Franeker ligt ten noordoosten van Harlingen, ten noorden van Bolsward en ten zuidwesten van Leeuwarden. Franeker is één van de Friese elf steden. Zelf heb ik dit leuke, historische stadje bezocht toen ik op vakantie was in Leeuwarden (zomer 2015) en deed dit per fiets, gehuurd op het station van Leeuwarden. Maar Franeker is ook prima per trein te bezoeken. Het meest bekend is natuurlijk het planetarium van Eise Eisinga, maar er is natuurlijk nog veel meer te zien. Dat vertel ik jullie in dit artikel.

Lees ook: Friesland met kinderen
Lees ook: Leeuwarden

Martinikerk

De kerk is gebouwd in de tweede helft van de 14e eeuw en was oorspronkelijk gewijd aan de heilige Martinus. De pseudobasiliek (een basiliek zonder vensters in de hoofdbeuk) heeft dertig pilaren tussen het middenschip en de zijbeuken, en twaalf pilaren rond het koor. Op de pilaren bevinden zich fresco’s met afbeeldingen van de heiligen: Dominicus, Franciscus, Lucas, Jakobus de Meerdere, Sebastiaan, Adrianus, Hubertus, Rochus, Clothilde, Catharina van Alexandrië, Sint-Margaretha en Apollonia van Alexandrië. De Martinikerk is de enige middeleeuwse kerk in Friesland met een kooromgang. Het orgel uit 1842 is gemaakt door Van Dam.

Het Korendragershuisje of zakkendragershuisje

Het huisje voor korendragers en zakkendragers werd in 1634 gebouwd. Het pand met maniëristische stijlelementen heeft een zadeldak en een boven de gracht overkraagde zijgevel. De halsgevel is voorzien van klauwstukken met krulversieringen. Op de gevel zes muurankers en vijf gevelstenen: een korenmeter die een korenmaat draagt, de goudkleurige klok op het blauwe veld is het oude stadswapen van Franeker, een gevelsteen met de letters TAK (Tol, Accijns, Korenmeten), een gevelsteen met het woord Anno en een gevelsteen met het jaartal 1634. In 1937 waren er nog twee korenmeters in gemeentedienst. Het gebouw werd in 1924 en in 1975 gerestaureerd.

Stadhuis van Franeker

Dit indrukwekkende pand is gebouwd in Friese renaissancestijl. In 1591 werd met de bouw begonnen. Die duurde drie jaar. Boven de hoofdingang is het Wapen van Friesland afgebeeld. Bij de glas-in-loodramen van de eerste verdieping zijn 27 wapenschilden te zien. Hoog boven de ingang zie je Vrouwe Justitia, de godin der gerechtigheid, geplaatst op een draagsteen tegen de topgevel. Tussen 1 maart en 1 november kun je het bezoeken op dinsdag t/m vrijdag: 13:00 – 17:00 uur. De toegang is gratis. Ook in de vakanties geopend.
Er zijn ook gratis rondleidingen.

De Waag

De waag werd in 1657 gebouwd. Op de voorgevel van de waag zie je een gevelsteen met het stadswapen. Nadat het gebouw de waagfunctie verloor, kwam er een postkantoor en maakte het later deel uit van het museum ’t Coopmanshûs. Er is nu een winkel in gevestigd.

Klaarkampster Weeshuis

Het huis met tuitgevels werd in 1552 gebouwd als ziekenhuis. In de periode 1597 tot 1665 diende het als weeshuis. De maniëristische gevelsteen (17 september 1598) op de hoek geeft aan dat prior Gerardus Agricola van klooster Klaarkamp veel goeds heeft gedaan voor de weeskinderen. Een andere gevelsteen (6 januari 1665) vertelt over de redding van graaf Johan Maurits bij een ongeluk op een nabijgelegen brug waarbij hij in het water terechtkwam. In het gebouw is streekcentrum De Skûle gevestigd.

Het Sjûkelân

Dit is de Friese benaming van het kaatsveld op het Sternse Slotland. Er staan twee torens aan de oostzijde van het kaatsveld, die verwijzen naar het Sjaerdemaslot dat tot 1727 op deze plaats stond. Hier wordt sinds 1856 de kaatswedstrijd PC gehouden, die jaarlijks plaatsvindt op de vijfde woensdag na 30 juni.

Klein Botnia

Het Botniahuis of Botniastins is een van oorsprong middeleeuwse stins aan de Breedeplaats. In 1853 kwam het pand in handen van de hervormde diaconie en zat er tot 1948 een weeshuis in. Sinds 2018 wordt het gebouw gebruikt door de Academie van Franeker, een dependance van de Rijksuniversiteit Groningen.

De stins dateert uit de 15e eeuw en is opgebouwd uit wisselende lagen van rode en gele kloostermoppen. Op basis van de kapconstructie kan het gebouw voor het jaar 1500 gedateerd worden. Het noordelijke deel van het pand bestaat uit een kelder met gemetselde gewelven met daarboven een opkamer. Dit deel heeft nog een tweetal zandstenen kruiskozijnen. De topgevels zijn versierd met een gotisch boogfries. Tijdens de restauratie in de jaren ‘70 werden de dakpannen vervangen door leien. Vroeger stond er een schuur bij de stins en strekte het terrein zich uit tot het Zuiderbolwerk.

Het pand dankt zijn naam aan de vooraanstaande familie Van Botnia. Naast Klein Botnia bezat de familie twee andere gebouwen in de stad: Groot Botnia aan het Noord, nu de Koornbeurs, en Oud Botnia, een pand dat afgebroken werd voor de bouw van het Stadhuis van Franeker. Klein Botnia wordt vermeld in 1527, ene Tjalling van Botnia was toen bezig met het verbouwen van de stins. Misschien werd een al bestaand pand verbouwd.

In 1853 werd het pand openbaar geveild, nadat er geen erfgenamen meer waren van de familie. Daardoor kwam het in 1854 in handen van de voogden van het Diaconieweeshuis (ook wel het Zwarte Weeshuis). In de oostmuur herinnert nog een gevelsteen aan de intrek van het weeshuis in 1854. Boven deze gevelsteen zie je een oudere gevelsteen die herinnert aan de oprichting van het weeshuis in 1668. Het weeshuis werd in 1948 opgeheven door het teruglopende aantal wezen.

Hoewel het voor studenten sinds 1996 mogelijk is om in Franeker te promoveren, heeft de Rijksuniversiteit Groningen in 2017 een intentieverklaring getekend om een dependance te openen in Franeker. De Botniastins is hierbij aangewezen als locatie voor een collegezaal. In de zomer van 2018 zijn de eerste colleges hier gegeven. Naast publiekscolleges is het ook een locatie voor vergaderingen voorafgaand aan promoties in de Martinikerk.

Het Dekemahuis

Dit is een van oorsprong middeleeuwse stins aan de Breedeplaats. Het pand uit 1500 was eerder twee maal zo breed, maar het westelijke deel werd rond 1900 afgebroken. De eerste eigenaar van het Dekemahuis was Juw van Dekema.

In 1660 werd het huis verkocht en werd burgemeester Henricus Schotanus à Sterringa de eigenaar. Het pand had toen een hal, opkamer, twee kelders en vier kamers op de bovenverdieping. Bij het huis hoorden ook een koetshuis en een paardenstal. Later werd het Dekemahuis bewoond door een aantal professoren aan de Universiteit van Franeker.

In 1757 werd het gebouw in tweeën gesplitst. Het westelijke deel deed tussen 1798 en 1849 dienst als herberg en daarna als school tot 1896. Het oostelijke deel kwam in 1819 in het bezit van Eduard Marius van Beyma, grietman van Franekeradeel. In 1894 is aan de oostkant een woning pal tegen het Dekemahuis aangebouwd. Tegenwoordig is het resterende Dekemahuis ook in twee delen gesplitst, waarvan het oostelijke deel samengevoegd is met de aangebouwde woning. Omdat er geen toestemming gegeven werd om de pleisterlaag te verwijderen, gaan de kloostermoppen van het pand schuil achter de pleisterlaag van rond 1800 en lijkt het gebouw niet op de andere stinsen in de stad: het Camminghahuis, Martenahuis of Klein Botnia.

Het Camminghahuis

Het Camminghahuis of Sjaerdemahuis is een gebouw met leien schilddaken. De oostgevel is een restant van een stins uit circa 1400 en is misschien gesticht door Sicke Sjaerda, de eerste bewoner. In de gevel werden vijf schietgaten aangetroffen. Het overige deel van de oostzijde dateert uit het begin van de 16e eeuw. De westzijde dateert uit de 15e eeuw. Tot 1969 was het pand in gebruik als herberg. Het heeft eigenaren van de families Van Cammingha (waarnaar het is vernoemd), Juckema en Van Burmania gehad. Van 1969 tot 1972 vond er een ingrijpende verbouwing plaats. De westgevel werd vernieuwd en de vensters kregen hun oude vorm terug. In het pand is sinds 1972 een bank gehuisvest. Op de bovenverdieping bevond zich van 1972 tot 1995 het Fries Munt- en Penningkabinet van het Fries Museum. Tot 1 januari 2014 was het Kaatsmuseum er gevestigd.

Museum Martena

Het museum is gevestigd in de Martenastins, een stins die in 1498 in opdracht van de Friese edelman Hessel van Martena (ca. 1460-1517) is gebouwd. De Franeker burgemeester Suffridus Westerhuis liet na aankoop van het gebouw in 1694 een tuin aanleggen naar het voorbeeld van de tuinen van de Franse tuinarchitect André le Nôtre.

Museum Martena herbergt de historische collectie van de stad Franeker, de collectie over de voormalige Universiteit van Franeker en bezit ook de grootste collectie over en van de wetenschapper Anna Maria van Schurman. In het museum is één van de enige drie xylotheken van Nederland te zien. Deze is met 158 banden tevens de grootste van de drie.

Het museum organiseert regelmatig tentoonstellingen van hedendaagse kunst van Friese kunstenaars. Zo was er in 2013 een expositie van de in Friesland woonachtige schilder en tekenaar Jan van der Kooi. Ook wordt elk jaar een historische tentoonstelling gemaakt.

In oktober 2003 bleek het museum ’t Coopmanshûs in Franeker in bezit van de oudste eikenhouten kast van Nederland. De tweedeurs archiefkast is uit rond 1550, en is gemaakt van eikenhout van voor 1550, dat afkomstig is uit de Baltische staten, zo bleek na onderzoek naar de jaarringen.

Meer informatie over het museum, openingstijden en prijzen vind je hier.

In museum Martena zit ook het VVV. Achter het museum is een mooie tuin te bezoeken.

De tuin gaat om 8.00 uur ’s morgens open en sluit rondom winkelsluitingstijd. De tuin is toegankelijk door een steeg tussen de Martenastins en het Bangahuis, aan de Voorstraat. Je kunt ook vanaf de Heerengracht toegang de tuin in.

Meer informatie over de tuin vind je hier.

Planetarium van Eise Eisinga

Het Planetarium Eise Eisinga is een wetenschapsmuseum en mechanisch planetarium. Het planetarium werd door Eisinga gebouwd tussen 1774 en 1781 in zijn woning uit 1768. Het astronomisch uurwerk wordt aangedreven door een slingeruurwerk. Het astronomisch uurwerk geeft sinds de voltooiing in 1781 de actuele positie van de planeten aan via de plafondwijzerplaat en is hiermee het oudste werkende planetarium ter wereld.

Toen zich een samenstand van de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter zou voordoen, gaf dominee Eelko Alta uit Bozum een boekje uit, waarin hij voorspelde dat deze hemellichamen op 8 mei 1774 op elkaar zouden botsen. De aarde zou hierdoor uit haar baan worden geslingerd en zou in de zon verbranden. Door deze voorspelling ontstond in Friesland grote paniek. Om aan te tonen dat er geen reden was voor deze paniek, besloot Eisinga in het plafond van de woonkamer van zijn huis een werkend schaalmodel van het zonnestelsel te bouwen. Een op de zolder boven de bedstee en het plafond aangebracht raderwerk regelt de omloopstijden van de toen bekende planeten: Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter en Saturnus. De planeten hangen als bollen in de kamer waarbij ze aan de zonzijde goudkleurig beschilderd zijn. De aarde is voorzien van een cirkelende maan. Daarnaast is het planetarium voorzien van een planisfeer en wijzerplaten voor onder meer de schijngestalten van de maan, zonsopkomst en -ondergang, de weekdag en het jaartal.

Eisinga dacht het in zes maanden af te hebben, maar pas in 1781 was het planetarium compleet. Nog in datzelfde jaar werd de planeet Uranus ontdekt. Voor deze buitenplaneet was in het planetarium van Eisinga geen plaats meer. De hoogleraar Jean Henri van Swinden, die hem bezocht, was zeer enthousiast over de geleverde prestatie.

Koning Willem I bezichtigde het planetarium in 1818 en kocht het in 1825 aan voor de Nederlandse staat. In 1859 werd het planetarium door de Nederlandse staat geschonken aan de stad Franeker, die het openstelde als museum. Het museum is uitgebreid met twee naastliggende panden, waar zich eerst een koffiebranderij en bakkerij bevonden. In deze gebouwen vind je een vaste tentoonstelling, wisseltentoonstelling, een filmzaal en horeca.

Meer informatie vind je hier.

Theedrinken in de oude Bolwerken

Het lijkt nu ondenkbaar, maar in vroeger tijden was het heel gewoon om vijanden buiten de stad te houden door verdedigingswerken. In Franeker zijn de Noordelijke Bolwerken hersteld en versterkt. Het historische karakter moest bewaard blijven, maar toch wilde men er wel iets mee doen. Er zijn aanlegplaatsen voor bootjes gekomen. De bolwerken zijn namelijk vanaf het water het beste te bewonderen.

Bijzonder zijn de vier nog aanwezige theehuisjes die zijn gelegen op de Bolwerken. Ze dateren uit de achttiende eeuw en hoorden bij de patriciërswoningen aan de Eise Eisingastraat. In die tijd was thee een nieuwe, dure drank en werd van theedrinken een hele ceremonie gemaakt in deze speciale huisjes. De Bangatheekoepel, gebouwd in 1785 achter in de diepe tuin van het patriciërshuis 16 aan de Zilverstraat, is nog vrijwel origineel. In de zomermaanden is de Bangatheekoepel regelmatig ’s middags geopend, zodat je op deze bijzondere plek een kopje thee kunt drinken.

Meer informatie over één van die theehuisjes vind je hier.

Een stukje geschiedenis

Franeker is waarschijnlijk rond het jaar 800 ontstaan als een Karolingisch castellum. De naam komt van “Froon-acker”, ofwel “land van de heer/koning”. De oudste straat van de stad heet nog steeds Froonacker. Van de 11e eeuw tot de 16e eeuw ontwikkelde Franeker zich tot het bestuurlijk centrum van de regio. In de 15e eeuw vestigde hertog Albrecht van Saksen zich hier en mede daardoor leek het stadje zich tot hoofdstad van Friesland te ontwikkelen, maar dat werd toch Leeuwarden.

Op 12 mei 1500 werd de stad belegerd door een leger van 16.000 ontevreden Friezen vanwege de hoge pachten en belastingen die werden geheven door Albrecht en zijn zoons Hendrik en George van Saksen. Hendrik vestigde zijn zetel in de stad Franeker. De Friezen waren slecht getraind en georganiseerd. Hertog Albrecht van Saksen verzamelde in alle haast een talrijk leger om Hendrik en de stad Franeker te ontzetten. Uiteindelijk werden de Friezen op 16 juli 1500 verslagen en de stad ontzet. Op 26 maart 1501 schenkt Hendrik V van Saksen de stad Franeker een flink stuk buitendijks kwelderland, genaamd de Franekerlanden.

Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in opstand kwam tegen Spanje, koos Franeker al snel de zijde van Willem van Oranje. Franeker werd hiervoor in 1585 beloond met een universiteit, op de Universiteit van Leiden na de oudste van Nederland. Er werden vier redenen aangevoerd: het was goedkoper dan studeren in Leiden, de ouders konden beter op het gedrag van hun kinderen letten, het was goed voor de ontwikkeling van de bevolking en het geld dat de studenten zouden uitgeven bleef binnen de provincie. Aan deze “Franeker Academie” kon je theologie, rechten, medicijnen, klassieke talen, wijsbegeerte en wis- en natuurkunde studeren. In 1811 liet Napoleon de universiteit sluiten. De opvolger van de Franeker Academie was het Rijksatheneum, dat van 1815 tot 1847 heeft bestaan, maar uiteindelijk moest sluiten vanwege gebrek aan studenten. De collectie van de universiteitsbibliotheek, die veel zeldzame oude drukken bevat, werd overgebracht naar de provinciale bibliotheek te Leeuwarden (Tresoar).

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid