Als je kind opgroeit, ontwikkelt het zich ongeacht de leeftijd op verschillende vlakken. Van taal, tot sociaal, cognitief, maar ook de motorische ontwikkeling. De motorische ontwikkeling is de kunst van het handelen; of het nu kleine bewegingen zijn zoals het smeren van je boterham of het dichtknopen van je jas, tot en met grotere bewegingen zoals lopen en springen. Deze ontwikkeling kan je stimuleren; met oefeningen die je bijvoorbeeld van de fysiotherapeut krijgt, mocht er sprake zijn van een achterstand, of gewoon op een leuke uitdagende manier met speelgoed en spelletjes. Zo is de trampoline hier in huis enorm favoriet!

Verschil grove en fijne motoriek

Door middel van onze motoriek, kunnen we bewegen. Bij mensen wordt onderscheid gemaakt tussen de grove en de fijne motoriek.

  • Fijne motoriek is de bedrevenheid om voorwerpen vast te pakken en te hanteren. Kleine bewegingen die we met onze handen en vingers maken. Wanneer kinderen bijvoorbeeld met legosteentjes spelen, ontwikkelen ze hun fijne motoriek. Hierdoor kan je bijvoorbeeld je veters strikken.
  • Grove motoriek is de meest basale vorm. Lopen, zwemmen en schoppen zijn vormen van de grove motoriek. Dit kan ook met het juiste (buiten)speelgoed en oefeningen gestimuleerd worden.

Lees ook: Fijne motoriek; Ideeën en voorbeelden voor speelgoed en spelletjes voor peuters

Ontwikkeling grove motoriek

In de hersenen vindt de aansturing plaats van het bewegen, de motoriek. Vanaf baby vindt er een motorische voortgang plaats. Een pasgeborene, kan niet direct zijn hoofdje oprichten of een voorwerp pakken. Dit zal zich in de loop der tijd ontwikkelen. Hieronder zie je een schema wat de gemiddelde vorming van een kind is. Niet elk kind kent echter deze voorgeschreven ontwikkeling. Ieder mens is uniek en ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Ouders maken zich soms onnodig ongerust wanneer een kind niet loopt wanneer het 15 maanden is. Dat is in principe nergens voor nodig. Misschien kan dat kind wel sneller praten. Een kind maakt in principe vanaf zijn babyjaren tot aan de pubertijd zijn motorische ontwikkeling door.

Motorische ontwikkeling baby

Wanneer een kindje zijn hoofdje opricht is het ongeveer één maand oud. Met een maand of twee zal het ook de borstkas oprichten. Baby’s van drie maanden grijpen al naar voorwerpen. Al met een maand of vier kan een baby, wel met ondersteuning, even zitten. Voorwerpen gericht vastpakken vindt plaats in de 5e maand. Met 7 maanden zou een kindje zonder hulp kunnen zitten. Is de baby 10 maanden dan zal het gaan kruipen. Optrekken in staande houding gebeurt wanneer de kleine één jaar is. Zonder hulp lopen, kan een kind met ongeveer 15 maanden.

Motorische ontwikkeling peuters en kleuters

Wanneer een kind van 15 maanden kan lopen is de ontwikkeling nog lang niet klaar. Een goede motoriek is belangrijk. Na het tweede levensjaar leert een peuter nog allerlei motorische vaardigheden. Traplopen, voetballen, schommelen en fietsen zijn vaardigheden die vanaf de peuterleeftijd worden aangeleerd. Maar ook bijvoorbeeld het springen met twee voeten tegelijk of op één been kunnen staan. Een peuter is minder handig met de fijne motoriek. Kleuters kunnen vanaf ongeveer het vierde levensjaar een pen of potlood goed vasthouden omdat ze meer controle over de pols en de hand krijgen. Het lukt een 5-jarige al aardig om op het gebied van de grove motoriek met beide handen een bal op te vangen of bijvoorbeeld te hinkelen.

Motorische ontwikkeling basisschool

Basisschoolkinderen worden, naarmate ze ouder zijn, wat slanker en leniger. Behendigheid gaat een grotere rol spelen, zo zal je kind tijdens de gymles leren om een koprol te maken. Je kind zal ook steeds gerichter een bepaalde beweging kunnen maken en de coördinatie wordt steeds beter. Zo zal je kind niet alleen maar kunnen gooien, maar ook bijvoorbeeld een bal kunnen vangen en gericht teruggooien. Ook de fijne motoriek wordt steeds belangrijker; met als hoogtepunt toch wel het aanleren van de pengreep. Ook het rijgen van kralen of het maken van puzzels wordt steeds fijner.

Motorische ontwikkeling pubertijd

De motoriek die in de puberleeftijd gaat plaatsvinden heeft alles te maken met coördinatie- en uithoudingsvermogen. Een puberkind groeit doorgaans hard en heeft wat slungeligs over zich. Soms gedragen ze zich wat futloos. Er wordt aan een puber meer eisen gesteld. School, groeispurt en onzekerheid zorgen er soms voor, dat een puber liever op de bank hangt. Probeer echter het bewegen te stimuleren. Een sport, wat ze ook daadwerkelijk leuk vinden, wil nog wel eens helpen. Een kind wat niet van voetbal houdt, maar wel een papa heeft die een enorm voetbalfan is, moet je nooit dwingen om óók deze sport te gaan doen. Dat werkt helemaal averechts.

Waarom grove motoriek stimuleren?

Voor een kind is het vervelend, wanneer hij achterloopt in zijn grove motoriek. Kinderen moeten veel bewegen om deze behendigheid te ontwikkelen. Een kind dat achterloopt zal eerder vallen en minder sociaal contact hebben. Andere kinderen die bijvoorbeeld soldaatje gaan spelen, zullen een kind wat geen goede grove motoriek heeft, liever niet hebben dat hij meespeelt. Dat klinkt hard maar kinderen zijn onderling hard. De grovere motoriek wordt in vergelijking met de fijne variant buiten geoefend. Kinderen kunnen tegenwoordig steeds minder huppelen en touwtjespringen. Dit komt omdat de computer sinds de jaren ’90 steeds meer in populariteit heeft gewonnen. Kinderen zitten teveel binnen, achter het internet. Eigenlijk is het stimuleren van de grove motoriek afhankelijk van het buitenspelen. Lekker rennen door het bos, vies worden en weerstand opbouwen is goed voor kinderen.

Speelgoed en spelletjes om de grove motoriek te stimuleren

Bewegingen waarbij je het hele lichaam gebruikt vallen onder grove of grote motoriek. Het gaat dus niet alleen om grofmotorische vaardigheden als springen e