Ieper is een stad in West-Vlaanderen, ongeveer 35 km van Kortrijk. De stad wordt ook wel ‘de Kattenstad’ of sinds het bezoek van paus Johannes Paulus II, ‘Vredesstad’ genoemd. De stad is ontstaan met de inrichting van een grafelijk castrum. Ten oosten daarvan bevond zich het forum of de markt, ten noorden de Sint-Maartenskerk. Mede door de Eerste Wereldoorlog is Ieper een veelbezochte plaats en het zeker waard om eens heen te gaan. Zelf ben ik tijdens de Lerarenopleiding Geschiedenis al eens langs de beroemde begraafplaatsen geweest, heb ik de loopgraven bekeken en het museum in de stad bezocht. Nu ben ik, ongeveer 15 jaar later, nog eens teruggegaan naar deze stad. Kortom genoeg redenen om dit stadje te bezoeken, zeker als je het combineert met de andere steden in deze regio, zoals Brugge, Gent, Kortrijk, Oudenaarde, Roeselare of een kustvakantie in Oostende of Koksijde.

Lees ook: Wallonië Picardië; Uitjes en bezienswaardigheden in de provincie Henegouwen

Met de trein naar Ieper

Je kunt de stad vanuit verschillende steden prima met de trein bereiken. Vanuit Kortrijk is dat bijvoorbeeld een half uur reizen. Als je tijdens de vakantie reisjes met de trein wilt maken binnen België, kijk dan vooral van te voren even op https://www.belgiantrain.be/nl voor actuele informatie over routes en prijzen. Er zijn veel soorten kortingen te vinden zoals weekendvoordeel, gezinsvoordeel of uitjes met korting, vergelijkbaar met onze spoordeelwinkel van de NS. Zo ging ik bijvoorbeeld met de trein naar Ieper in combinatie met een bezoekje aan het museum In Flanders Fields met veel korting en maakte ik op zaterdag bewust een reisje vanwege de weekendkorting.

Geschiedenis

Tijdens de middeleeuwen nam de handel toe en de stad ontwikkelde zich verder. Zo kwamen er in de 12de eeuw nieuwe parochiekerken bij. Ook bouwde de graaf van Vlaanderen een nieuwe burcht ten zuidwesten van de stad, het Zaalhof. Ieper kende een bloeiperiode en had als derde stad van Vlaanderen (na Gent en Brugge) een belangrijke rol als stad van het graafschap Vlaanderen. Lakens uit Ieper waren in de vroege 12e eeuw terug te vinden op de jaarmarkt van het Russische Novgorod. In de 13de eeuw telde de versterking van de stad negen poorten. Vanaf de 14de eeuw kende de stad een economische teruggang en ook de bevolking daalde. Ook kwam er een onrustige periode door de godsdiensttwisten. Als grensstad is Ieper vaak in buitenlandse handen geweest door de eeuwen heen: Spanje, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland.

Tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog was de stad aan drie zijden omringd door Duitse troepen, door de Britse verdedigers werd deze boog in het front de Ypres Salient genoemd. Eenzelfde situatie deed zich eveneens voor, verder naar het zuidoosten, bij de Franse stad Verdun. De Duitsers slaagden er niet in de stad te veroveren. De Duitse cavalerie had – nog voor de gevechten begonnen rond Ieper – de stad kunnen binnendringen en doortrekken; deze veldtocht duurde maar enkele dagen. Ondanks een aantal groots opgezette veldslagen die aan 500.000 soldaten het leven kostten, bleef Ieper uit handen van de Duitsers. Er zijn Vier grote Slagen om Ieper geweest. Op 18 maart 1918 werd de Vierde en laatste Slag om Ieper gestreden. Na deze laatste slag was de stad Ieper geheel verwoest. Op 28 september 1918 verlieten de Duitsers Langemark. Ruim zes weken later, op 11 november 1918 om elf uur in de ochtend was de oorlog officieel afgelopen.
Na de oorlog gingen, vooral bij de Britten, stemmen op om de stad niet weer op te bouwen maar zo te laten liggen, als grimmig gedenkteken. Churchill zei hierover: Ik zou alle ruïnes van Ieper willen behouden: er bestaat in de hele wereld geen heiliger plaats voor het Britse volk. Toch werd de stad weer teruggebracht in de vooroorlogse staat, voornamelijk met geld van de Duitse herstelbetalingen. De wederopbouw duurde meer dan veertig jaar. Ieper speelt een belangrijke rol bij herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog en wordt vooral door de Britten gezien als middelpunt van de herdenkingen van deze oorlog. De velden rond de stad zijn bezaaid met meer dan 170, goed onderhouden, begraafplaatsen.

Bezienswaardigheden

Grote Markt

De Grote Markt geeft de stad zijn middeleeuwse uitstraling en is omringd met oude huizen, of de reconstructies ervan na de vernieling in de Eerste Wereldoorlog. Zelf vond ik het erg jammer dat het plein ook een parkeerplaats is voor auto´s, dat haalt wel wat van de charme weg. Aan de kant waar de markt wel autovrij is, staat een maquette van de Lakenhalle en het belfort en een fontein. De Grote Markt van Ieper is na die van Sint-Niklaas de grootste van Vlaanderen. Elke zaterdagochtend is er marktdag, waardoor de hele markt bezet is door marktkramen. In 1187 werd aan de oostkant het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis opgericht. In de 13de eeuw werd de lakenhalle met belfort gebouwd. De schepenen huurden aan de noordzijde een middeleeuws steen, dat zij in 1503 kochten. Van 1456 tot 1792 bevond zich op de markt ook een schandpaal. Tot de 18de eeuw hadden nog meerdere huizen een houten gevel. Op het eind van het Ancien Régime werd het oude kasselrijgebouw in de eerste helft van de 19de eeuw een tijd als rechtbank gebruikt.

Lakenhalle met Belfort

Het meest indrukwekkende gebouw van de stad is De Lakenhalle, een door UNESCO beschermd monument. De bouw begon omstreeks 1260, en was klaar in 1304. In de veertiende eeuw was dit het grootste gebouw in de westerse wereld. In de Eerste Wereldoorlog werd bijna heel het gebouw verwoest. Het voorgebouw is 125 meter lang, de belforttoren is 70 meter hoog. Op de eerste verdieping bevindt zich het In Flanders Fields Museum, waarover straks meer.

Het 70 meter hoge belfort werd gebouwd vanaf 1250 als teken van de macht van de burgerij. Aan de oostzijde werd in 1360 het Gulden Halleke aangebouwd tegen het hallencomplex, in 1620 vervangen door het Nieuwerck. De lakenhallen werden vroeger gebruikt als handelsplaats van laken. In elke deuropening onder aan het belfort werd het laken verkocht. Ieper was in de middeleeuwen zeer beroemd vanwege de goede kwaliteit van het laken. Volgens een eeuwenoude traditie werden tijdens de Ieperse jaarmarkt een drietal katten levend van de belforttoren gegooid. Dit gebruik verdween in 1817 maar werd in 1938 hervat tijdens de Kattenstoet, maar de stadsnar werpt sindsdien speelgoedkatten. In de belforttoren bevindt zich een beiaard met 49 klokken met een totaal gewicht van 11.892 kg. Om het kwartier speelt een automatisch spel het Iepers Tuindaglied. Kwart voor en kwart na het uur speelt een korte versie, op het half uur een langere, en op het uur zelf speelt het volledige lied.

Vismarkt

De Vismarkt, een marktplein met standen waar vroeger vis werd verkocht is nu een uitgaansbuurt. De Vispoort vormt de toegang tot de Vismarkt vanuit de Boterstraat. Het smalle, gekasseide pleintje ligt tussen de Boterstraat en de Seminariestraat in. Het plein werd aangelegd in 1714, toen de Ieperlee er overwelfd werd. De Vispoort werd gebouwd tussen het plein en de Boterstraat. Op de Vismarkt zelf staan nog twee overdekte verkoopsstanden uit 1923. Aan de zuidzijde staat een tolhuisje, ook weleens het Minckhuisje genoemd. Hier moesten de visverkopers tol betalen. Aan de westzijde staat een omheiningsmuur met rondboogpoort van het karmelietenklooster.

Kruitmagazijn

Het Kruitmagazijn: een magazijn gebouwd in 1817, door het Nederlandse leger onder leiding van Willem I. Toen werd het gebouwd op fundamenten van een Frans poedermagazijn, die dateerde van 1684. De binnenruimte bestond uit 2 verdiepingen en kon in totaal 75 000 kilogram buskruit bevatten. Men stopte het kruit in houten tonnen van elk zo een 57 kilogram. Om vonken te vermijden waren de spijkers, deurhengsels en sloten van brons. Vandaag de dag wordt het gebruikt als vergaderzaal en opvangplaats voor toeristen.

Rijselpoort

De Rijselpoort is een stadspoort in het zuiden van de oude stad, op de weg naar Rijsel. De poort verbindt twee bewaarde delen van Ieperse vestingen. De Rijselpoort is de oudste nog bewaarde stadspoort. In 1870 werden op de vestingen wandelparken aangelegd. Grote delen van de vestingen rondom de binnenstad zijn nog steeds bewaard. Bij de Rijselpoort ligt op de vestingen het Ramparts Cemetery, een Brits militair kerkhof. De Rijselpoort, die vroeger de Mesenpoort werd genoemd, stamt uit de Bourgondische periode (14de eeuw) en is afgewerkt met Bourgondische torens. De poort is meerdere keren verbouwd. In de 17de eeuw werd de toren verlaagd en de hoofdwal verbreed. Na vernielingen in de Eerste Wereldoorlog werd de poort weer heropgebouwd.

De Rijselpoort scheidt de Majoorgracht van de Kasteelgracht, en is dus een combinatie van een water- en landpoort. Aan de linkerkant van de Rijselpoort vind je de ingang van de overwelfde zaal. Rechts van de poort vind je de sluiskamer met de sluisdeuren van de beken en vestingwateren. Via deze poort komt de Ieperlee de stad binnen.

Herinneringen aan Eerste Wereldoorlog in Ieper

Menenpoort

De Menenpoort is een stadspoort aan de oostzijde van de oude stad. De poort werd gebouwd als Brits oorlogsmonument, en draagt de namen van 54.896 vermiste soldaten. Elke dag om acht uur ’s avonds wordt de Last Post er gespeeld door de leden van de Last Post Association, als herinnering aan de gesneuvelden in Ieper. De naam verwijst naar de stad Menen, een stad waar je vanuit Ieper-centrum via de Menenpoort naartoe kan.

Op de Menenpoort staan de namen van 54.896 vermiste soldaten, onderofficieren en officieren van het Britse Gemenebest. De poort heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. Omdat de Menenpoort te klein bleek te zijn, werden alle Britse vermisten gesneuveld vanaf 16 augustus 1917 vermeld op het Tyne Cot Memorial. Als scheidingsdatum tussen deze twee groepen werd de nacht van de Slag bij Langemark genomen. Vermisten van Nieuw-Zeeland en Newfoundland staan op aparte monumenten. De stoffelijke overschotten van deze soldaten hebben geen bekend graf en liggen of ergens verloren in de Ieperse velden, of op een oorlogskerkhof rond Ieper met als vermelding op de grafsteen Known Unto God. De gedenksteen, die opgedragen werd aan Koning Willem I, werd in 1822 geplaatst boven de ingang van de Rijselpoort en verving de steen die opgedragen was aan Lodewijk XIV (De tekst van Willem I staat op de achterkant van de gedenksteen die opgedragen was aan Lodewijk XIV). Hij verwijst naar het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waar vanaf 1815 de Zuidelijke Nederlanden en dus de stad bij hoorden. De vestingmuren werden grondig hersteld en aangepast tussen 1814 en 1822. De Menenpoort werd eind 19de eeuw afgebroken, alleen deze gedenksteen bleef bewaard. Sinds 1928 (uitgezonderd 1940 tot 1944) wordt hier iedere avond, klokslag acht uur door een groep klaroenblazers van de Last Post Association de Last Post gespeeld opdat we niet vergeten hoe zij voor ons streden (Lest we forget …).

De Menenpoort staat op de plaats waar eeuwenlang al een andere poort stond en die verschillende namen droeg. Bij de aanleg van de vesten in de 17de eeuw werd de poort verbouwd in de Dorische stijl. In 1862 werd de poort gesloopt. De rijweg werd geflankeerd door twee stenen leeuwen, die tot 1848 bij de ingang van de Lakenhalle hadden gestaan. Deze eeuwenoude leeuwen werden in 1936 door de stad Ieper geschonken aan het Australian War Memorial in Canberra. Daar sieren ze na restauratie de hoofdingang van het museum. Nog steeds worden, tijdens graafwerkzaamheden, resten van soldaten gevonden. Zodra deze worden geïdentificeerd als die van een vermiste Brit, worden ze tijdens een officiële ceremonie herbegraven maar wordt de naam niet van de Menenpoort verwijderd, in tegenstelling tot het Thiepval monument, waar de naam van de gevonden soldaat met cement wordt opgevuld.

Ramparts Cemetery

Ramparts Cemetery, Lille Gate is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in de Belgische stad Ieper. Franse troepen begonnen al in 1914 met de aanleg van de begraafplaats. Van februari 1915 tot april 1918 werd het verder door de Britten gebruikt. De Franse graven werden na de oorlog verwijderd. Aanvankelijk lagen veel meer doden begraven op de vestingen maar deze werden na de oorlog overgebracht naar andere begraafplaatsen. Enkel de 198 op de Ramparts Cemetery bleven over. Vier lichamen van militairen die werden opgegraven bij de Sint-Jacobskerk werden hier op 11 oktober 1999 bijgezet. In 1986 werd de begraafplaats als monument beschermd.

Franse Militaire begraafplaats Saint-Charles de Potyze

Op de Franse militaire begraafplaats Saint-Charles de Potyze liggen meer dan 4000 gesneuvelde Franse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Er worden ongeveer 4.800 doden herdacht, waarvan ruim 1.300 niet geïdentificeerd konden worden. Het ligt zo’n drie kilometer ten noordoosten van het stadscentrum, langs de weg naar Zonnebeke (N332), iets voorbij het gehucht Potyze. De toegang van de begraafplaats wordt geflankeerd door twee witte stenen zuilen. Links voorbij de ingang staat een beeldengroep die een calvarie voorstelt. Achteraan bevindt zich een massagraf en staat een obelisk als herdenking aan een aantal infanterieregimenten. De graven zijn aangeduid met rechtopstaande kruisen, met uitzondering van een aantal islamitische en joodse graven die een stenen grafzerk hebben met een inscriptie die te maken heeft met hun geloofsovertuiging.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bevond de locatie zich dicht bij de frontlijn van de Ieperboog. In de buurt bevond zich een schooltje, dat werd beheerd door het Sint-Jozefsinstituut in Ieper. De Fransen gebruikten het als medische hulppost, “Poste de secours de Saint-Charles de Potyze”. Soldaten die overleden, werden begraven in een aangrenzende tuin. Tijdens de oorlog werden de school en de begraafplaats echter voor een groot stuk vernield. Aanvankelijk werden gesneuvelden in massagraven begraven, maar al gauw legde men individuele graven aan, zoals ook vastgelegd in een Franse wet van eind december 1915. Vanaf 1919 werd de begraafplaats hersteld en uitgebreid met graven uit de omliggende slagvelden. Vanaf 1920 konden Franse gesneuvelden ook gerepatrieerd worden. Veel onbekende doden kwamen in massagraven terecht; de grootste in België is het Ossuaire bij de Kemmelberg. Nog steeds worden Franse gesneuvelden die worden teruggevonden in de vroegere slagvelden hier bijgezet.

Musea in Ieper

Flanders Fields Museum

Dit is een modern en interactief oorlogsmuseum. De naam verwijst naar een bekend gedicht van John McCrae: In Flanders Fields. 100 jaar geleden was de streek rond Ieper het decor van één van de meest verwoestende conflicten uit de geschiedenis. Nu ook de laatste getuigen gestorven zijn, is het In Flanders Fields Museum meer dan ooit de poort naar de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen. Het vernieuwde museum confronteert de bezoeker met de gevolgen van “den Grooten Oorlog”. De tentoonstelling met videoprojecties, geluidsfragmenten en multimediatoepassingen dompelt je onder in het leven aan het front. Elke bezoeker krijgt ook een poppy-armband waarmee hij persoonlijke verhalen van ‘de kleine man’ uit de ‘Grooten Oorlog’ kan ontdekken. De permanente tentoonstelling gaat over de aanloop tot de Eerste Wereldoorlog, de inval in België, de eerste maanden, de vier jaar stellingenoorlog in de Westhoek, de verwoesting tijdens de oorlogsjaren, de naoorlogse periode en de voortdurende herdenking sindsdien.

In het museum staan vooral de verhalen van de tijdgenoten, die de oorlog meemaakten, centraal. Stemmen en gezichten van echte mensen maken de oorlog tastbaar en persoonlijk in dit museum. Mannen, vrouwen en kinderen, burgers en soldaten, schrijvers en kunstenaars… Zij confronteren de bezoeker met hun oorlog. Het museum vertelt vooral over de geallieerde kant, een aanvulling over Duits bezet gebied is te vinden in het Lange Max Museum.

Meer informatie over het museum, tijden en prijzen vind je hier

Museum Godshuis Belle

Het Bellegodshuis ontstond in de periode 1270-1274. Een stichting werd opgericht met het oog op armenzorg in een crisisperiode van de lakennijverheid in Ieper, toen er een verbod was van export van Engelse wol naar Vlaanderen. In die periode liet Christine van Guînes, dochter van Boudewijn III van Guînes en weduwe van Salomon Belle, haar eigendommen ombouwen voor liefdadige doeleinden. Er kwam de volgende jaren een ziekenzaal en kapel. Het godshuis werd een van de belangrijkste hospitalen in de stad in de middeleeuwen. Door giften groeide het godshuis verder tot het tegen het eind van de 13de eeuw het volledig huizenblok besloeg. De eerste decennia van de 14de eeuw was de bekende chirurgijn Jan Yperman aan de instelling verbonden als meester-chirurgijn. Eerst was de kapel door het gebouwencomplex omsloten, maar in 1616 werd een nieuwe kapel gebouwd, aan de Rijselstraat. Het godshuis bleef onder de voogdij van de familie Belle en de nakomelingen tot 1796. Het kwam in handen van de Burgerlijke Godshuizen, die met bejaardenzorg waren belast. Na de oorlog, in de jaren 20 en 30, werd het geheel opnieuw gebouwd.

Het museum toont veel historische stukken uit de collectie van het OCMW, zoals schilderijen, beelden, meubilair aardewerk en kerkgewaden. Eén van de belangrijke stukken in de collectie is een schilderij uit 1420, dat één van de oudste schilderijen in België is. Het beeldt de Heilige Maagd af, met ernaast Yolente Belle, Joos Bryde en hun kinderen, de schenkers van het werk. Naast andere schilderijen van oude meesters heeft het museum enkele bijzondere meubels zoals een unieke linnenpers uit de 17e eeuw en het enige ‘wandtapijt’ in Iepers openbaar bezit: een altaarvoorhangsel uit de 17e eeuw.

Merghelynckmuseum

Het Merghelynckmuseum is te bezoeken in een herenhuis, een reconstructie van het gebouw uit 1774. In prachtig aangeklede salons en boudoirs zie je originele Franse stijlmeubelen, schilderijen en zilverwerk, gered uit de branden van de Eerste Wereldoorlog. Er is ook een unieke collectie Chinees en Japans porselein. De gids vertelt hier op een schitterende en ludieke manier over het wel en wee van de familie Merghelynck. Tijdens de Belgische schoolvakanties zijn er activiteiten voor kinderen.

Meer informatie vind je hier.

Kerken in Ieper

Sint Maartenskerk

De Sint-Maartenskerk was de kathedraal van het voormalige bisdom Ieper. Ook dit gebouw werd na de Eerste Wereldoorlog opnieuw opgebouwd, zij het toen met een opmerkelijk hogere torenspits dan voorheen. De huidige toren is 100 meter hoog. Eerst stond in deze omgeving een Romaanse kerk, waarschijnlijk uit de 10e of 11e eeuw. In de achtste eeuw ontstond het bisdom Terwaan (nu Thérouanne, op de Leie en ten zuiden van Sint-Omaars). Keizer Karel V verwoestte de abdijen omdat de abten te loyaal waren aan de Franse koning. In 1561 werd het bisdom ontbonden in drie bisdommen: Boulogne-sur-Mer, Sint-Omaars en Ieper. De kerk van het St.-Maartensklooster werd toen tot kathedraal verheven. Het concordaat tussen Napoleon Bonaparte en paus Pius VII van 1801 schafte het bisdom Ieper af. In de kerk liggen Cornelius Jansenius en Robrecht III van Bethune begraven. Er is een prachtig postromantisch orgel uit 1931 van Jules Anneessens. Het interieur is schitterend met prachtige glas-in-loodramen, beelden en kapellen. Loop vooral ook helemaal rond.

Saint George’s Memorial Church

Saint George’s Memorial Church is een anglicaans kerkje dat in 1928-1929 werd opgetrokken, als herinnering aan de oorlog. Het is gebouwd om de 500.000 Britse soldaten te herdenken, die tijdens Eerste Wereldoorlog gestorven waren bij de drie gevechten aan de Ieperboog. Het kerkje is gratis te bezoeken. Het gebouw heeft een zadeldak en achteraan een uitbouw voor een vijfhoekige doopkapel. Op de top van de voorgevel staat het Cross of Sacrifice, maar zonder zwaard. Bijna alle voorwerpen in de kerk werden geschonken ter herinnering aan hen die in de Ieperboog vochten. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verstopten mensen uit de buurt de inboedel van de kerk, alles werd weer teruggeplaatst toen de stad bevrijd werd. Volgens sommige meldingen werd de kerk soms voor de eredienst gebruikt door Duitsers.

Sint-Pieterskerk

De gotisch-romaanse Sint-Pieterskerk is in de Rijselstraat vlakbij de school Immaculata. Naast de kerk is er een klein tuintje opengesteld voor het publiek. Daar staan smalle hoge muren met afbeeldingen uit het Christendom. Op de plaats waar de Vlaamse graaf Robrecht de Fries in 1073 een bedehuis zou gesticht hebben, werd in de 12e-13e eeuw een romaanse kerk gebouwd. Tegen het einde van de 15e en de eerste helft van de 16e eeuw werd de kerk verbouwd tot een gotische hallenkerk. Wanneer de toren in 1638 was afgebrand, kreeg ze een nieuwe toren in 1868. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk net zoals de stad zelf volledig vernietigd. Enkel de gewelven van de kerk bleven hierbij gespaard. Architect Coomans heeft bij de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog de gespaard gebleven muurdelen geïntegreerd in de nieuwe kerk en de gotische bovenbouw van de toren vervangen door een romaanse toren.

Sint-Jacobskerk

De Sint-Jacobskerk, oorspronkelijk romaans, werd in de 14de eeuw in gotische stijl omgebouwd. Ook deze kerk werd na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwd. De kerk staat halverwege de Menenpoort en de Rijselpoort. In 1636 werd de laatgotische toren gebouwd, maar niet afgewerkt. Het grootste deel van het meubilair uit de kerk werd gemaakt in het kunstatelier van de abdij van Maredsous. De beelden in de kerk komen uit de 17e en de 18e eeuw, de schilderijen uit de 17e tot de 20e eeuw. “De Aanbidding der Herders” is één van de mooiste. Aan de hoofdingang staat een beeld van de heilige Jacobus. De kerk is alleen open tijdens de erediensten.

Natuur

In de Ieperse deelgemeenten Dikkebus en Zillebeke liggen de Dikkebusvijver (36 ha) en Zillebekevijver (26 ha). Deze vijvers werden voor of in de 14de eeuw door afdamming gecreëerd met het oog op waterbevoorrading en doen tegenwoordig ook dienst als natuur- en recreatiegebied.

Het gebied ten zuiden en oosten van Ieper was eeuwenlang een uitgestrekt bosgebied. Daarvan resteren nu nog onder meer de Gasthuisbossen en het natuurgebied van het domein Palingbeek. Dichter bij de stad ligt het Tortelbos, in het westen van de gemeente liggen de Galgebossen.

Meer informatie over de Galgebossen vind je hier.

Zonnebeke

Memorial Museum Passchendaele 1917

Een paar kilometer buiten Ieper vind je, in Zonnebeke, het Memorial Museum Passchendaele 1917. Dit museum vertelt op een aangrijpende en beeldende manier het historische verhaal van de Eerste Wereldoorlog met bijzondere aandacht voor de Slag bij Passendale. Deze slag uit 1917 is één van de gruwelijkste veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog, met meer dan een half miljoen slachtoffers voor een terreinwinst van slechts acht kilometer. ‘Passchendaele’ werd niet alleen een begrip in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, het werd ook het symbool van de grote zinloosheid van het oorlogsgeweld. Het eerste museumgedeelte geeft een overzicht van de vijf slagen bij Ieper, waaronder de Slag bij Passendale. Aan de hand van historische voorwerpen, originele brieven, affiches en andere documenten, uniformen, videofragmenten enz. wordt het duidelijk hoe het leven op en rond de slagvelden moet zijn geweest. De interactieve elementen zorgen ervoor dat ook kinderen gefascineerd kennismaken met dit stukje geschiedenis. Het bezoekerscircuit gaat vervolgens verder via de unieke Dugout Experience. Als bezoeker ontdek je er hoe de Britten in 1917 ondergronds gingen leven. Een beklemmende belevenis die een onthutsend beeld schept van de erbarmelijke en claustrofobische leefomstandigheden destijds. Afsluiter van het bezoek is de waarheidsgetrouwe reconstructie van Duitse en Britse loopgraven waarlangs originele schuilplaatsen nagebouwd werden. Proef het beangstigende gevoel dat de soldaten overviel toen zij hier ‘gevangen’ zaten.

Kasteeldomein Zonnebeke

Het historische kasteeldomein van Zonnebeke huisvest museum en de Toeristische Dienst van Zonnebeke. Dit is het ideale vertrekpunt voor een ontdekkingstocht langs de slagvelden van 1917. Op minder dan drie kilometer liggen onder meer het bekende Polygoonbos en Tyne Cot Cemetery, de grootste begraafplaats van de Commonwealth ter wereld. Naast de balie van het museum vind je alle informatie, ook voor wie gewoon wil wandelen, fietsen of een plekje zoekt om lekker te eten. In het kasteeldomein kom je ook helemaal tot rust: een boek lezen op een bank in het park, hand in hand flaneren langs de vijver of even de tijd nemen om stil te staan bij de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in de ‘Poppy gardens’, thematische tuinen die gewijd zijn aan de verscheidene naties die meestreden in de Slag bij Passendale.

Ypres stockphoto from Shutterstock / Sergey Dzyuba

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid