Mithraeum van de zeven sferen. In het museum is een beeldengroep te zien van Mithras die de stier doodt afkomstig uit de Baden van Mithras.

Aan de zuidkant van de stad lag bij de Porta Laurentina een driehoekig cultusterrein, de Campus van de Magna Mater, waar sinds het einde van de 2de eeuw vooral oosterse goden werden vereerd. Van de tempel van Magna Mater zelf is niet veel meer dan het podium bewaard. Mooier is het heiligdom voor Attis, waarvoor twee standbeelden staan van telamonen in de gedaante van Pan.

Horrea

Typerend voor Ostia als overslaghaven is de aanwezigheid van een groot aantal pakhuizen. Deze dienden vooral voor de opslag van graan. Alleen al de begane grond van de Grote Horrea kon ongeveer 6.500 ton graan bevatten, genoeg om zo’n 15.000 mensen een jaar van graan te voorzien. Maar ook andere waren werden er opgeslagen, zoals blijkt uit de aanwezigheid van dolia; grote aardewerken vaten voor de opslag van olie of wijn, in de Horrea van Artemis. De pakhuizen hadden doorgaans een binnenhof waaraan een groot aantal opslagvertrekken lagen. Soms was de vloer van de vertrekken verhoogd om er lucht onder te laten, zodat de opgeslagen waar niet vochtig werd. Het best bewaarde voorbeeld zijn de Horrea Epagathiana et Epafroditiana, waarvan de monumentale gevel met de inscriptie die de Griekse namen van de eigenaren Epagathus en Epafroditus meldt, bewaard is gebleven.

Het administratieve centrum voor de scheepvaart vormde het Forum van de Corporaties, dat in de tijd van keizer Claudius werd aangelegd naast het theater. Aan een rechthoekige portico met twee rijen Dorische zuilen lagen 50 kantoren van scheepseigenaren. Samen met de uitbreiding van het theater in 196 werd de vloer 40 cm. verhoogd en werd het aantal kantoren uitgebreid tot 64. In de portico zijn vóór ieder kantoor zwart-witte mozaïeken te zien die met tekst en afbeeldingen aangeven op welke stad de betreffende reder vaart. Veel afbeeldingen laten kenmerkende vuurtorens en vrachtschepen zien. Ter versiering zijn er vaak dolfijnen. Ook zijn er afbeeldingen van dieren als olifanten, wilde zwijnen en herten bij scheepseigenaren die kennelijk gespecialiseerd waren in het vervoer van dieren voor het amfitheater. Voor het vervoer tussen Ostia en Rome werd niet alleen van de rivier gebruik gemaakt, maar ook van wagens. Er was een grote groep koetsiers actief die het vervoer van personen en goederen tussen Ostia en Rome verzorgden. Hun wagens stonden waarschijnlijk op het plein voor de Porta Romana, waaraan ook de Thermen van de Cisiarii lagen, die een groot mozaïek bevatten waarop de activiteiten van de koetsiers zijn afgebeeld. Voor het vervoer van personen werd vooral gebruik gemaakt van de tweewielige cisium en voor dat van goederen van de vierwielige carruca.

Vele andere bedrijven waren op Ostia zelf gericht. In de buurt van het forum was een Macellum (vleeshal) met ernaast twee Winkels van vishandelaren, die marmeren tafels hadden en bassins waarin vissen levend bewaard konden worden. Voor het dagelijks voedsel waren er ook de bakkerijen, herkenbaar aan de maalstenen en ovens. In Ostia waren voor een havenstad opvallend weinig thermopolia (snackbars). Een goed bewaard voorbeeld is echter het Thermopolium in de Via della Casa di Diana. Het heeft een marmeren toonbank aan de straat, een fresco met etenswaren en er is een dolium, een groot vat dat grotendeels is ingegraven en als koelkast diende. In Ostia waren zeker zes werkplaatsen waar ruwe wol met behulp van urine en vollersaarde tot stoffen werd bewerkt. De werkplaatsen hebben bassins waarin de verschillende bewerkingen plaatsvonden. De kleine Fullonica del Cardo en de grotere Fullonica su Via degli Augustali zijn nu nog te zien.
De beroepen in Ostia waren vaak georganiseerd in gilden, zoals we dat in Nederland uit de Middeleeuwen kennen. Tot nu toe zijn er ruim 40 gilden geïdentificeerd. Zij hadden vaak een schola (gildehuis) waarin ze gezamenlijke maaltijden en religieuze plechtigheden hielden. In Ostia vind je de Schola del Traiano en de schola van de stouwslagers vlakbij het forum.

Een aparte beroepsgroep vormde ook de brandweerlieden. Zij hadden bij de Porta Romana een grote kazerne, die oorspronkelijk aan het eind van de eerste eeuw werd aangelegd, maar in 132 werd herbouwd. Rondom een grote binnenhof met zuilengalerij lagen twee verdiepingen met vertrekken voor de brandweerlieden. In 207 werd een heiligdom voor de keizercultus aan het binnenhof aangelegd. Uit hetzelfde jaar komen de inscripties waaruit blijkt hoeveel brandweerlieden er waren. Het aantal werd namelijk verdubbeld van 320 tot 640 voor Ostia en Portus, waarvan de helft in Ostia was gevestigd.

Huizen

Tot in de eerste eeuw was de domus met een atrium en peristylium (bekend uit Pompeii en Herculaneum) het meest voorkomende huizentype in Ostia. Maar van deze huizen is vrijwel niets meer over, omdat er vanaf de eerste eeuw nieuwbouw bovenop werd gebouwd. Verreweg de meeste inwoners van Ostia huurden vanaf de eerste eeuw een appartement in een insula, een flatgebouw. Die waren tot vier verdiepingen hoog. Ze hadden grote ramen aan de straatkant voor de lichtinval. De appartementen in een insula bestonden uit meerdere vertrekken rondom een centraal vertrek dat aan de straatkant lag. Meestal waren het redelijk luxe appartementen met fresco’s en vloermozaïeken. Een eigen latrine maakte vaak deel uit van zo’n appartement. Een goed voorbeeld is het Huis van Diana, waarvan nog twee verdiepingen overeind staan.

Voor de rijkeren was er de domus, die vaak privébezit was. Hiervan zijn er in totaal 22 bewaard. Ze hadden vanaf de eerste eeuw niet meer een atrium en peristylium als ruimtes waar de vertrekken omheen lagen, maar een binnenhof met zuilengang eromheen vormde de centrale ruimte. Veel van de bewaard gebleven huizen stammen uit de 4de eeuw, zoals de Domus van Cupido en Psyche, en hebben een rijke versiering met mozaïeken en marmeren ornamenten.

Thermen

In Ostia waren zeker 18 complexen van thermen (badhuizen). Het grootst waren de 2de-eeuwse Forumthermen. De rijkversierde badvertrekken, waaronder ook een ovaal stoombad, grensden aan een sportveld dat door een zuilengalerij was omgeven. Het gebruikte water diende als spoelwater voor de latrine met 20 zitplaatsen, die door een smalle straat van de Forumbaden was gescheiden.

De Thermen van Neptunus zijn het bekendst vanwege hun rijke versiering van zwart-witte vloermozaïeken. Dit complex stamt uit de tijd van Hadrianus en Antoninus Pius, en heeft restauraties uit de tijd van Marcus Aurelius. In de hoofdzaal ligt een mozaïek met de triomf van Neptunus. De zeegod is afgebeeld achter vier zeepaarden en met een gevolg van zeemonsters. Zijn vrouw Amphitrite vormt het middelpunt van een iets kleiner mozaïek in een aangrenzende zaal. Een sportveld omgeven door een zuilengalerij maakte ook deel uit van dit complex.

Ook andere baden hebben bijzondere mozaïeken. Zo hebben de buiten de Porta Marina gelegen Thermen van Marciana een ruimte met een zwart-wit mozaïek met afbeeldingen van allerlei atleten, en in het frigidarium van de Thermen van de cisiarii ligt een zwart-wit mozaïek dat de activiteiten van de voerlui laat zien. De Thermen van de Zeven Wijzen hebben een grote ronde hal met een meerkleurig mozaïek met jachtscènes. De baden zijn zo genoemd naar fresco’s van vier van de Zeven Wijzen die in nogal platte taal tips geven voor een goede stoelgang.

Theater

Marcus Agrippa liet een theater bouwen langs de Via Decumana waar 3000 toeschouwers in konden. Het was gebouwd in netvormig metselwerk en van blokken tufsteen. Het werd uitgebreid in de tijd van de keizers Septimius Severus en Caracalla, zoals een grote inscriptie vermeldt. Het bouwmateriaal was toen baksteen. Tussen de bakstenen bogen aan de straatkant bevonden zich 16 winkeltjes. Het publiek kon via drie ingangen, in het midden en aan de zijkanten, de zitplaatsen bereiken. Er waren drie niveaus, waarvan er twee bewaard zijn gebleven. De achterwand was net zo hoog als de rest van het theater, maar daar is nu vrijwel niets meer van over. Alleen drie marmeren theatermaskers van de versiering zie je nog. Het theater werd gebruikt voor theatervoorstellingen, maar wellicht vonden er ook wel eens gladiatorengevechten plaats, omdat Ostia geen amfitheater had. Na een verbouwing aan het eind van de 4de eeuw was het mogelijk de orchestra onder te laten lopen voor voorstellingen met water (maar geen zeeslagen).

Aan de westkant van de stad was een kleine tempel voor de Egyptische god Serapis. Een grote marmeren inscriptie met de tekst IOVI SERAPI (voor Jupiter Serapis) hing vermoedelijk boven de ingang.

Buiten de stadsmuren, tussen de Porta Marina en het strand, werd in de 1e eeuw n. Chr. een Synagoge gebouwd, die dikwijls is herbouwd. In de grote hal stonden twee zuilen die de zevenarmige kandelaren voorstelden. In een aangrenzend vertrek was een oven waar waarschijnlijk het ongedesemde brood werd gebakken.

Aan de Decumanus maximus ten westen van het forum werd in de vierde of vijfde eeuw een Christelijke basilica gebouwd. Het linkerschip heeft een halfronde nis met waterbassin, dat waarschijnlijk voor de doop diende. Op de architraaf is een wat onduidelijke inscriptie aangebracht waarin de namen van de vier paradijsrivieren voorkomen. Sommigen denken dat dit de kerk van Petrus, Paulus en Johannes de Doper moet zijn die volgens de Liber Pontificalis door Constantijn in de 4de eeuw aan Ostia werd geschonken, maar waarschijnlijker is het een christelijk gebouw met een andere functie, misschien een school voor catechese of een gastenverblijf voor pelgrims.

Ostia Lido

Zoals ik aan het begin al schreef, ligt Ostia Antica aan de kust. Ideaal om dus nog even de dag af te sluiten aan het strand. De stranden zijn helaas niet publiek toegankelijk. Ze zijn vaak privé en er wordt entree gevraagd. Je kunt dan wel gebruik maken van de parasols en ligstoelen. Je kunt natuurlijk ook iets eten of drinken in één van de cafetaria’s of restaurants en van het uitzicht genieten.

Ook heb je hier nog het Parco Lido, een kermisachtig attractiepark voor kinderen met onder andere een treintje, draaimolens, een reuzenrad en gokkasten.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook

Astrid
Latest posts by Astrid (see all)