Zo’n 40km ten westen van Bremen, 30 minuten met de trein, ligt Oldenburg, een vroegere Deense enclave. (8,85 enkele reis, juni 2018) Het is een niet al te grote, gezellige stad. Vanaf het station loop je er in een kwartiertje naar toe. Je komt langs een haventje met sluis en daarna zie je al snel het gele gebouw van het kasteel.

Lees ook: Lijst leuke uitjes net over de grens in Duitsland met kinderen; van attractieparken tot dierentuinen en bezienswaardigheden

Oldenburg Schloss en Garten

Het oudste gedeelte van dit prachtige, gele kasteel diende van 1607 tot 1667 als de residentie van graaf Anton Günter von Oldenburg (1583-1667). Na zijn dood zonder wettige erfgenamen, viel het grootste deel van zijn domein meer dan honderd jaar in handen van de verwante Deense koninklijke familie. In het kasteel verbleef voortaan een Deense gouverneur.

In 1773 nam het huis Holstein-Gottorf de heerschappij over van het nieuw gecreëerde “hertogdom Oldenburg”. Het kasteel werd weer een residentie en bleef dat tot 1860. In dat jaar verhuisde groothertog Nikolaus Friedrich Peter (1827-1900) naar het nabijgelegen Prinzenpalais. Tot 1894 was het kasteel de residentie van de groothertog Friedrich August (1852-1931). Na zijn troonsafstand als regerend Groothertog in november 1918 werd het gebouw overgedragen aan de stad en later ingericht als museum.

Sommige van de historische kamers in het kasteel zijn tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. Bijvoorbeeld het Antiquarium, de ovale ontvangstruimte, de Torenkamer, de Blauwe, Rode en Groene Salons, de Strackzaal, de Troonzaal, de Witte Hal, de Marmeren Hal, de Idyllische Zaal en de Kasteelzaal. De grote kasteelzaal werd gebouwd in neorenaissancestijl en werd versierd met plafondschilderingen. De ovale ontvangstruimte werd ontworpen in 1836. De kamer moest worden voltooid ter gelegenheid van het huwelijk van Amalie met de Griekse koning Otto I. Het was echter niet op tijd klaar. De Strackzaal is vernoemd naar de hofschilder Ludwig Philipp Strack (1761-1836). Je ziet hier twee historische kachels. Vloeren en stucplafonds dateren uit de 19e eeuw. Het meubilair is echter grotendeels gebouwd in de vroege jaren 1920, omdat het gebouw na de troonsafstand van groothertog Friedrich August (1852-1931) in november 1918 volledig werd ontruimd.
In de Idyllenzimmer vind je 43 kleine schilderijpanelen uit de vroege romantiek. In die periode was men zeer geïnteresseerd in oude poëzie, Griekse mythologie, herders, nimfen enz.

Naast de vertrekken, kun je het Landesmuseum für Kunst und Kultuurgeschichte bezoeken. Met hetzelfde kaartje kun je ook naar de twee andere gebouwen aan de andere kant van de boulevard: het Augusteum (schilderijen uit de 15de-18de eeuw) en het Prinzenpalais (schilderijen uit de 19de en 20ste eeuw). Ook is er een mooie tuin.

Meer informatie vind je hier op deze Nederlandstalige pagina.

Paleiswacht

De paleiswacht van Oldenburg vind je op de Schlossplatz, tegenover het kasteel. Het werd gebouwd in 1839 als een wachtgebouw van het leger van Oldenburg voor militairen die het tegenoverliggende kasteel bewaakten. Na verschillende functies als politiebureau en gebouw van het stadsbestuur, is het nu een bankgebouw. Het is een helder gepleisterd gebouw, met twee verdiepingen en een plat schilddak, dat bedekt is met zogenaamde S-dakpannen. De portiek heeft vier Dorische kolommen. Daarboven zie je een driehoekige gevel met blokfries. In het timpaan bevinden zich bas-reliëfs in stucwerk. Aan de buitenkant van de gevel zie je rechthoekige vensters. Op de begane grond hebben ze een pleisterframe met parallellepipedum onder horizontale dakbedekking.

Lappan klokkentoren

De Lappan is het herkenningspunt van de stad Oldenburg gelegen aan het begin van de Lange Strasse. De voormalige klokkentoren dateert uit 1467/68. Het was onderdeel van de in 1394 gebouwde stenen Heilig-Geist-Kirche. In de loop van de Reformatie werden de klokkentoren en de kapel ontkerkelijkt. De Lappan is nu een bewoonbare uitkijktoren, het kapelgebouw werd een militaire schuilplaats. De Lappanbewoner was verplicht om de klokkentoren in beweging te houden en drie keer per dag aan de bel te luiden en aan de erediensten van de stadskerken.

De Lappan is één van de weinige gebouwen die de stadsbrand van 1676 heeft overleefd maar zwaar is beschadigd. Tot dat moment had het gebouw een gotische torenkoepel, maar die werd tijdens de wederopbouw in 1709 vervangen. De geplande sloop van de toren in 1891 kon door burgerbetrokkenheid worden voorkomen. Tot 1845 was het noorden van de Lappan de Heiligengeisttor, één van de vijf stadspoorten van Oldenburg. Tegenwoordig vind je in de toren de Oldenburg-Info (toeristische informatie).

Huis Degode

Dit is een middeleeuws vakwerkhuis op Markt 24, dat bewaard is gebleven na de brand van 1676. Het wordt gezien als de laatste middeleeuwse patriciërswoning in de stad. Het typische laatmiddeleeuwse gebouw werd in 1502 gebouwd door Christopher Stindt, zoals te zien is aan de datering op gevel. Het kreeg zijn huidige vorm in 1617.

In het huis toont een geschilderd houten plafond uit 1645 een allegorische afbeelding van de bekende continenten van Europa, Azië, Afrika en Amerika naar het model van Nederlandse gravures. Vanaf 1790 was het bedekt met een stucwerkplafond, maar na restauratie werd de plafondschildering van 39 vierkante meter in 1992 herontdekt. In 1860 nam Wilhelm Degode uit Jever het huis en de zaak over. Sindsdien draagt ​​het huis de naam Degode. In 1862 werd de schilder Georg Wilhelm Degode geboren in het Degodehaus.

Rathaus & Marktplein

Vlakbij staat ook het mooie Rathaus van Oldenburg. Op dit marktplein wordt regelmatig markt gehouden en in de decembermaand is er een kerstmarkt. Rond het markplein zijn allemaal winkelstraatjes.

Pulverturm (poedertoren)

Het gebouw bestond eerst uit een plat torentje boven een gewelf. Met de uitbreiding van de vestingwerken in het begin van de 17e eeuw kreeg de toren zijn bijzondere dak. In de tijd van het Deense fort (1730-1765) werd het gebruikt als een kruittoren en diende na het verlaten van het fort van 1765 tot ongeveer 1900 als een ijskelder voor het nabijgelegen kasteel.

Horst-Janssen-Museum

Het Horst-Janssen-Museum, dat in 2000 werd geopend, is gewijd aan het omvangrijke oeuvre van de kunstenaar, illustrator en schrijver Horst Janssen, die zich bezighield met technieken als tekenen, etsen, lithografie en houtsnedes. De basis van de vaste collectie van het museum werd na de dood van Janssen in 1995 gelegd met de aankoop van 1800 werken uit de Janssen-verzameling van Carin en Carl Vogel. Dit echtpaar was met de kunstenaar bevriend geraakt, toen deze aan de kunstacademie in Hamburg studeerde, waarvan Carl Vogel directeur was.

Naast de vaste collectie zijn er wisselexposities waarbij speciale facetten van Janssens kunstenaarschap worden belicht en werken van overeenkomstige kunstenaars wordt getoond. Het museum heeft ook een bibliotheek met ongeveer 25.000 kunstboeken. Onderdeel hiervan is een specialistische boekenverzameling over het werk van Janssen.

Meer informatie vind je hier.

Kerken in Oldenburg

St. Lamberti

Bijzondere, eenvoudige Evangelische kerk. Roodbruin en indrukwekkend van buiten, wit en strak van binnen. Buiten denk je aan een neogotische hallenkerk, terwijl je binnen een classicistische rotonde aantreft. De kerk kent vijf torens, waarvan de hoogste toren 86 meter is; daarmee is de kerk het hoogste gebouw van de stad.

Vanaf het jaar 1200 stond deze kerk er, die gewijd werd aan de heilige Lambertus. Het was een romaans kerkgebouw. De kerk werd een stadskerk toen Oldenburg in 1345 stadsrechten kreeg. Rond 1400 werd de kerk verbouwd tot een laatgotische hallenkerk. Het koor werd in 1436 vergroot en kreeg glas-in-loodramen. De reformatie werd in het jaar 1527 geïntroduceerd in Oldenburg. De stad werd protestants en vanaf die tijd werd er alleen in het Duits gepreekt. In 1795 werd de intussen bouwvallig geworden kerk tot op de buitenmuren gesloopt en veranderd in een classicistische rotonde. Ook werd de richting van de kerk gedraaid, in plaats van oostelijk werd de richting nu westelijk. Op de plaats van het vroegere koor kwam de ingang van de kerk. Na deze verbouwing is er niet veel meer aan het interieur veranderd. Om ruimte op het marktplein te scheppen werd in 1813 de vrijstaande klokkentoren afgebroken. De bekende dichter Heinrich Heine stak de draak met de nu torenloze kerk en vergeleek het godshuis met een theater. Ten slotte werd in 1873 toch weer een nieuwe toren aangebouwd. In de jaren 1885-1887 werden vier hoektorens gebouwd en om de rotonde werden neogotische muren van rode baksteen opgetrokken. Aan de oostzijde werd een klassiek priesterkoor gebouwd. In 1968 werd de richting van de kerk opnieuw gedraaid. Dit vanwege de plaatsing van een groot orgel. Alleen de oostelijke galerij kon het grote orgel bergen. En daarom werd de oostelijke ingang gesloten en in het westen een ingang in de toren geopend.

De vijf klokken van de Lambertuskerk moesten in de beide Wereldoorlogen worden ingeleverd. Nu hangt het oorspronkelijke aantal klokken weer in de toren. De grootste klok heeft een doorsnee van 166 cm en weegt bijna 3000 kg. De vijfde en kleinste klok werd al in 1669 in Dresden gegoten.

St. Peterskerk

St. Peterskerk is een rooms-katholieke kerk in het centrum en werd voltooid in 1876. Het is een neogotische, driebeukige hallenkerk met een kort transept en veelhoekig koor. Opvallend zijn de dwarse daken en gevels van het gangpad. Het rode bakstenen gebouw heeft een enorme toren met vier verdiepingen met steunberen, balkons en gevels ontworpen met het portaal. De toren had oorspronkelijk een hoogte van 75 m. De Tweede Wereldoorlog overleefde de St. Peterskerk grotendeels onbeschadigd. Op 13 november 1972 stortte de torenspits neer als gevolg van een orkaan. De nieuwe achthoekige puntige toren werd ongeveer 14 m korter. Het interieur is hooggotisch. Het interieur is hooggotisch. De muren zijn grijs, maar de ribben, kapitelen en gordelbogen hebben zachtrode, blauwe en gele kleuren. De gebrandschilderde ramen zijn deels origineel, anderen werden later nieuw ingebouwd.

Geschiedenis van de stad

Oldenburg was tot 1946 de hoofdstad van eerst het graafschap, later het hertogdom- en de vrijstaat Oldenburg. Ook nu is het nog een belangrijk bestuurscentrum voor de regio. De geschiedenis van Oldenburg begon in de 7e of 8e eeuw na Chr. Een boerennederzetting ontwikkelde zich op een uitloper in de Ammergau bij een doorwaadbare plaats over de Hunte in het gebied van de huidige markt en ten noorden en ten oosten daarvan. Op de handelsroute van Bremen of Westfalen naar Jever ontstond hier een lichte overgang over de rivier. In 1345 kreeg de plaats stadsrechten, er werd een groter fort gebouwd met een brede gracht en een stadsmuur met vijf stadspoorten.

In 1448 werd graaf Christian von Oldenburg koning van Denemarken en in 1450 koning van Noorwegen. In 1457 werd hij ook tot koning van Zweden gekozen. In 1460 werd hij hertog van Sleeswijk en graaf van Holstein (vanaf 1474 hertogdom). Nadat de laatste graaf gestorven was, kwam Oldenburg in Deense handen. Later kwam het door overerving en veranderingen van grenzen nog in Russische en Franse handen (Napoleon). Oldenburg heeft niet veel schade geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid