Tussen zijn eerste en tweede verjaardag wordt een kindje een dreumes genoemd. Hij is duidelijk geen baby meer, maar ook nog geen peuter. Hij gaat steeds beter lopen, steeds meer praten en hij zal ook steeds meer zijn eigen willetje laten zien. Een dreumes is nog heerlijk afhankelijk, maar met jou veilig dichtbij is de wereld voor hem één grote uitdaging!

Spelen is niets anders dan leren…

In hun eerste twee levensjaren moeten kinderen ontzettend veel leren. Peuters realiseren zich echter niet dat ze voor zo’n enorme uitdaging staan. Ze leren in feite op de meest natuurlijke, leuke manier die er bestaat: door te spelen. Dat doen ze van jongs af aan al door te onderzoeken, daarvoor gebruiken ze bij voorkeur alle zintuigen.

Als kinderen mobieler worden gaan ze de ruimte om zich heen steeds meer verkennen. Ze gooien spullen van tafel en stoppen dingen onder een deken. Dat zijn spelletjes die kinderen spelen om de concepten boven en beneden, in en uit en ver en dichtbij te leren begrijpen. Vanaf het moment dat kinderen in staat zijn zelf rechtop te zitten, gaan ook de experimenten verder. Blokken opstapelen is de eerste kennismaking met natuurkundige wetten. Bouwen is één van de manieren waarop kinderen zich op vele niveaus ontwikkelen. Zo oefenen ze niet alleen hun motoriek, maar ontwikkelen ze ook hun gevoel voor logica en hun probleemoplossend vermogen.

Als je kind rond de 18 maanden is, beginnen ze de wereld als een groter geheel te zien. Ze beginnen zich te interesseren voor dieren, auto’s, huishoudelijke apparaten en alle andere dingen die je in het dagelijks leven tegenkomt. Met speelgoedbeesten spelen wordt een oefening om dingen te categoriseren, bijvoorbeeld grote tegenover kleine dieren. Een ander leuk spel op die leeftijd is ‘doen alsof’ en rollenspel. Door verschillende situaties na te spelen, oefenen kinderen hun sociale en communicatieve vaardigheden.

Hoewel het leven van een peuter dus één groot spel lijkt, is het in feite behoorlijk serieus. Een klein kind dat speelt is een kind dat de wereld probeert te begrijpen. Als peuter beginnen kinderen meer gevorderde ‘ruimtespellen’ te spelen. Ze zullen in de wasmand klimmen of in een speelgoedauto proberen te zitten. Dat doen ze om hun gevoel voor verhoudingen te ontwikkelen: ‘hoe groot ben ik’ en ‘pas ik hierin’. Natuurlijk is er speelgoed waarmee je dit prima kunt stimuleren. Hoewel ook heel gewone dagelijkse voorwerpen vaak al spontaan gebruikt worden om leuke (dus leerzame) dingen mee te doen!

De motoriek in het tweede levensjaar

De ontwikkeling van een baby gaat natuurlijk razendsnel, bij een dreumes gaat deze ontwikkeling wel door maar het tempo ligt wel een stuk lager. Kon je kindje nog niet lopen, dan gaat hij dat nu zeker doen. Kon hij al voor zijn verjaardag lopen? Uiteraard zal dit steeds makkelijker en sneller gaan. De verschillen tussen de ontwikkeling is per kind heel verschillend, maar bij ieder kind geldt dat zijn motoriek steeds beter hanteerbaar voor hem wordt. Dit geldt natuurlijk zowel voor zijn fijne als zijn grove motoriek. Slaan (helaas), schoppen, lopen, rennen: alles zal steeds beter gaan. Knippen, blokken stapelen en andere vaardigheden waarbij hij zijn fijne motoriek nodig heeft, zullen met steeds meer precisie gedaan kunnen worden. Door zijn steeds beter ontwikkelde vaardigheden, kan hij niet alleen steeds meer, hij krijgt er ook steeds nieuwe uitdagingen bij. Want opeens kan hij zomaar zelf bij de trap komen en ja, dan wil je er ook op…

Peuterpuberteit begint nu al

In dit jaar begint je kindje steeds meer te snappen dat hij geen stukje van jou is, maar gewoon een heel eigen persoontje. En eigen persoontjes hebben ook eigen willetjes… Als hij ongeveer anderhalf is heeft hij meestal een voorliefde voor het woordje “NEE”. Zijn eigen willetje begint duidelijk naar voren te komen en ja, daar is hij dan: de peuterpuberteit. Wel begrijpelijk, want hoe frustrerend zo’n moeilijke wereld, die niet geheel doet wat jij wilt en je kan het nog niet goed uitleggen ook! Dus wat doe je als echte peuterpuber? Inderdaad: je gaat lekker op de grond liggen schreeuwen. Het liefste midden in de supermarkt, natuurlijk!

Laat me niet alleen! Verlatingsangst

Een dreumes heeft dus zichzelf ontdekt, maar dat schept ook meteen een angst. Want waar ben jij gebleven als je weg bent? En kom je wel terug? Veel dreumesen hebben last van verlatingsangst. Dit kan ook leiden tot slaapproblemen, omdat ze ook dan bij je willen zijn. Ze willen je nog voelen, hebben je nog zo nodig, maar snappen nog lang niet dat je echt wel terugkomt…

Hallo wereld!

Nieuwsgierig zijn is de ware aard van iedere dreumes. En dat is maar goed ook, want door deze nieuwsgierigheid gaan ze op ontdekking uit, waardoor ze dus steeds meer leren over de grote wereld. Baken zijn wereldje dan ook niet te erg af, geef hem de kans om dingen te ontdekken (uiteraard wel onder jouw toeziend oog…). Warm, koud, glad, ruw en meer van dat soort dingen: je dreumes leert het door het te voelen. Zoals gezegd: zorg dat het veilig is en raak hem niet uit het oog, want een dreumes snapt nog niets van gevaar! En razendsnel zijn ze wél!

Ik pak lekker jouw speeltje af!

Snap je soms niets van je kind? Is hij lekker aan het spelen met een ander kindje en opeens pakt hij zomaar de auto of het popje van het kindje af. Jouw kleintje bedoelt er niets verkeerds mee. Hij snapt nog niets van de gevoelens van een ander, dat vermogen krijgt hij pas later. Door iets te pakken van de ander wil hij eigenlijk niets anders dan contact maken! En dat is zo slecht niet, toch?!

Taalontwikkeling van je dreumes

De meeste kindjes zullen hun eerste woordje zeggen tussen 12 en 18 maanden. En dan telt mammamma oi.d. niet mee. Dit is immers niet echt een woordje, maar gewoon een klank die ze ‘hummen’. Sorry… Een echt woordje is het pas als je kindje ook echt iets bedoelt en dit ook altijd in die situatie gebruikt. Dan hoeft het dus nog helemaal geen correct Nederlands te zijn! Zegt hij echt mamma als hij naar jou kijkt, bijvoorbeeld, dan is het dus wel een woordje!

Taalbegrip begint hij ook te krijgen. Een woordje staat dus echt voor iets en is niet zomaar een leuke klank. Als hij dit eenmaal beseft zal hij woordjes gaan zeggen en wijzen naar het voorwerp. Heel leuk spelletje om ook zo met hem door het huis te lopen, een boekje te lezen en dat soort dingen, en dan alles te benoemen. Zo leert hij veel woordjes en het is nog gezellig ook! Je kindje zal dit algauw een leuk spelletje vinden en ook gaan wijzen, waarbij jij dus het woord voor hem moet gaan zeggen. In een iets later stadium mag hij natuurlijk gaan zeggen wat jij aanwijst!

Je kindje zal ook sommige woorden vragend gaan uitspreken. Meneertje of mevrouwtje heeft al door dat als hij zijn stemmetje omhoog laat gaan aan het einde van het woord, hij zomaar iets gedaan kan krijgen.

In de periode 18 t/m 24 maanden gaat de taalontwikkeling heel snel. In de 19e maand kan hij ongeveer beginnen met werkwoorden gebruiken en begint hij de voorzetsels te begrijpen. Een maand later kan hij al beginnen met kleine zinnetjes maken en begint het dus steeds meer op echt praten te lijken. Maand 22: je kindje kent nu ongeveer 20 woorden, maar een paar weken later is het waarschijnlijk al niet meer bij te houden hoeveel hij er weet, zo snel ontwikkelt zijn woordenschat! Bij twee jaar zou je kindje gemiddeld zo’n 50 woorden ‘moeten’ kennen.

Groei

Ook de groei is minder spectaculair dan in het eerste jaar. Gemiddeld zal er ongeveer 3 kg bijkomen in het hele jaar. Aan zijn lengte zal hij zo’n 12 cm toevoegen.

Baby 1 jaar slapen

Je baby van 1 jaar heeft ’s nachts minimaal 11 uur slaap nodig, bijna het hele klokje rond dus! Het kan op deze leeftijd nog best voorkomen dat je kind ’s nachts wakker wordt en bijvoorbeeld zijn speentje of knuffeltje kwijt is of gewoon even een knuffel wil om de bevestiging te krijgen dat hij of zij niet alleen is.

Overdag slaapt je kind over het algemeen nog minimaal 1, soms nog een tweede slaapje van ruim twee uur.

Eetschema baby 1 jaar

Als je kind 1 jaar is mag hij of zij min of meer mee-eten met wat de pot schaft. Zo mag je kind ook koemelk. Toch is het raadzaam om terughoudend te zijn met zout of scherpe kruiden. Een eetschema kan er als volgt uitzien op deze leeftijd:

  • Ontbijt. Denk bijvoorbeeld aan een boterhammetje met een beker melk of een bord pap van 200 mL, als je kind nog borstvoeding krijgt kan je dat nu ook geven.
  • Tussendoortje; bijvoorbeeld wat fruit of groenten met een beker water of thee
  • Lunch; 1 à 2 boterhammen gesmeerd met margarine en hartig beleg en een beker melk.
  • Tussendoortje. Een rijstwafel, soepstengel of een tweede fruit- / groentenhapje
  • Warme maaltijd. Wat de rest ook eet, met beker water en eventueel een toetje.
  • Voor het slapen gaan. Borstvoeding of beker water.

Lees ook: Ontwikkeling peuter 2 jaar
Lees ook: Ontwikkeling peuter 3 jaar
Lees ook: Ontwikkeling kleuter 4 & 5 jaar
Lees ook: Ontwikkeling schoolkind 6 & 7 jaar
Lees ook: Ontwikkeling schoolkind 8 jaar
Lees ook: Ontwikkeling schoolkind 9 / 10 jaar
Lees ook: Ontwikkeling schoolkind 11 / 12 jaar

Happy toddler stockphoto from Shutterstock / carlosdavid

Volg me via:

Wil Cats

Schrijfster at geWILde teksten
Trotse moeder van 4 zoons, gelukkig getrouwd en vrouwtje van een hele 'veestapel'. Maar ook schrijfster in allerlei vormen: zowel voor het geld als voor de passie. Mijn favoriete onderwerp? Precies: kinderen!
Wil Cats
Volg me via:

Latest posts by Wil Cats (see all)