Kortrijk is een belangrijke stad in het zuiden van de Belgische provincie West-Vlaanderen. De rivier de Leie stroomt dwars door de stad. Kortrijk ligt 25 km ten noordoosten van de Franse stad Rijsel (Lille). Na Brugge is het de grootste stad van de provincie West-Vlaanderen. Een inwoner van Kortrijk wordt een Kortrijkzaan/Kortrijkzane of soms Kortrijkenaar genoemd. Het is een historische stad met een veel cultureel erfgoed. Ondanks de vele verwoestingen door de oorlogen is het historisch centrum vrij goed geconserveerd. Kortrijk is gelegen in de Leiestreek, één van de Vlaamse toeristische regio’s. Elke zomer worden boottochten op de Leie georganiseerd en ook de parken en de vernieuwde wandel- en fietspromenades langs de Leieboorden bieden mogelijkheden. De geschiedenis, de horecagelegenheden, de musea, maar ook de verkeersvrije winkelstraten en winkelcentra lokken heel wat mensen naar deze stad. Zelf was ik hier in het voorjaar van 2019 en bezocht ook steden in de omgeving, zoals Ieper, Doornik, Oudenaarde en Roeselare. In deze blog vertel ik jullie over de historische en religieuze bezienswaardigheden. In een andere blog vertel ik over de musea, andere uitstapjes en tips om met kinderen te doen.

Lees ook: Wallonië Picardië; Uitjes en bezienswaardigheden in de provincie Henegouwen

Geschiedenis Kortrijk

Kortrijk is één van de oudste steden van België. In 1950 kwamen bij opgravingen Romeinse vondsten aan het licht waaruit blijkt dat de Romeinen Kortrijk gebruikten als uitvalsbasis voor de verovering van Brittannië in 43 na Christus. Kortrijk ontstond uit een Romeinse woonkern op de kruising van de Leie en twee Romeinse heirbanen. In de middeleeuwen groeide Kortrijk door een bloeiende vlas- en lakennijverheid uit tot één van de welvarendste steden van Vlaanderen. De stad staat bekend als de “Groeningestad” of “Guldensporenstad” door de Guldensporenslag, die op 11 juli 1302 plaatsvond op de Groeningekouter te Kortrijk. In de stad werd het Verdrag van Kortrijk (1820) ondertekend dat de grens vastlegde tussen Frankrijk en het huidige België. De stad was in de 19e en 20e eeuw een centrum van de vlasnijverheid. Kortrijk was in 1962 de eerste stad in België die een autovrije winkelstraat aanlegde (de Korte Steenstraat), en nu is een groot deel van de historische binnenstad volledig verkeersvrij voetgangersgebied.

Grote Markt Kortrijk

De Grote Markt van Kortrijk is het middelpunt en het centrale plein. Het plein ontstond na het slopen van de Oude Lakenhalle rondom het Belfort in 1899 waarbij de afzonderlijke pleintjes de Pottenmarkt, de Kledermarkt, de Fruitmarkt (later de Melkmarkt), de Eiermarkt, de Zuivelmarkt (later de Groentenmarkt) samensmolten tot de Grote Markt. De bijzondere vorm met een gebogen, oostelijke zijde heeft het plein te danken aan de fundering van het eerste grafelijke kasteel dat in de vroege middeleeuwen aan deze kant grensde. Op dit plein vind je het Stadhuis, het Belfort, het monument voor de gesneuvelden in W.O.I en verschillende historische panden zoals onder andere het stadspaleis Den Roeland. Ook zijn er diverse restaurants, hotels en cafés met terrassen.

Of de Grote Markt lijkt op het forum van het Romeinse Kortrijk weten historici niet. Het staat vast dat de buurt toen wel al bewoond was. Hiervan getuigen de fragmenten van Romeinse panden, die aan de noordkant van de Grote Markt gevonden werden. In de 16e eeuw werd het gedeelte tussen de Kleine Lakenhalle en de Sint-Maartenskerk de Oude Marct genoemd. Met het slopen van de huizen rond de Halletoren in 1899 werd de open ruimte flink vergroot.

Op maandagmorgen vind je hier een gezellige weekmarkt. Vanaf de Grote Markt zijn diverse winkelstraten zoals de Korte Steenstraat, Leiestraat en de Lange Steenstraat makkelijk te bereiken. De Grote Markt is tegenwoordig een plein waar veel openluchtevenementen worden georganiseerd. Elk jaar in april is er de Paasfoor. In augustus het parcours van het jaarlijkse Zomercarnaval. Diverse sportmanifestaties beginnen of eindigen hier, zoals de Guldensporenmarathon en het Vlastreffen.

Op de Belgische feestdag op 21 juli vindt er op de Grote Markt een vuurwerkspektakel plaats. Tijdens de kerstperiode wordt de Grote Markt omgetoverd tot een Eiland van Licht.

Schouwburgplein

Het Schouwburgplein, met de Stadsschouwburg en tal van historische gevels in Vlaamse renaissancestijl, ontstond na het slopen van de Grote Lakenhalle die zwaar beschadigd was na bombardementen in 1944. Het rechthoekig plein vind je tussen de Havermarkt en de Doorniksestraat. Het plein is autovrij en zijn er diverse cafés met terrassen. Op het huidige Schouwburgplein stonden vroeger woonblokken (die in 1900-1903 gesloopt werden) en de Lakenhalle. Het plein is ontstaan door het verdwijnen van de Grote Hallen. De Lakenhalle werd in 1411 opgericht en in 1548 behoorlijk vergroot. Het gebouw stond midden op het huidige Schouwburgplein. Het was 82,5m lang en 15m breed. In de 19de eeuw was het de kazerne van het tweede linieregiment. Rond 1905 werden de Grote Hallen volledig gerestaureerd en werd de empiregevel uit 1820 afgebroken. In 1911 werd op de eerste verdieping het Museum voor Oudheidkunde en Sierkunst ondergebracht, terwijl de benedenverdieping dienstdeed als tentoonstellingsruimte en op de maandag als handelsbeurs. De Grote Hallen brandden af tijdens het bombardement van 21 juli 1944. In het puin, kant Doorniksestraat, werd een noodwoning opgetrokken, die tot in 1960 de functie van middenkantoor van de post vervulde. Op het plein worden regelmatig evenementen georganiseerd.

Sint-Elisabethbegijnhof

Het Sint-Elisabethbegijnhof, een goedbewaarde middeleeuwse stadswijk. Het begijnhof werd gesticht in 1238 door Johanna van Constantinopel. Het werd meerdere malen verwoest (in 1302, 1382 en in 1684), en in de 17e eeuw herbouwd. De huisjes zijn dan ook opgetrokken in barokke stijl. De oorspronkelijke gotische kapel werd gebouwd in 1464, maar werd in de 18e eeuw ook herbouwd in barokke stijl. In het huis van de Grootjuffrouw bevond zich het Begijnhofmuseum. Dit bevindt zich sinds september 2016 aan de grote ingangspoort. Het begijnhof was omringd door het grafelijk kasteel, de stadswallen en het Sint-Maartenkerkhof en ligt vlak in de buurt van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk. De 41 huisjes stammen uit de 17e eeuw. Het huis met de dubbele trapgevel (1649) was dat van de grootjuffrouw. De merkwaardige traptoren is de hoektoren van de vroegere Sint-Annazaal uit 1682. De oorspronkelijke gotische kapel werd gebouwd in 1464 maar werd verbouwd in de 18e eeuw.

In juli 2014 is een nieuw belevingscentrum op de benedenverdieping van de gerestaureerde Sint-Annazaal geopend. Hierin wordt er verteld hoe het leven was in het begijnhof. Het clichébeeld van het vrome leven wordt genuanceerd. Het idee van een stel vrome vrouwtjes is vervangen door een duidelijk verhaal over een groep sterke, onafhankelijke vrouwen. Erfgoed, zoals opgravingen en schilderijen worden gemixt met moderne mediapresentaties. In 2015 is een authentiek kijkhuisje geopend, naast de grote ingang van het hof. Hier kun je zien hoe de begijnen leefden in de 19de eeuw. Het laatste begijntje ter wereld was Marcella Pattyn (geboren in 1920, Thysville Congo). Marcella deed haar intrede in het begijnhof van Sint-Amandsberg in januari 1941 en verhuisde eind oktober 1960 naar het Kortrijkse begijnhof. De laatste jaren verbleef ze in een verzorgingstehuis in Kortrijk. Ze overleed op 14 april 2013 in haar slaap. Naar haar werd een standbeeld gemaakt dat nog steeds te bezichtigen is in het begijnhof.

Baggaertshof

Het Baggaertshof, wordt vaak het tweede Kortrijkse begijnhof genoemd. Het Baggaertshof dateert uit de eerste helft van de zeventiende eeuw en is een geheel van middeleeuwse huisjes, een kapel en een medicinale kruidentuin.  Het Baggaertshof werd in 1638 gesticht door Josijne Baggaert die er 13 huisjes inrichtte voor behoeftige vrouwen. Deze huisjes staan samen met de kapel opgesteld rond een rechthoekig binnenhof. Aanvankelijk heette het Bagaertshof ’t Olmeke of de Sint-Jozefshuisjes. Binnenin staat een kapel waarin zich een miraculeus O.L.Vrouwebeeld bevindt, afkomstig uit de kapel Ten Olme. Een schilderij in de kapel herinnert aan het mirakel. Men diende er tegen zenuwziekten, stuipen, koorts en andere kwalen. Verder is er een pomp, een toilet en dertien huisjes, die tot ca. 1970 bewoond waren.

De bewoonsters waren ook verplicht om vroeg thuis te zijn in de zomer om de grote klok te luiden. In de winter was dit tegen acht uur. Iedere avond was men verplicht in de kapel samen te komen voor het avondgebed en om de weldoeners te danken. In het kapelletje waar onlangs het prachtig altaar is gerestaureerd, bevindt zich het mooie beeld van O.-L.-Vrouw ter Olmen. Al eeuwenlang ligt hier ook een kruidentuin. Tegenwoordig vindt men er nog een hazelnotenboom, een sering, één van de zeldzame witte moerbeibomen Morus alba die bewaard bleven in Vlaanderen, en een zeer mooie hulstboom. In 1981 werd hier een medicinale kruidentuin aangelegd, een initiatief van de “Werkgroep Kruiden Medici”. Deze vereniging van apothekers en artsen uit het Kortrijkse werd bezield door de apotheker Paul Gheysens. Er zijn meer dan 300 verschillende geneeskruiden aangeplant. Dit beschermd monument kan bezocht worden en er worden ook activiteiten georganiseerd voor kinderen en volwassenen.

Het gotische stadhuis

De bouwstijl is een voorbeeld van overgangsstijl van gotiek naar renaissance. De 14 beeldnissen in de gevel zijn gevuld met de beelden van de Graven van Vlaanderen. Al in de 14de eeuw bezat Kortrijk een stadhuis (scepenhuus), dat na de Franse overwinning in Westrozebeke in 1382 door de Fransen volledig werd afgebrand. Tijdens een renovatie werden bovendien nog oudere resten van een bakstenen gebouw uit de 13de eeuw teruggevonden. In 1393 verwoestte een brand het heropgebouwde stadhuis. Van het hooggotische gebouw uit 1420 zijn alleen de spitsbogen in de hal beneden en op de verdieping overgebleven. Het huidige stadhuis, waarvan de kern zeker teruggaat tot 1418, werd omstreeks 1520 enorm vergroot. De voorgevel was verguld en met polychromie versierd (zoals nu nog het stadhuis van Brussel). De beelden van de profeten in de nissen werden in 1526 vervangen door die van de voornaamste Graven van Vlaanderen. Het stuk voorgevel dat in 1616 werd bijgevoegd bleef in dezelfde stijl. Van het einde van de 17de eeuw en gedurende de hele 18de eeuw onderging de gevel allerlei veranderingen. Zo stond de Kortrijkse schandpaal tegen de gevel van het stadhuis. In 1807, tijdens de Franse Revolutie, werden de beelden en baldakijnen uitgebroken en de hele gevel werd effen afgewerkt. Omstreeks 1850 werd de gevel hersteld. De beelden van de twaalf Vlaamse graven werden in 1872 teruggezet in de nissen. De schepenzaal werd in 1875 gerestaureerd en door koning Leopold II en koningin Maria-Hendrika ingewijd. In 1934 kwam de historische raadzaal aan de beurt. In 1938 werden de eerste plannen opgemaakt voor een restauratie in de stijl van de 16de eeuw. Dit gebeurde uiteindelijk in de jaren 1950-1962. Ondanks de erkertorentjes, de kruisbloemen boven de vensters, de beeldnissen met de hoge baldakijnen en het dakruitertje, heeft het geheel een horizontalistische uitstraling.

Binnen kun je de schepenzaal en de raadzaal met 16de-eeuwse gebeeldhouwde schouwen bezoeken. Je ziet er glasramen, muurschilderingen en merkwaardige topografische kaarten. In de historische schepenzaal spraken de schepenen recht tot in 1787. Tegenwoordig is het de trouwzaal of voor plechtige ontvangsten. In het interieur is de houten zoldering opvallend: de balkzolen zijn versierd met polychrome, allegorische voorstellingen. In deze zaal staat een opvallende laatgotische schoorsteen uit 1527, versierd met de wapens van Kortrijk, het Brugse Vrije, Brugge en Ieper. Er zijn ook muurschilderingen uit 1875 met historische taferelen en glasramen met de wapens van Kortrijk, de drie Kortrijkse Rederijkerskamers, de vier bijzonderste eden van Kortrijk en de Kortrijkse 13de-eeuwse ambachten en neringen (vooral textiel). De Raadzaal op de eerste verdieping heeft een zandstenen schoorsteenmantel (van 1527) met allegorische figuren (gerechtigheid en vrede) en een beeld van Keizer Karel. Dit is zeker één van de mooiste pronkstukken van het Kortrijkse stadhuis. De schoorsteen rust op twee eenvoudige gotische staanders, het geheel is uitgewerkt in zandsteen, behalve de bovenkant, waarvan de nissen en beelden uit hout zijn vervaardigd.

Het belfort

De belforttoren maakte deel uit van de middeleeuwse “oude” of “kleine” Lakenhalle uit 1411. De toren helt tegenwoordig lichtjes over. De vroegste vermeldingen van het Belfort van Kortrijk gaan terug tot 1307. Alleen het onderste gedeelte van de toren is nog uit die periode. Omdat de toren dreigde in te storten werd hij in de Middeleeuwen gehalveerd waarbij het bovenste gedeelte vervangen werd door een torenspits van 1 centrale, grotere torenspits en vier kleinere torenspitsen op elke hoek.

De toren, die nu alleen staat, was vroeger de noordoostelijke toren van de “oude” of “kleine” Lakenhalle die gebouwd werd in 1411. Toen deze Lakenhalle te klein werd, bouwde men op het huidige Schouwburgplein de Grote Hallen. De oude Lakenhalle verloor hierdoor haar functie en omstreeks 1550 werd zij omgebouwd tot een 22-tal huizen met een gemeenschappelijk binnenhof. Die huizen werden in 1717 herbouwd. Op de voorzijde van het gerestaureerde belfort staan het stadswapen en een Onze-Lieve-Vrouwebeeldje onder een baldakijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de halletoren grotendeels gespaard tijdens de vele bombardementen die een groot deel van de binnenstad in puin legden. De toren werd vanaf de jaren 1950 gerestaureerd en kreeg hierbij zijn oude praal terug. Boven op de toren van het Belfort troont een verguld beeld van de Romeinse god Mercurius, de god van de handel. De oude lakenhallen onder de toren hadden in de Middeleeuwen een commerciële functie. Ze bestonden uit verschillende zalen waar telkens andere ambachtsproducten met stadskeur verhandeld werden. De halletoren zelf diende vooral als wachttoren voor het ontdekken van brand in de stad. Daarnaast gaven de klokken in de toren het uur aan. Het luiden van de klokken in het Belfort had een specifieke betekenis, zoals:

  • het openen en sluiten van de stadspoorten;
  • feestelijke klokken luidden tijdens allerlei feestelijkheden;
  • een werkklok die het begin en einde van de werktijden aangaf;
  • een klok die aangaf vanaf wanneer het niet meer toegelaten was om zonder toorts door de straten te lopen;

In 1994 werd er in het Belfort een nieuwe beiaard geïnstalleerd. Tijdens de zomermaanden zijn er vaak beiaardconcerten. Op de oostzijde van de torenspits van het Belfort staan de oudste burgers van de stad: Manten en Kalle, de klokkenluiders van het belfort. Het oorspronkelijke beeldje van Manten werd in 1382 na de slag van Westrozebeke ontvoerd naar de Franse Dijon, waar het nu nog steeds op de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat, samen met de later toegevoegde Kalle en kinderen. De huidige uurslagers werden in 1961 gemaakt.

De Kortrijkse Stadswaag

De Stadswaag van Kortrijk vind je op de hoek van de Rijselsestraat en het Sint-Michielsplein. In de stadswaag werden vroeger gewichten geijkt. Dit was erg belangrijk in een stad waar onder andere de edelsmeedkunst bloeide. De weegbrug werd in 1840 op de westkant van het Sint-Michielsplein gebouwd en in 1889 naar de Rijselsestraat verplaatst, vlak voor de ijkdienst. Op de westhoek van het Sint-Michielsplein werd in 1867 de École Industrielle ondergebracht. Nadat de Nijverheidsschool in 1897 naar de Sint-Janslaan verhuisde werd het huidige gebouw in 1904 opgericht in Vlaamse neorenaissancestijl.

Het elegante gebouw met een trapgevel en een achthoekige hoektoren is erg bijzonder. Van 1944 tot 1956 was het stijlzuiver pand een telegraafkantoor. Sinds 2007 is er in de voormalige stadswaag een horecazaak gevestigd. Omdat het kantoor van de reinigingsdienst er een tijd was ondergebracht, heette het gebouw tijdens de eerste helft van de 20e eeuw in de volksmond ‘het Strontkasteel’. De toeristische dienst van de stad was tot 2005 in de stadswaag gehuisvest, tot ze verhuisde naar het streekbezoekerscentrum in de Groeningeabdij.

Roelandpaleis

Den Roeland of het Roelandpaleis is een voormalig stadspaleis. Dit gebouw stond later bekend als Hooghuis en sinds de 20ste eeuw als de Patria en is een opvallend classicistisch stadspaleis. In de 14de eeuw stond op deze plek een lombarsteen ofwel de bank van lening. Het was één van de zeldzame gebouwen die niet vernield werden door de brand van 1382. In 1570 werd De Roeland door de stad aangekocht om te dienen als school van de H. Geest van arme knechtjes. Het was het oudste gebouw van Kortrijk, toen het in de 18de eeuw gesloopt werd voor een nieuwbouw in classicistische stijl. Het werd in die eeuw gebruikt als hoofdkwartier van de Engelsen, legerhospitaal, geuzentempel, pakhuis enz. In de tweede helft van de 19de eeuw woonde er een notaris. Het gebouw rust op een 13e-eeuwse rechthoekige kelder. De bakstenen gewelven rusten hier op zuilen van Doornikse steen. De voorgevel bestaat uit een vooruitspringende middenpartij van een travee, geflankeerd door twee zuilen met Ionische kapitelen, en twee zijpartijen van een travee met op de randen twee pilasters met Ionische kapitelen. Deze zuilen en pilasters dragen de architraaf en de kroonlijst met korbelen, bekroond met balustrade en siervazen. Een dubbele deur geeft toegang tot het balkon met een sierlijk hek, gedragen door twee zware consoles. Op de tweede verdieping is het venster met decoratief stucwerk omlijst. In de zijpartijen zijn de panelen boven de vensters met draperieën en vruchtenslingers versierd.

Het centrale portaal geeft rechtstreeks toegang tot de Grote zaal. In deze zaal zie je de wanden met houten lambrisering en de muurdammen met rondbogige panelen waar schilderijen hingen en geflankeerd worden door pilasters met bladkapitelen en eierlijst met daarboven panelen met vaasmotief. Achter deze Grote Zaal bevindt zich een salon, ook met bepleisterde wanden en een plafond met een rozet van acanthusbladeren. De derde salon wordt gekenmerkt door een marmeren schouw met spiegel. Op de eerste verdieping bevindt zich een grote zaal met ingespannen wandschilderingen op doek, met idyllische taferelen erop. Het tafereel met rustende koeien en schapen dateert van 1925. De vierde salon heeft een Empire-aankleding met stucwerk boven de schouwboezem en een driehoekig fronton boven de deur.

De Artillerietoren

De Artillerietoren of Armorietorre vind je vlak bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De toren is een authentiek stukje militaire bouwkunst uit de middeleeuwen. De toren bevond zich op een strategische plaats tussen de stadsgrachten en de kasteelgracht. De artillerietoren is een beschermd monument. Dit historische monument uit de 14de eeuw is één van de weinige restanten van de middeleeuwse Franse voorburcht. Deze werd samen met de toenmalige burcht in 1301-1302 opgericht door de Franse koning Filips de Schone in het kader van de Frans-Vlaamse oorlog tegen de graaf van Vlaanderen. De oorspronkelijke functie was een drinkwatertoren en hij maakte deel uit van de verdedigingmuur rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Na 1359 werd hij verbouwd tot een bewaarplaats voor kanonnen. Rond 1400 maakte de toren deel uit van de stadsversterkingen en diende hij om buskruit en munitie aan te maken en op te bergen. Nog later raakte de toren in vergetelheid en verviel hij.

In 1990 begon de Archeologische Stichting Zuid-West-Vlaanderen met opgravingen. De archeologen ontdekten dat de huidige toren op de restanten van een nog oudere toren stond. Binnenin vonden ze een waterput met daarin een grote hoeveelheid wapens, munitie en munten. Algauw werd de toren als historisch monument geklasseerd. Eind 2005 was de restauratie klaar. Samen met de twee Broeltorens vormt de Artillerietoren het enige wat nog overgebleven is van de Kortrijkse stadsomwallingen sinds in 1684 het Franse leger een spoor van vernieling door de stad trok. Het is niet te bezoeken.

Groeningepoort

De Groeningepoort is een herdenkingsmonument. De triomfboog werd gebouwd naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Guldensporenslag en geeft toegang tot het Groeningepark waar tijdens de middeleeuwen het Groeningeveld lag. In dit Groeningepark bevindt zich tevens het vergulde Groeningemonument. De Groeningepoort werd in 1908 in Ardense steen opgetrokken en draagt als opschrift 1302 – Groeningheveld. Het Groeningemonument werd opgericht naar aanleiding van de 600e verjaardag van de Guldensporenslag. Het vergulde beeld stelt de Maagd van Vlaanderen voor die met haar ene hand een speer in de richting van het overwonnen Frankrijk houdt, en met haar andere hand de fiere Vlaamse leeuw, die de boeien verbroken heeft, vasthoudt. Onderaan het monument zien we Robbert d’Artois de tweede, kleinzoon van de Franse koning Lodewijk en landvoogd van Vlaanderen, die dood onder zijn paard ligt.

Broelkaai

De Broelkaai vind je tussen de Leiebrug en de Broelbrug. De Broelkaai vormt een historische kaai op de linkeroever van de Leie. De kade aan de overzijde op de rechteroever is veel recenter en wordt de Verzetskaai genoemd. Beide kaaien worden gedomineerd door de middeleeuwse Broeltorens. De Broelkaai loopt van de Reepkaai tot de Damkaai en bevindt zich op het Buda-eiland. In de Middeleeuwen werd de Leie als belangrijke verkeersas gebruikt voor het transport van goederen door het graafschap Vlaanderen. De kaaien in de binnenstad werden hierbij een belangrijke laad- en loszone. Gaandeweg groeiden de handelsactiviteiten langs deze kades en werd dit de haven van de stad. Dit bleef zo tot in de 20ste eeuw, toen de economische bedrijvigheid zich verder buiten de stad ging vestigen.

Broeltorens

De twee bijna identieke Broeltorens langs de oude Leie zijn middeleeuwse bouwwerken. De meest zuidelijke toren is de Speyetoren en werd in de 13e eeuw gebouwd. De andere, de Ingelburgtoren, dateert van de 15e eeuw. Tussen de twee torens is een brug met in het midden het beeld van de heilige Johannes Nepomucenus, patroonheilige van de drenkelingen. Beide torens worden met elkaar verbonden door middel van de Broelbrug, een stenen brug die drie bogen telt. De torens vormen één van de belangrijkste bezienswaardigheden en iconen van de stad en zijn samen met de Artillerietoren de enige overblijfselen van de middeleeuwse stadswallen om de oude stad. De naam broel verwijst naar bruul, een afgebakend stuk land, meestal moerassig of braakliggend. De oudste van het duo torens, de zuidelijke ‘Speytorre’ of ‘Blauwe Toren’, werd samen met de Broelbrug gebouwd in 1385 om het verkeer op de Leie te controleren. Deze toren was een deel van de versterkte omheining van het eerste grafelijk kasteel van Kortrijk waar de graven van Vlaanderen resideerden. De tweede, noordelijke, toren, de ‘Inghelburghtorre’, uit 1415 diende als wapenopslagplaats, en was voorzien voor het gebruik van artillerie. Vandaar zijn tweede naam ‘Armorietorre’. De beide torens zijn opgetrokken uit kalk- en zandsteen. Ter hoogte van de bovenverdieping hebben de torens een omtrekverbreding met spitsboogjes. In de muren zitten eveneens drie kruisen. Op de daken staan dakkapellen.

Onze-Lieve-Vrouwehospitaal

Het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal is gesticht rond 1200-1204. Oorspronkelijk werden de zieken verzorgd door zusters en broeders van de cisterciënzerorde, maar later richtten ze zich naar de regel van Sint-Augustinus. Zowel het middeleeuwse complex als het nieuwe hospitaal bevinden zich in de middeleeuwse wijk Buda. Dit hospitaal werd gesticht in 1211 en is hiermee het oudste ziekenhuis in Kortrijk en één van de oudste ziekenhuizen van België. De naam hospitaal verwijst in eerste instantie naar gastvrijheid, niet naar ziekte. Het hospitaal lag eerst net buiten de stadspoorten, aan de weg naar Brugge en naar Menen. Na het sluiten van de stadspoorten konden ‘gasten’ er overnachten. Later verzorgde men er ook arme zieken. In de ziekenzalen was het niet de medische zorg die centraal stond. Het ging meer om zielszorg en gastvrijheid tegenover vreemdelingen en pelgrims. Vanaf 1454 werd Buda opgenomen in de stad dankzij de nieuwe stadsomwallingen, waardoor ook het hospitaal beschermd werd tegen mogelijke invallen van buitenaf.

Aanvankelijk telde de religieuze gemeenschap in het hospitaal zowel mannen als vrouwen. Lekenbroeders onder leiding van een prior en lekenzusters onder leiding van een priorin verzorgden de gasten en de zieken. Vanaf 1520 verdween de mannelijke pijler en runden alleen de zusters het hospitaal. Ze leefden volgens de regel van Sint-Augustinus. Deze was goed te combineren met de taak van verpleging. Passanten die hulp nodig hadden en zieken die huilden van de pijn konden immers niet wachten tot de gebeden van de Metten of de vespers voorbij waren. Naar middeleeuwse normen was de verzorging goed: de zieken kregen een degelijk maal met vlees, vis en seizoenvruchten.

Voor de armen waren onderdak, verpleging en geneeskundige zorg in het hospitaal gratis. De stad betaalde de dokters en de chirurgijns, ook voor thuisverzorging van arme zieken. De zieken die in het hospitaal stierven, begroef men op het hospitaalkerkhof. Wie geen lijkkist kon betalen, werd in stro gewikkeld en in een diepe kuil begraven. De priorin beschikte ook over de opbrengsten van een hoenderhof, een bakkerij, een brouwerij en een wijngaard. Er was ook een kleine apotheek of ‘potterye’ waar men de kruiden en oliën mengde en bewaarde. Op de uithoek van het Buda-eiland aan de Reepkaai lag het hoenderhof met boerderij van het hospitaal. Dit gebouw werd later aangepast tot wasserij. Op die plaats werd in de jaren 1990 een nieuwe moderne vleugel opgetrokken.

In 2003 fuseerde het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal met drie andere Kortrijkse ziekenhuizen: de kliniek Maria’s Voorzienigheid in de Loofstraat, het Sint-Niklaasziekenhuis en het Sint-Maartenziekenhuis. Bij de fusie werden alle specialisaties gecentraliseerd in een campus. Sindsdien heet het hospitaal officieel “campus Reepkaai” van het AZ Groeninge. Het oude deel van het hospitaal bestaat uit het klooster en de barokke kerk. In de salon van het klooster is nog een gotische haard uit de 15e eeuw, en een zoldering met Rococo stucwerk. De kerk is te bezoeken.

Preetjes molen

Deze vlasmolen ligt aan de rand van Kortrijk en werd gebouwd in 1866 door Ivo Deprez, vandaar de naam. Het is tegenwoordig nog de enige vlaszwingelmolen in Europa en waarschijnlijk uniek in de wereld. Het zwingelen van het vlas dient om de gebroken houtdeeltjes door een kappende beweging uit het vlas te slaan zodat de vezels volledig vrijkomen. De molen werd gebruikt tot 1914 en is nu een beschermd monument. De molen is alleen op afspraak te bezoeken.

Internationale Rozentuin

De rozentuin ligt middenin het groen van het kasteelpark ’t Hooghe. De rozentuin omvat een proeftuin, een demonstratietuin en een historische tuin. In de proeftuin worden elk jaar meer dan 100 nieuwe rozencreaties van Europese selectiehuizen geplant en beoordeeld door een professionele jury. De beste roos wordt bekroond als de “Gouden Roos”. In de demonstratietuin vind je ongeveer 200 verschillende soorten rozen, die goed presteren en verkopen. De historische tuin geeft een beeld van de ontwikkeling van de roos door de eeuwen heen. De Rozentuin is dagelijks open en een bezoek is gratis. Elke rozen- of tuinliefhebber zal er zijn gading vinden. In de demonstratietuin staan ruim 200 diverse variëteiten. De demonstratietuin is onderverdeeld in de ‘snijrozentuin’, de ‘Gouden Roos-tuin’, de ‘Engelse Tuin’ en de ‘Franse Tuin’. Elke roos of rozengroep is voorzien van de naam van de roos en de kweker. Het geheel bevindt zich in een heerlijk, groen kader. De Rozentuin is op zijn mooist van half juni tot eind augustus.

Meer informatie vind je hier.

Religieuze gebouwen Kortrijk

Sint-Maartenskerk

De Sint-Maartenskerk, een gotische kerk, werd tussen 1390 en 1466 gebouwd, na de verwoesting van een eerdere kerk. Deze was gebouwd op de plaats van een romaanse kerk die terugging op een bedehuis uit 650, gebouwd door Sint-Elooi. De Sint-Maartenstoren is samen met de K-toren één van de hoogste gebouwen van de stad en domineert de skyline van de stad. Op deze plaats, vlak bij de Grote Markt bevond zich al rond 650 een bedehuis dat gebouwd werd door Sint-Elooi. Later werd op dezelfde plaats een romaanse Sint-Martinuskerk opgericht. In de middeleeuwen werd deze romaanse kerk vervangen door een gotische kerk. De stenen toren dateert van 1439. Op 7 augustus 1862 sloeg het noodlot toe: de Sint-Maartenstoren in Brabantse gotiek werd getroffen door een blikseminslag waardoor het houten gedeelte van de toren dat dateerde uit 1601 volledig afbrandde. De torenspits werd in de daaropvolgende decennia volledig in ere hersteld.Van 1899 tot 1939 prijkte tussen de twee ingangen van het hoofdportaal een eikenhouten Onze-Lieve-Vrouwebeeld. Op die plaats staat nu een beeld van Sint-Maarten in witsteen.

De 83 m hoge toren in Brabantse gotiek is een blikvanger. In de houten spits hangt een beiaard van 49 klokken, gerestaureerd in 1974. De kerk is een hallenkerk, met drie beuken. Het middenhoogkoor, de twee zijkoren en de Sint-Annakapel werden na de brand van 1862 neogotisch heropgebouwd. De apostelbeelden staan op een symbolische plaats: ze zijn de zuilen van de kerk. Het pronkstuk van de kerk is het schilderij Triptiek van de Heilige Geest uit 1587, met een Pinkstertafereel, rechts de doop van Jezus en links de schepping van Adam. In de kerk staat een beeld van Sint-Maarten als bisschop.

In de ontmoetingsruimte, achteraan rechts in de kerk, wordt het leven van Sint-Maarten beschreven. In de Bossenierskapel vind je het stenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw van de Hazelaar uit 1485. Het beeld ontleent zijn naam aan de kapel waarin het oorspronkelijk stond. Onder het beeld bevindt zich de kanonbal die in 1646 in de kapel insloeg.
Andere bezienswaardigheden zijn:

  • Het schilderij Aanbidding der Wijzen van Casper de Crayer (1630)
  • Het eikenhouten beeld O.L.V. van den Druiventros (ca. 1450)
  • Koperen lezenaar uit 1480, gemaakt in Doornik.
  • Unieke sacramentstoren, 6,5 m hoog, uit 1585, vervaardigd door de Antwerpenaar H. Mauris in oorspronkelijk gepolychromeerde Asvesnesteen, met laatgotische toren en renaissancebeeldhouwwerk
  • Het schilderij Sint-Franciscus in beschouwing voor het Heilig Kruis van Jan Erasmus Quellin uit 1688
  • Het schilderij De marteldood van de Heilige Catharina van de Meulebekenaar Karel van Mander (16de eeuw)

Gravenkapel

De Gravenkapel, die zich naast de Onze-Lieve-Vrouwekerk bevindt, werd gebouwd naar het voorbeeld van de Sainte Chapelle in Parijs als mausoleum voor graaf van Vlaanderen Lodewijk van Male. De kapel is gewijd aan de heilige Catharina. Het is gebouwd in Brabantse stijl. Na de zege te Westrozebeke (1382) plunderden Bretoense huurlingen uit het Franse leger Kortrijk en staken daarna de stad in brand, waarbij ook de Gravenkapel niet gespaard bleef. De brand uit 1382 heeft waarschijnlijk de kappen en de daken niet vernield. In 1410 werd de Gravenkapel grondig hersteld. In 1386 wordt het Catharinabeeld van Beauneveu aan het kapittel overgemaakt.

Binnen zie je portretten van de graven van Vlaanderen. Het beeld van de heilige Catharina in albast is het werk van beeldhouwer André Beauneveu. In 1566 werd het Catharinabeeld uit vrees voor de Beeldenstorm samen met andere kunstwerken in de grond verborgen en er later weer uitgehaald. De heilige Catharina draagt een kroon op het hoofd en houdt in de linkerhand een wiel, bezet met scherpe punten, en in de rechterhand een zwaard. Het is een laat voorbeeld van de 14de-eeuwse internationale gotiek die gekenmerkt wordt door een modieuze S-vorm, een lieftallige, onpersoonlijke glimlach en een sierlijk, kunstmatig plooienspel van de kledij, dat aan opgerold perkament doet denken.

De onderwerpen van de brandglasramen benadrukken het grafelijk karakter van de kapel. In het koor zie je St.-Andreas (patroon van de Bourgondiërs), de Heilige Catharina (patroon van graaf Lodewijk van Male, stichter van de kapel) en St.-Petrus (patroon van Vlaanderen). Op de Zuidwand zien we het Vlaamse woud met de reus Finnaert, graaf Filips van den Elzas (die de Kortrijkse stadsrechten bevestigde en de stad de relikwie van het H. Haar bezorgde), graaf Boudewijn IX (stichter van de O.-L.-Vrouwekerk) en graaf Lodewijk van Male (stichter van de Gravenkapel) te paard.

Onze-Lieve-Vrouwekerk

De Onze-Lieve-Vrouwekerk is één van de oudste gebouwen van de stad en is een beschermd monument. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk werd in 1199, op initiatief van graaf Boudewijn IX van Constantinopel opgestart. In december 1203 hield men de eerste eredienst in het koor van de nieuwe kapittelkerk. De kerk speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen. Ze lag binnen het grafelijk domein van Kortrijk dat, met uitzondering van het deel dat aan de Leie lag, volledig ommuurd en omwald was. Ze maakte zo deel uit van een burcht met een oppervlakte van ongeveer 1 hectare.

In 1205 telde het kapittel 12 kanunniken en een deken. De Fransen bouwden hier in 1300 en 1301 een dwangburcht boven op de grafelijke burcht. Hij werd voorzien van een verdedigingsgracht. Het driebeukig schip van de kerk en de kruisbeuk bevinden zich nog altijd in de originele staat. Na de Guldensporenslag in 1302, die vlak in de buurt op het Groeningeveld plaatsvond, hingen de Vlamingen 500 gulden sporen van gedode Franse ridders in het koor op, als dank aan O.L.V. van Groeninge. Bretoense huursoldaten namen ze, samen met andere kostbaarheden van de kerk, in 1382 mee na de slag bij Westrozebeke. Ze werden in 1952 ter gelegenheid van de festiviteiten n.a.v. 650 jaar Guldensporenslag door kopieën vervangen die nog altijd in de kerk hangen. De soldaten verwoestten in 1382 ook de grafelijke burcht. In 1404 hield de lijkstoet van Filips de Stoute hier halt op zijn weg van Halle naar Dijon. In de loop van de 15e eeuw werd de kerk hersteld en verbouwd. De burcht werd niet hersteld. Het kasteel werd volledig afgebroken en het terrein verkaveld (de huidige O.L.V.-straat, Konventstraat, Guido Gezellestraat, Kapittelstraat en Pieter de Cockelaerestraat). Alles wat overbleef van het domein was de kerk en de artillerietoren.

Op 27 juli 1578 werd de kerk grondig door de Geuzen geplunderd en vernield. In 1794 werden eerst drie kostbare schilderijen, waaronder de Kruisoprichting van Antoon van Dyck, door de Fransen in beslag genomen, in 1797 de hele kerk. 12 kloosters, kapellen en kerken werden als nationaal goed te koop gesteld. Het gebruik van de kerk als opslagruimte voor graan en bier redde de kerk van de sloop. Kanunnik Robette slaagde erin stiekem de kerk aan te kopen. Bij het afsluiten van het concordaat tussen Napoleon Bonaparte en Paus Pius VII kon het kerkelijk leven opnieuw hervatten. In 1817 kon men schilderij van Van Dyck terugkrijgen dankzij koning Willem I.

De Duitsers haalden op 2 maart 1944 de 6100 kg zware Mariaklok uit de toren, waarbij het stenen gewelf van de toren werd opengebroken. In juli 1944 werd de kerk zwaar beschadigd door twee luchtaanvallen waarbij 1500 ton bommen op Kortrijk werden uitgegooid. In oktober 1945 werd de vernielde klok in Duitsland teruggevonden. De brokstukken werden snel opgehaald om een nieuwe te gieten van exact dezelfde omvang en gewicht. De onderwerpen van de 47 brandglasramen accentueren het grafelijk karakter van de kerk (graven van Vlaanderen, geharnaste ridders tijdens de Guldensporenslag e.d.). Kanunnik Roger Braye bestelde bij Antoon van Dyck een schilderij om het altaar ter ere van de Heilige Blasius te versieren. Het zou de kruisoprichting van Jezus voorstellen.

Sint-Michielskerk

De Sint-Michielskerk, een jezuïetenkerk die zich bevindt aan het Sint-Michielspleintje nabij de Grote Markt. De Sint-Michielskerk werd in de periode 1607-1611 gebouwd in opdracht van de jezuïeten, ter vervanging van de 14de-eeuwse Heilige-Geestkapel. Het klooster en het college van de paters reikte tot aan de Kasteelstraat. In 1720 werd de kerk met een barokgevel en interieur getooid (die in 1886 werden gesloopt en vervangen door een neogotische gevel en interieur). In 1773 werd het klooster opgeheven en de gebouwen werden aan particulieren verkocht. Alleen de Sint-Michielskerk bleef bewaard. Na de terugkeer van de jezuïeten in 1830 in een deel van de voormalige werd de kerk opnieuw hun kloosterkerk. Tijdens het bombardement van 21 juli 1944 brandde de kerk uit. Alleen één zijaltaar bleef bewaard, namelijk het altaar van Sint-Michiel, dat sinds de overbrengingen van het beeldje van O.L.V. van Groeninge als vereringsaltaar fungeerde. De huidige kerk is een driebeukige, basilieke kerk in laatgotische stijl met een halfrond koor in het noorden en met twee torens. In 1947 werd aan de kerk nog een kapel met drie koepels toegevoegd, waar het wonderbeeldje van Onze Lieve Vrouw van Groeninge vereerd wordt. De legende vertelt, dat inwoners van Kortrijk dit ivoren beeldje aanriepen voor de overwinning voorafgaand aan de Guldensporenslag in 1302. Een ander verhaal verbonden aan dit beeldje is, dat na het bombardement in 1944 dit kleinood ongehavend terug werd gevonden. Het beeldje was toen niet in de kerk aanwezig. Wel is het zo dat de oostelijke toren waaronder zich het vereringsaltaar bevond, ongeschonden uit het bombardement is gekomen terwijl de rest van de kerk zo goed als volledig in puin lag.

Musea Kortrijk

Multimediale museum Kortrijk

De Groeningeabdij is een cisterciënzerabdij uit de late 16e eeuw. De abdij herbergt het multimediale museum Kortrijk 1302 over de Guldensporenslag en het Museum voor de geschiedenis van de stad Kortrijk. In 1238 werd er in Marke het Rodenburgklooster gesticht met de naam Spiegel van de Heilige maagd Maria (Speculum beatae Mariae Virginis). Er leefden voornamelijk Franse nonnen die zich hielden aan de regel van Cîteaux. Door krappe financiën en na een nachtelijke overval in 1259 werd het klooster gesloten. Beatrix van Kortrijk, dochter van de hertog van Brabant en schoondochter van de gravin van Vlaanderen, besloot de abdij naar Groeninge, net buiten de Kortrijkse stadswallen, over te brengen. Vanaf 1260 werd daar een nieuw klooster gebouwd. Dit werd deels gefinancierd door Beatrix die later nog enkele keren als beschermster van het klooster optrad. Toen gravin Beatrix in 1288 stierf, werden haar hart en ingewanden in een praalgraf in de abdijkerk begraven. Nu bevindt het hart zich in de Sint-Michielskerk te Kortrijk.

In 1302 vond nabij de abdij, aan de oevers van de Groeningebeek, de Guldensporenslag plaats. Een coalitie van Vlamingen en Namenaars won de strijd met Fransen en Brabanders. De laatsten waren ook grotendeels van Franse afkomst. Ook de abt van de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen die gezagshebber van de Groeninge-abdij was, was een bekende Leliaard en dus Fransgezind, na de slag moest hij dan ook naar Frankrijk terugkeren. Veel gevallen Franse en Henegouwse ridders werden voor een bepaalde tijd of voorgoed in de abdij begraven.

Door goed beheer kende de abdij in de 14e eeuw een bloeiperiode. Meer en meer mensen schonken bezittingen aan de abdij. Desondanks werd de instelling nooit rijk. Na een dijkbreuk had de abdij niet genoeg geld voor herstel en moest ze noodgedwongen een aangrenzend stuk land verkopen. De abdij kreeg van de graaf van Vlaanderen tolvrijdom voor het kloostervee dat op de markt verhandeld werd. Vanaf de 15de eeuw ging het bergafwaarts. Dit was met veel West-Europese langer bestaande kloosters het geval. Oorzaak hiervan was het opkomen van nieuwe kloosterorden. De Groeningeabdij raakte ontvolkt en verviel langzaam tot ruïne. Het bleef daarna een kleine abdij, met niet meer dan 8-12 zusters.

Tijdens de opstand tegen het Spaanse bewind werd de Groeningeabdij verwoest. In oorlogstijd buiten de stadsmuren vertoeven was een gevaarlijke zaak. Daarom wilde de abdis in 1581 in de stad een opvanghuis bouwen. Ze kocht een reeks huizen aan de Houtmarkt, waar het dormitorium van de abdij nu nog steeds te vinden is. Tegen 1600 was de nieuwe abdij in de stad af. In 1627 werd er nog een stevige muur omheen gebouwd. Ook in de stad kende het klooster veel financiële moeilijkheden. In die tijd woonden er een vijftigtal kloosterzusters. De nonnen begonnen onderwijs te geven als bron van inkomsten. Ook begon men armen en zieken te verzorgen. Er werd een ziekenhuis voor mannen gebouwd. Tijdens de Franse overheersing moest het klooster heel veel belasting betalen. Uiteindelijk werden de zusters in 1797 verplicht de abdij te verlaten en werd het klooster afgeschaft.

De Groeningeabdij is pas sinds het eind van de twintigste eeuw weer geopend. Tot dan was het een gesloten ruïne. Nu is het binnenhof een park waar in de zomer optredens gegeven worden. Ook werd het dormitorium geheel gerenoveerd en bevindt zich daar nu het museum Kortrijk 1302 over de Guldensporenslag. Al sinds de jaren negentig herbergt het dormitorium van de abdij het Museum van de Geschiedenis van de stad Kortrijk. In 2007 werden de overige vleugels ingericht door het nieuwe museum Kortrijk 1302: één dag, zeven eeuwen. Dit is een interactief en multimediaal museum voor groot en klein over de Guldensporenslag. Bij binnenkomst krijg je een audiotour mee die je door het museum leidt met verhalen over gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Er zijn maliënkolders, zwaarden en goedendags te zien en te betasten. De hoofdrolspelers in het oorlogsgeweld komen er tot leven, het verloop van de veldslag is te volgen op een grote maquette. Het verhaal van zeven eeuwen Kortrijkse geschiedenis en er wordt een film over traditievorming en het ontstaan van een nationaal bewustzijn vertoond.

Voor kinderen zijn er activiteiten. Per leeftijdscategorie iets anders. Zo mogen de 5 tot 7-jarigen zich verkleden als prinses of ridder en komen ze meer te weten over het leven toen en zijn er puzzeltochten voor kinderen tussen 9 en 12 jaar. Kinderen tot 12 jaar en iedereen op de eerste zondag van de maand zijn gratis, het museum heeft een lift en is drempelvrij.

Meer informatie vind je hier.

Texture

Texture is een museum in de Belgische stad Kortrijk dat de ontwikkeling van de vlasteelt, bewerking en verwerking tot linnen weefsel vertelt, gekoppeld aan de ontwikkeling van de Leievallei in en rond Kortrijk. Het museum vind je in een oud pakhuis voor de verzending van gezwingeld vlas (de Linen Thread Company) in de stadswijk Overleie. Het gebouw grenst rechtstreeks aan de Leie, de zogenaamde Golden River waaraan de vlasindustrie zijn succes dankte. Door zijn oorspronkelijke functie als vlasverzendhuis is ook het gebouw een rechtstreekse getuige van de vlasindustrie.

Boven op het gebouw werd een ‘gouden dakverdieping’ geplaatst, die een uitzicht over de stad en de rivier de Leie biedt. Door de goudkleurige gevelbekleding verwijst het dak naar de Golden River. In drie kamers, ingericht in een origineel vlasverzendhuis uit 1912 ontdek je de revolutionaire ontwikkeling die de vlasnijverheid in deze streek teweeg bracht. Al eeuwenlang is Vlaanderen beroemd om zijn textiel en linnen speelt daarin een glansrol! Vroeger waren luxeproducten als kant en damast erg in trek bij de adel en burgerij. Het basislinnen dat hier massaal geweven werd, was bestemd voor dagelijks gebruik. Langs de Leieboorden groeide een industrie die de wereld veroverde: de vlasbewerking. Nog altijd is ‘Courtrai flax’ een topkwaliteitsproduct dat internationaal gekend en gewenst is. Een bezoek start in de Wonderkamer: een speels laboratorium over vlas in het dagelijks leven. Je ontdekt in welke producten vlas wordt verwerkt. Je mag kijken, voelen, proeven, uittesten en ontdekken. De Leiekamer presenteert het verhaal van de linnen- en vlasindustrie. Met beeldmateriaal, interviews en verhalen van mensen die er woonden en werkten en het hebben meegemaakt en objecten van toen en de ontwikkeling daarvan. Ten slotte de Schatkamer met topstukken van damast, kant, handwerk en fijne weefsels.

Voor gezinnen met kinderen tussen 6 en 12 jaar is er een speciaal gezinspakket. Toegangsprijs voor kinderen tot 12 jaar is gratis, maar voor het gezinspakket betaal je 2,- Op de eerste zondag van de maand, mag iedereen gratis naar binnen. Het museum is uitstekend toegankelijk voor iedereen. Brede liften, invalidentoilet, braille etc. Bij het museum is een restaurantje waar je wat kunt eten en drinken. Bij mooi weer kun je lekker op het terras zitten.

Meer informatie vind je hier: www.texturekortrijk.be

Activiteiten

Stadswandelingen

Uiteraard kun je zelf door de stad banjeren met een kaart van de toeristische dienst of Google maps. Maar soms is het leuk om de stad op een andere manier te bezoeken. Met een gids, wandelend of fietsend, of per boot. En sportieve activiteiten zijn er ook.

  • “Erop en eronder”, wandeling met gids: Beklim de Sint-Maartenstoren tot op de torenstrans. Hier kun je genieten van een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Ook kun je er de beiaard van dichtbij bekijken. Ook bezoek je andere locaties zoals een middeleeuwse kelder, één van de Broeltorens of het belfort.
  • “Beschuldigde, sta op”: Laat je onderdompelen in 1500 jaar rechtspraak. De wandeling neemt je mee door 1500 jaar misdaad en straf, van vierschaar tot cyberjustitie. Je bezoekt het oude en het nieuwe gerechtsgebouw en woont een zitting bij. Deze wandeling moet vanwege goedkeuringen, langer van te voren worden gereserveerd.
  • “Dokters en apothekers”: een wandeling waarbij je verteld wordt over het ontstaan, de geschiedenis en de ontwikkeling van de geneeskundige zorg in Kortrijk. Beroemde dokters, apothekers en hun symbolen, publieke en private ziekenhuizen op plekken waar je die niet direct verwacht, en nog veel meer.
  • “Luwte in de stad”: een interactieve wandeling langs de stille plekjes in de stad. Ontsnap aan de drukte en stress van alle dag.
  • “Kortrijk en de Koers”: Ben je geïnteresseerd in wielrennen (of je partner/puber) of wil je gewoon een andere kant ontdekken van de Vlaamse cultuur? Doe dan deze wandeling. Welke wereldkampioenen hebben er in Kortrijk gewoond? Waar was het café van Briek Schotte? De route loopt langs diverse locaties in het centrum waar iets over de koers te vertellen valt. Je ziet het oude en nieuwe Kortrijk en je leert van alles over wielrenners van vroeger en nu.
  • “Sneukelen met stijl”: Wandelen door Kortrijk van winkeltje naar winkeltje om de lekkerste specialiteiten te proeven: chocolade, kaas, gebak…
  • “Walking Dinner”: Je wandelt door de stad en leert vier originele restaurants kennen. Iedere keer krijg je een deel van het menu: aperitief tot dessert. Je hebt een korte en lange variant. Ook kun je “Sneukelen” en “walking dinner” combineren. En er is een variant waarbij je zelf opdrachten moet uitvoeren.

Ook zijn er verschillende fietstochten te boeken. Historisch, natuur, moderne wijken, intercultureel en culinair. Varianten op de wandelingen hierboven beschreven. Of ga per step!

Meer informatie vind je hier.

City Golf

Ontdek de gezellige binnenstad tijdens een partijtje stadsgolf. Kies uit een parcours van 6 of 9 holes en laat je rondleiden door een team van locals die je graag willen vertellen over hun stad.

Meer informatie vind je hier.

Een variant hierop is Urban Golf. Ook door locals georganiseerd. Ook kun je gaan minigolfen. Net buiten het centrum is er Minigolf Astridpark en aan de Ringlaan is er Minigolf-indoor.

Meer informatie vind je hier.

Boottocht Leie

Ook een boottocht is natuurlijk leuk. Je ziet de stad weer net van een andere kant. Over de historische Leie, waar de Romeinen en de Vikings passeerden, waar de Graven van Vlaanderen verbleven, waar de haven bruiste met bier en vrouwen, waar laken en linnen werd verkocht enz. Zo kom je op de Nieuwe Leie met de schitterende bruggen. Langs het Budabeach vaar je door tot in Kuurne en keert terug langs de sluis van het kanaal en de Groeninghekouter van 1302. Na twee uur varen kom je terug op het vertrekpunt aan de aanlegsteiger langs het Guido Gezellepad. De gids wisselt historische verhalen en mythes af. Halverwege is er een aperitiefje en een versnapering. Deze boottochten worden samen met ‘De Keper’ georganiseerd. De Keper verhuurt plezierboten in Kortrijk.

Meer informatie vind je hier en hier:

Uitjes met kinderen

Holder-de-boldertocht

Trek in je ridderkleding de straat op, geflankeerd door een heuse schatkist op wielen. Daarin zitten leuke en interessante opdrachten. Je krijgt een sleutelbos mee. De sleutels passen op de geheime laden in de kar. Onderweg kraak je de codes en kom je te weten welke sleutel op welk slot past. Je komt langs de Sint-Maartenskerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het Begijnhof, de Broeltorens, de Groeningepoort, het monument en vele andere bezienswaardigheden. In Kortrijk 1302 word je feestelijk tot ridder geslagen. De tocht is bedoeld voor kinderen uit het basisonderwijs, duurt 2 tot 3 uur en moet minstens 8 dagen van te voren worden gereserveerd via kortrijk1302@kortrijk.be

Team up

Een dolende ridder is zijn naam kwijt, de deelnemers moeten zijn naam helpen zoeken. Langs geurproeven, puzzels en behendigheidsopdrachten worden tips uitgedeeld aan de verschillende teams. Voor kinderen vanaf 8 jaar en volwassenen. Informatie via toerisme@kortrijk.be

Spelen in DeBOkes

Dit is een initiatief van vzw Groep Ubuntu en den achtkanter waar mensen met een verstandelijke beperking of psychosociale kwetsbaarheid klaarstaan om je vol enthousiasme te ontvangen. Kom lunchen, genieten van een dessert of een drankje en geniet van de vele volksspelen. Een belevenis voor jong en oud.

Meer informatie vind je hier.

Jump Pottelberg

Heb je nog energie over? Of juist je kinderen? Ga dan naar het indoor-trampolinepark met een veelzijdigheid aan trampolines. Uniek in de regio.

Meer informatie vind je hier.

Kortrijk stockphoto from Shutterstock / Kiev Victor

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid